Laboratoriumsurveillance van HIV-infecties, regio Arnhem, 1989-1995

2.50
Hdl Handle:
http://hdl.handle.net/10029/9916
Title:
Laboratoriumsurveillance van HIV-infecties, regio Arnhem, 1989-1995
Authors:
Esveld MI; Pelt W van; Duynhoven YTHP van; Nohlmans MKE; Houweling H
Other Titles:
Laboratory-based HIV surveillance in the Arnhem area, 1989-1995
Abstract:
As from April 1989, surveillance-activities of HIV infections are carried out in the Arnhem area. These programmes are executed in collaboration of the National Institute of Public Health and the Environment (RIVM) with the Regional Public Health Laboratory Arnhem (RPHL)/Rijnstate hospital. This report presents results up to the end of 1995 of monitoring laboratory diagnostics of HIV infections, in addition to a continuous questionnaire on the indication for testing sent to the requesting physicians. Between April 1989 and December 1995 21,825 HIV tests were performed in 19,216 individuals living in the service area. The percentage of positive tests (1.8%, n=386) was almost twice the percentage of positive persons (1.0%, n=186). No increase in number of new infections was observed over time, although the number of requested tests increased up until 1994. Most test requests concerned tests for 'changing heterosexual contacts'. In men, most infections occurred among homo/bisexuals. This was 8-9% up until 1994 but decreased to 3.4% in 1995. 4.4% of the tested female drug users was seropositive ; among males it increased from 3.9% in 1991 to 12% in 1995. No trend in heterosexually acquired infections could be seen over the observed six years. It appears that the spread of HIV is still restricted to the known risk groups: signs for considerable spread in the general population could not be found. Remarkably the percentage of new seropositives seems to decrease in the urban areas whilst it still increases in the rural areas. Furthermore requests for tests of persons originating from Africa and Latin-America increased as does the percentage seropositive tests. Laboratory-based surveillance is thought to be very useful as an indicator of the extent of the problem and monitoring of trends. The methodology used in this surveillance will be used for other regions and infectious diseases.; In de regio Arnhem loopt sinds april 1989 een surveillance-project voor HIV-infecties. Dit project is door het RIVM opgezet, in nauwe samenwerking met het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid/Rijnstate Ziekenhuis (SLA). Dit rapport presenteert de resultaten tot en met 1995 van ruim zes jaar monitoring van laboratoriumdiagnostiek van HIV-infecties aangevuld met een continue enquete naar de indicatiestelling voor de test bij alle aanvragers van deze diagnostiek. Het percentage geinfecteerde personen (1.0%, n=186) was bijna twee keer zo klein als het percentage positieve testen (1.8%, n=386). Het jaarlijks aantal nieuw positieve personen nam niet toe in de tijd, alhoewel er tot 1994 een sterke stijging was in het het aantal aangevraagde testen. De meeste testen worden verricht vanwege 'wisselende heteroseksuele contacten'. Bij mannen werden de meeste infecties waargenomen onder homo/biseksuelen. Dit was gemiddeld 8-9% tot 1994, maar lijkt in 1995 sterk afgenomen tot 3.2%. Ook onder de intraveneuze druggebruikers werden relatief veel infecties aangetoond. Bij de vrouwen ligt dit gemiddeld op 4.4% ; bij de mannelijke druggebruikers neemt het percentage toe van 3.9 in 1991 tot 12% in 1995. Er was geen trend zichtbaar in de heteroseksuele verspreiding over de afgelopen 6 jaar. Dit alles wijst erop dat de verspreiding van HIV-infecties zich nog steeds met name in de bekende risicogroepen voordoet. Opvallend is dat het percentage nieuw-positieven in stedelijke gebieden de laatste jaren lijkt af te nemen, terwijl dit op het platteland nog toeneemt. Ook neemt het aantal geteste personen afkomstig uit Afrika en Latijns-Amerika toe, evenals het percentage positieven in die groep. Seroprevalenties die worden waargenomen in groepen van vrijwillig geteste personen, kunnen i.v.m. onbekende selectiemechanismen, niet zonder meer worden geextrapoleerd naar diezelfde groepen in het verzorgingsgebied van het laboratorium. Desalniettemin wordt de HIV-surveillance vanuit het laboratorium als zeer nuttig beschouwd als indicatie voor de omvang van de problematiek en voor het volgen van trends. Het RIVM werkt aan het opzetten van een landelijk surveillancesysteem voor infectieziekten (ISIS) waarin het concept van de HIV-surveillance wordt gebruikt, ook voor andere infectieziekten. De regio Arnhem fungeert reeds als proefregio voor deze laboratoriumsurveillance.
Affiliation:
CIE
Publisher:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM
Issue Date:
30-Nov-1996
URI:
http://hdl.handle.net/10029/9916
Additional Links:
http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/214670003.html
Language:
nl
Series/Report no.:
RIVM Rapport 214670003
Appears in Collections:
RIVM reports - old archive

