2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/8854
Title:
Een gezond grotestedenbeleid?
Authors:
Penris MJE; Koornstra A
Other Titles:
A healthy urban policy?
Abstract:
The goal for screening health effects on health relevance in the large cities of Leiden, Groningen, Utrecht and The Hague was to find starting points for a clearer positioning of health in the Dutch government's urban policy. From the analysis on urban policy we found that a connection between urban policy and local health policy was either seldom or never mentioned. Furthermore, although many of the policy measures described are health-relevant, this relevance is not explicitly named, not expressed as a goal and not measured. Naming positive health effects and striving to achieve them could strengthen these effects through better timing, making a conscious choice for target groups with health risks and attuning policy to activities in public health care. To our minds, one of the policy goals for these large cities should be to contribute to advancement of public health, especially for people with low socio-economic status. Most of the policy measures described within the urban policy will have a positive health effect, but some can lead to damaged health. Enhancing the economic competitiveness of the cities may have a general negative health effect, through negative effects on determinants of health, e.g. level of working pressure, environment, (traffic) safety, (informal) care, leisure and social contacts. And in restructuring districts, local authorities should make sure that houses will not become too expensive for people with a low socio-economic status. Otherwise, they will be forced to move to a less attractive neighbourhood. Possibilities for advancing health in the urban policy are also mentioned here. Improving the cooperation between benefits/social security offices and health agencies may well raise participation in the employment market. Benefit/social security offices need to know that a high percentage of their clients have health problems. Furthermore, it is important to know the nature of the health problems and the implications these can have for the kind of work people can perform. Self-employed health providers, such as general practitioners, midwives and dentists should be treated as free entrepreneurs, so they can take advantage of the measures to provide accommodation to starting entrepreneurs. This may also prevent the (imminent) shortage of health providers in the cities.

In dit rapport wordt verslag gedaan van een screening op de gezondheidsrelevantie van de meerjarenontwikkelingsprogramma's van vier gemeenten: Leiden, Groningen, Utrecht en Den Haag. Doel van de screening is aanknopingspunten te vinden om het aspect gezondheid een duidelijkere plaats te geven in de meerjarenontwikkelingsprogramma's van het Grotestedenbeleid. De screening is verricht door Okapi, een adviesbureau beleid en organisatie. Uit de analyse blijkt dat er weinig tot geen relatie wordt gelegd tussen het Grotestedenbeleid van gemeenten en hun lokaal volksgezondheidsbeleid. Veel beleidsmaatregelen in de meerjarenontwikkelingsprogramma's blijken gezondheidsrelevant te zijn, maar die gezondheidsrelevantie wordt niet benoemd, niet nagestreefd en niet gemeten. In de sociale pijler wordt voor een aantal beleidsvoornemens wel een relatie gelegd met gezondheid, maar juist ook bij de fysieke en economische pijler is veel gezondheidswinst te behalen. Het grootste deel van de beleidsmaatregelen kunnen de gezondheid bevorderen. In een aantal gevallen is er ook sprake van potentieel gezondheidsschadende maatregelen. Zo kan het versterken van de economische concurrentiepositie van de steden een negatief gezondheidseffect hebben via de determinanten werkdruk, milieu, verkeersveiligheid, informele zorg, vrije tijd, sociale contacten en zorgzaamheid. En bij herstructurering van wijken moet ervoor worden gewaakt dat huizen niet te duur worden voor mensen met een sociaal-economische achterstand. Zij worden anders gedwongen te verhuizen naar een minder aantrekkelijke wijk. In het rapport worden ook kansen voor gezondheid in het GSB genoemd. Zo kan het benoemen en verbeteren van de samenwerking tussen uitkeringsinstellingen voor sociale zekerheid en gezondheidsinstellingen de arbeidsparticipatie wellicht bevorderen. Voor uitkeringsinstellingen is het van belang dat ze weten dat een hoog percentage van hun clienten een of meer lichamelijke problemen heeft, dat ze de aard van die problemen kennen en de