Inventarisatie en classificatie van maatregelzones bij kernongevallen

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/256780
Title:
Inventarisatie en classificatie van maatregelzones bij kernongevallen
Authors:
Bader S; Slaper H
Other Titles:
Inventory and classification of countermeasure zones in the case of a nuclear accident
Abstract:
Strengere richtlijnen voor maatregelen na kernongevallen hoeven vanwege veiligere kerncentrales niet te leiden tot veel grotere zones waarbinnen maatregelen moeten worden voorbereid. Dit blijkt uit onderzoek dat het RIVM heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VROM.<br>Wanneer bij een kernongeval specifieke dosiswaarden (de interventieniveaus) worden overschreden, roept de overheid maatregelen af zoals schuilen, evacuatie en jodiumprofylaxe. Dit gebeurt om de blootstelling van de bevolking aan radioactiviteit te beperken. Op basis van deze interventieniveaus en een maatramp kunnen de zones worden bepaald waar maatregelen nodig zijn.<br>Door de aanwezigheid van kerncentrales nabij de landsgrenzen zijn de gevolgen van kernongevallen meestal grensoverschrijdend. Mede daarom wil het ministerie van VROM de interventieniveaus aanpassen om betere overeenstemming te krijgen met de in Duitsland en Belgie gehanteerde niveaus.<br>Daarnaast zijn er, gelet op inzichten uit recente veiligheidsstudies, redenen om de maatramp, die stamt uit de jaren zeventig, te herzien. Beide wijzigingen zijn meegenomen in de systematiek voor de bepaling van maatregelzones. Uit een analyse volgt dat de aanpassingen elkaar grotendeels compenseren waardoor de grootte van de gebieden niet veel hoeft te veranderen.<br>De nieuw berekende maatregelzones zijn vervolgens in een classificatietabel verwerkt. Deze heeft twee functies: ten eerste kunnen overheden deze indeling gebruiken in rampenbestrijdingsplannen. Ten tweede kunnen hulpverlenende instanties bij kernongevallen op deze tabel teruggrijpen om snel de consequenties van het ongeval te kunnen communiceren.<br>

Stricter guidelines for intervention measures following a nuclear accident do not necessarily lead to much larger emergency planning zones. This is because safety standards of nuclear power plants have become more stringent as well. This is the conclusion drawn by the RIVM upon completion of a research project commissioned by the Ministry of Spatial Planning, Housing and the Environment of the Netherlands.<br>If, in the aftermath of a nuclear accident, pre-determined radiation dose values - the so called intervention levels - are exceeded, the Dutch government will trigger intervention measures such as sheltering, evacuation and iodine prophylaxis to limit the exposure of the population to radioactivity. The extent of the zones where interventions are imposed can be determined on the basis of intervention levels and a representative emergency scenario.<br>Because of the proximity of nuclear power plants to national borders, nuclear accidents tend to haveinternational consequences. A better correspondence between Dutch intervention levels and those of Germany and Belgium is one factor driving the wish of the Netherlands Ministry of Spatial Planning, Housing and the Environment to adjust Dutch intervention levels. In addition, recent safety studies suggest that the representative emergency scenario, which has been in use since the seventies to assess countermeasure zones, is outdated. Both of these factors have been considered in the calculation of countermeasure zones and found to largely compensate each other. This result implies that the extent of the zones can remain largely unchanged.<br>Finally, a classification table has been constructed based on the newly calculated countermeasure zones. The classification serves two purposes. Firstly, local government authorities may use it in their emergency response plans. Secondly, in the case of a nuclear accident, emergency relief personnel can utilize this table to swiftly communicate the consequences of the accident.<br>
Affiliation:
LSO
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
14-Aug-2008
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/610790003.html; http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/610790003.pdf
Type:
Onderzoeksrapport
Language:
nl
Series/Report no.:
RIVM rapport 610790003
Sponsors:
VROM
Appears in Collections:
RIVM official reports

