2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9287
Title:
Evaluatie onderbouwing BodemGebruiksWaarden
Authors:
Lijzen JPA; Mesman T; Aldenberg T; Mulder CD; Otte PF; Posthumus R; Roex E; Swartjes FA; Versluijs CW; Vlaardingen PLA van; Wezel AP van; Wijnen HJ
Other Titles:
Evaluation of the underpinning of the soil-use specific remediation objectives
Abstract:
In 1999 Soil-use specific Remediation Objectives (SRO) were derived for eight metals, PAHs, DDT and drins as part of the new soil clean-up policy. The SROs represent the minimal degree soil quality in the topsoil after remediation. Derived values are implemented in the policies for soil remediation and soil management. Evaluating this underpinning of the SRO was found necessary for the following reasons: 1) the issue of availability of new (toxicity) data and revised methods, 2) lack of specific toxicity data for plants and adequate risk levels for secondary poisoning, 3) lack of a method to derive a criterion to guarantee the quality of compost from contaminated soil, 4) uncertainty about the ecological impact of using the generic ecological criterion, HC50. The report focuses on the soil quality criteria for humans, phytotoxicity, secondary poisoning, the generic ecological soil quality criterion and a criterion for maintaining the quality of compost. Several conclusions have arisen from this evaluation. First, when only new data and methods are implemented, derived SROs for soil-use category I need to be slightly changed for chromium, DDT/DDE and PAHs, while derived SROs for soil-use category II need to be changed for most compounds. Secondly, new data on phytotoxicity have made it possible to derive a criterion for phytotoxicity for cadmium, lead, chromium and nickel. However, taking secondary poisoning into account derived risk limits are shown to be lower for cadmium, lead, mercury, methyl-mercury and zinc. Thirdly, the method developed to derive soil quality criteria for producing good-quality compost leads to the conclusion that the SRO should be lowered for arsenic, zinc and mercury. For zinc, though, the current quality standard is already considered very stringent for practical use. In the investigation on the ecological relevance of HC50 by comparing laboratory toxicity data with field toxicity data, the field data, in general, were concluded to be slightly higher. It was recommended to use more field toxicity data to be able to carry out a more extensive study. Many aspects like bioavailability influence this comparison. Although the current generic ecological criterion (HC50) does not guarantee the unhampered functioning of the ecosystems, it was chosen as an acceptable standard. For the future, deriving ecological criteria based on specific protection goals is advisory. To reduce the uncertainty and risk to ecosystems, it was recommended to use the lower limit (when available) of the 90%-confidence interval for HC50 (LLHC50) as the generic ecological soil quality criterion. This use will lead to more stringent SROs for most compounds.

In 1999 zijn in het kader van de 'beleidsvernieuwing bodemsanering (BEVER) bodemgebruikswaarden (BGW) voor acht metalen, PAK, DDTs en drins vastgesteld als saneringsdoelstelling voor de bovengrond. Het Kabinetsstandpunt beleidsvernieuwing bodemsanering geeft aan de BGW zowel betekenis in het curatieve bodembeleid als in het bodembeheer. Aanleiding voor de evaluatie van de onderbouwing van de BGW waren 1) beschikbaar komen van nieuwe gegevens en methodieken, 2) vrijwel ontbreken van een bodemkwaliteitseis specifiek voor planten en voor doorvergiftiging; 3) ontbreken van een methodiek om vanuit de kwaliteitseisen voor compost kritische gehalten voor de bodem af te leiden; 4) onduidelijkheid over wat de werkelijke ecologische consequenties zijn van het hanteren van de HC50 als algemeen ecologische criterium. Geconcludeerd is dat op basis van meer recente gegevens en methodieken een aanpassing nodig is van de BGW voor cluster I voor 3 stoffen en van de BGW voor cluster II voor de meeste stoffen. Nieuwe toxiciteitsgegevens voor planten maken het mogelijk een apart criterium af te leiden voor cadmium, lood, chroom en nikkel. Meenemen van doorvergiftiging (op HC50-niveau) leidt tot lagere risicogrenzen voor cadmium, lood, kwik, methyl-kwik en zink. De gehanteerde methode om bodemkwaliteitseisen af te leiden voor compost met een goede kwaliteit leidt tot de conclusie dat de BGW arseen, kwik en zink verlaagd zou moeten worden. De kwaliteitseis voor compost blijkt echter in de praktijk al zeer streng. De vergelijking van laboratorium toxiciteitsgegevens met (semi)veld gegevens laat zien dat de veldgegevens in dezelfde orde, maar iets hoger lijken te liggen. Aanbevolen is meer veldgegevens te gebruiken om een uitgebreidere studie te kunnen uitvoeren naar de ecologische relevantie van laboratorium toxiciteitsgegevens. Daarnaast wordt aanbevolen meer specifieke beschermingsdoelen te formuleren, wanneer volledige bescherming niet haalbaar is. Om de onzekerheid van de potentiele risico's voor het ecosysteem te kunnen verminderen wordt aanbevolen de onderkant van het 90%-betrouwbaarheidsinterval van de HC50 (LLHC50) als algemeen ecologisch criterium te hanteren.
