Bodembiologische Indicator 1999. Ecologische kwaliteit van graslanden op zandgrond bij drie categorieen melkveehouderijbedrijven

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9236
Title:
Bodembiologische Indicator 1999. Ecologische kwaliteit van graslanden op zandgrond bij drie categorieen melkveehouderijbedrijven
Authors:
Schouten AJ; Bloem J; Didden W; Jagers op Akkerhuis G; Keidel H; Rutgers M
Other Titles:
Biological Indicator for Soil Quality 1999. Ecological quality of Dutch pastures on sandy soil in relation to grazing intensity
Abstract:
The project Biological Indicator for Soil Quality (BISQ) has its roots in the Convention on Biological Diversity (Rio de Janeiro, 1992) and in the additional research programme of the Dutch government. The main object of the project is to develop quality standards for functional diversity of soil organisms outside protected area's, to fill the gaps in knowledge in the functional aspects of biodiversity. This report describes the measurements that were made in the first year (1999) of the biological monitoring programme. The investigated categories are pastures of (19) extensive and (20) intensive cattle farms on sandy soils. Ten organic cattle farms were used as a reference. The following groups of biota and indicators were assessed: 1) micro-organisms; 2) nematodes; 3) enchytraeids; 4) earth worms; 5) micro-arthropods; 6) potential carbon and nitrogen mineralisation. Results of ecological measurements are integrated in a so-called Amoeba-diagram. It shows the deviance of the individual indicator from the reference value. In the extensive farms 13 of the 63 indicators were significantly different from the reference. In the category intensive 17 out of 63. Of the specific diversity indicators 59% had lower values in extensive farms and 71% in intensive farms. The mean deviation of all the indicators was expressed as a Soil Quality Index (SQI). The SQI of extensive and intensive farms was 73% respectively 67% of the reference.

Het project Bodembiologische Indicator (BoBI) heeft tot doel een meetmethode op te zetten om de biologische bodemkwaliteit in beeld te brengen en te kwantificeren. De ontwikkeling van BoBI is een meerjarige activiteit waarin veldbiologische gegevens worden verzameld over de diversiteit (aantallen en samenstelling) van bodemorganismen en het verloop van processen. De volgende groepen organismen zijn in het onderzoek betrokken: 1) microorganismen; 2) nematoden; 3) potwormen; 4) regenwormen; 5) mijten en springstaarten; en daarnaast de potentiele koolstof- en stikstofmineralisatie. In het totaal werden 63 indicatoren gebruikt om de biologische bodemkwaliteit te beschrijven. Het onderzoek is gekoppeld aan het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB). In 1999 is het meetprogramma van start gegaan voor een periode van 5 jaar. In dat meetjaar werden drie categorieen van graslanden op zandgrond onderzocht. Een groep van 10 biologische bedrijven werd als referentie gekozen voor 19 extensieve en 20 intensieve melkveehouderij bedrijven uit het LMB. Bij de extensieve bedrijven verschilde er 13 indicatorwaarden (21%) significant van de biologische bedrijven. In de categorie intensief waren dit er 17 (27%). Wanneer gekeken wordt naar de specifieke diversiteitsmaten (bijv. aantal soorten), dan had het merendeel, respectievelijk 59% en 71%, lagere waarden op de extensieve- en intensieve melkveehouderijbedrijven. Indien de indicatorwaarden van de biologische bedrijven op 100% worden gesteld, levert het gemiddelde van alle afwijkingen de volgende Bodemkwaliteitsindexen op: BKX(extensief)= 73%; BKX(intensief)= 67%.
