Regional costs and benefits of alternative post-Kyoto climate regimes: Comparison of variants of the Multi-stage and Per Capita Convergence regimes

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9093
Title:
Regional costs and benefits of alternative post-Kyoto climate regimes: Comparison of variants of the Multi-stage and Per Capita Convergence regimes
Authors:
Vuuren DP van; Elzen MGJ den; Berk MM; Lucas P; Eickhout B; Eerens H; Oostenrijk R
Other Titles:
Regionale kosten en baten van alternatieve post-Kyoto klimaat regimes: Vergelijking van varianten van de 'Multi-stage' en 'Per Capita Convergence' regimes
Abstract:
The study documented here explores technical, economic and environmental implications of different post-Kyoto climate regimes for differentiation of future commitments that would lead to a stabilisation of greenhouse gas concentrations (Kyoto gases) in the atmosphere at 550 and 650 ppmv CO2-equivalents (S550e and S650e profile). Constrained by these two profiles, the implications of two different regimes, the Multi-stage and Per Capita Convergence approaches, are evaluated. For the Annex I regions, reduction targets are more dependent on the stabilisation level than on the type of regime chosen. In 2025, most regimes show emissions reductions for Annex I regions of 25-50% compared to their 1990 levels. For the non-Annex I regions, the results are generally more differentiated and differ strongly per regime and in time. Under all regimes, early participation of (major) non-Annex I regions is needed. Four groups of regions with similar efforts can be identified with respect to their abatement costs as percentage of GDP. The study also found that climate policies can induce significant co-benefits, such as a decrease in the sulphur and nitrogen oxide emissions. Overall, the analysis shows that in evaluating the implications of various regimes, it is not sufficient to evaluate only the allocation of the emissions compared to baseline. Abatement costs and changes in energy trade will also have to be assessed. The gains from participating in global-emissions trading and realising reduced air pollution damage and/or abatement costs can make early participation of (large) developing countries in global GHG control possible at low costs or even net gains. However, the level and form of commitment will have to be well chosen - and not be too strict - to balance economic risks and political viability.

Deze studie verkent de technische, economische en milieu implicaties van verschillende zogenaamde post-Kyoto regimes voor de verdeling van regionale reductie doelstellingen die leiden tot stabilisatie van de broeikasgasconcentratie in de atmosfeer op 550 en 650 ppmv CO2-equivalenten (het S550e en S650e profiel). Binnen deze profielen zijn de varianten van het 'Multi-stage' en 'Per Capita convergence' regime geevalueerd. Voor de Annex I landen zijn de reducties meer afhankelijk van het stabilisatieniveau dan van het type regime. In 2025 leiden de meeste regimes onder het S550e profiel tot een reductie van emissies van 25-50% ten opzichte van 1990 niveau (range afhankelijk van regio en regime). Voor de niet-Annex I landen zijn de reductiedoelstellingen meer gedifferentieerd, zowel wat betreft regiem als voor verschillende tijdsperiodes. Onder alle regimes is vroege toetreding van de (belangrijkste) niet-Annex I landen noodzakelijk. Vier groepen van regio's met vergelijkbare kostenniveaus ten opzichte van hun BNP kunnen worden geidentificeerd. De studie toont daarnaast dat klimaatbeleid kan leiden tot belangrijke nevenvoordelen, zoals een afname van de emissies van zwavel- en stikstofoxide. Samengevat, toont de studie aan dat in evaluatie van verdelingsregimes het niet voldoende is alleen naar de initiele allocatie te kijken, maar dat ook de bestrijdingkosten en consequenties voor energiehandel meegenomen moeten worden. De voordelen van het meedoen in emissiehandel en het reduceren van regionale luchtverontreiniging kunnen het mogelijk maken voor ontwikkelingslanden om deel te nemen aan het reduceren van mondiale broeikasgassen tegen lage kosten of zelfs opbrengsten. Echter, om de politieke haalbaarheid te vergroten zullen zowel het niveau als de vorm van de verplichtingen zo moeten worden gekozen dat economische risico's worden vermeden.
