Houdbaarheid en conservering van grondwatermonsters voor anorganische analyses

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/10328
Title:
Houdbaarheid en conservering van grondwatermonsters voor anorganische analyses
Authors:
Cleven RFMJ; Gast LFL; Boshuis-Hilverdink ME
Other Titles:
Storage life and preservation of groundwater samples for inorganic analyses
Abstract:
The storage life and the possibilities for preservation of inorganic analyses of groundwater samples have been investigated. Groundwater samples, with and without preservation with acid, from four locations in the Netherlands have been analysed ten times over a period of three months on six components, viz. dissolved organic carbon (DOC), ammonium (NH4), total-phosphorus (Total-P), chloride (Cl), nitrate (NO3) and sulphate (SO4). It appears that, under the regular conditions for storage of samples, only for low concentrations of nitrate a significant decrease with time in the nitrate content occurs. For the samples with added preservation acid, differences between 'preserved' and 'not preserved' are only absent for chloride. In all other cases differences between 'preserved' and 'not preserved' are small, except for nitrate, and predominantly located in the range of very low concentrations. The magnitudes of the differences between 'preserved' and 'not preserved' are strongly matrix dependent.; Houdbaarheid en conserveringsmogelijkheden voor anorganische analyses van grondwater zijn onderzocht. Grondwatermonsters, wel en niet geconserveerd met zuur, van vier meetpunten uit het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit zijn daartoe tien keer in de loop van drie maanden geanalyseerd op een zestal komponenten, te weten opgelost organisch koolstof (DOC), ammonium (NH4), totaal-fosfor (Totaal-P), chloride (Cl), nitraat (NO3) en sulfaat (SO4). Alleen voor lage concentraties nitraat in de niet geconserveerde monsters wordt een significante vermindering van het gehalte in de tijd gekonstateerd. Alleen voor chloride zijn verschillen tussen 'geconserveerd' en 'niet-geconserveerd' geheel afwezig. Voor ammonium, totaal-fosfor en sulfaat zijn verschillen tussen 'geconserveerd' en 'niet geconserveerd' vrijwel afwezig, behalve bij zeer lage concentraties, rondom de desbetreffende aantoonbaarheidsgrenzen, waar geringe verschillen waarneembaar zijn. Ook voor nitraat is het verschil tussen 'geconserveerd' en 'niet-geconserveerd' afwezig bij de gemeten concentratie van 1.2 mmol/l, maar substantieel bij concentratienivo's lager dan ca. 60 mumol/l. Bij de monsters van een meetpunt traden voor DOC verliezen op bij conserveren, gemiddeld 10%. Bij sulfaat trad in de geconserveerde monsters van een sulfide-rijk meetpunt een toename in de tijd op, wellicht als gevolg van oxidatie van sulfide. De kwaliteit van de meetresultaten is over het algemeen goed: RSD-waarden voor duplobepalingen zijn vrij algemeen < 10%, behalve voor de gemeten nitraat- en sulfaat-concentraties in het gebied rondom de betreffende aantoonbaarheidsgrenzen. De grotere spreiding wordt in deze gevallen mede toegeschreven aan matrix-effekten. Algemeen wordt gekonkludeerd dat het effekt van de toegepaste zuur-conserveringen sterk matrix- en komponent-concentratie-afhankelijk is. De eindkonklusie is dat aanzuren van het monster het meest zinvol lijkt voor monsters met een lage nitraat concentratie. Omdat chloride, nitraat en sulfaat in de huidige praktijk in een analysegang worden gemeten, wordt aanzuren voor dit trio komponenten niet aanbevolen. Het nadeel van niet-aanzuren, nl. dat er twijfel kan bestaan aan de betrouwbaarheid van de metingen in het lage concentratiebereik van nitraat, kan ondervangen worden door zo spoedig mogelijk na monsterneming te meten, en extra meting(en) met aangezuurd monstermateriaal uit de fles voor de DOC-bepaling uit te voeren. De beste manier om betrouwbare resultaten van de onderzochte komponenten te verkrijgen blijft (zoals nu al wordt gepraktizeerd) zo spoedig mogelijk na monsterneming meten, voornamelijk met het oog op eventuele effekten in de lage concentratiebereiken voor de komponenten, in het bijzonder voor nitraat.
