Verdeling van de blootstelling aan fijn stof in de Nederlandse bevolking

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9421
Title:
Verdeling van de blootstelling aan fijn stof in de Nederlandse bevolking
Authors:
Kruize H; Freijer JI; Franssen EAM; Fischer PH; Lebret E; Bloemen HJTh
Other Titles:
Distribution of exposure of the Dutch population to particulate matter
Abstract:
An assessment of exposure of the Dutch population to particulate matter was commissioned by the Health Care Inspectorate. Researchers used the probabilistic model, EXPOLIS, in this assessment, in which exposure is defined as a combination of the concentration of air pollution in different spaces ('microenvironments') where people spend time and the time people spend in these microenvironments. PM10 was selected as the indicator for particulate matter. Input data for the model were preferably based on available Dutch data, and modelled in case no data were available. Exposure distributions were calculated for the situation with and without (passive) smoking, both for the whole Dutch population and for subpopulations. Sensitivity analyses were performed to determine which factors were of influence with regard to the exposure distributions of subpopulations. The EXPOLIS model has been shown useful in calculating the exposure of the Dutch population to PM10 particles. In a non-smoking environment subpopulations at risk could not be identified. When (passive) smoking was included, the average exposure level was much higher compared to the non-smoking environment. The variation in exposure within the population and between subpopulations also proved to be larger, with 20% less exposure in the elderly than in the other subpopulations. Urban dwellers showed 8-13% less exposure than rural dwellers. Since the model has calculated exposure distributions, it is not possible to compare calculated exposures with air quality standards. Future activities should focus on the process of facilitating input data and field validation. Furthermore, it will be necessary to discuss the added value of model calculations over ambient concentrations as an indicator for exposure.

In opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg is de blootstelling van de Nederlandse bevolking aan fijn stof geschat met behulp van het EXPOLIS model. In dit kans- of probabilistische model is blootstelling een combinatie van de concentratie luchtverontreiniging in verschillende ruimten ('micro-omgevingen') waar een persoon zich gedurende een dag begeeft, en de doorgebrachte tijd in deze micro-omgevingen. PM10 is als indicator voor fijn stof gekozen. De invoergegevens voor het model zijn bij voorkeur gebaseerd op beschikbare Nederlandse gegevens, en gemodelleerd als deze niet beschikbaar waren. Blootstellingsverdelingen zijn berekend voor de situatie met en zonder (passief) roken, zowel voor de gehele Nederlandse bevolking als voor subpopulaties. Tevens zijn gevoeligheidsanalyses uitgevoerd om vast te stellen welke factoren van invloed waren op de blootstellingsverdeling. De resultaten laten zien dat het EXPOLIS model bruikbaar was om de blootstelling van de Nederlandse bevolking aan PM10 te berekenen. Bij afwezigheid van sigarettenrook in het binnenmilieu waren er geen bijzondere risicogroepen te onderscheiden. Wanneer de bijdrage van (passief) roken werd meegenomen, lag de gemiddelde blootstelling aanzienlijk hoger dan wanneer niet gerookt zou worden. Ook de spreiding was in dat geval groter, evenals de verschillen tussen subpopulaties (ouderen hadden een 20% lagere blootstelling). Stadsbewoners hadden een 8-13% hogere blootstelling dan plattelandsbewoners. Omdat de modelresultaten blootstellingsverdelingen zijn, kunnen ze niet vergeleken worden met luchtkwaliteitsnormen. Toekomstige activiteiten zouden zich moeten richten op een protocol voor de facilitering van invoergegevens ten behoeve van het EXPOLIS model en verdere modelvalidatie. Ook is een discussie nodig om de meerwaarde van modelberekeningen ten opzichte van buitenluchtmetingen vast te stellen als indicator voor blootstelling.
