Pienter project: description of the serum bank, with information on participants gleaned from questionnaires

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9912
Title:
Pienter project: description of the serum bank, with information on participants gleaned from questionnaires
Authors:
Hof S van den; Melker HE de; Suijkerbuijk AWM; Conyn-van Spaendonck MAE
Other Titles:
Pienter-project: beschrijving van serumbank en informatie over deelnemers uit de vragenlijsten
Abstract:
The RIVM's so-called Pienter project, carried out from October 1995 to December 1996, was aimed at establishing a serum bank of a representative sample of the Dutch population to facilitate sero-epidemiological studies , including the evaluation of the National Immunisation Programme (NIP). In combination with serum collection, questionnaires from participants in the serum bank between 0 and 79 were gathered through a cross-sectional study , including a non-response survey. An additional sample of eight municipalities with a low immunisation coverage was chosen so as to have access to more non-vaccinated individuals. A serum bank of 9973 samples has been established to facilitate a great number of sero-epidemiological studies. Participants of the female sex with a low SES and participants having the Dutch nationality and born in the Netherlands were somewhat overrepresented in the Pienter project compared with those used for the CBS figures. Participants were as representative of the general Dutch population regarding marital status, religion and health, as compared with those used for figures by the CBS. Participants thought immunisation against poliomyelitis was the most important, followed by diphtheria, tetanus, pertussis and Hib; immunisation against rubella, mumps and measles was considered least important. Participants belonging to the orthodox reformed churches thought the different immunisations from the National Immunisation Programme (NIP) were less important in comparison with participants of the strict branch of the Dutch Reformed Church and participants with no religious affiliation or having a religion non-opposed to vaccination; they also participated less in the NIP. It would be interesting to see whether the differences in (the opinions on) immunisation are also reflected in the seroprevalences.; In oktober 1995 - december 1996 is het Pienter-project uitgevoerd. Doel was een representatieve serumbank opzetten voor sero-epidemiologische studies o.a. ter evaluatie van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). In het Pienter-project werden sera en vragenlijsten verzameld van de algemene Nederlandse bevolking (0-79 jaar) door middel van een cross-sectioneel populatie-onderzoek, inclusief een non-respons onderzoek. Daarnaast werden acht gemeenten met een lage vaccinatiegraad gekozen zodat meer niet-gevaccineerde personen in het onderzoek zouden meedoen. Een serumbank met 9.973 monsters is beschikbaar voor vele sero-epidemiologische studies. Vrouwelijke deelnemers, deelnemers met een lage SES, deelnemers met de Nederlandse nationaliteit en deelnemers geboren in Nederland waren iets oververtegenwoordigd in het Pienter-project, vergeleken met cijfers van het CBS. De deelnemers waren representatief voor de Nederlandse bevolking qua burgerlijke staat, religie en gezondheid, vergeleken met cijfers van het CBS. De deelnemers vonden vaccinatie tegen polio het meest belangrijk. Vaccinatie tegen difterie, tetanus, kinkhoest en Hib werd ongeveer even belangrijk gevonden en vaccinatie tegen mazelen, bof en rode hond werden minder belangrijk gevonden. Bevindelijk gereformeerde deelnemers gaven aan de verschillende vaccinaties uit het RVP minder belangrijk te vinden dan deelnemers van de gereformeerde bond en deelnemers met geen of een religie en zij gaven aan minder vaak deel te hebben genomen aan het RVP. Respondenten van de gereformeerde bond en de bevindelijk gereformeerde deelnemers uit de landelijke steekproef gaven vaker aan te hebben deelgenomen aan het RVP en vonden de vaccinaties uit het RVP belangrijker dan de deelnemers uit de lage vaccinatiegraad gemeenten. Interessant is om na te gaan of de verschillen in (mening over) vaccinatie die gevonden werden tussen de verschillende religieuze groeperingen en tussen de landelijke steekproef en de lage vaccinatiegraad gemeenten ook gereflecteerd worden in de seroprevalenties voor ziekten waartegen vaccinatie beschikbaar is.
