Antigenic and molecular surveillance of influenza virus in the period 1993-1994

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/256924
Title:
Antigenic and molecular surveillance of influenza virus in the period 1993-1994
Authors:
Jong JC de; Verweij C; Bestebroer TM; Bijlsma K; Kleijne JAFW; Claas ECJ; Osterhaus ADME; Bartelds AIM; Loon AM van
Other Titles:
Antigene en moleculaire surveillance van influenzavirus in de periode 1993-1994
Abstract:
Het influenzavirus ondergaat frequente antigene veranderingen die jaarlijkse aanpassing van het influenzavaccin noodzakelijk maken. Voor dit doel coordineert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een mondiaal netwerk van virologische laboratoria. In dit kader vormen de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en het RIVM tezamen het Nationaal Influenza Centrum (NIC) voor Nederland. De EUR verzamelt recente influenzavirustammen uit de Nederlandse diagnostische laboratoria, analyseert deze met serologische en moleculaire technieken, vergelijkt deze met referentiestammen en met de door de WHO voorgestelde vaccinstammen en zendt de stammen naar de WHO. Het RIVM voert in samenwerking met NIVEL een surveillance van respiratoire virusinfecties uit. De hieronder geisoleerde influenza-virusstammen worden eveneens onderzocht met serologische en moleculaire technieken en naar de WHO verzonden. Bovendien verzamelt en analyseert het RIVM influenzavirusstammen uit het buitenland en vergelijkt deze met de Nederlandse stammen. In de seizoenen 1993 (zuidelijk halfrond en de tropische landen) en 1993/94 (gematigde streken van het noordelijk halfrond) werden door het RIVM 207 influenzavirusstammen geanalyseeerd uit respectievelijk Singapore, Australie, Nieuw Zeeland, Hong Kong, Zuid-Afrika, Zweden, Noorwegen, Engeland, Frankrijk, Spanje en Nederland. Het betrof in 195 gevallen het subtype A(H3N2) en in 12 gevallen het type B. De H3N2-virusstammen behoorden alle tot de nieuwe groep varianten, waarvoor het A/Beijing/32/92-virus de referentiestam is. Deze groep circuleerde ook al op kleine schaal in de eerste helft van 1993 met ongeveer dezelfde antigene eigenschappen. De in 1993/94 in Nederland geisoleerde virusstammen waren serologisch gelijk aan die uit het buitenland. Ze konden in drie varianten worden onderverdeeld. De hoofdvariant maakte 95% van het totale stammen uit. Deze variant verschilde sterk van de hoofdvariant van de epidemie van 1991/92 en ontmoette, omdat de H3N2-epidemie van 1992/93 beperkt van omvang was geweest, slechts betrekkelijk weinig specifieke weerstand onder de bevolking. Dit droeg waarschijnlijk bij tot de hoge extra mortaliteit van circa 6200 gevallen die het Centraal Bureau voor de Statistiek voor Nederland in de laatste maanden van 1993 registreerde. Een andere factor hierbij zal zijn geweest dat de antigeenstructuur van het vaccinvirus A/Beijing/32/92 enige mate afweek van de bovengenoemde in Nederland en elders in 1993 en 1994 circulerende hoofdvariant van het H3N2-virus. Vermoedelijk heeft het vaccin daardoor in het seizoen 1993/94 geen optimale bescherming tegen influenza geboden.

