ARI-EL: een case-controle onderzoek naar Acute Respiratoire Infecties in de Eerste lijn. Tussenrapportage over okt. 2000 t/m sept. 2001

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9397
Title:
ARI-EL: een case-controle onderzoek naar Acute Respiratoire Infecties in de Eerste lijn. Tussenrapportage over okt. 2000 t/m sept. 2001
Authors:
Brandhof WE van den; Bartelds AIM; Peeters MF; Wilbrink B; Heijnen MLA
Other Titles:
ARI-EL: a case-control study on acute respiratory infections in general practitioner patients. Interim report of Oct. 2000 through Sept. 2001
Abstract:
From October 2000 the Dutch influenza surveillance is temporarily expanded to a case-control study on acute respiratory infections (ARI) in general practitioner (GP) patients: the ARI-EL study. The aim is gaining insight into 1) the incidence and aetiology of ARI, 2) risk factors for contracting ARI and 3) health-care demand and burden of illness due to ARI. GPs from the Netherlands Institute for Health Services Research (NIVEL) register all patients consulting them for ARI. Weekly, GPs sample one case, defined as one of the patients consulting them with complaints of ARI, and one control, defined as a patient consulting them without complaints of ARI. The samples are analysed at the National Institute of Public Health and the Environment (RIVM) in Bilthoven for respiratory viruses by culture and PCR, and for respiratory bacteria by culture at the Regional Laboratory of Public Health in Tilburg. Participating patients filled in a questionnaire at home. The background and methods of the ARI-EL study are presented in this interim report, along with some of the preliminary results of the first study year. In the controls, statistically significant fewer viruses were detected; in 53% of samples of the cases viruses were detected, compared to 19% of the samples from the controls. Influenza virus and rhinovirus were detected significantly more often in the cases than in the controls. Bacteria were detected in the same measure in the cases and controls. Only beta-haemolytic streptococci group A were significantly more often detected in the cases. In 31% of the cases and in 67% of the controls no micro-organisms other than the commensal flora were detected. The study has been found to be feasible, despite the burden for the GPs. It will continue until at least September 2002 to enable us to collect sufficient data for statistical analyses, and consequently to summon sufficient power to draw conclusions. The loss of data by applying the precise case and control definitions plus the fact that winter 2000/2001 was an extremely calm influenza season emphasise the need for data collection during a sufficiently long period. Then this exceptional study will provide information on the yearly and seasonal incidence of ARI and associated pathogens, the burden of illness, the health-care demand and the risk factors for contracting ARI.

Vanaf oktober 2000 is de Nederlandse influenza-surveillance tijdelijk uitgebreid tot een case-controle studie naar acute respiratoire infecties (ARI) bij huisartspatienten: de ARI-EL studie. Doel is inzicht verkrijgen in de incidentie en etiologie van ARI, risicofactoren voor ARI en in de zorgvraag en ziektelast tengevolge van ARI. Huisartsen van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL) registreren wekelijks het aantal consulten voor ARI en bemonsteren maximaal een case en een controle per week. De monsters worden onderzocht op respiratoire pathogenen op het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en op het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Tilburg met kweek en PCR. De deelnemende patienten vullen thuis een vragenlijst in. Bij cases werd significant vaker een virus aangetoond (bij 53 % van de cases versus 19% van de controles). Influenzavirus en rhinovirus werden significant vaker aangetoond in cases. Het percentage van de monsters waarin een bacterie werd aangetoond verschilde niet significant tussen cases en controles. Alleen beta-haemolytische streptokokken groep A werden significant vaker aangetoond bij cases. Bij 31% van de cases en bij 67% van de controles werd geen ziekteverwekker aangetoond Het blijkt dat de studie haalbaar is, maar wel redelijk belastend voor de huisartsen. De ARI-EL studie loopt door tot en met minimaal september 2002. Dit is nodig om voldoende gegevens te verzamelen voor statistische analyse met voldoende power om conclusies te kunnen trekken. Het verlies van gegevens door strikte toepassing van de case- en controledefinities en het feit dat winter 2000/2001 een uitzonderlijk rustig influenzaseizoen is geweest, benadrukken het belang van voldoende lange gegevensverzameling. Dan zal deze unieke studie informatie opleveren over de jaar- en seizoensincidentie van ARI en daarmee samenhangende pathogenen, ziektelast, zorgvraag en determinanten bij huisartspatienten.
