Alternative methods in reproductive toxicity testing: state of the art

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/257421
Title:
Alternative methods in reproductive toxicity testing: state of the art
Authors:
Luijten M; de Vries A; Opperhuizen A; Piersma AH
Other Titles:
Alternatieve testmethoden voor toxiciteit op reproductie: stand van zaken
Abstract:
Dit rapport geeft een overzicht van de in vitro testmethoden die de afgelopen decennia voor reproductie toxiciteit onderzoek zijn ontwikkeld. Het validatieproces van deze alternatieven voor dierproeven wordt hier eveneens beschreven. Daarnaast geeft het rapport aan wat de knelpunten zijn om deze methoden in internationale testrichtlijnen te kunnen invoeren. Inmiddels zijn voor embryotoxiciteit een aantal testen gevalideerd, die in de toekomst na verdere optimalisatie toegepast kunnen worden. Daarnaast kunnen individuele in vitro testen mogelijk ingezet worden bij het screenen van stoffen. Dit kan leiden tot een aanzienlijke vermindering van het proefdiergebruik voor reproductie toxiciteitstesten. Hoewel verscheidene alternatieven voor dierproeven voor reproductie toxiciteitstesten voorhanden zijn, blijken veel van deze methoden nog onvoldoende ontwikkeld en niet gevalideerd te zijn. De huidige testrichtlijnen voor reproductie toxiciteit vergen een groot aantal proefdieren. De vereiste aantallen varieren van 560 - 6,000 proefdieren per chemische stof, afhankelijk van de hoeveelheid waarin de stof wordt geproduceerd of geimporteerd. Bovendien dreigt het gebruik van proefdieren sterk toe te nemen vanwege de invoering van REACH, de nieuwe Europese wetgeving voor registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen. Binnen REACH zullen naar verwachting miljoenen dieren gebruikt worden om 30.000 bestaande stoffen alsnog te registreren. In vitro testmethoden op het gebied van reproductie toxiciteit zijn sterk in ontwikkeling. Ze bevinden zich momenteel veelal in het stadium van validatie, waardoor ze nog niet inzetbaar zijn. Reproductie is een complex samenspel van zeer verschillende processen. Om het effect van chemische stoffen hierop te kunnen toetsen is een reeks van in vitro modellen nodig, die vervolgens samengevoegd worden in een teststrategie.<br>

This report overviews the currently existing in vitro models for reproductive toxicity and describes their potential use in reproductive toxicity testing, as well as the modular approach of validating these alternative test systems. Here, it is also indicated why these tests have not been implemented yet in any of the guidelines. A limited number of alternative tests for embryotoxicity, which can be applied after optimisation, has been validated. Although none of the in vitro methods represents a replacement for current animal tests, these methods can function as a pre-screen in a tiered approach. In this way, the industry can set priorities for in vivo testing and thus reduce animal use in reproductive toxicology. Development of in vitro methods for reproductive toxicity testing is essential, since testing according to the present guidelines requires a high number of test animals. The numbers of test animals needed range from 560 - 6,000 animals per chemical, dependent on the production volume. Moreover, increased animal use is envisaged as a result of the implementation of REACH, the new European legislation for manufacturers and users of chemicals. REACH requires toxicological information to be submitted for about 30,000 existing chemicals, which will require millions of test animals. Many alternative test methods have already been developed for reproductive toxicity testing, and several of them are in a (pre-)validation process. However, none of these methods offers enough reliability to replace in vivo assays currently used. Testing toxic effects on the reproductive cycle is complex, since reproduction is characterised by many different processes and sensitive periods. Due to its complexity, the whole cycle cannot be modelled in one in vitro system. Parts of the system need to be studied individually and then integrated into testing strategies.<br>
Affiliation:
GBO
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
8-Jan-2008
URI:
http://hdl.handle.net/10029/257421
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/340720002.html; http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/340720002.pdf
Type:
Onderzoeksrapport
Language:
en
Series/Report no.:
RIVM rapport 340720002
Sponsors:
VWS
Appears in Collections:
RIVM official reports