In order to formulate recommendations for the annual review of the influenza vaccine composition, the World Health Organization (WHO) coordinates a global network of virological laboratories. In this framework, the Erasmus University of Rotterdam (EUR) and RIVM together form the National Influenza Centre (NIC) of the Netherlands. EUR collects recent influenza virus strains isolated in the Dutch diagnostic laboratories, analyses them by serological and molecular methods, compares them with reference strains and with the vaccine strains proposed by WHO, and sends them to WHO. RIVM isolates influenza viruses in the NIVEL/RIVM surveillance of respiratory virus infections, sends them to WHO, and collects recent influenza virus strains from abroad. At RIVM, the foreign strains are examined with serological and molecular methods and compared with the Dutch virus strains. Of the seasons 1993 (southern hemisphere and tropical countries) and 1993/94 (temperate areas of the northern hemisphere), the influenza epidemics were almost exclusively caused by subtype A(H3N2). Of this period, 207 influenza virus strains originating from Singapore, Australia, New Zealand, Hong Kong, South Africa, Sweden, Norway, United Kingdom, France, Spain, and the Netherlands were analyzed. Of this collection, 195 strains belonged to subtype A(H3N2) and 12 to type B. All the H3N2 virus strains were related to the vaccine strain n/Beijing/32/92. This lineage of strains dates back to the sporadically circulating H3N2 virus strains of 1990. In this report a detailed picture is presented of the antigenic and molecular evolution of this lineage and of another, now (perhaps temporarily) extinct lineage. In 1993/94, we could distinguish three antigenic variants of A/Beijing/32/92-like H3N2 viruses. The main variant comprised 95% of the total number of tested strains. Haemagglutination inhibition (HI) tests indicated that this variant differed widely from the main variant of the previous large epidemic of H3N2 virus (1991/92), implying that the existing group immunity to this variant was very low in the human population. This may have contributed to the high excess mortality of 6200 cases registered during the influenza epidemic of 1993/94. The main variant was related to the 1993/94 vaccine strain A/Beijing/32/92. Still, the differences observed in HI assays suggest that the vaccine induced a less - than - optimal protection against influenza during the last season. With regard to influenza B virus, no significant antigenic changes could be detected when comparing the 1993/94 strains with the strains of 1990/91 and 1992/93.
Affiliation:
VIR; EUR; NIVEL
Issue Date:
31-Oct-1994
URI:
http://hdl.handle.net/10029/256924
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/118114003.html
Type:
Onderzoeksrapport
Language:
en
Sponsors:
GHI
Appears in Collections:
RIVM official reports

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorJong JC de-
dc.contributor.authorVerweij C-
dc.contributor.authorBestebroer TM-
dc.contributor.authorBijlsma K-
dc.contributor.authorKleijne JAFW-
dc.contributor.authorClaas ECJ-
dc.contributor.authorOsterhaus ADME-
dc.contributor.authorBartelds AIM-
dc.contributor.authorLoon AM van-
dc.date.accessioned2012-12-12T14:49:50Z-
dc.date.available2012-12-12T14:49:50Z-
dc.date.issued1994-10-31-
dc.identifier118114003-
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/256924-
dc.description.abstractHet influenzavirus ondergaat frequente antigene veranderingen die jaarlijkse aanpassing van het influenzavaccin noodzakelijk maken. Voor dit doel coordineert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een mondiaal netwerk van virologische laboratoria. In dit kader vormen de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en het RIVM tezamen het Nationaal Influenza Centrum (NIC) voor Nederland. De EUR verzamelt recente influenzavirustammen uit de Nederlandse diagnostische laboratoria, analyseert deze met serologische en moleculaire technieken, vergelijkt deze met referentiestammen en met de door de WHO voorgestelde vaccinstammen en zendt de stammen naar de WHO. Het RIVM voert in samenwerking met NIVEL een surveillance van respiratoire virusinfecties uit. De hieronder geisoleerde influenza-virusstammen worden eveneens onderzocht met serologische en moleculaire technieken en naar de WHO verzonden. Bovendien verzamelt en analyseert het RIVM influenzavirusstammen uit het buitenland en vergelijkt deze met de Nederlandse stammen. In de seizoenen 1993 (zuidelijk halfrond en de tropische landen) en 1993/94 (gematigde streken van het noordelijk halfrond) werden door het RIVM 207 influenzavirusstammen geanalyseeerd uit respectievelijk Singapore, Australie, Nieuw Zeeland, Hong Kong, Zuid-Afrika, Zweden, Noorwegen, Engeland, Frankrijk, Spanje