Other Contributors:
Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL); Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Tilburg
Affiliation:
CIE; NIVEL; Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Tilburg; LIS
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
22-Apr-2002
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9397
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/217617006.html
Language:
nl
Series/Report no.:
RIVM rapport 217617006
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorBrandhof WE van denen_US
dc.contributor.authorBartelds AIMen_US
dc.contributor.authorPeeters MFen_US
dc.contributor.authorWilbrink Ben_US
dc.contributor.authorHeijnen MLAen_US
dc.contributor.otherNederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL)en_US
dc.contributor.otherStreeklaboratorium voor de Volksgezondheid Tilburgen_US
dc.date.accessioned2007-02-27T12:40:34Z-
dc.date.available2007-02-27T12:40:34Z-
dc.date.issued2002-04-22en_US
dc.identifier217617006en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9397-
dc.description.abstractFrom October 2000 the Dutch influenza surveillance is temporarily expanded to a case-control study on acute respiratory infections (ARI) in general practitioner (GP) patients: the ARI-EL study. The aim is gaining insight into 1) the incidence and aetiology of ARI, 2) risk factors for contracting ARI and 3) health-care demand and burden of illness due to ARI. GPs from the Netherlands Institute for Health Services Research (NIVEL) register all patients consulting them for ARI. Weekly, GPs sample one case, defined as one of the patients consulting them with complaints of ARI, and one control, defined as a patient consulting them without complaints of ARI. The samples are analysed at the National Institute of Public Health and the Environment (RIVM) in Bilthoven for respiratory viruses by culture and PCR, and for respiratory bacteria by culture at the Regional Laboratory of Public Health in Tilburg. Participating patients filled in a questionnaire at home. The background and methods of the ARI-EL study are presented in this interim report, along with some of the preliminary results of the first study year. In the controls, statistically significant fewer viruses were detected; in 53% of samples of the cases viruses were detected, compared to 19% of the samples from the controls. Influenza virus and rhinovirus were detected significantly more often in the cases than in the controls. Bacteria were detected in the same measure in the cases and controls. Only beta-haemolytic streptococci group A were significantly more often detected in the cases. In 31% of the cases and in 67% of the controls no micro-organisms other than the commensal flora were detected. The study has been found to be feasible, despite the burden for the GPs. It will continue until at least September 2002 to enable us to collect sufficient data for statistical analyses, and consequently to summon sufficient power to draw conclusions. The loss of data by applying the precise case and control definitions plus the fact that winter 2000/2001 was an extremely calm influenza season emphasise the need for data collection during a sufficiently long period. Then this exceptional study will provide information on the yearly and seasonal incidence of ARI and associated pathogens, the burden of illness, the health-care demand and the risk factors for contracting ARI.en
dc.description.abstractVanaf oktober 2000 is de Nederlandse influenza-surveillance tijdelijk uitgebreid tot een case-controle studie naar acute respiratoire infecties (ARI) bij huisartspatienten: de ARI-EL studie. Doel is inzicht verkrijgen in de incidentie en etiologie van ARI, risicofactoren voor ARI en in de zorgvraag en ziektelast tengevolge van ARI. Huisartsen van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL) registreren wekelijks het aantal consulten voor ARI en bemonsteren maximaal een case en een controle per week. De monsters worden onderzocht op respiratoire pathogenen op het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en op het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Tilburg met kweek en PCR. De deelnemende patienten vullen thuis een vragenlijst in. Bij cases werd significant vaker een virus aangetoond (bij 53 % van de cases versus 19% van de controles). Influenzavirus en rhinovirus werden significant vaker aangetoond in cases. Het percentage van de monsters waarin een bacterie werd aangetoond verschilde niet significant tussen cases en controles. Alleen beta-haemolytische streptokokken groep A werden significant vaker aangetoond bij cases. Bij 31% van de cases en bij 67% van de controles werd geen ziekteverwekker aangetoond Het blijkt dat de studie haalbaar is, maar wel redelijk belastend voor de huisartsen. De ARI-EL studie loopt door tot en met minimaal september 2002. Dit is nodig om voldoende gegevens te verzamelen voor statistische analyse met voldoende power om conclusies te kunnen trekken. Het verlies van gegevens door strikte toepassing van de case- en controledefinities en het feit dat winter 2000/2001 een uitzonderlijk rustig influenzaseizoen is geweest, benadrukken het belang van voldoende lange gegevensverzameling. Dan zal deze unieke studie informatie opleveren over de jaar- en seizoensincidentie van ARI en daarmee samenhangende pathogenen, ziektelast, zorgvraag en determinanten bij huisartspatienten.nl
dc.format.extent10866000 bytesen_US
dc.format.extent11126195 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isonlen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 217617006en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/217617006.htmlen_US
dc.subject.otheracute respiratory infectionsen
dc.subject.othergeneral practioner patientsen
dc.subject.otherinfluenza-like illnessesen
dc.subject.otherinfluenzaen
dc.subject.otherrespiratory virusesen
dc.subject.otherrespiratory bacteriaen
dc.subject.otherrhinovirusen
dc.subject.otherrespiratory syncytial virusen
dc.subject.otherviral cultureen
dc.subject.otherpcren
dc.subject.otherrisk factorsen
dc.subject.otheracute respiratoire infectiesnl
dc.subject.othereerste lijnnl
dc.subject.otherinfluenza-achtige ziektebeeldennl
dc.subject.otherinfluenzanl
dc.subject.otherrespiratoire virussennl
dc.subject.otherrhinovirusnl
dc.subject.otherrespiratoir syncytieel virusnl
dc.subject.otherviruskweeknl
dc.subject.otherpcrnl
dc.subject.otherrisicofactorennl
dc.titleARI-EL: een case-controle onderzoek naar Acute Respiratoire Infecties in de Eerste lijn. Tussenrapportage over okt. 2000 t/m sept. 2001en_US
dc.title.alternativeARI-EL: a case-control study on acute respiratory infections in general practitioner patients. Interim report of Oct. 2000 through Sept. 2001en_US
dc.contributor.departmentCIEen_US
dc.contributor.departmentNIVELen_US
dc.contributor.departmentStreeklaboratorium voor de Volksgezondheid Tilburgen_US
dc.contributor.departmentLISen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.