Affiliation:
LER; SEC; LOK; LDL
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
23-Apr-2003
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9287
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/711701029.html
Language:
nl
Series/Report no.:
RIVM rapport 711701029
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorLijzen JPAen_US
dc.contributor.authorMesman Ten_US
dc.contributor.authorAldenberg Ten_US
dc.contributor.authorMulder CDen_US
dc.contributor.authorOtte PFen_US
dc.contributor.authorPosthumus Ren_US
dc.contributor.authorRoex Een_US
dc.contributor.authorSwartjes FAen_US
dc.contributor.authorVersluijs CWen_US
dc.contributor.authorVlaardingen PLA vanen_US
dc.contributor.authorWezel AP vanen_US
dc.contributor.authorWijnen HJen_US
dc.date.accessioned2007-02-26T16:15:06Z-
dc.date.available2007-02-26T16:15:06Z-
dc.date.issued2003-04-23en_US
dc.identifier711701029en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9287-
dc.description.abstractIn 1999 Soil-use specific Remediation Objectives (SRO) were derived for eight metals, PAHs, DDT and drins as part of the new soil clean-up policy. The SROs represent the minimal degree soil quality in the topsoil after remediation. Derived values are implemented in the policies for soil remediation and soil management. Evaluating this underpinning of the SRO was found necessary for the following reasons: 1) the issue of availability of new (toxicity) data and revised methods, 2) lack of specific toxicity data for plants and adequate risk levels for secondary poisoning, 3) lack of a method to derive a criterion to guarantee the quality of compost from contaminated soil, 4) uncertainty about the ecological impact of using the generic ecological criterion, HC50. The report focuses on the soil quality criteria for humans, phytotoxicity, secondary poisoning, the generic ecological soil quality criterion and a criterion for maintaining the quality of compost. Several conclusions have arisen from this evaluation. First, when only new data and methods are implemented, derived SROs for soil-use category I need to be slightly changed for chromium, DDT/DDE and PAHs, while derived SROs for soil-use category II need to be changed for most compounds. Secondly, new data on phytotoxicity have made it possible to derive a criterion for phytotoxicity for cadmium, lead, chromium and nickel. However, taking secondary poisoning into account derived risk limits are shown to be lower for cadmium, lead, mercury, methyl-mercury and zinc. Thirdly, the method developed to derive soil quality criteria for producing good-quality compost leads to the conclusion that the SRO should be lowered for arsenic, zinc and mercury. For zinc, though, the current quality standard is already considered very stringent for practical use. In the investigation on the ecological relevance of HC50 by comparing laboratory toxicity data with field toxicity data, the field data, in general, were concluded to be slightly higher. It was recommended to use more field toxicity data to be able to carry out a more extensive study. Many aspects like bioavailability influence this comparison. Although the current generic ecological criterion (HC50) does not guarantee the unhampered functioning of the ecosystems, it was chosen as an acceptable standard. For the future, deriving ecological criteria based on specific protection goals is advisory. To reduce the uncertainty and risk to ecosystems, it was recommended to use the lower limit (when available) of the 90%-confidence interval for HC50 (LLHC50) as the generic ecological soil quality criterion. This use will lead to more stringent SROs for most compounds.en
