On health risks of ambient PM in the Netherlands. Executive summary.

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9274
Title:
On health risks of ambient PM in the Netherlands. Executive summary.
Other Titles:
Over de gezondheidsrisico's van fijn stof in Nederland. Samenvattend rapport
Abstract:
Particulate Matter (PM) in the ambient air can lead to health effects and even to premature mortality. This result has been found in a score of epidemiological studies, but its cause is not yet clear. It is certain, however, that these effects are so serious and so extensive that further action is warranted. In the scientific literature ambient aerosols are known as PM, short for Particulate Matter. Depending on the diameter or size of the particles, they are termed PM10 (for particles with diameters of up to approximately 10 micrometres) or PM2.5 (for those less than 2.5 micrometres in diameter). One micrometre is a thousandth of a millimetre. Humans inhale particles smaller than 10 micrometres, which end up deep in our airways. Recent studies have presented well-founded assumptions concerning the biological mechanisms involved and the groups of people that are probably more susceptible to PM. Particulate Matter is a generic term for a complex mixture of large and small airborne particles. However, the causal factors within this complex mixture are difficult to disentangle and have not yet been identified. The second Section of this report looks at the different types of PM, their atmospheric behaviour and the methods of measuring them. The health effects associated with PM are also presented. Section 3 discusses the most recent epidemiological, toxicological and human clinical findings and their mutual relationships. On the basis of epidemiological studies it has been estimated that in the Netherlands some 1,700 to 3,000 people per year die prematurely as a result of inhaling ambient PM. These figures reflect only the effects of acute exposure to air pollution. If the long-term effects of chronic exposure are taken into account, premature mortality could affect 10,000-15,000 people a year in the Netherlands. These last estimates for chronic exposure are more uncertain, because chronic effect studies are much fewer in number. The estimate of the chronic effects was based on foreign studies, which are not completely comparable with the Dutch situation. Section 4 gives an overview of the most recent information relating to sources of PM and emissions in the Netherlands, while the last Section presents a critical evaluation of the current and future EU standards. It is recommended that PM10 be retained as a standard for the time being, as it covers the effects of both fine and coarse particles. In view of the emerging evidence implicating fine particles in health effects, it is recommended that a standard for fine PM and/or a source-related fraction be developed as well. Even with PM concentrations well below European Union (EU) standards, people's health will still be affected because no threshold has been found for the occurrence of health effects. PM is a complex mixture containing fractions that are to a greater or lesser extent health-relevant. This differentiation in potency has profound implications for an efficient and effective reduction of health impacts through PM emission abatement. PM abatement can be justified by the precautionary principle. Further source- oriented actions could focus on reduction of the total PM10 aerosol mass or, first of all, on those PM fractions that are expected to be more health-relevant. This last option is preferred. These fractions are probably transport-related (diesel soot) and, more generally, combustion- related primary PM emissions. Abatement should therefore focus on these sources. In this respect, the abatement of uncontrolled shipping emissions has been identified as one of the more cost-effective control options. Abatement of other combustion sources such as industrial combustion, wood burning in fireplaces, and off-road machinery are also possible, but less cost-effective. The European Union has decided on two standards for PM, a daily and an annual average value. The current EU standards for daily and annual average values are not equivalent, as was originally intended. In the Netherlands the following options are equivalent to the EU annual standard of 40 ug/m3: a daily level of 50 ug/m3 with 80 exceedances (while the EU allows 35 exceedances) or a daily level of 100 ug/m3 with 7 permitted exceedances per year. For practical reasons a daily standard of 100 ug/m3 is preferred. Although the EU has proposed two standards for PM, there are several arguments that only one standard would suffice - annual mean concentrations being the best choice. However, for reasons of communication to the public daily standards may be appropriate. Compliance with the annual average EU standard seems feasible for PM10 in the Netherlands in 2005, although local exceedances at 'hot spots' cannot be ruled out. Compliance in 2010 with the indicative annual average EU standard of 20 ug/m3 is not feasible, even at high cost. Expectations are that there will still be 36-40 exceedances per year of the EU daily standard of 50 ug/m3 even after all planned abatement measures (Current Legislation of Emissions (CLE)) have been taken in 2010. Therefore, compliance with the current EU daily standards for 2005 and 2010 does not seem feasible in the Netherlands and adverse health effects will continue to occur.

