2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/10205
Title:
Interim report 'Winter smog and traffic'
Other Titles:
Interimrapport 'Wintersmog en verkeer'
Abstract:
This report presents a halfway score of the research project "Winter smog and Traffic", one of the themes of the research programme "Air Pollution and Health". A state of the art is presented of the health effects associated with exposure to winter smog and of the toxicological effects caused by the inhalation of particles. A summary of the assessment of air quality and the results of epidemiological research is presented. Some policy questions are answered as far as possible at this stage of the project. Finally, an outline of a plan of activities is presented which is based on the policy needs and the most serious gaps in knowledge.; In de interimrapportage wordt de huidige stand van zaken beschreven van, hoofdzakelijk, (inter)nationaal epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen PM10 en het optreden van gezondheidseffecten. PM10 ("particulate matter") is de afkorting van de massa van de in de lucht zwevende deeltjes (aerosol) met een diameter kleiner dan ongeveer 10 micrometer (10 mum = 0,01 mm). PM10 wordt in Nederland ook wel "fijn stof" genoemd en geldt als indicator voor de ernst van het wintersmogmengsel. Daarna wordt verslag gedaan van het onderzoek dat tot nu toe is afgerond. Uit de literatuur blijkt dat blootstelling aan wintersmog geassocieerd is met een toename van de dagelijkse sterfte, met ziekenhuisopnamen voor ademhalingsklachten, met een toename van medicijngebruik bij astmatici en met longfunctieverslechtering. Er lijkt geen drempelwaarde voor dergelijke associaties te bestaan waar beneden effecten op mortaliteit en morbiditeit niet meer voorkomen. Gelet op de moeilijkheid een drempelwaarde vast te stellen, wordt een schatting van de gezondheidseffecten uitgedrukt als procentuele toename per 100 mug/m3 verandering in de daggemiddelde concentratie van PM10. Deze toename is voor dagelijkse sterfte 10-15%, voor toename van ziekenhuisopnamen voor respiratoire aandoeningen 20-40% en voor toename van medicijngebruik bij astmatici ongeveer 30%. De longfunctieverslechtering wordt geschat op 2-4% voor 100 mug/m3 toename van de PM10 concentratie. De daggemiddelde PM10-concentraties in Nederland kunnen tijdens wintersmogepisoden oplopen tot 140 mug/m3 en hoger. Er zijn weinig toxicologische gegevens beschikbaar omtrent de gezondheidseffecten en het werkingsmechanisme van deeltjesvormige luchtverontreiniging. Enkele proefdierstudies met gecontroleerde inhalatie van verschillende (redelijk oplosbare) deeltjes suggereren dat de grootte van het oppervlak en de reactiviteit van het oppervlak van ultrafijne deeltjes (< 0,1 mum) een rol spelen in het veroorzaken van pulmonale effecten. Het grootste deel van de massa van alle deeltjes wordt veroorzaakt door deeltjes met een diameter van enige micrometers (mum) tot enige tientallen micrometers. Omdat de hoogte van de PM10-niveaus afhangt van de massa van de deeltjes worden deze PM10-niveaus vooral bepaald door deeltjes groter dan enkele micrometers in diameter. De ultrafijne deeltjes met diameters van enige honderdsten tot tienden van micrometers vormen wel de grootste aantallen deeltjes, maar dragen vrijwel niet bij aan de PM10-niveaus. Deeltjes van tussenliggende diameters bepalen voor het grootste deel het oppervlak. Zij hebben een verwaarloosbaar effect op de PM10-niveaus. Het is momenteel nog onbekend of het toxische werkingsmechanisme van de deeltjes afhangt van de massa dan wel de chemische samenstelling van de deeltjes, of afhangt van het oppervlak van de deeltjes of juist van de aantallen deeltjes. Daarom is de keuze van het juiste bestrijdingsdoel op dit moment niet eenvoudig.