Affiliation:
CIE
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
30-Sep-1997
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9912
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/213675005.html
Language:
en
Series/Report no.:
RIVM rapport 213675005
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorHof S van denen_US
dc.contributor.authorMelker HE deen_US
dc.contributor.authorSuijkerbuijk AWMen_US
dc.contributor.authorConyn-van Spaendonck MAEen_US
dc.date.accessioned2007-03-09T15:37:03Z-
dc.date.available2007-03-09T15:37:03Z-
dc.date.issued1997-09-30en_US
dc.identifier213675005en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9912-
dc.description.abstractThe RIVM's so-called Pienter project, carried out from October 1995 to December 1996, was aimed at establishing a serum bank of a representative sample of the Dutch population to facilitate sero-epidemiological studies , including the evaluation of the National Immunisation Programme (NIP). In combination with serum collection, questionnaires from participants in the serum bank between 0 and 79 were gathered through a cross-sectional study , including a non-response survey. An additional sample of eight municipalities with a low immunisation coverage was chosen so as to have access to more non-vaccinated individuals. A serum bank of 9973 samples has been established to facilitate a great number of sero-epidemiological studies. Participants of the female sex with a low SES and participants having the Dutch nationality and born in the Netherlands were somewhat overrepresented in the Pienter project compared with those used for the CBS figures. Participants were as representative of the general Dutch population regarding marital status, religion and health, as compared with those used for figures by the CBS. Participants thought immunisation against poliomyelitis was the most important, followed by diphtheria, tetanus, pertussis and Hib; immunisation against rubella, mumps and measles was considered least important. Participants belonging to the orthodox reformed churches thought the different immunisations from the National Immunisation Programme (NIP) were less important in comparison with participants of the strict branch of the Dutch Reformed Church and participants with no religious affiliation or having a religion non-opposed to vaccination; they also participated less in the NIP. It would be interesting to see whether the differences in (the opinions on) immunisation are also reflected in the seroprevalences.en
dc.description.abstractIn oktober 1995 - december 1996 is het Pienter-project uitgevoerd. Doel was een representatieve serumbank opzetten voor sero-epidemiologische studies o.a. ter evaluatie van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). In het Pienter-project werden sera en vragenlijsten verzameld van de algemene Nederlandse bevolking (0-79 jaar) door middel van een cross-sectioneel populatie-onderzoek, inclusief een non-respons onderzoek. Daarnaast werden acht gemeenten met een lage vaccinatiegraad gekozen zodat meer niet-gevaccineerde personen in het onderzoek zouden meedoen. Een serumbank met 9.973 monsters is beschikbaar voor vele sero-epidemiologische studies. Vrouwelijke deelnemers, deelnemers met een lage SES, deelnemers met de Nederlandse nationaliteit en deelnemers geboren in Nederland waren iets oververtegenwoordigd in het Pienter-project, vergeleken met cijfers van het CBS. De deelnemers waren representatief voor de Nederlandse bevolking qua burgerlijke staat, religie en gezondheid, vergeleken met cijfers van het CBS. De deelnemers vonden vaccinatie tegen polio het meest belangrijk. Vaccinatie tegen difterie, tetanus, kinkhoest en Hib werd ongeveer even belangrijk gevonden en vaccinatie tegen mazelen, bof en rode hond werden minder belangrijk gevonden. Bevindelijk gereformeerde deelnemers gaven aan de verschillende vaccinaties uit het RVP minder belangrijk te vinden dan deelnemers van de gereformeerde bond en deelnemers met geen of een religie en zij gaven aan minder vaak deel te hebben genomen aan het RVP. Respondenten van de gereformeerde bond en de bevindelijk gereformeerde deelnemers uit de landelijke steekproef gaven vaker aan te hebben deelgenomen aan het RVP en vonden de vaccinaties uit het RVP belangrijker dan de deelnemers uit de lage vaccinatiegraad gemeenten. Interessant is om na te gaan of de verschillen in (mening over) vaccinatie die gevonden werden tussen de verschillende religieuze groeperingen en tussen de landelijke steekproef en de lage vaccinatiegraad gemeenten ook gereflecteerd worden in de seroprevalenties voor ziekten waartegen vaccinatie beschikbaar is.nl
dc.format.extent4951792 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 213675005en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/213675005.htmlen_US
dc.subject.otherrijksvaccinatieprogrammanl
dc.subject.othersero-epidemiologienl
dc.titlePienter project: description of the serum bank, with information on participants gleaned from questionnairesen_US
dc.title.alternativePienter-project: beschrijving van serumbank en informatie over deelnemers uit de vragenlijstenen_US
dc.contributor.departmentCIEen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.