Fijn stof in de lucht kan leiden tot gezondheidsklachten en zelfs vroegtijdige sterfte. Dat blijkt uit een honderdtal epidemiologische studies. Hoe die effecten precies ontstaan is nog niet duidelijk. Vast staat echter dat de gezondheidseffecten door fijn stof zo ernstig en omvangrijk zijn dat nadere actie geboden is. In de wetenschappelijke literatuur staat fijn stof bekend als 'deeltjesvormige luchtverontreiniging' (Engels: Particulate Matter, ofwel PM.). Afhankelijk van de doorsnee van de stofdeeltjes wordt gesproken van PM10 (voor deeltjes met een doorsnee tot 10 micrometer) of PM 2,5 (doorsnee tot 2,5 micrometer). Een micrometer is een duizendste millimeter. Deeltjes kleiner dan 10 micrometer worden door mensen ingeademd en dringen door in de luchtwegen. Dankzij recente studies zijn er gegronde vermoedens over de biologische mechanismen die in het spel zijn en welke groepen mensen waarschijnlijk gevoelig zijn voor blootstelling aan fijn stof. Maar aangezien 'fijn stof ' een verzamelnaam is voor een complex mengsel van allerhande grote en kleinere stofdeeltjes in de luchtverontreiniging blijft het lastig om oorzakelijke verbanden te ontrafelen. In hoofdstuk 2 van dit rapport komen de verschillende fijn stof deeltjes, hun onderlinge wisselwerking in de atmosfeer en de diverse meetmethoden aan bod. Ook wordt een overzicht gegeven van de gezondheidsklachten die fijn stof kan veroorzaken. In hoofdstuk 3 worden de nieuwste epidemiologische, toxicologische en medische inzichten in onderlinge samenhang besproken. Op grond van epidemiologische studies wordt geschat dat in Nederland jaarlijks zo'n 1700 tot 3.000 mensen vroegtijdig overlijden door het inademen van fijn stof. En dan hebben we het alleen nog over de acute gevolgen van blootstelling aan luchtverontreiniging. Nemen we ook de lange-termijneffecten van chronische blootstelling aan fijn stof in beschouwing, dan zouden in Nederland mogelijk zelfs 10.000 tot 15.000 mensen jaarlijks vroegtijdig overlijden. De laatste schattingen zijn met meer onzekerheid omgeven, aangezien chronische effecten in minder studies gekwantificeerd zijn dan acute effecten. Bovendien is de berekening het resultaat van een vertaalslag van internationale onderzoeksresultaten naar de Nederlandse situatie en die is niet helemaal vergelijkbaar. Hoofdstuk 4 van dit rapport geeft een overzicht van de meest recente informatie over bronnen en emissies van fijn stof in Nederland. Aansluitend wordt in hoofdstuk 5 de huidige en toekomstige Europese normstelling kritisch beoordeeld. Aanbevolen wordt om voorlopig PM10 te blijven hanteren als Europese standaard voor luchtverontreiniging door grove {n fijnere stofdeeltjes. Daarnaast zou er voor het fijnste stof een aparte normstelling of een meer brongerichte normstelling ontwikkeld moeten worden omdat er steeds meer aanwijzingen komen dat kleinere stofdeeltjes de gezondheid bedreigen Overigens is nooit aangetoond dat de gezondheidseffecten pas boven een bepaalde drempelwaarde optreden. Zelfs van fijn stof concentraties ver onder de huidige Europese normen zijn gezondheidseffecten in de bevolking te verwachten. Fijn stof is een complex mengsel van allerlei fracties die meer of minder van belang zijn voor de gezondheid. Die verschillen in toxische potentie wegen zwaar mee bij een doeltreffend emissiebeleid. Bestrijding van de uitstoot van fijn stof valt te rechtvaardigen vanuit het voorzorgbeginsel. Door verdere brongerichte maatregelen kan men de totale massa PM10 aerosol in de luchtverontreiniging terugdringen, of eerst die fracties aanpakken die vermoedelijk het meest relevant zijn voor de gezondheid. Waarschijnlijk behoren tot de relevante fracties het dieselroet uit de vervoerssector en fijn stof afkomstig van overige verbrandingsprocessen. Dergelijke bronnen verdienen prioriteit in het beleid voor uitstootbeperking van fijn stof. Bestrijding van de ongecontroleerde scheepvaartemissies blijkt bijzonder kosten-effectief. De aanpak van andere verbrandingsprocessen, zoals industriele verbranding, open haarden en mobiele werktuigen is ook mogelijk, maar minder kosten-effectief. De EU heeft voor fijn stof twee normen vastgesteld, namelijk een dag- en een jaargemiddelde. Deze beide normen zijn niet gelijkwaardig, hoewel dat oorspronkelijk wel de bedoeling was. De Europese jaargemiddelde PM10 norm bedraagt 40 microgram fijn stof per kubieke meter lucht (ug/m3). In Nederland kunnen we dat vertalen naar een dagelijkse norm van 50 ug/m3 met 80 toegestane overschrijdingen per jaar (terwijl de EU-norm maar 35 overschrijdingen toestaat) of