Other Contributors:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene RIVM; Rijksuniversiteit Groningen RUG; Landbouwuniversiteit Wageningen LUW
Affiliation:
LLO; CCM; TOX; DGM/LE; HIMH; RUG/epidemiologie; LUW/Vakgroep humane epidemiologie en gezondheidsleer; DGVGZ/VVP; TNO/Voeding-Zeist; LUW/Vakgroep luchtkwaliteit; GHI; Ministerie van V & W, GGD Amsterdam/medische milieukunde
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
31-Dec-1994
URI:
http://hdl.handle.net/10029/10205
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/623710001.html
Language:
en
Series/Report no.:
RIVM Rapport 623710001
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.otherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene RIVM; Rijksuniversiteit Groningen RUGen_US
dc.contributor.otherLandbouwuniversiteit Wageningen LUWen_US
dc.date.accessioned2007-03-09T16:53:53Z-
dc.date.available2007-03-09T16:53:53Z-
dc.date.issued1994-12-31en_US
dc.identifier623710001en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/10205-
dc.description.abstractThis report presents a halfway score of the research project "Winter smog and Traffic", one of the themes of the research programme "Air Pollution and Health". A state of the art is presented of the health effects associated with exposure to winter smog and of the toxicological effects caused by the inhalation of particles. A summary of the assessment of air quality and the results of epidemiological research is presented. Some policy questions are answered as far as possible at this stage of the project. Finally, an outline of a plan of activities is presented which is based on the policy needs and the most serious gaps in knowledge.en
dc.description.abstractIn de interimrapportage wordt de huidige stand van zaken beschreven van, hoofdzakelijk, (inter)nationaal epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen PM10 en het optreden van gezondheidseffecten. PM10 ("particulate matter") is de afkorting van de massa van de in de lucht zwevende deeltjes (aerosol) met een diameter kleiner dan ongeveer 10 micrometer (10 mum = 0,01 mm). PM10 wordt in Nederland ook wel "fijn stof" genoemd en geldt als indicator voor de ernst van het wintersmogmengsel. Daarna wordt verslag gedaan van het onderzoek dat tot nu toe is afgerond. Uit de literatuur blijkt dat blootstelling aan wintersmog geassocieerd is met een toename van de dagelijkse sterfte, met ziekenhuisopnamen voor ademhalingsklachten, met een toename van medicijngebruik bij astmatici en met longfunctieverslechtering. Er lijkt geen drempelwaarde voor dergelijke associaties te bestaan waar beneden effecten op mortaliteit en morbiditeit niet meer voorkomen. Gelet op de moeilijkheid een drempelwaarde vast te stellen, wordt een schatting van de gezondheidseffecten uitgedrukt als procentuele toename per 100 mug/m3 verandering in de daggemiddelde concentratie van PM10. Deze toename is voor dagelijkse sterfte 10-15%, voor toename van ziekenhuisopnamen voor respiratoire aandoeningen 20-40% en voor toename van medicijngebruik bij astmatici ongeveer 30%. De longfunctieverslechtering wordt geschat op 2-4% voor 100 mug/m3 toename van de PM10 concentratie. De daggemiddelde PM10-concentraties in Nederland kunnen tijdens wintersmogepisoden oplopen tot 140 mug/m3 en hoger. Er zijn weinig toxicologische gegevens beschikbaar omtrent de gezondheidseffecten en het werkingsmechanisme van deeltjesvormige luchtverontreiniging. Enkele proefdierstudies met gecontroleerde inhalatie van verschillende (redelijk oplosbare) deeltjes suggereren dat de grootte van het oppervlak en de reactiviteit van het oppervlak van ultrafijne deeltjes (< 0,1 mum) een rol spelen in het veroorzaken van pulmonale effecten. Het grootste deel van de massa van alle deeltjes wordt veroorzaakt door deeltjes met een diameter van enige micrometers (mum) tot enige tientallen micrometers. Omdat de hoogte van de PM10-niveaus afhangt van de massa van de deeltjes worden deze PM10-niveaus vooral bepaald door deeltjes groter dan enkele micrometers in diameter. De ultrafijne deeltjes met diameters van enige honderdsten tot tienden van micrometers vormen wel de grootste aantallen deeltjes, maar dragen vrijwel niet bij aan de PM10-niveaus. Deeltjes van tussenliggende diameters bepalen voor het grootste deel het oppervlak. Zij hebben een verwaarloosbaar effect op de PM10-niveaus. Het is momenteel nog onbekend of het toxische werkingsmechanisme van de deeltjes afhangt van de massa dan wel de chemische samenstelling van de deeltjes, of afhangt van het oppervlak van de deeltjes of juist van de aantallen deeltjes. Daarom is de keuze van het juiste bestrijdingsdoel op dit moment niet eenvoudig.nl
dc.format.extent2989000 bytesen_US
dc.format.extent3060159 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM Rapport 623710001en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/623710001.htmlen_US
dc.subject.otherairen
dc.subject.otherpollutionen
dc.subject.otherdusten
dc.subject.othersmogen
dc.subject.othertrafficen
dc.subject.otherwinteren
dc.subject.othereffectsen
dc.subject.otherhealthen
dc.subject.otherepidemiologyen
dc.subject.otherfine dusten
dc.subject.otherluchtnl
dc.subject.otherverontreinigingnl
dc.subject.otherstofnl
dc.subject.othersmognl
dc.subject.otherverkeernl
dc.subject.otherwinternl
dc.subject.othereffectennl
dc.subject.othergezondheidnl
dc.subject.otherepidemiologienl
dc.subject.otherfijn stofnl
dc.titleInterim report 'Winter smog and traffic'en_US
dc.title.alternativeInterimrapport 'Wintersmog en verkeer'en_US
dc.contributor.departmentLLOen_US
dc.contributor.departmentCCMen_US
dc.contributor.departmentTOXen_US
dc.contributor.departmentDGM/LEen_US
dc.contributor.departmentHIMHen_US
dc.contributor.departmentRUG/epidemiologieen_US
dc.contributor.departmentLUW/Vakgroep humane epidemiologie en gezondheidsleeren_US
dc.contributor.departmentDGVGZ/VVPen_US
dc.contributor.departmentTNO/Voeding-Zeist; LUW/Vakgroep luchtkwaliteiten_US
dc.contributor.departmentGHIen_US
dc.contributor.departmentMinisterie van V & W, GGD Amsterdam/medische milieukundeen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.