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorLuijten M-
dc.contributor.authorde Vries A-
dc.contributor.authorOpperhuizen A-
dc.contributor.authorPiersma AH-
dc.date.accessioned2012-12-12T15:34:55Z-
dc.date.available2012-12-12T15:34:55Z-
dc.date.issued2008-01-08-
dc.identifier340720002-
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/257421-
dc.description.abstractDit rapport geeft een overzicht van de in vitro testmethoden die de afgelopen decennia voor reproductie toxiciteit onderzoek zijn ontwikkeld. Het validatieproces van deze alternatieven voor dierproeven wordt hier eveneens beschreven. Daarnaast geeft het rapport aan wat de knelpunten zijn om deze methoden in internationale testrichtlijnen te kunnen invoeren. Inmiddels zijn voor embryotoxiciteit een aantal testen gevalideerd, die in de toekomst na verdere optimalisatie toegepast kunnen worden. Daarnaast kunnen individuele in vitro testen mogelijk ingezet worden bij het screenen van stoffen. Dit kan leiden tot een aanzienlijke vermindering van het proefdiergebruik voor reproductie toxiciteitstesten. Hoewel verscheidene alternatieven voor dierproeven voor reproductie toxiciteitstesten voorhanden zijn, blijken veel van deze methoden nog onvoldoende ontwikkeld en niet gevalideerd te zijn. De huidige testrichtlijnen voor reproductie toxiciteit vergen een groot aantal proefdieren. De vereiste aantallen varieren van 560 - 6,000 proefdieren per chemische stof, afhankelijk van de hoeveelheid waarin de stof wordt geproduceerd of geimporteerd. Bovendien dreigt het gebruik van proefdieren sterk toe te nemen vanwege de invoering van REACH, de nieuwe Europese wetgeving voor registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen. Binnen REACH zullen naar verwachting miljoenen dieren gebruikt worden om 30.000 bestaande stoffen alsnog te registreren. In vitro testmethoden op het gebied van reproductie toxiciteit zijn sterk in ontwikkeling. Ze bevinden zich momenteel veelal in het stadium van validatie, waardoor ze nog niet inzetbaar zijn. Reproductie is een complex samenspel van zeer verschillende processen. Om het effect van chemische stoffen hierop te kunnen toetsen is een reeks van in vitro modellen nodig, die vervolgens samengevoegd worden in een teststrategie.<br>nl
dc.description.abstractThis report overviews the currently existing in vitro models for reproductive toxicity and describes their potential use in reproductive toxicity testing, as well as the modular approach of validating these alternative test systems. Here, it is also indicated why these tests have not been implemented yet in any of the guidelines. A limited number of alternative tests for embryotoxicity, which can be applied after optimisation, has been validated. Although none of the in vitro methods represents a replacement for current animal tests, these methods can function as a pre-screen in a tiered approach. In this way, the industry can set priorities for in vivo testing and thus reduce animal use in reproductive toxicology. Development of in vitro methods for reproductive toxicity testing is essential, since testing according to the present guidelines requires a high number of test animals. The numbers of test animals needed range from 560 - 6,000 animals per chemical, dependent on the production volume. Moreover, increased animal use is envisaged as a result of the implementation of REACH, the new European legislation for manufacturers and users of chemicals. REACH requires toxicological information to be submitted for about 30,000 existing chemicals, which will require millions of test animals. Many alternative test methods have already been developed for reproductive toxicity testing, and several of them are in a (pre-)validation process. However, none of these methods offers enough reliability to replace in vivo assays currently used. Testing toxic effects on the reproductive cycle is complex, since reproduction is characterised by many different processes and sensitive periods. Due to its complexity, the whole cycle cannot be modelled in one in vitro system. Parts of the system need to be studied individually and then integrated into testing strategies.<br>en
dc.description.sponsorshipVWS-
dc.formatapplication/pdf-
dc.format.extent38 p-
dc.format.extent189 kb-
dc.language.isoen-
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM-
dc.relation.ispartofRIVM report 340720002-
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 340720002-
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/340720002.html-
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/340720002.pdf-
dc.subjectTOXICOLOGIEnl
dc.subjectreproductietoxiciteitnl
dc.subjectalternatieven voor dierproevennl
dc.subjectin vitro testmethodenl
dc.subjectvalidatienl
dc.subjectembryotoxiciteitnl
dc.subjectreproductive toxicityen
dc.subjectalternatives to animal testingen
dc.subjectin vitro methoden
dc.subjectvalidationen
dc.subjectembryotoxicityen
dc.titleAlternative methods in reproductive toxicity testing: state of the arten
dc.title.alternativeAlternatieve testmethoden voor toxiciteit op reproductie: stand van zakennl
dc.typeOnderzoeksrapport-
dc.contributor.departmentGBO-
dc.date.updated2012-12-12T15:34:55Z-
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.