een dagelijkse norm van 100 ug/m3 met 7 toegestane overschrijdingen per jaar. Om praktische redenen verdient die laatste norm de voorkeur. Overigens zijn er goede argumenten om maar een norm, en dan liefst een jaargemiddelde, te hanteren. Een daggemiddelde norm kan echter van pas komen bij publieksvoorlichting. In 2005 lijkt de jaargemiddelde EU norm van 40 ug/m3 voor fijn stof in Nederland in het algemeen haalbaar. Lokale overschrijdingen op 'hot spots' zijn echter niet uit te sluiten. In 2010 is de indicatieve jaargemiddelde waarde van 20 ug/m3 in Nederland echter niet haalbaar, zelfs niet tegen hoge kosten. Zelfs als in 2010 alle voorgenomen stofbestrijdingsmaatregelen zijn uitgevoerd zullen vermoedelijk nog steeds 36 tot 40 maal per jaar daggemiddelde concentraties boven de 50 ug/m3 voorkomen. De dagelijkse EU normen voor 2005 en voor 2010 lijken voor Nederland dan ook niet haalbaar en gezondheidseffecten zullen blijven bestaan.
Editors:
Buringh E; Opperhuizen A
Other Contributors:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek TNO; Energieonderzoek Centrum Nederland ECN; Institute of Risk Assessment Studies IRAS; Department of Biological Sciences, Pace University, Pleasantville, NY, USA
Affiliation:
MNV
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
6-Dec-2002
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9274
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/650010033.html
Language:
en
Series/Report no.:
RIVM Rapport 650010033
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.editorBuringh Een_US
dc.contributor.editorOpperhuizen Aen_US
dc.contributor.otherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.contributor.otherNederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek TNOen_US
dc.contributor.otherEnergieonderzoek Centrum Nederland ECNen_US
dc.contributor.otherInstitute of Risk Assessment Studies IRASen_US
dc.contributor.otherDepartment of Biological Sciences, Pace University, Pleasantville, NY, USAen_US
dc.date.accessioned2007-02-26T16:14:13Z-
dc.date.available2007-02-26T16:14:13Z-
dc.date.issued2002-12-06en_US
dc.identifier650010033en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9274-
dc.description.abstractParticulate Matter (PM) in the ambient air can lead to health effects and even to premature mortality. This result has been found in a score of epidemiological studies, but its cause is not yet clear. It is certain, however, that these effects are so serious and so extensive that further action is warranted. In the scientific literature ambient aerosols are known as PM, short for Particulate Matter. Depending on the diameter or size of the particles, they are termed PM10 (for particles with diameters of up to approximately 10 micrometres) or PM2.5 (for those less than 2.5 micrometres in diameter). One micrometre is a thousandth of a millimetre. Humans inhale particles smaller than 10 micrometres, which end up deep in our airways. Recent studies have presented well-founded assumptions concerning the biological mechanisms involved and the groups of people that are probably more susceptible to PM. Particulate Matter is a generic term for a complex mixture of large and small airborne particles. However, the causal factors within this complex mixture are difficult to disentangle and have not yet been identified. The second Section of this report looks at the different types of PM, their atmospheric behaviour and the methods of measuring them. The health effects associated with PM are also presented. Section 3 discusses the most recent epidemiological, toxicological and human clinical findings and their mutual relationships. On the basis of epidemiological studies it has been estimated that in the Netherlands some 1,700 to 3,000 people per year die prematurely as a result of inhaling ambient PM. These figures reflect only the effects of acute exposure to air pollution. If the long-term effects of chronic exposure are taken into account, premature mortality could affect 10,000-15,000 people a year in the Netherlands. These last estimates for chronic exposure are more uncertain, because chronic effect studies are much fewer in number. The estimate of the chronic effects was based on foreign studies, which are not completely comparable with the Dutch situation. Section 4 gives an overview of the most recent information relating to sources of PM and emissions in the Netherlands, while the last Section presents a critical evaluation of the current and future EU standards. It is recommended that PM10 be retained as a standard for the