Affiliation:
LBM
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
31-Jan-2001
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9421
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/263610005.html
Language:
nl
Series/Report no.:
RIVM Rapport 263610005
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorKruize Hen_US
dc.contributor.authorFreijer JIen_US
dc.contributor.authorFranssen EAMen_US
dc.contributor.authorFischer PHen_US
dc.contributor.authorLebret Een_US
dc.contributor.authorBloemen HJThen_US
dc.date.accessioned2007-02-27T12:42:23Z-
dc.date.available2007-02-27T12:42:23Z-
dc.date.issued2001-01-31en_US
dc.identifier263610005en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9421-
dc.description.abstractAn assessment of exposure of the Dutch population to particulate matter was commissioned by the Health Care Inspectorate. Researchers used the probabilistic model, EXPOLIS, in this assessment, in which exposure is defined as a combination of the concentration of air pollution in different spaces ('microenvironments') where people spend time and the time people spend in these microenvironments. PM10 was selected as the indicator for particulate matter. Input data for the model were preferably based on available Dutch data, and modelled in case no data were available. Exposure distributions were calculated for the situation with and without (passive) smoking, both for the whole Dutch population and for subpopulations. Sensitivity analyses were performed to determine which factors were of influence with regard to the exposure distributions of subpopulations. The EXPOLIS model has been shown useful in calculating the exposure of the Dutch population to PM10 particles. In a non-smoking environment subpopulations at risk could not be identified. When (passive) smoking was included, the average exposure level was much higher compared to the non-smoking environment. The variation in exposure within the population and between subpopulations also proved to be larger, with 20% less exposure in the elderly than in the other subpopulations. Urban dwellers showed 8-13% less exposure than rural dwellers. Since the model has calculated exposure distributions, it is not possible to compare calculated exposures with air quality standards. Future activities should focus on the process of facilitating input data and field validation. Furthermore, it will be necessary to discuss the added value of model calculations over ambient concentrations as an indicator for exposure.en
dc.description.abstractIn opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg is de blootstelling van de Nederlandse bevolking aan fijn stof geschat met behulp van het EXPOLIS model. In dit kans- of probabilistische model is blootstelling een combinatie van de concentratie luchtverontreiniging in verschillende ruimten ('micro-omgevingen') waar een persoon zich gedurende een dag begeeft, en de doorgebrachte tijd in deze micro-omgevingen. PM10 is als indicator voor fijn stof gekozen. De invoergegevens voor het model zijn bij voorkeur gebaseerd op beschikbare Nederlandse gegevens, en gemodelleerd als deze niet beschikbaar waren. Blootstellingsverdelingen zijn berekend voor de situatie met en zonder (passief) roken, zowel voor de gehele Nederlandse bevolking als voor subpopulaties. Tevens zijn gevoeligheidsanalyses uitgevoerd om vast te stellen welke factoren van invloed waren op de blootstellingsverdeling. De resultaten laten zien dat het EXPOLIS model bruikbaar was om de blootstelling van de Nederlandse bevolking aan PM10 te berekenen. Bij afwezigheid van sigarettenrook in het binnenmilieu waren er geen bijzondere risicogroepen te onderscheiden. Wanneer de bijdrage van (passief) roken werd meegenomen, lag de gemiddelde blootstelling aanzienlijk hoger dan wanneer niet gerookt zou worden. Ook de spreiding was in dat geval groter, evenals de verschillen tussen subpopulaties (ouderen hadden een 20% lagere blootstelling). Stadsbewoners hadden een 8-13% hogere blootstelling dan plattelandsbewoners. Omdat de modelresultaten blootstellingsverdelingen zijn, kunnen ze niet vergeleken worden met luchtkwaliteitsnormen. Toekomstige activiteiten zouden zich moeten richten op een protocol voor de facilitering van invoergegevens ten behoeve van het EXPOLIS model en verdere modelvalidatie. Ook is een discussie nodig om de meerwaarde van modelberekeningen ten opzichte van buitenluchtmetingen vast te stellen als indicator voor blootstelling.nl
dc.format.extent852000 bytesen_US
dc.format.extent871896 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isonlen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM Rapport 263610005en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/263610005.htmlen_US
dc.subject.otheraerosolsen
dc.subject.otherexposureen
dc.subject.otherhuman populationen
dc.subject.othermodellingen
dc.subject.otherparticulate matteren
dc.subject.otheraerosolennl
dc.subject.otherblootstellingnl
dc.subject.otherbevolkingnl
dc.subject.othermodellenonderzoeknl
dc.subject.otherfijn stofnl
dc.subject.otherpm10nl
dc.titleVerdeling van de blootstelling aan fijn stof in de Nederlandse bevolkingen_US
dc.title.alternativeDistribution of exposure of the Dutch population to particulate matteren_US
dc.contributor.departmentLBMen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.