Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2006

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/16495
Title:
Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2006
Authors:
MG van Veen; FDH Koedijk; IVF van der Broek; ELM Op de Coul; IM de Boer; AI van Sighem; MAB van der Sande
Other Titles:
Seksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland in 2006
Abstract:
The nationally covered low threshold STI centres offering STI care targeted at high risk groups, provide surveillance data to monitor national trends in STI, including HIV. In 2006, chlamydia remained the most commonly diagnosed bacterial STI in the Netherlands in the STI centres, in spite of stabilizing trends in MSM and heterosexual men. The majority of chlamydia diagnoses were made in young heterosexuals. The decreasing trend in diagnoses of gonorrhoea (in heterosexuals) and syphilis continued further in 2006. Both infections were most prevalent among MSM. Additionally, a new increase in LGV diagnoses was observed among MSM, indicating that continued awareness is needed. As of June 2007, a cumulative total of 13,086 HIV cases, under medical care, had been recorded in the Netherlands. In 2006, 871 new cases were recorded in the national HIV registry of the HMF. The proportion of MSM among HIV cases reporting for care increased again in 2006. Concurrent STI were often diagnosed among HIV positive MSM visiting STI centres. Continuing STI and HIV transmission in this high risk group warrants intensified and innovative interventions. As in previous years, specific ethnic minorities (for instance from Surinam, the Netherlands Antilles and Aruba) had higher positivity rates for genital chlamydial infection, gonorrhoea and syphilis (heterosexual men) than autochthonous Dutch, indicating the need for targeted intervention by risk profile. Furthermore, the majority of HIV infected heterosexuals entering in care, reported to have acquired their infection abroad. In 2006, the percentage of ciprofloxacin resistance in gonococci further increased up to 38% (among MSM 45 %). So far, resistance to cephalosporins, current recommended first line therapy, has not yet been recorded. Alertness remains indicated.; De landelijk dekkende soa-centra waar voor hoogrisicogroepen een laagdrempelige aanvullende curatieve soazorg wordt geboden, vormen de basis van de nationale soa surveillance. Ook in 2006 was chlamydia de meest gediagnosticeerde bacteriele soa in de soa-centra. Het percentage positieve testen bij heteroseksuele mannen en bij mannen die seks hebben met mannen (MSM),stabiliseerde in 2006. Chlamydia werd het meest gediagnosticeerd bij heteroseksuele jongeren. Het aantal gonorroe- en syfilisdiagnoses nam verder af in 2006. Beide infecties werden het meest gediagnosticeerd bij MSM. Daarnaast nam vanaf juli 2006 het aantal LGV-diagnoses onder MSM weer toe wat aangeeft dat continue alertheid hiervoor nodig blijkt. In juni 2007 waren in totaal 13.086 personen met hiv in Nederland geregistreerd. In 2006 zijn 871 nieuwe hiv-infecties gerapporteerd in de nationale hiv-registratie bij de Stichting HIV Monitoring. Het aandeel van MSM onder nieuw gerapporteerde hiv-infecties nam in 2006 verder toe. In de soa-centra werden soa vaak gediagnosticeerd bij hiv-positieve MSM. Zowel in preventie als interventie zijn innovatieve methoden nodig om de continue soa- en hiv-transmissie in deze hoogrisicogroep te verminderen. Ook onder bepaalde etnische groepen in Nederland (onder andere afkomstig uit Suriname, Nederlandse Antillen en Aruba) komt relatief vaker chlamydia, gonorroe en syfilis (alleen heteroseksuele mannen) voor dan onder autochtone Nederlanders, wat aangeeft dat preventie gericht op specifieke groepen essentieel is. De meerderheid van de heteroseksuelen met hiv rapporteerde de hiv-infectie te hebben opgelopen in het land van herkomst. Migratie blijft daarom een belangrijke risicofactor, ondanks een dalend aandeel in de nieuw gerapporteerde hiv-infecties. In 2006 nam het percentage ciprofloxacineresistente gonokokken verder toe tot 38% (onder MSM 45 %). Tot nu toe is er geen resistentie aangetoond tegen cefalosporines, de huidige eerste keus behandeling. Waakzaamheid blijft geboden.