time being, as it covers the effects of both fine and coarse particles. In view of the emerging evidence implicating fine particles in health effects, it is recommended that a standard for fine PM and/or a source-related fraction be developed as well. Even with PM concentrations well below European Union (EU) standards, people's health will still be affected because no threshold has been found for the occurrence of health effects. PM is a complex mixture containing fractions that are to a greater or lesser extent health-relevant. This differentiation in potency has profound implications for an efficient and effective reduction of health impacts through PM emission abatement. PM abatement can be justified by the precautionary principle. Further source- oriented actions could focus on reduction of the total PM10 aerosol mass or, first of all, on those PM fractions that are expected to be more health-relevant. This last option is preferred. These fractions are probably transport-related (diesel soot) and, more generally, combustion- related primary PM emissions. Abatement should therefore focus on these sources. In this respect, the abatement of uncontrolled shipping emissions has been identified as one of the more cost-effective control options. Abatement of other combustion sources such as industrial combustion, wood burning in fireplaces, and off-road machinery are also possible, but less cost-effective. The European Union has decided on two standards for PM, a daily and an annual average value. The current EU standards for daily and annual average values are not equivalent, as was originally intended. In the Netherlands the following options are equivalent to the EU annual standard of 40 ug/m3: a daily level of 50 ug/m3 with 80 exceedances (while the EU allows 35 exceedances) or a daily level of 100 ug/m3 with 7 permitted exceedances per year. For practical reasons a daily standard of 100 ug/m3 is preferred. Although the EU has proposed two standards for PM, there are several arguments that only one standard would suffice - annual mean concentrations being the best choice. However, for reasons of communication to the public daily standards may be appropriate. Compliance with the annual average EU standard seems feasible for PM10 in the Netherlands in 2005, although local exceedances at 'hot spots' cannot be ruled out. Compliance in 2010 with the indicative annual average EU standard of 20 ug/m3 is not feasible, even at high cost. Expectations are that there will still be 36-40 exceedances per year of the EU daily standard of 50 ug/m3 even after all planned abatement measures (Current Legislation of Emissions (CLE)) have been taken in 2010. Therefore, compliance with the current EU daily standards for 2005 and 2010 does not seem feasible in the Netherlands and adverse health effects will continue to occur.en
dc.description.abstractFijn stof in de lucht kan leiden tot gezondheidsklachten en zelfs vroegtijdige sterfte. Dat blijkt uit een honderdtal epidemiologische studies. Hoe die effecten precies ontstaan is nog niet duidelijk. Vast staat echter dat de gezondheidseffecten door fijn stof zo ernstig en omvangrijk zijn dat nadere actie geboden is. In de wetenschappelijke literatuur staat fijn stof bekend als 'deeltjesvormige luchtverontreiniging' (Engels: Particulate Matter, ofwel PM.). Afhankelijk van de doorsnee van de stofdeeltjes wordt gesproken van PM10 (voor deeltjes met een doorsnee tot 10 micrometer) of PM 2,5 (doorsnee tot 2,5 micrometer). Een micrometer is een duizendste millimeter. Deeltjes kleiner dan 10 micrometer worden door mensen ingeademd en dringen door in de luchtwegen. Dankzij recente studies zijn er gegronde vermoedens over de biologische mechanismen die in het spel zijn en welke groepen mensen waarschijnlijk gevoelig zijn voor blootstelling aan fijn stof. Maar aangezien 'fijn stof ' een verzamelnaam is voor een complex mengsel van allerhande grote en kleinere stofdeeltjes in de luchtverontreiniging blijft het lastig om oorzakelijke verbanden te ontrafelen. In hoofdstuk 2 van dit rapport komen de verschillende fijn stof deeltjes, hun onderlinge wisselwerking in de atmosfeer en de diverse meetmethoden aan bod. Ook wordt een overzicht gegeven van de gezondheidsklachten die fijn stof kan veroorzaken. In hoofdstuk 3 worden de nieuwste epidemiologische, toxicologische en medische inzichten in onderlinge samenhang besproken. Op grond van epidemiologische studies wordt geschat dat in Nederland jaarlijks zo'n 1700 tot 3.000 mensen vroegtijdig overlijden door het inademen van fijn