MMR vaccine in 14 months old children, intramuscular versus subcutaneous administration

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9377
Title:
MMR vaccine in 14 months old children, intramuscular versus subcutaneous administration
Authors:
Lafeber AF; Klis FRM van der; Marzec AHJO; Labadie J; Ommen R van; Strieder TG; Berbers GAM
Other Titles:
BMR vaccin bij 14 maanden oude kinderen, intramusculaire versus subcutane toediening
Abstract:
In this study we compared the recommended subcutaneous administration of the RIVM MMR vaccine with the intramuscular administration for both safety and immunogenicity. Study subjects were 14 months old children, living in Amersfoort or Utrecht, who were eligible for their first MMR vaccination. The participants (N=67) were 'at random' assigned to one of the study groups based on route of administration of the vaccine (intramuscular or subcutaneous). Pain immediately after vaccination was the most reported adverse reaction. Serious pain was more often reported after subcutaneous vaccination. But because of the low number of participants in this study it is only an indication without an exact statistical foundation. It is known that adverse reactions due to infection by the vaccine virus are often seen in the second week after the MMR vaccination. In this study we also found a peak in the general health complaints in the second week after vaccination. The route of administration of the vaccine did not influence these complaints. It is difficult to assess which complaints are directly related to the MMR vaccine, because they often can not be distinguished from symptoms of common diseases in 14 months old children. Both subcutaneous and intramuscular administered MMR vaccine induced a good immune response. The levels of the ELISA antibodies against mumps and rubella after subcutaneous vaccination are the same as those after intramuscular vaccination. The titres against measles were somewhat higher after subcutaneous vaccination as compared to those after intramuscular injection, both for ELISA antibodies as well as antibodies measured with the virus neutralisation assay. However, this difference was not statistically significant. Besides, the injection route had no effect on the percentages of children with antibodies above the protective level against mumps (92%), measles (100%) and rubella (100%). This study shows that inadvertent intramuscular administration of MMR vaccine is no reason for revaccination. In the future it can be considered to adjust the instructions for use of the RIVM MMR vaccine so that both subcutaneous and intramuscular vaccination are allowed.

In deze studie is de gebruikelijke en in de bijsluiter geadviseerde subcutane toedieningsroute van het BMR vaccin vergeleken met intramusculaire toediening, zowel wat betreft veiligheid als immunogeniciteit. De studie populatie bestond uit 14 maanden oude kinderen uit Amersfoort of Utrecht die in aanmerking kwamen voor hun eerste BMR vaccinatie. De deelnemers (N=67) werden 'at random' verdeeld over twee onderzoeksgroepen gebaseerd op de toedieningswijze van het vaccin (intramusculair of subcutaan). Pijn direct na vaccinatie was de meest gemelde lokale reactie. Heftige pijn kwam wat vaker voor na subcutane injectie. Het aantal deelnemers is echter te klein om dit statistisch te onderbouwen. Bijwerkingen door de infectieverschijnselen, die door het vaccinvirus veroorzaakt kunnen worden, treden met name op in de tweede week na de BMR vaccinatie. Ook in dit onderzoek was een piek in de algemene gezondheidsklachten te zien in de tweede week na vaccinatie. Deze klachten waren onafhankelijk van de toedieningsroute van het vaccin. Het is echter moeilijk te bepalen welke klachten een direct gevolg van de BMR vaccinatie zijn, omdat deze vaak niet te onderscheiden zijn van symptomen van ziektes die bij 14 maanden oude kinderen veel voorkomen. te een goede immuunrespons op. De hoogte van ELISA titers tegen bof en rubella lijkt onafhankelijk van de toedieningsroute van het vaccin. De antistoffen tegen mazelen lagen na subcutane vaccinatie op een iets hoger niveau dan na intramusculaire vaccinatie, zowel voor antistoffen gemeten met ELISA als met de virusneutralisatie assay. Dit verschil was echter niet statistisch significant. De toedieningsroute was niet van invloed op de percentages kinderen met antistoffen boven het als beschermend beschouwde niveau tegen zowel bof (92%), mazelen (100%) als rubella (100%). Dit onderzoek toont aan dat er geen reden voor revaccinatie is, wanneer het BMR vaccin per ongeluk intramusculair toegediend is. In de toekomst kan mogelijkerwijs in de bijsluiter van het RIVM BMR vaccin opgenomen worden dat het vaccin zowel subcutaan als intramusculair toegediend mag worden.