dc.description.abstractIn 1999 zijn in het kader van de 'beleidsvernieuwing bodemsanering (BEVER) bodemgebruikswaarden (BGW) voor acht metalen, PAK, DDTs en drins vastgesteld als saneringsdoelstelling voor de bovengrond. Het Kabinetsstandpunt beleidsvernieuwing bodemsanering geeft aan de BGW zowel betekenis in het curatieve bodembeleid als in het bodembeheer. Aanleiding voor de evaluatie van de onderbouwing van de BGW waren 1) beschikbaar komen van nieuwe gegevens en methodieken, 2) vrijwel ontbreken van een bodemkwaliteitseis specifiek voor planten en voor doorvergiftiging; 3) ontbreken van een methodiek om vanuit de kwaliteitseisen voor compost kritische gehalten voor de bodem af te leiden; 4) onduidelijkheid over wat de werkelijke ecologische consequenties zijn van het hanteren van de HC50 als algemeen ecologische criterium. Geconcludeerd is dat op basis van meer recente gegevens en methodieken een aanpassing nodig is van de BGW voor cluster I voor 3 stoffen en van de BGW voor cluster II voor de meeste stoffen. Nieuwe toxiciteitsgegevens voor planten maken het mogelijk een apart criterium af te leiden voor cadmium, lood, chroom en nikkel. Meenemen van doorvergiftiging (op HC50-niveau) leidt tot lagere risicogrenzen voor cadmium, lood, kwik, methyl-kwik en zink. De gehanteerde methode om bodemkwaliteitseisen af te leiden voor compost met een goede kwaliteit leidt tot de conclusie dat de BGW arseen, kwik en zink verlaagd zou moeten worden. De kwaliteitseis voor compost blijkt echter in de praktijk al zeer streng. De vergelijking van laboratorium toxiciteitsgegevens met (semi)veld gegevens laat zien dat de veldgegevens in dezelfde orde, maar iets hoger lijken te liggen. Aanbevolen is meer veldgegevens te gebruiken om een uitgebreidere studie te kunnen uitvoeren naar de ecologische relevantie van laboratorium toxiciteitsgegevens. Daarnaast wordt aanbevolen meer specifieke beschermingsdoelen te formuleren, wanneer volledige bescherming niet haalbaar is. Om de onzekerheid van de potentiele risico's voor het ecosysteem te kunnen verminderen wordt aanbevolen de onderkant van het 90%-betrouwbaarheidsinterval van de HC50 (LLHC50) als algemeen ecologisch criterium te hanteren.nl
dc.format.extent1390000 bytesen_US
dc.format.extent1461558 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isonlen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 711701029en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/711701029.htmlen_US
dc.subject.othersoil remediationen
dc.subject.othersoil qualityen
dc.subject.othersoil pollutionen
dc.subject.otherlimitsen
dc.subject.othertoxicityen
dc.subject.otherland useen
dc.subject.othersoil-use specific remediation objectivesen
dc.subject.otherbodemsaneringnl
dc.subject.otherbodemkwaliteitnl
dc.subject.otherbodemverontreinigingnl
dc.subject.othergrenswaardenl
dc.subject.othertoxiciteitnl
dc.subject.othergrondgebruiknl
dc.subject.otherbodemgebruikswaardennl
dc.titleEvaluatie onderbouwing BodemGebruiksWaardenen_US
dc.title.alternativeEvaluation of the underpinning of the soil-use specific remediation objectivesen_US
dc.contributor.departmentLERen_US
dc.contributor.departmentSECen_US
dc.contributor.departmentLOKen_US
dc.contributor.departmentLDLen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.