Agricultural practices and water quality on farms registered for derogation in 2015

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/620892
Title:
Agricultural practices and water quality on farms registered for derogation in 2015
Authors:
Hooijboer AEJ; de Koeijer TJ; Prins H; Vrijhoef A; Daatselaar CHG
Other Titles:
Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2015
Abstract:
Dutch manure policy tries to limit the harmful environmental impact of agriculture. This is in line with international agreements on fertilizer use. The European Nitrates Directive prescribes Member States to limit the use of animal manure to 170 kg nitrogen per hectare. Farms with at least 80 percent of grassland may, under certain conditions, use more manure from grazing animals such as cows and sheep (derogation). Over the last 10 years, nitrate leaching from the manure to the upper groundwater has decreased or remained the same for these farms. By 2015, on average, the concentration is in all regions below the EU standard of 50 milligrams of nitrate per liter. <br> <br>This is according to the annual report by RIVM and Wageningen Economic Research. They follow agricultural practices and the effects on water quality at 300 derogation farms and report their results to the EU annually. This report describes the situation in 2015 and the development between 2006 and 2016 (trend). <br> <br>Management.<br>The permissible amount of nitrogen from grazing manure is, depending on the soil and region, 250 kilograms per hectare (in the Clay region. Peat region and northern part of the Sand region) or 230 kg/ha (in the Loess region and the rest of the Sand region). On average, derogation companies have used 238 kilograms of nitrogen from animal manure per hectare in 2015. The amount of nitrogen that can leached as nitrate to groundwater is determined, among others, by the so-called nitrogen soil surplus. This is the difference between the input of nitrogen (such as fertilizers) and their output (including through grass and maize). The average nitrogen surplus over the regions has decreased over the period considered. <br> <br>Groundwater quality.<br>By 2015, the average nitrate concentration in the groundwater in Sand 250 was 26 milligrams per liter (mg/l). The highest concentration is measured in the Loess region (42 mg/l) and in Sand 230 (45 mg/l). On the average, farms in the Clay region and the Peat region had lower nitrate concentrations in leaching water (22 and 13 mg/l respectively). The difference between the regions can be explained by the proportion of soils prone to nitrate leaching. Especially in Sand 230 and in the Loess region there are grounds for which nitrate is reduced in a lesser extent, and therefore can leach more to groundwater.

Het Nederlandse mestbeleid probeert de schadelijke milieueffecten van de landbouw te beperken. Dit sluit aan bij internationale afspraken over het mestgebruik, die onder meer zijn vastgelegd in de Europese Nitraatrichtlijn. Die schrijft lidstaten voor om het gebruik van dierlijke mest te beperken tot 170 kg stikstof per hectare. Bedrijven met ten minste 80 procent grasland mogen onder bepaalde voorwaarden meer mest gebruiken, afkomstig van graasdieren zoals koeien en schapen (derogatie). Op deze bedrijven is in de periode 2006 tot en met 2016 de uitspoeling van nitraat uit de mest naar het grondwater gedaald of gelijk gebleven. In 2015 ligt op derogatiebedrijven de concentratie gemiddeld in alle regio's onder de EU-norm van 50 milligram nitraat per liter. <br> <br>Dit blijkt uit de jaarlijkse rapportage van het RIVM en Wageningen Economic Research. Zij volgen op 300 derogatiebedrijven de bedrijfsvoering en de effecten op de waterkwaliteit en zij rapporteren de resultaten hiervan jaarlijks aan de EU. In deze rapportage is de situatie in 2015 beschreven en de ontwikkeling tussen 2006 en 2016 (trend). <br> <br>Bedrijfsvoering.