Other Contributors:
Utrecht Stichting Thuiszorg Stad Utrecht (STSU), Ouder- en Kindzorg; Amersfoort Stichting Thuiszorg Eemland (STE), Ouder- en Kindzorg
Affiliation:
LVO
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
26-Oct-2001
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9377
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/000002001.html
Language:
nl
Series/Report no.:
RIVM Rapport 000002001
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorLafeber AFen_US
dc.contributor.authorKlis FRM van deren_US
dc.contributor.authorMarzec AHJOen_US
dc.contributor.authorLabadie Jen_US
dc.contributor.authorOmmen R vanen_US
dc.contributor.authorStrieder TGen_US
dc.contributor.authorBerbers GAMen_US
dc.contributor.otherUtrecht Stichting Thuiszorg Stad Utrecht (STSU), Ouder- en Kindzorgen_US
dc.contributor.otherAmersfoort Stichting Thuiszorg Eemland (STE), Ouder- en Kindzorgen_US
dc.date.accessioned2007-02-27T12:39:11Z-
dc.date.available2007-02-27T12:39:11Z-
dc.date.issued2001-10-26en_US
dc.identifier000002001en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9377-
dc.description.abstractIn this study we compared the recommended subcutaneous administration of the RIVM MMR vaccine with the intramuscular administration for both safety and immunogenicity. Study subjects were 14 months old children, living in Amersfoort or Utrecht, who were eligible for their first MMR vaccination. The participants (N=67) were 'at random' assigned to one of the study groups based on route of administration of the vaccine (intramuscular or subcutaneous). Pain immediately after vaccination was the most reported adverse reaction. Serious pain was more often reported after subcutaneous vaccination. But because of the low number of participants in this study it is only an indication without an exact statistical foundation. It is known that adverse reactions due to infection by the vaccine virus are often seen in the second week after the MMR vaccination. In this study we also found a peak in the general health complaints in the second week after vaccination. The route of administration of the vaccine did not influence these complaints. It is difficult to assess which complaints are directly related to the MMR vaccine, because they often can not be distinguished from symptoms of common diseases in 14 months old children. Both subcutaneous and intramuscular administered MMR vaccine induced a good immune response. The levels of the ELISA antibodies against mumps and rubella after subcutaneous vaccination are the same as those after intramuscular vaccination. The titres against measles were somewhat higher after subcutaneous vaccination as compared to those after intramuscular injection, both for ELISA antibodies as well as antibodies measured with the virus neutralisation assay. However, this difference was not statistically significant. Besides, the injection route had no effect on the percentages of children with antibodies above the protective level against mumps (92%), measles (100%) and rubella (100%). This study shows that inadvertent intramuscular administration of MMR vaccine is no reason for revaccination. In the future it can be considered to adjust the instructions for use of the RIVM MMR vaccine so that both subcutaneous and intramuscular vaccination are allowed.en
dc.description.abstractIn deze studie is de gebruikelijke en in de bijsluiter geadviseerde subcutane toedieningsroute van het BMR vaccin vergeleken met intramusculaire toediening, zowel wat betreft veiligheid als immunogeniciteit. De studie populatie bestond uit 14 maanden oude kinderen uit Amersfoort of Utrecht die in aanmerking kwamen voor hun eerste BMR vaccinatie. De deelnemers (N=67) werden 'at random' verdeeld over twee onderzoeksgroepen gebaseerd op de toedieningswijze van het vaccin (intramusculair of subcutaan). Pijn direct na vaccinatie was de meest gemelde lokale reactie. Heftige pijn kwam wat vaker voor na subcutane injectie. Het aantal deelnemers is echter te klein om dit statistisch te onderbouwen. Bijwerkingen door de infectieverschijnselen, die door het vaccinvirus veroorzaakt kunnen worden, treden met name op in de tweede week na de BMR vaccinatie. Ook in dit onderzoek was een piek in de algemene gezondheidsklachten te zien in de tweede week na vaccinatie. Deze klachten waren onafhankelijk van de toedieningsroute van het vaccin. Het is echter moeilijk te bepalen welke klachten een direct gevolg van de BMR vaccinatie zijn, omdat deze vaak niet te onderscheiden zijn van symptomen van ziektes die bij 14 maanden oude kinderen veel voorkomen. te een goede immuunrespons op. De hoogte van ELISA titers tegen bof en rubella lijkt onafhankelijk van de toedieningsroute van het vaccin. De antistoffen tegen mazelen lagen na subcutane vaccinatie op een iets hoger niveau dan na intramusculaire vaccinatie, zowel voor antistoffen gemeten met ELISA als met de virusneutralisatie assay. Dit verschil was echter niet statistisch significant. De toedieningsroute was niet van invloed op de percentages kinderen met antistoffen boven het als beschermend beschouwde niveau tegen zowel bof (92%), mazelen (100%) als rubella (100%). Dit onderzoek toont aan dat er geen reden voor revaccinatie is, wanneer het BMR vaccin per ongeluk intramusculair toegediend is. In de toekomst kan mogelijkerwijs in de bijsluiter van het RIVM BMR vaccin opgenomen worden dat het vaccin zowel subcutaan als intramusculair toegediend mag worden.nl
dc.format.extent3624000 bytesen_US
dc.format.extent3707652 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isonlen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM Rapport 000002001en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/000002001.htmlen_US
dc.titleMMR vaccine in 14 months old children, intramuscular versus subcutaneous administrationen_US
dc.title.alternativeBMR vaccin bij 14 maanden oude kinderen, intramusculaire versus subcutane toedieningen_US
dc.contributor.departmentLVOen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.