Other Contributors:
soa-centra; Stichting HIV Monitoring
Affiliation:
EPI/Cib
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
26-Nov-2007
URI:
http://hdl.handle.net/10029/16495
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/210261003.html
Language:
en
Series/Report no.:
RIVM rapport 210261003
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorMG van Veenen_GB
dc.contributor.authorFDH Koedijken_GB
dc.contributor.authorIVF van der Broeken_GB
dc.contributor.authorELM Op de Coulen_GB
dc.contributor.authorIM de Boeren_GB
dc.contributor.authorAI van Sighemen_GB
dc.contributor.authorMAB van der Sandeen_GB
dc.contributor.othersoa-centraen_GB
dc.contributor.otherStichting HIV Monitoringen_GB
dc.date.accessioned2008-01-18T16:22:04Z-
dc.date.available2008-01-18T16:22:04Z-
dc.date.issued2007-11-26en_GB
dc.identifier210261003en_GB
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/16495-
dc.description.abstractThe nationally covered low threshold STI centres offering STI care targeted at high risk groups, provide surveillance data to monitor national trends in STI, including HIV. In 2006, chlamydia remained the most commonly diagnosed bacterial STI in the Netherlands in the STI centres, in spite of stabilizing trends in MSM and heterosexual men. The majority of chlamydia diagnoses were made in young heterosexuals. The decreasing trend in diagnoses of gonorrhoea (in heterosexuals) and syphilis continued further in 2006. Both infections were most prevalent among MSM. Additionally, a new increase in LGV diagnoses was observed among MSM, indicating that continued awareness is needed. As of June 2007, a cumulative total of 13,086 HIV cases, under medical care, had been recorded in the Netherlands. In 2006, 871 new cases were recorded in the national HIV registry of the HMF. The proportion of MSM among HIV cases reporting for care increased again in 2006. Concurrent STI were often diagnosed among HIV positive MSM visiting STI centres. Continuing STI and HIV transmission in this high risk group warrants intensified and innovative interventions. As in previous years, specific ethnic minorities (for instance from Surinam, the Netherlands Antilles and Aruba) had higher positivity rates for genital chlamydial infection, gonorrhoea and syphilis (heterosexual men) than autochthonous Dutch, indicating the need for targeted intervention by risk profile. Furthermore, the majority of HIV infected heterosexuals entering in care, reported to have acquired their infection abroad. In 2006, the percentage of ciprofloxacin resistance in gonococci further increased up to 38% (among MSM 45 %). So far, resistance to cephalosporins, current recommended first line therapy, has not yet been recorded. Alertness remains indicated.en
dc.description.abstractDe landelijk dekkende soa-centra waar voor hoogrisicogroepen een laagdrempelige aanvullende curatieve soazorg wordt geboden, vormen de basis van de nationale soa surveillance. Ook in 2006 was chlamydia de meest gediagnosticeerde bacteriele soa in de soa-centra. Het percentage positieve testen bij heteroseksuele mannen en bij mannen die seks hebben met mannen (MSM),stabiliseerde in 2006. Chlamydia werd het meest gediagnosticeerd bij heteroseksuele jongeren. Het aantal gonorroe- en syfilisdiagnoses nam verder af in 2006. Beide infecties werden het meest gediagnosticeerd bij MSM. Daarnaast nam vanaf juli 2006 het aantal LGV-diagnoses onder MSM weer toe wat aangeeft dat continue alertheid hiervoor nodig blijkt. In juni 2007 waren in totaal 13.086 personen met hiv in Nederland geregistreerd. In 2006 zijn 871 nieuwe hiv-infecties gerapporteerd in de nationale hiv-registratie bij de Stichting HIV Monitoring. Het aandeel van MSM onder nieuw gerapporteerde hiv-infecties nam in 2006 verder toe. In de soa-centra werden soa vaak gediagnosticeerd bij hiv-positieve MSM. Zowel in preventie als interventie zijn innovatieve methoden nodig om de continue soa- en hiv-transmissie in deze hoogrisicogroep te verminderen. Ook onder bepaalde etnische groepen in Nederland (onder andere afkomstig uit Suriname, Nederlandse Antillen en Aruba) komt relatief vaker chlamydia, gonorroe en syfilis (alleen heteroseksuele mannen) voor dan onder autochtone Nederlanders, wat aangeeft dat preventie gericht op specifieke groepen essentieel is. De meerderheid van de heteroseksuelen met hiv rapporteerde de hiv-infectie te hebben opgelopen in het land van herkomst. Migratie blijft daarom een belangrijke risicofactor, ondanks een dalend aandeel in de nieuw gerapporteerde hiv-infecties. In 2006 nam het percentage ciprofloxacineresistente gonokokken verder toe tot 38% (onder MSM 45 %). Tot nu toe is er geen resistentie aangetoond tegen cefalosporines, de huidige eerste keus behandeling. Waakzaamheid blijft geboden.nl
dc.format.extent2277000 bytesen_GB
dc.language.isoenen_GB
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_GB
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 210261003en_GB
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/210261003.htmlen_GB
dc.subject.otherhiv/aidsen
dc.subject.otherstien
dc.subject.othersurveillanceen
dc.subject.othertrendsen
dc.subject.otherthe netherlandsen
dc.subject.otherhiv/aidsnl
dc.titleSexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2006en_GB
dc.title.alternativeSeksueel overdraagbare aandoeningen in Nederland in 2006en_GB
dc.contributor.departmentEPI/Ciben_GB
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.