Affiliation:
LAC
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
31-Dec-1995
URI:
http://hdl.handle.net/10029/10328
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/712601002.html
Language:
nl
Series/Report no.:
RIVM Rapport 712601002
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorCleven RFMJen_US
dc.contributor.authorGast LFLen_US
dc.contributor.authorBoshuis-Hilverdink MEen_US
dc.date.accessioned2007-03-09T17:05:31Z-
dc.date.available2007-03-09T17:05:31Z-
dc.date.issued1995-12-31en_US
dc.identifier712601002en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/10328-
dc.description.abstractThe storage life and the possibilities for preservation of inorganic analyses of groundwater samples have been investigated. Groundwater samples, with and without preservation with acid, from four locations in the Netherlands have been analysed ten times over a period of three months on six components, viz. dissolved organic carbon (DOC), ammonium (NH4), total-phosphorus (Total-P), chloride (Cl), nitrate (NO3) and sulphate (SO4). It appears that, under the regular conditions for storage of samples, only for low concentrations of nitrate a significant decrease with time in the nitrate content occurs. For the samples with added preservation acid, differences between 'preserved' and 'not preserved' are only absent for chloride. In all other cases differences between 'preserved' and 'not preserved' are small, except for nitrate, and predominantly located in the range of very low concentrations. The magnitudes of the differences between 'preserved' and 'not preserved' are strongly matrix dependent.en
dc.description.abstractHoudbaarheid en conserveringsmogelijkheden voor anorganische analyses van grondwater zijn onderzocht. Grondwatermonsters, wel en niet geconserveerd met zuur, van vier meetpunten uit het Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit zijn daartoe tien keer in de loop van drie maanden geanalyseerd op een zestal komponenten, te weten opgelost organisch koolstof (DOC), ammonium (NH4), totaal-fosfor (Totaal-P), chloride (Cl), nitraat (NO3) en sulfaat (SO4). Alleen voor lage concentraties nitraat in de niet geconserveerde monsters wordt een significante vermindering van het gehalte in de tijd gekonstateerd. Alleen voor chloride zijn verschillen tussen 'geconserveerd' en 'niet-geconserveerd' geheel afwezig. Voor ammonium, totaal-fosfor en sulfaat zijn verschillen tussen 'geconserveerd' en 'niet geconserveerd' vrijwel afwezig, behalve bij zeer lage concentraties, rondom de desbetreffende aantoonbaarheidsgrenzen, waar geringe verschillen waarneembaar zijn. Ook voor nitraat is het verschil tussen 'geconserveerd' en 'niet-geconserveerd' afwezig bij de gemeten concentratie van 1.2 mmol/l, maar substantieel bij concentratienivo's lager dan ca. 60 mumol/l. Bij de monsters van een meetpunt traden voor DOC verliezen op bij conserveren, gemiddeld 10%. Bij sulfaat trad in de geconserveerde monsters van een sulfide-rijk meetpunt een toename in de tijd op, wellicht als gevolg van oxidatie van sulfide. De kwaliteit van de meetresultaten is over het algemeen goed: RSD-waarden voor duplobepalingen zijn vrij algemeen < 10%, behalve voor de gemeten nitraat- en sulfaat-concentraties in het gebied rondom de betreffende aantoonbaarheidsgrenzen. De grotere spreiding wordt in deze gevallen mede toegeschreven aan matrix-effekten. Algemeen wordt gekonkludeerd dat het effekt van de toegepaste zuur-conserveringen sterk matrix- en komponent-concentratie-afhankelijk is. De eindkonklusie is dat aanzuren van het monster het meest zinvol lijkt voor monsters met een lage nitraat concentratie. Omdat chloride, nitraat en sulfaat in de huidige praktijk in een analysegang worden gemeten, wordt aanzuren voor dit trio komponenten niet aanbevolen. Het nadeel van niet-aanzuren, nl. dat er twijfel kan bestaan aan de betrouwbaarheid van de metingen in het lage concentratiebereik van nitraat, kan ondervangen worden door zo spoedig mogelijk na monsterneming te meten, en extra meting(en) met aangezuurd monstermateriaal uit de fles voor de DOC-bepaling uit te voeren. De beste manier om betrouwbare resultaten van de onderzochte komponenten te verkrijgen blijft (zoals nu al wordt gepraktizeerd) zo spoedig mogelijk na monsterneming meten, voornamelijk met het oog op eventuele effekten in de lage concentratiebereiken voor de komponenten, in het bijzonder voor nitraat.nl
dc.format.extent1390000 bytesen_US
dc.format.extent1467325 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isonlen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM Rapport 712601002en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/712601002.htmlen_US
dc.subject.otheranalysisen
dc.subject.othergroundwateren
dc.subject.othersample treatmenten
dc.subject.otherpreservationen
dc.subject.otherinorganic compoundsen
dc.subject.otherstorageen
dc.subject.otheranalysenl
dc.subject.othergrondwaternl
dc.subject.othermonsterbehandelingnl
dc.subject.otherconserverennl
dc.subject.otheranorganische verbindingennl
dc.subject.otheropslagnl
dc.titleHoudbaarheid en conservering van grondwatermonsters voor anorganische analysesen_US
dc.title.alternativeStorage life and preservation of groundwater samples for inorganic analysesen_US
dc.contributor.departmentLACen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.