<br>De toegestane hoeveelheid stikstof uit graasdiermest is, afhankelijk van de bodemsoort en regio, 250 kilogram per hectare (in de Kleiregio, Veenregio en het noordelijke deel van de Zandregio) of 230 kg/ha (in de Lössregio en het overige deel van de Zandregio). Gemiddeld hebben derogatiebedrijven in 2015 238 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruikt. De hoeveelheid stikstof die als nitraat kan uitspoelen naar het grondwater wordt onder andere bepaald door het zogenoemde stikstofbodemoverschot. Dit is het verschil tussen de aanvoer van stikstof (zoals meststoffen) en de afvoer ervan (waaronder via gras en maïs). Het stikstofbodemoverschot is gemiddeld over de regio's tijdens de onderzochte periode gedaald met 16%. <br> <br>Grondwaterkwaliteit.<br>In 2015 was de gemiddelde nitraatconcentratie in het grondwater 26 milligram per liter (mg/l) in Zand 250. De hoogste concentratie wordt gemeten in de Lössregio (42 mg/l) en in Zand 230 (45 mg/l). Bedrijven in de Kleiregio en de Veenregio hadden gemiddeld een lagere nitraatconcentratie (respectievelijk 22 en 13 mg/l). Het verschil tussen de regio's kan verklaard worden door het aandeel uitspoelingsgevoelige gronden. Vooral in Zand 230 en in de Lössregio komen gronden voor waar nitraat in mindere mate in de bodem wordt afgebroken en daardoor meer kan uitspoelen naar het grondwater.
Affiliation:
LGW
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
7-Jul-2017
URI:
http://hdl.handle.net/10029/620892
DOI:
10.21945/RIVM-2017-0039
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2017-0039.pdf
Type:
Onderzoeksrappport
Language:
en
Series/Report no.:
RIVM report 2017-0039
Sponsors:
Ministerie van Economische Zaken
Appears in Collections:
RIVM official reports

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorHooijboer AEJnl
dc.contributor.authorde Koeijer TJnl
dc.contributor.authorPrins Hnl
dc.contributor.authorVrijhoef Anl
dc.contributor.authorDaatselaar CHGnl
dc.date.accessioned2017-07-10T07:43:13Z-
dc.date.available2017-07-10T07:43:13Z-
dc.date.issued2017-07-07-
dc.identifier.doi10.21945/RIVM-2017-0039-
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/620892-
dc.description.abstractDutch manure policy tries to limit the harmful environmental impact of agriculture. This is in line with international agreements on fertilizer use. The European Nitrates Directive prescribes Member States to limit the use of animal manure to 170 kg nitrogen per hectare. Farms with at least 80 percent of grassland may, under certain conditions, use more manure from grazing animals such as cows and sheep (derogation). Over the last 10 years, nitrate leaching from the manure to the upper groundwater has decreased or remained the same for these farms. By 2015, on average, the concentration is in all regions below the EU standard of 50 milligrams of nitrate per liter. <br> <br>This is according to the annual report by RIVM and Wageningen Economic Research. They follow agricultural practices and the effects on water quality at 300 derogation farms and report their results to the EU annually. This report describes the situation in 2015 and the development between 2006 and 2016 (trend). <br> <br>Management.<br>The permissible amount of nitrogen from grazing manure is, depending on the soil and region, 250 kilograms per hectare (in the Clay region. Peat region and northern part of the Sand region) or 230 kg/ha (in the Loess region and the rest of the Sand region). On average, derogation companies have used 238 kilograms of nitrogen from animal manure per hectare in 2015. The amount of nitrogen that can leached as nitrate to groundwater is determined, among others, by the so-called nitrogen soil surplus. This is the difference between the input of nitrogen (such as fertilizers) and their output (including through grass and maize). The average nitrogen surplus over the regions has decreased over the period considered. <br> <br>Groundwater quality.<br>By 2015, the average nitrate concentration in the groundwater in Sand 250 was 26 milligrams per liter (mg/l). The highest concentration is measured in the Loess region (42 mg/l) and in Sand 230 (45 mg/l). On the average, farms in the Clay region and the Peat region had lower nitrate concentrations in leaching water (22 and 13 mg/l respectively). The difference between the regions can be explained by the proportion of soils prone to nitrate leaching. Especially in Sand 230 and in the Loess region there are grounds for which nitrate is reduced in a lesser extent, and therefore can leach more to groundwater.en