Other Contributors:
Alterra; WUR; Blgg
Affiliation:
LER
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
10-Apr-2003
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9236
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/607604003.html
Language:
nl
Series/Report no.:
RIVM rapport 607604003
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorSchouten AJen_US
dc.contributor.authorBloem Jen_US
dc.contributor.authorDidden Wen_US
dc.contributor.authorJagers op Akkerhuis Gen_US
dc.contributor.authorKeidel Hen_US
dc.contributor.authorRutgers Men_US
dc.contributor.otherAlterraen_US
dc.contributor.otherWURen_US
dc.contributor.otherBlggen_US
dc.date.accessioned2007-02-26T16:03:42Z-
dc.date.available2007-02-26T16:03:42Z-
dc.date.issued2003-04-10en_US
dc.identifier607604003en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9236-
dc.description.abstractThe project Biological Indicator for Soil Quality (BISQ) has its roots in the Convention on Biological Diversity (Rio de Janeiro, 1992) and in the additional research programme of the Dutch government. The main object of the project is to develop quality standards for functional diversity of soil organisms outside protected area's, to fill the gaps in knowledge in the functional aspects of biodiversity. This report describes the measurements that were made in the first year (1999) of the biological monitoring programme. The investigated categories are pastures of (19) extensive and (20) intensive cattle farms on sandy soils. Ten organic cattle farms were used as a reference. The following groups of biota and indicators were assessed: 1) micro-organisms; 2) nematodes; 3) enchytraeids; 4) earth worms; 5) micro-arthropods; 6) potential carbon and nitrogen mineralisation. Results of ecological measurements are integrated in a so-called Amoeba-diagram. It shows the deviance of the individual indicator from the reference value. In the extensive farms 13 of the 63 indicators were significantly different from the reference. In the category intensive 17 out of 63. Of the specific diversity indicators 59% had lower values in extensive farms and 71% in intensive farms. The mean deviation of all the indicators was expressed as a Soil Quality Index (SQI). The SQI of extensive and intensive farms was 73% respectively 67% of the reference.en
dc.description.abstractHet project Bodembiologische Indicator (BoBI) heeft tot doel een meetmethode op te zetten om de biologische bodemkwaliteit in beeld te brengen en te kwantificeren. De ontwikkeling van BoBI is een meerjarige activiteit waarin veldbiologische gegevens worden verzameld over de diversiteit (aantallen en samenstelling) van bodemorganismen en het verloop van processen. De volgende groepen organismen zijn in het onderzoek betrokken: 1) microorganismen; 2) nematoden; 3) potwormen; 4) regenwormen; 5) mijten en springstaarten; en daarnaast de potentiele koolstof- en stikstofmineralisatie. In het totaal werden 63 indicatoren gebruikt om de biologische bodemkwaliteit te beschrijven. Het onderzoek is gekoppeld aan het Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit (LMB). In 1999 is het meetprogramma van start gegaan voor een periode van 5 jaar. In dat meetjaar werden drie categorieen van graslanden op zandgrond onderzocht. Een groep van 10 biologische bedrijven werd als referentie gekozen voor 19 extensieve en 20 intensieve melkveehouderij bedrijven uit het LMB. Bij de extensieve bedrijven verschilde er 13 indicatorwaarden (21%) significant van de biologische bedrijven. In de categorie intensief waren dit er 17 (27%). Wanneer gekeken wordt naar de specifieke diversiteitsmaten (bijv. aantal soorten), dan had het merendeel, respectievelijk 59% en 71%, lagere waarden op de extensieve- en intensieve melkveehouderijbedrijven. Indien de indicatorwaarden van de biologische bedrijven op 100% worden gesteld, levert het gemiddelde van alle afwijkingen de volgende Bodemkwaliteitsindexen op: BKX(extensief)= 73%; BKX(intensief)= 67%.nl
dc.format.extent3971000 bytesen_US
dc.format.extent4065597 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isonlen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 607604003en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/607604003.htmlen_US
dc.subject.othersoil qualityen
dc.subject.otherecologyen
dc.subject.otherbiodiversityen
dc.subject.otherbiomonitoringen
dc.subject.othermonitoring networksen
dc.subject.otherbioindicatorsen
dc.subject.otherdairy cattleen
dc.subject.otheranimal husbandryen
dc.subject.othergrasslanden
dc.subject.othersandy soilen
dc.subject.otherbodemkwaliteitnl
dc.subject.otherecologienl
dc.subject.otherbiodiversiteitnl
dc.subject.otherbiomonitoringnl
dc.subject.othermeetnettennl
dc.subject.otherbio-indicatorennl
dc.subject.othermelkveenl
dc.subject.otherveehouderijennl
dc.subject.othergraslandnl
dc.subject.otherzandgrondnl
dc.titleBodembiologische Indicator 1999. Ecologische kwaliteit van graslanden op zandgrond bij drie categorieen melkveehouderijbedrijvenen_US
dc.title.alternativeBiological Indicator for Soil Quality 1999. Ecological quality of Dutch pastures on sandy soil in relation to grazing intensityen_US
dc.contributor.departmentLERen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.