stof. En dan hebben we het alleen nog over de acute gevolgen van blootstelling aan luchtverontreiniging. Nemen we ook de lange-termijneffecten van chronische blootstelling aan fijn stof in beschouwing, dan zouden in Nederland mogelijk zelfs 10.000 tot 15.000 mensen jaarlijks vroegtijdig overlijden. De laatste schattingen zijn met meer onzekerheid omgeven, aangezien chronische effecten in minder studies gekwantificeerd zijn dan acute effecten. Bovendien is de berekening het resultaat van een vertaalslag van internationale onderzoeksresultaten naar de Nederlandse situatie en die is niet helemaal vergelijkbaar. Hoofdstuk 4 van dit rapport geeft een overzicht van de meest recente informatie over bronnen en emissies van fijn stof in Nederland. Aansluitend wordt in hoofdstuk 5 de huidige en toekomstige Europese normstelling kritisch beoordeeld. Aanbevolen wordt om voorlopig PM10 te blijven hanteren als Europese standaard voor luchtverontreiniging door grove {n fijnere stofdeeltjes. Daarnaast zou er voor het fijnste stof een aparte normstelling of een meer brongerichte normstelling ontwikkeld moeten worden omdat er steeds meer aanwijzingen komen dat kleinere stofdeeltjes de gezondheid bedreigen Overigens is nooit aangetoond dat de gezondheidseffecten pas boven een bepaalde drempelwaarde optreden. Zelfs van fijn stof concentraties ver onder de huidige Europese normen zijn gezondheidseffecten in de bevolking te verwachten. Fijn stof is een complex mengsel van allerlei fracties die meer of minder van belang zijn voor de gezondheid. Die verschillen in toxische potentie wegen zwaar mee bij een doeltreffend emissiebeleid. Bestrijding van de uitstoot van fijn stof valt te rechtvaardigen vanuit het voorzorgbeginsel. Door verdere brongerichte maatregelen kan men de totale massa PM10 aerosol in de luchtverontreiniging terugdringen, of eerst die fracties aanpakken die vermoedelijk het meest relevant zijn voor de gezondheid. Waarschijnlijk behoren tot de relevante fracties het dieselroet uit de vervoerssector en fijn stof afkomstig van overige verbrandingsprocessen. Dergelijke bronnen verdienen prioriteit in het beleid voor uitstootbeperking van fijn stof. Bestrijding van de ongecontroleerde scheepvaartemissies blijkt bijzonder kosten-effectief. De aanpak van andere verbrandingsprocessen, zoals industriele verbranding, open haarden en mobiele werktuigen is ook mogelijk, maar minder kosten-effectief. De EU heeft voor fijn stof twee normen vastgesteld, namelijk een dag- en een jaargemiddelde. Deze beide normen zijn niet gelijkwaardig, hoewel dat oorspronkelijk wel de bedoeling was. De Europese jaargemiddelde PM10 norm bedraagt 40 microgram fijn stof per kubieke meter lucht (ug/m3). In Nederland kunnen we dat vertalen naar een dagelijkse norm van 50 ug/m3 met 80 toegestane overschrijdingen per jaar (terwijl de EU-norm maar 35 overschrijdingen toestaat) of een dagelijkse norm van 100 ug/m3 met 7 toegestane overschrijdingen per jaar. Om praktische redenen verdient die laatste norm de voorkeur. Overigens zijn er goede argumenten om maar een norm, en dan liefst een jaargemiddelde, te hanteren. Een daggemiddelde norm kan echter van pas komen bij publieksvoorlichting. In 2005 lijkt de jaargemiddelde EU norm van 40 ug/m3 voor fijn stof in Nederland in het algemeen haalbaar. Lokale overschrijdingen op 'hot spots' zijn echter niet uit te sluiten. In 2010 is de indicatieve jaargemiddelde waarde van 20 ug/m3 in Nederland echter niet haalbaar, zelfs niet tegen hoge kosten. Zelfs als in 2010 alle voorgenomen stofbestrijdingsmaatregelen zijn uitgevoerd zullen vermoedelijk nog steeds 36 tot 40 maal per jaar daggemiddelde concentraties boven de 50 ug/m3 voorkomen. De dagelijkse EU normen voor 2005 en voor 2010 lijken voor Nederland dan ook niet haalbaar en gezondheidseffecten zullen blijven bestaan.nl
dc.format.extent250000 bytesen_US
dc.format.extent256548 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM Rapport 650010033en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/650010033.htmlen_US
dc.subject.otheraerosolsen
dc.subject.othereffectsen
dc.subject.otherrisksen
dc.subject.otherhealthen
dc.subject.othernetherlandsen
dc.subject.otheraerosolennl
dc.subject.othereffectennl
dc.subject.otherrisico'snl
dc.subject.othergezondheidnl
dc.subject.othernederlandnl
dc.titleOn health risks of ambient PM in the Netherlands. Executive summary.en_US
dc.title.alternativeOver de gezondheidsrisico's van fijn stof in Nederland. Samenvattend rapporten_US
dc.contributor.departmentMNVen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.