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorBader S-
dc.contributor.authorSlaper H-
dc.date.accessioned2013-11-21T11:27:20-
dc.date.issued2008-08-14-
dc.identifier610790003-
dc.description.abstractStrengere richtlijnen voor maatregelen na kernongevallen hoeven vanwege veiligere kerncentrales niet te leiden tot veel grotere zones waarbinnen maatregelen moeten worden voorbereid. Dit blijkt uit onderzoek dat het RIVM heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VROM.<br>Wanneer bij een kernongeval specifieke dosiswaarden (de interventieniveaus) worden overschreden, roept de overheid maatregelen af zoals schuilen, evacuatie en jodiumprofylaxe. Dit gebeurt om de blootstelling van de bevolking aan radioactiviteit te beperken. Op basis van deze interventieniveaus en een maatramp kunnen de zones worden bepaald waar maatregelen nodig zijn.<br>Door de aanwezigheid van kerncentrales nabij de landsgrenzen zijn de gevolgen van kernongevallen meestal grensoverschrijdend. Mede daarom wil het ministerie van VROM de interventieniveaus aanpassen om betere overeenstemming te krijgen met de in Duitsland en Belgie gehanteerde niveaus.<br>Daarnaast zijn er, gelet op inzichten uit recente veiligheidsstudies, redenen om de maatramp, die stamt uit de jaren zeventig, te herzien. Beide wijzigingen zijn meegenomen in de systematiek voor de bepaling van maatregelzones. Uit een analyse volgt dat de aanpassingen elkaar grotendeels compenseren waardoor de grootte van de gebieden niet veel hoeft te veranderen.<br>De nieuw berekende maatregelzones zijn vervolgens in een classificatietabel verwerkt. Deze heeft twee functies: ten eerste kunnen overheden deze indeling gebruiken in rampenbestrijdingsplannen. Ten tweede kunnen hulpverlenende instanties bij kernongevallen op deze tabel teruggrijpen om snel de consequenties van het ongeval te kunnen communiceren.<br>nl
dc.description.abstractStricter guidelines for intervention measures following a nuclear accident do not necessarily lead to much larger emergency planning zones. This is because safety standards of nuclear power plants have become more stringent as well. This is the conclusion drawn by the RIVM upon completion of a research project commissioned by the Ministry of Spatial Planning, Housing and the Environment of the Netherlands.<br>If, in the aftermath of a nuclear accident, pre-determined radiation dose values - the so called intervention levels - are exceeded, the Dutch government will trigger intervention measures such as sheltering, evacuation and iodine prophylaxis to limit the exposure of the population to radioactivity. The extent of the zones where interventions are imposed can be determined on the basis of intervention levels and a representative emergency scenario.<br>Because of the proximity of nuclear power plants to national borders, nuclear accidents tend to haveinternational consequences. A better correspondence between Dutch intervention levels and those of Germany and Belgium is one factor driving the wish of the Netherlands Ministry of Spatial Planning, Housing and the Environment to adjust Dutch intervention levels. In addition, recent safety studies suggest that the representative emergency scenario, which has been in use since the seventies to assess countermeasure zones, is outdated. Both of these factors have been considered in the calculation of countermeasure zones and found to largely compensate each other. This result implies that the extent of the zones can remain largely unchanged.<br>Finally, a classification table has been constructed based on the newly calculated countermeasure zones. The classification serves two purposes. Firstly, local government authorities may use it in their emergency response plans. Secondly, in the case of a nuclear accident, emergency relief personnel can utilize this table to swiftly communicate the consequences of the accident.<br>en
dc.description.sponsorshipVROM-
dc.formatapplication/pdf-
dc.format.extent27 p-
dc.format.extent1722 kb-
dc.language.isonl-
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM-
dc.relation.ispartofRIVM rapport 610790003-
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 610790003-
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/610790003.html-
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/610790003.pdf-
dc.subjectSTRALINGnl
dc.subjectkernongevallennl
dc.subjectmaatregelennl
dc.subjectjodiumprofylaxenl
dc.subjectkerncentralesnl
dc.subjectinterventieniveausnl
dc.subjectnuclear accidentsen
dc.subjectinterventionsen
dc.subjectiodine prophylaxisen
dc.subjectnuclear power plantsen
dc.subjectemergency reliefen
dc.subjectemergency planningen
dc.titleInventarisatie en classificatie van maatregelzones bij kernongevallennl
dc.title.alternativeInventory and classification of countermeasure zones in the case of a nuclear accidenten
dc.typeOnderzoeksrapport-
dc.contributor.departmentLSO-
dc.date.updated2013-11-21T10:27:21Z-
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.