2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9266
Title:
Food, novel foods, and allergenicity
Authors:
Loveren H van
Other Titles:
Voedsel, nieuwe voeding en allergeniciteit
Abstract:
Certain foods lead may to allergic responses in certain individuals. Main allergenic foods are Crustacea (shrimp, lobster, crab), egg, fish, milk, peanuts, soybeans, tree nuts, and wheat, and allergens are always proteins. A wide array of symptoms can result from food allergy (gastrointestinal, skin, respiratory). Severe and life threatening situations can occur. The prevalence is about 2% of the population; 5-8% of children. Based on the possibility to introduce new antigenic determinants when introducting new genes into crops, there is reason for concern that genetically engineered food may provide a health risk. Hazard identification concerning the allergenicity of newly engineered foods comprises evaluation of the source of the newly introduced gene, sequence similarities with known allergens, sensitivity to digestion, solid phase immunoassay with positive sera, skin prick testing and double-blind placebo-controlled food challenge in food allergic individuals. Genetically engineered foods that contain genes from non allergenic sources, but that lead to new proteins that are relatively insensitive to gastric simulated fluid degradation pose the biggest problem for evaluation of potential allergenicity. Therefore, animal models are being developed in which, after oral or parenteral exposure to proteins, analysis of antibody subclasses is performed to discriminate allergenicity from immunogenicity. The developing immune system is especially sensitive to immunomodulatory influences. The time at which food allergens are first encounterd may have an impact on the development of food allergy. Also factors that are in the food but are not allergenic themselves may influence the development of oral tolerance to food allergens, i.e. those moieties that influnece immune responses (immunotoxicants) or may influence entry of proteins into the mucosa.

Voedselallergie kan gepaard gaan met een groot aantal symptomen (in het maag-darmkanaal, de huid, en de ademhalingsorganen) en kan leiden tot levensbedreigende situaties. De prevalentie van voedselallergie is ongeveer 2% van de bevolking; in kinderen 5-8%. Schaaldieren (garnalen, kreeft, krab), eieren, vis, melk, pinda, soya, noten, en tarwe zijn belangrijke allergene bronnen in onze voeding; het gaat daarbij altijd om eiwitten. Omdat de vervaardiging van genetisch gemodificeerde gewassen gepaard kan gaan met de introductie van nieuwe allergenen, bestaat bezorgdheid dat dergelijke nieuwe voedingsgewassen een nadelig effect op gezondheid kunnen hebben. Het identificeren van potentiele allergeniciteit van genetisch gemodificeerde voeding houdt in: evaluatie van de bron van het gen in het nieuwe voedsel, homologieen van de geintroduceerde genproducten met bestaande allergenen, stabiliteit in aanwezigheid van maagsappen, solid phase immunoassay met positieve humane sera, huidpriktesten, en dubbelblinde placebo-gecontroleerde voedselprovocatietesten in patienten met bewezen voedselallergie. Gemodificeerde voeding, waarin genen zijn geintroduceerd die afkomstig zijn uit niet allergene bronnen en die coderen voor eiwitten die relatief resistent zijn voor degradatie door maagsappen, vormen een groot probleem voor de beoordeling van het betreffende product. Om die reden worden diermodellen ontwikkeld, waarbij na orale of parenterale blootstelling aan de eiwitten antilichaamresponsen worden gemeten om immunogeniciteit en allergeniciteit te onderscheiden. Het zich ontwikkelende immuunsysteem is met name gevoelig voor effecten van immunologisch actieve factoren. Het tijdstip waarop een eerste contact met voedselallergenen plaats vindt kan een grote impact hebben op het al of niet ontstaan van voedselallergie. Factoren in de voeding die niet zelf allergeen zijn kunnen een invloed hebben op de het ontwikkelen van orale toletantie voor voedselallergenen, bijvoorbeeld omdat die bestanddelen immunologisch actief zijn of de toegang van allergenen tot de mucosa bevorderen.