en Nederland. Het betrof in 195 gevallen het subtype A(H3N2) en in 12 gevallen het type B. De H3N2-virusstammen behoorden alle tot de nieuwe groep varianten, waarvoor het A/Beijing/32/92-virus de referentiestam is. Deze groep circuleerde ook al op kleine schaal in de eerste helft van 1993 met ongeveer dezelfde antigene eigenschappen. De in 1993/94 in Nederland geisoleerde virusstammen waren serologisch gelijk aan die uit het buitenland. Ze konden in drie varianten worden onderverdeeld. De hoofdvariant maakte 95% van het totale stammen uit. Deze variant verschilde sterk van de hoofdvariant van de epidemie van 1991/92 en ontmoette, omdat de H3N2-epidemie van 1992/93 beperkt van omvang was geweest, slechts betrekkelijk weinig specifieke weerstand onder de bevolking. Dit droeg waarschijnlijk bij tot de hoge extra mortaliteit van circa 6200 gevallen die het Centraal Bureau voor de Statistiek voor Nederland in de laatste maanden van 1993 registreerde. Een andere factor hierbij zal zijn geweest dat de antigeenstructuur van het vaccinvirus A/Beijing/32/92 enige mate afweek van de bovengenoemde in Nederland en elders in 1993 en 1994 circulerende hoofdvariant van het H3N2-virus. Vermoedelijk heeft het vaccin daardoor in het seizoen 1993/94 geen optimale bescherming tegen influenza geboden.nl
dc.description.abstractIn order to formulate recommendations for the annual review of the influenza vaccine composition, the World Health Organization (WHO) coordinates a global network of virological laboratories. In this framework, the Erasmus University of Rotterdam (EUR) and RIVM together form the National Influenza Centre (NIC) of the Netherlands. EUR collects recent influenza virus strains isolated in the Dutch diagnostic laboratories, analyses them by serological and molecular methods, compares them with reference strains and with the vaccine strains proposed by WHO, and sends them to WHO. RIVM isolates influenza viruses in the NIVEL/RIVM surveillance of respiratory virus infections, sends them to WHO, and collects recent influenza virus strains from abroad. At RIVM, the foreign strains are examined with serological and molecular methods and compared with the Dutch virus strains. Of the seasons 1993 (southern hemisphere and tropical countries) and 1993/94 (temperate areas of the northern hemisphere), the influenza epidemics were almost exclusively caused by subtype A(H3N2). Of this period, 207 influenza virus strains originating from Singapore, Australia, New Zealand, Hong Kong, South Africa, Sweden, Norway, United Kingdom, France, Spain, and the Netherlands were analyzed. Of this collection, 195 strains belonged to subtype A(H3N2) and 12 to type B. All the H3N2 virus strains were related to the vaccine strain n/Beijing/32/92. This lineage of strains dates back to the sporadically circulating H3N2 virus strains of 1990. In this report a detailed picture is presented of the antigenic and molecular evolution of this lineage and of another, now (perhaps temporarily) extinct lineage. In 1993/94, we could distinguish three antigenic variants of A/Beijing/32/92-like H3N2 viruses. The main variant comprised 95% of the total number of tested strains. Haemagglutination inhibition (HI) tests indicated that this variant differed widely from the main variant of the previous large epidemic of H3N2 virus (1991/92), implying that the existing group immunity to this variant was very low in the human population. This may have contributed to the high excess mortality of 6200 cases registered during the influenza epidemic of 1993/94. The main variant was related to the 1993/94 vaccine strain A/Beijing/32/92. Still, the differences observed in HI assays suggest that the vaccine induced a less - than - optimal protection against influenza during the last season. With regard to influenza B virus, no significant antigenic changes could be detected when comparing the 1993/94 strains with the strains of 1990/91 and 1992/93.en
dc.description.sponsorshipGHI-
dc.format.extent37 p-
dc.language.isoen-
dc.relation.ispartofRIVM Rapport 118114003-
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/118114003.html-
dc.subject01nl
dc.subjectinfluenza virussennl
dc.subjectsurveillancenl
dc.subjectantigenennl
dc.subjectorthomyxoviridaeen
dc.subjectsurveillanceen
dc.subjectantigensen
dc.subjectantigenic changesen
dc.subjectnucleotide sequence analysisen
dc.titleAntigenic and molecular surveillance of influenza virus in the period 1993-1994en
dc.title.alternativeAntigene en moleculaire surveillance van influenzavirus in de periode 1993-1994nl
dc.typeOnderzoeksrapport-
dc.contributor.departmentVIR-
dc.contributor.departmentEUR-
dc.contributor.departmentNIVEL-
dc.date.updated2012-12-12T14:49:51Z-
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.