relatie ervan met mogelijkheden en onmogelijkheden van het werk dat ze kunnen doen. Zelfstandige zorgaanbieders, zoals huisartsen, verloskundigen en tandartsen kunnen in het komende GSB-beleid worden behandeld als vrije ondernemers, zodat ze kunnen profiteren van de maatregelen voor huisvesting van startende ondernemers. Dit kan het (dreigende) tekort aan deze zorgaanbieders in de steden mee helpen voorkomen. De ministeries van VWS en BZK zouden gezondheidsbevordering van met name mensen met een lage sociaal-economische status als expliciet doel in het GSB moeten opnemen. Als de gezondheidsrelevantie van maatregelen in de mop's wordt benoemd en nagestreefd, kunnen positieve gezondheidseffecten sterker worden, met name door een betere timing, een duidelijkere keuze voor doelgroepen met gezondheidsrisico's en door afstemming met activiteiten in de openbare gezondheidszorg. Gezondheid als doel opnemen, betekent dat men gezondheidseffecten ook moet kunnen meten. Het ministerie van VWS moet aangeven welke indicatoren voor gezondheid moeten worden opgenomen in de GSB-monitor. Ook kunnen zowel het ministerie van VWS als de gemeenten een duidelijkere relatie leggen tussen het GSB en de nota's volksgezondheid, bijvoorbeeld door het opnemen van het onderwerp in de nieuwe Preventienota en de lokale nota's volksgezondheidsbeleid. Het is belangrijk dat het ministerie van VWS en de steden prioriteiten stellen. Veel gezondheidswinst is ons inziens te behalen door het tegengaan van de mogelijk negatieve invloed van het versterken van de economische concurrentiepositie op de sociale samenhang, het verbeteren van de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt en het verbeteren van de woonomgeving in achterstandswijken.
Affiliation:
VTV
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
28-Apr-2003
URI:
http://hdl.handle.net/10029/8854
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/270011001.html
Language:
nl
Series/Report no.:
RIVM rapport 270011001
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorPenris MJEen_US
dc.contributor.authorKoornstra Aen_US
dc.date.accessioned2007-02-23T15:28:17Z-
dc.date.available2007-02-23T15:28:17Z-
dc.date.issued2003-04-28en_US
dc.identifier270011001en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/8854-
dc.description.abstractThe goal for screening health effects on health relevance in the large cities of Leiden, Groningen, Utrecht and The Hague was to find starting points for a clearer positioning of health in the Dutch government's urban policy. From the analysis on urban policy we found that a connection between urban policy and local health policy was either seldom or never mentioned. Furthermore, although many of the policy measures described are health-relevant, this relevance is not explicitly named, not expressed as a goal and not measured. Naming positive health effects and striving to achieve them could strengthen these effects through better timing, making a conscious choice for target groups with health risks and attuning policy to activities in public health care. To our minds, one of the policy goals for these large cities should be to contribute to advancement of public health, especially for people with low socio-economic status. Most of the policy measures described within the urban policy will have a positive health effect, but some can lead to damaged health. Enhancing the economic competitiveness of the cities may have a general negative health effect, through negative effects on determinants of health, e.g. level of working pressure, environment, (traffic) safety, (informal) care, leisure and social contacts. And in restructuring districts, local authorities should make sure that houses will not become too expensive for people with a low socio-economic status. Otherwise, they will be forced to move to a less attractive neighbourhood. Possibilities for advancing health in the urban policy are also mentioned here. Improving the cooperation between benefits/social security offices and health agencies may well raise participation in the employment market. Benefit/social security offices need to know that a high percentage of their clients have health problems. Furthermore, it is important to know the nature of the health problems and the implications these can have for the kind of work people can perform. Self-employed health providers, such as general practitioners, midwives and dentists should be treated as free entrepreneurs, so they can take advantage of the measures to provide accommodation to starting entrepreneurs. This may also prevent the (imminent) shortage of health providers in the cities.en