Affiliation:
LPI
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
19-Jul-2002
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9266
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/640400001.html
Language:
en
Series/Report no.:
RIVM rapport 640400001
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorLoveren H vanen_US
dc.date.accessioned2007-02-26T16:13:46Z-
dc.date.available2007-02-26T16:13:46Z-
dc.date.issued2002-07-19en_US
dc.identifier640400001en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9266-
dc.description.abstractCertain foods lead may to allergic responses in certain individuals. Main allergenic foods are Crustacea (shrimp, lobster, crab), egg, fish, milk, peanuts, soybeans, tree nuts, and wheat, and allergens are always proteins. A wide array of symptoms can result from food allergy (gastrointestinal, skin, respiratory). Severe and life threatening situations can occur. The prevalence is about 2% of the population; 5-8% of children. Based on the possibility to introduce new antigenic determinants when introducting new genes into crops, there is reason for concern that genetically engineered food may provide a health risk. Hazard identification concerning the allergenicity of newly engineered foods comprises evaluation of the source of the newly introduced gene, sequence similarities with known allergens, sensitivity to digestion, solid phase immunoassay with positive sera, skin prick testing and double-blind placebo-controlled food challenge in food allergic individuals. Genetically engineered foods that contain genes from non allergenic sources, but that lead to new proteins that are relatively insensitive to gastric simulated fluid degradation pose the biggest problem for evaluation of potential allergenicity. Therefore, animal models are being developed in which, after oral or parenteral exposure to proteins, analysis of antibody subclasses is performed to discriminate allergenicity from immunogenicity. The developing immune system is especially sensitive to immunomodulatory influences. The time at which food allergens are first encounterd may have an impact on the development of food allergy. Also factors that are in the food but are not allergenic themselves may influence the development of oral tolerance to food allergens, i.e. those moieties that influnece immune responses (immunotoxicants) or may influence entry of proteins into the mucosa.en
dc.description.abstractVoedselallergie kan gepaard gaan met een groot aantal symptomen (in het maag-darmkanaal, de huid, en de ademhalingsorganen) en kan leiden tot levensbedreigende situaties. De prevalentie van voedselallergie is ongeveer 2% van de bevolking; in kinderen 5-8%. Schaaldieren (garnalen, kreeft, krab), eieren, vis, melk, pinda, soya, noten, en tarwe zijn belangrijke allergene bronnen in onze voeding; het gaat daarbij altijd om eiwitten. Omdat de vervaardiging van genetisch gemodificeerde gewassen gepaard kan gaan met de introductie van nieuwe allergenen, bestaat bezorgdheid dat dergelijke nieuwe voedingsgewassen een nadelig effect op gezondheid kunnen hebben. Het identificeren van potentiele allergeniciteit van genetisch gemodificeerde voeding houdt in: evaluatie van de bron van het gen in het nieuwe voedsel, homologieen van de geintroduceerde genproducten met bestaande allergenen, stabiliteit in aanwezigheid van maagsappen, solid phase immunoassay met positieve humane sera, huidpriktesten, en dubbelblinde placebo-gecontroleerde voedselprovocatietesten in patienten met bewezen voedselallergie. Gemodificeerde voeding, waarin genen zijn geintroduceerd die afkomstig zijn uit niet allergene bronnen en die coderen voor eiwitten die relatief resistent zijn voor degradatie door maagsappen, vormen een groot probleem voor de beoordeling van het betreffende product. Om die reden worden diermodellen ontwikkeld, waarbij na orale of parenterale blootstelling aan de eiwitten antilichaamresponsen worden gemeten om immunogeniciteit en allergeniciteit te onderscheiden. Het zich ontwikkelende immuunsysteem is met name gevoelig voor effecten van immunologisch actieve factoren. Het tijdstip waarop een eerste contact met voedselallergenen plaats vindt kan een grote impact hebben op het al of niet ontstaan van voedselallergie. Factoren in de voeding die niet zelf allergeen zijn kunnen een invloed hebben op de het ontwikkelen van orale toletantie voor voedselallergenen, bijvoorbeeld omdat die bestanddelen immunologisch actief zijn of de toegang van allergenen tot de mucosa bevorderen.nl
dc.format.extent235000 bytesen_US
dc.format.extent240353 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 640400001en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/640400001.htmlen_US
dc.subject.othervoedselallergienl
dc.titleFood, novel foods, and allergenicityen_US
dc.title.alternativeVoedsel, nieuwe voeding en allergeniciteiten_US
dc.contributor.departmentLPIen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.