dc.description.abstractHet Nederlandse mestbeleid probeert de schadelijke milieueffecten van de landbouw te beperken. Dit sluit aan bij internationale afspraken over het mestgebruik, die onder meer zijn vastgelegd in de Europese Nitraatrichtlijn. Die schrijft lidstaten voor om het gebruik van dierlijke mest te beperken tot 170 kg stikstof per hectare. Bedrijven met ten minste 80 procent grasland mogen onder bepaalde voorwaarden meer mest gebruiken, afkomstig van graasdieren zoals koeien en schapen (derogatie). Op deze bedrijven is in de periode 2006 tot en met 2016 de uitspoeling van nitraat uit de mest naar het grondwater gedaald of gelijk gebleven. In 2015 ligt op derogatiebedrijven de concentratie gemiddeld in alle regio's onder de EU-norm van 50 milligram nitraat per liter. <br> <br>Dit blijkt uit de jaarlijkse rapportage van het RIVM en Wageningen Economic Research. Zij volgen op 300 derogatiebedrijven de bedrijfsvoering en de effecten op de waterkwaliteit en zij rapporteren de resultaten hiervan jaarlijks aan de EU. In deze rapportage is de situatie in 2015 beschreven en de ontwikkeling tussen 2006 en 2016 (trend). <br> <br>Bedrijfsvoering.<br>De toegestane hoeveelheid stikstof uit graasdiermest is, afhankelijk van de bodemsoort en regio, 250 kilogram per hectare (in de Kleiregio, Veenregio en het noordelijke deel van de Zandregio) of 230 kg/ha (in de Lössregio en het overige deel van de Zandregio). Gemiddeld hebben derogatiebedrijven in 2015 238 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare gebruikt. De hoeveelheid stikstof die als nitraat kan uitspoelen naar het grondwater wordt onder andere bepaald door het zogenoemde stikstofbodemoverschot. Dit is het verschil tussen de aanvoer van stikstof (zoals meststoffen) en de afvoer ervan (waaronder via gras en maïs). Het stikstofbodemoverschot is gemiddeld over de regio's tijdens de onderzochte periode gedaald met 16%. <br> <br>Grondwaterkwaliteit.<br>In 2015 was de gemiddelde nitraatconcentratie in het grondwater 26 milligram per liter (mg/l) in Zand 250. De hoogste concentratie wordt gemeten in de Lössregio (42 mg/l) en in Zand 230 (45 mg/l). Bedrijven in de Kleiregio en de Veenregio hadden gemiddeld een lagere nitraatconcentratie (respectievelijk 22 en 13 mg/l). Het verschil tussen de regio's kan verklaard worden door het aandeel uitspoelingsgevoelige gronden. Vooral in Zand 230 en in de Lössregio komen gronden voor waar nitraat in mindere mate in de bodem wordt afgebroken en daardoor meer kan uitspoelen naar het grondwater.nl
dc.description.sponsorshipMinisterie van Economische Zakennl
dc.language.isoenen
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMnl
dc.relation.ispartofseriesRIVM report 2017-0039nl
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2017-0039.pdfnl
dc.subjectderogatienl
dc.subjectlandbouwpraktijknl
dc.subjectmestnl
dc.subjectNitraatrichtlijnnl
dc.subjectwaterkwaliteitnl
dc.subjectderogationen
dc.subjectagricultural practiceen
dc.subjectmanureen
dc.subjectNitrates Directiveen
dc.subjectwater qualityen
dc.titleAgricultural practices and water quality on farms registered for derogation in 2015en
dc.title.alternativeLandbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2015nl
dc.typeOnderzoeksrappportnl
dc.contributor.departmentLGWnl
dc.contributor.divisionM&Vnl
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.