Full metadata record

DC FieldValue Language
dc.contributor.authorEsveld MIen_US
dc.contributor.authorPelt W vanen_US
dc.contributor.authorDuynhoven YTHP vanen_US
dc.contributor.authorNohlmans MKEen_US
dc.contributor.authorHouweling Hen_US
dc.date.accessioned2007-03-09T15:37:16Z-
dc.date.available2007-03-09T15:37:16Z-
dc.date.issued1996-11-30en_US
dc.identifier214670003en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/9916-
dc.description.abstractAs from April 1989, surveillance-activities of HIV infections are carried out in the Arnhem area. These programmes are executed in collaboration of the National Institute of Public Health and the Environment (RIVM) with the Regional Public Health Laboratory Arnhem (RPHL)/Rijnstate hospital. This report presents results up to the end of 1995 of monitoring laboratory diagnostics of HIV infections, in addition to a continuous questionnaire on the indication for testing sent to the requesting physicians. Between April 1989 and December 1995 21,825 HIV tests were performed in 19,216 individuals living in the service area. The percentage of positive tests (1.8%, n=386) was almost twice the percentage of positive persons (1.0%, n=186). No increase in number of new infections was observed over time, although the number of requested tests increased up until 1994. Most test requests concerned tests for 'changing heterosexual contacts'. In men, most infections occurred among homo/bisexuals. This was 8-9% up until 1994 but decreased to 3.4% in 1995. 4.4% of the tested female drug users was seropositive ; among males it increased from 3.9% in 1991 to 12% in 1995. No trend in heterosexually acquired infections could be seen over the observed six years. It appears that the spread of HIV is still restricted to the known risk groups: signs for considerable spread in the general population could not be found. Remarkably the percentage of new seropositives seems to decrease in the urban areas whilst it still increases in the rural areas. Furthermore requests for tests of persons originating from Africa and Latin-America increased as does the percentage seropositive tests. Laboratory-based surveillance is thought to be very useful as an indicator of the extent of the problem and monitoring of trends. The methodology used in this surveillance will be used for other regions and infectious diseases.en
dc.description.abstractIn de regio Arnhem loopt sinds april 1989 een surveillance-project voor HIV-infecties. Dit project is door het RIVM opgezet, in nauwe samenwerking met het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid/Rijnstate Ziekenhuis (SLA). Dit rapport presenteert de resultaten tot en met 1995 van ruim zes jaar monitoring van laboratoriumdiagnostiek van HIV-infecties aangevuld met een continue enquete naar de indicatiestelling voor de test bij alle aanvragers van deze diagnostiek. Het percentage geinfecteerde personen (1.0%, n=186) was bijna twee keer zo klein als het percentage positieve testen (1.8%, n=386). Het jaarlijks aantal nieuw positieve personen nam niet toe in de tijd, alhoewel er tot 1994 een sterke stijging was in het het aantal aangevraagde testen. De meeste testen worden verricht vanwege 'wisselende heteroseksuele contacten'. Bij mannen werden de meeste infecties waargenomen onder homo/biseksuelen. Dit was gemiddeld 8-9% tot 1994, maar lijkt in 1995 sterk afgenomen tot 3.2%. Ook onder de intraveneuze druggebruikers werden relatief veel infecties aangetoond. Bij de vrouwen ligt dit gemiddeld op 4.4% ; bij de mannelijke druggebruikers neemt het percentage toe van 3.9 in 1991 tot 12% in 1995. Er was geen trend zichtbaar in de heteroseksuele verspreiding over de afgelopen 6 jaar. Dit alles wijst erop dat de verspreiding van HIV-infecties zich nog steeds met name in de bekende risicogroepen voordoet. Opvallend is dat het percentage nieuw-positieven in stedelijke gebieden de laatste jaren lijkt af te nemen, terwijl dit op het platteland nog toeneemt. Ook neemt het aantal geteste personen afkomstig uit Afrika en Latijns-Amerika toe, evenals het percentage positieven in die groep. Seroprevalenties die worden waargenomen in groepen van vrijwillig geteste personen, kunnen i.v.m. onbekende selectiemechanismen, niet zonder meer worden geextrapoleerd naar diezelfde groepen in het verzorgingsgebied van het laboratorium. Desalniettemin wordt de HIV-surveillance vanuit het laboratorium als zeer nuttig beschouwd als indicatie voor de omvang van de problematiek en voor het volgen van trends. Het RIVM werkt aan het opzetten van een landelijk surveillancesysteem voor infectieziekten (ISIS) waarin het concept van de HIV-surveillance wordt gebruikt, ook voor andere infectieziekten. De regio Arnhem fungeert reeds als proefregio voor deze laboratoriumsurveillance.nl
dc.format.extent1554000 bytesen_US
dc.format.extent1590852 bytes-
dc.format.mimetypeapplication/pdf-
dc.language.isonlen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM Rapport 214670003en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/214670003.htmlen_US
dc.subject.otherhiv infectionsen
dc.subject.otheraidsen
dc.subject.otherlaboratory diagnosisen
dc.subject.otherpopulation surveillanceen
dc.titleLaboratoriumsurveillance van HIV-infecties, regio Arnhem, 1989-1995en_US
dc.title.alternativeLaboratory-based HIV surveillance in the Arnhem area, 1989-1995en_US
dc.contributor.departmentCIEen_US
All Items in WARP are protected by copyright, with all rights reserved, unless otherwise indicated.