Affiliation:
KMD
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
28-Nov-2003
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9093
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/728001025.html
Language:
en
Series/Report no.:
RIVM rapport 728001025
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorVuuren DP vanen_US
dc.contributor.authorElzen MGJ denen_US
dc.contributor.authorBerk MMen_US
dc.contributor.authorLucas Pen_US
dc.contributor.authorEickhout Ben_US
dc.contributor.authorEerens Hen_US
dc.contributor.authorOostenrijk Ren_US
dc.date.accessioned2007-02-23T15:52:43Z-
dc.date.available2007-02-23T15:52:43Z-
dc.date.issued2003-11-28en_US
dc.identifier728001025en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9093-
dc.description.abstractThe study documented here explores technical, economic and environmental implications of different post-Kyoto climate regimes for differentiation of future commitments that would lead to a stabilisation of greenhouse gas concentrations (Kyoto gases) in the atmosphere at 550 and 650 ppmv CO2-equivalents (S550e and S650e profile). Constrained by these two profiles, the implications of two different regimes, the Multi-stage and Per Capita Convergence approaches, are evaluated. For the Annex I regions, reduction targets are more dependent on the stabilisation level than on the type of regime chosen. In 2025, most regimes show emissions reductions for Annex I regions of 25-50% compared to their 1990 levels. For the non-Annex I regions, the results are generally more differentiated and differ strongly per regime and in time. Under all regimes, early participation of (major) non-Annex I regions is needed. Four groups of regions with similar efforts can be identified with respect to their abatement costs as percentage of GDP. The study also found that climate policies can induce significant co-benefits, such as a decrease in the sulphur and nitrogen oxide emissions. Overall, the analysis shows that in evaluating the implications of various regimes, it is not sufficient to evaluate only the allocation of the emissions compared to baseline. Abatement costs and changes in energy trade will also have to be assessed. The gains from participating in global-emissions trading and realising reduced air pollution damage and/or abatement costs can make early participation of (large) developing countries in global GHG control possible at low costs or even net gains. However, the level and form of commitment will have to be well chosen - and not be too strict - to balance economic risks and political viability.en
dc.description.abstractDeze studie verkent de technische, economische en milieu implicaties van verschillende zogenaamde post-Kyoto regimes voor de verdeling van regionale reductie doelstellingen die leiden tot stabilisatie van de broeikasgasconcentratie in de atmosfeer op 550 en 650 ppmv CO2-equivalenten (het S550e en S650e profiel). Binnen deze profielen zijn de varianten van het 'Multi-stage' en 'Per Capita convergence' regime geevalueerd. Voor de Annex I landen zijn de reducties meer afhankelijk van het stabilisatieniveau dan van het type regime. In 2025 leiden de meeste regimes onder het S550e profiel tot een reductie van emissies van 25-50% ten opzichte van 1990 niveau (range afhankelijk van regio en regime). Voor de niet-Annex I landen zijn de reductiedoelstellingen meer gedifferentieerd, zowel wat betreft regiem als voor verschillende tijdsperiodes. Onder alle regimes is vroege toetreding van de (belangrijkste) niet-Annex I landen noodzakelijk. Vier groepen van regio's met vergelijkbare kostenniveaus ten opzichte van hun BNP kunnen worden geidentificeerd. De studie toont daarnaast dat klimaatbeleid kan leiden tot belangrijke nevenvoordelen, zoals een afname van de emissies van zwavel- en stikstofoxide. Samengevat, toont de studie aan dat in evaluatie van verdelingsregimes het niet voldoende is alleen naar de initiele allocatie te kijken, maar dat ook de bestrijdingkosten en consequenties voor energiehandel meegenomen moeten worden. De voordelen van het meedoen in emissiehandel en het reduceren van regionale luchtverontreiniging kunnen het mogelijk maken voor ontwikkelingslanden om deel te nemen aan het reduceren van mondiale broeikasgassen tegen lage kosten of zelfs opbrengsten. Echter, om de politieke haalbaarheid te vergroten zullen zowel het niveau als de vorm van de verplichtingen zo moeten worden gekozen dat economische risico's worden vermeden.nl
dc.format.extent877000 bytesen_US
dc.format.extent899011 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 728001025en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/728001025.htmlen_US
dc.subject.otheremission reductionen
dc.subject.otherclimatic changesen
dc.subject.othergreenhouse gasesen
dc.subject.othereconomic factorsen
dc.subject.otheremission rightsen
dc.subject.otherscenarioen
dc.subject.othercostsen
dc.subject.otheremissieverminderingnl
dc.subject.otherklimaatveranderingnl
dc.subject.otherbroeikasgassennl
dc.subject.othereconomische factorennl
dc.subject.otheremissierechtensnl
dc.subject.otherscenario'snl
dc.subject.otherkostennl
dc.subject.otherklimaatbeleidnl
dc.subject.otherlastenverdelingnl
dc.titleRegional costs and benefits of alternative post-Kyoto climate regimes: Comparison of variants of the Multi-stage and Per Capita Convergence regimesen_US
dc.title.alternativeRegionale kosten en baten van alternatieve post-Kyoto klimaat regimes: Vergelijking van varianten van de 'Multi-stage' en 'Per Capita Convergence' regimesen_US
dc.contributor.departmentKMDen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.