dc.description.abstractIn dit rapport wordt verslag gedaan van een screening op de gezondheidsrelevantie van de meerjarenontwikkelingsprogramma's van vier gemeenten: Leiden, Groningen, Utrecht en Den Haag. Doel van de screening is aanknopingspunten te vinden om het aspect gezondheid een duidelijkere plaats te geven in de meerjarenontwikkelingsprogramma's van het Grotestedenbeleid. De screening is verricht door Okapi, een adviesbureau beleid en organisatie. Uit de analyse blijkt dat er weinig tot geen relatie wordt gelegd tussen het Grotestedenbeleid van gemeenten en hun lokaal volksgezondheidsbeleid. Veel beleidsmaatregelen in de meerjarenontwikkelingsprogramma's blijken gezondheidsrelevant te zijn, maar die gezondheidsrelevantie wordt niet benoemd, niet nagestreefd en niet gemeten. In de sociale pijler wordt voor een aantal beleidsvoornemens wel een relatie gelegd met gezondheid, maar juist ook bij de fysieke en economische pijler is veel gezondheidswinst te behalen. Het grootste deel van de beleidsmaatregelen kunnen de gezondheid bevorderen. In een aantal gevallen is er ook sprake van potentieel gezondheidsschadende maatregelen. Zo kan het versterken van de economische concurrentiepositie van de steden een negatief gezondheidseffect hebben via de determinanten werkdruk, milieu, verkeersveiligheid, informele zorg, vrije tijd, sociale contacten en zorgzaamheid. En bij herstructurering van wijken moet ervoor worden gewaakt dat huizen niet te duur worden voor mensen met een sociaal-economische achterstand. Zij worden anders gedwongen te verhuizen naar een minder aantrekkelijke wijk. In het rapport worden ook kansen voor gezondheid in het GSB genoemd. Zo kan het benoemen en verbeteren van de samenwerking tussen uitkeringsinstellingen voor sociale zekerheid en gezondheidsinstellingen de arbeidsparticipatie wellicht bevorderen. Voor uitkeringsinstellingen is het van belang dat ze weten dat een hoog percentage van hun clienten een of meer lichamelijke problemen heeft, dat ze de aard van die problemen kennen en de relatie ervan met mogelijkheden en onmogelijkheden van het werk dat ze kunnen doen. Zelfstandige zorgaanbieders, zoals huisartsen, verloskundigen en tandartsen kunnen in het komende GSB-beleid worden behandeld als vrije ondernemers, zodat ze kunnen profiteren van de maatregelen voor huisvesting van startende ondernemers. Dit kan het (dreigende) tekort aan deze zorgaanbieders in de steden mee helpen voorkomen. De ministeries van VWS en BZK zouden gezondheidsbevordering van met name mensen met een lage sociaal-economische status als expliciet doel in het GSB moeten opnemen. Als de gezondheidsrelevantie van maatregelen in de mop's wordt benoemd en nagestreefd, kunnen positieve gezondheidseffecten sterker worden, met name door een betere timing, een duidelijkere keuze voor doelgroepen met gezondheidsrisico's en door afstemming met activiteiten in de openbare gezondheidszorg. Gezondheid als doel opnemen, betekent dat men gezondheidseffecten ook moet kunnen meten. Het ministerie van VWS moet aangeven welke indicatoren voor gezondheid moeten worden opgenomen in de GSB-monitor. Ook kunnen zowel het ministerie van VWS als de gemeenten een duidelijkere relatie leggen tussen het GSB en de nota's volksgezondheid, bijvoorbeeld door het opnemen van het onderwerp in de nieuwe Preventienota en de lokale nota's volksgezondheidsbeleid. Het is belangrijk dat het ministerie van VWS en de steden prioriteiten stellen. Veel gezondheidswinst is ons inziens te behalen door het tegengaan van de mogelijk negatieve invloed van het versterken van de economische concurrentiepositie op de sociale samenhang, het verbeteren van de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt en het verbeteren van de woonomgeving in achterstandswijken.nl
dc.format.extent380000 bytesen_US
dc.format.extent390307 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isonlen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 270011001en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/270011001.htmlen_US
dc.subject.othergezondheidseffectscreeningnl
dc.subject.othergezondheidsbevorderingnl
dc.subject.othergezondheidsbeschermingnl
dc.subject.othergezondheidseffectennl
dc.subject.othergrotestedenbeleidnl
dc.titleEen gezond grotestedenbeleid?en_US
dc.title.alternativeA healthy urban policy?en_US
dc.contributor.departmentVTVen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.