RIVM Publications Repository

Recent Submissions

  • PublicationOpen Access
    Evaluatie Actieplan Nederland Beweegt. Voortgangsrapportage 2024
    (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2025-02-24) van Mourik-Boelema, MS; Vos, EE; de Valk, TM; Lemmens, LC; van den Berg, SW
    Het ministerie van VWS(Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) wil het voor mensen makkelijker maken om elke dag meer te bewegen. Hiervoor zijn onder andere veranderingen in de leefomgeving nodig, zoals genoeg veilige fietspaden en speeltuinen. VWS heeft hiervoor het Actieplan Nederland Beweegt gemaakt, dat loopt van 2023 tot 2025. Dit Actieplan is anders dan eerder beleid omdat het gaat over alles wat met bewegen te maken heeft en niet één onderdeel, zoals sporten (systeemverandering). Het beleid hoort bij het streven van de overheid dat 75 procent van de Nederlanders in 2040 genoeg beweegt. In 2023 haalde 45 procent van de bevolking dat. Voldoende bewegen is belangrijk voor de gezondheid. Het RIVM volgt de ontwikkeling van de drie onderdelen van het Actieplan die meer bewegen moeten stimuleren (de Actielijnen): 1) meer bewustwording van het belang van bewegen, in de hele samenleving maar ook onder beleidsmakers, 2) meer samenwerking tussen organisaties en professionals via de zogeheten Beweegalliantie, 3) meer samenwerking tussen de verschillende domeinen in gemeenten. Deze eerste rapportage laat zien wat er in de eerste 1,5 jaar is bereikt. Bij alle Actielijnen zijn positieve ontwikkelingen te zien, blijkt uit de rapportage. Een voorbeeld van een positieve ontwikkeling is dat beleidsmakers van VWS en (maatschappelijke) organisaties meer aandacht hebben gekregen voor bewegen. Ook hebben in één jaar tijd drie keer zoveel partijen zich aangesloten bij de Beweegalliantie, tot ruim 400. Vanuit de alliantie zijn 20 samenwerkingsverbanden begonnen en worden lokale initiatieven over bewegen op verschillende manieren ondersteund. Daarnaast werken steeds meer partijen uit verschillende domeinen samen om bewegen via de leefomgeving te stimuleren, zowel landelijk als lokaal. Deze samenwerking is belangrijk omdat dan het effect van beleid op het beweeggedrag van mensen groter is. Wel is het belangrijk dat alle betrokkenen zich blijven inspannen, vooral door plannen om te zetten in concrete acties. Dit is ook belangrijk omdat het tijd kost om beweeggedrag te verbeteren. Daarom adviseert het RIVM om dit beleid langer door te voeren, ook na afloop van het Actieplan. Daarnaast wordt aanbevolen om te zorgen voor blijvend beweegbeleid, dus niet gekoppeld aan een kabinetsperiode.
  • PublicationOpen Access
    Beleidssamenvatting over de publieke consultatie van de EFSA concept opinie over de norm van Bisfenol A
    (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2025-02-14) Hessel, E; van de Ven, B
    Begin 2022 hield EFSA een publieke consultatie over hun conceptadvies met de herbeoordeling van bisfenol-A (BPA), met daarin het voorstel tot verlaging van de gezondheidskundige norm. RIVM en NVWA(Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) hebben daarop gezamenlijk commentaren opgesteld en ingediend. Om de opdrachtgever hierover te informeren werden de belangrijkste punten van kritiek in een beleidssamenvatting gezet en 7 april 2022 aan het ministerie van VWS(Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) aangeboden. Als bijlagen werden bijgevoegd: de integrale tekst van de door RIVM en NVWA ingediende commentaren een overzicht van eerdere door RIVM uitgevoerde acties rondom BPA(Bisphenol A) en alternatieven voor BPA Om de vindbaarheid van informatie en duiding rondom impactvolle onderwerpen als bisfenol-A te versterken hebben we besloten om deze in 2022 verzonden beleidssamenvatting met de bijbehorende bijlagen alsnog ook via onze eigen website te delen in de vorm van een ‘kennisnotitie’. De definitieve EFSA opinie(externe link) is 19 april 2023 gepubliceerd, met in bijlage N(externe link) alle ontvangen commentaren en, per opmerking, de reactie van EFSA daarop.
  • PublicationOpen Access
    Deelname en uitval bij de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI). Wie en waarom?
    (2025-09-02) Oosterhoff, M; Rotteveel, A; Hulshof, TA; Kilic, S; Helmig, S; de Weerde, AC; de Wit, GA
    Sinds januari 2019 vergoeden zorgverzekeraars de gecombineerde leef-stijlinterventie (GLI). De GLI is een leefstijlprogramma van 2 jaar over gezonde voeding en bewegen. Ook is er aandacht voor thema’s die niet goed zijn voor een gezonde leefstijl, zoals stress en slecht slapen. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat ongeveer 90 procent van de aan-melders na het intakegesprek met de GLI begint. Van de groep die start, rondt ongeveer 60 procent het programma af. In het eerst jaar vallen iets meer mensen uit (27 procent) dan in het tweede jaar (20 procent). Het valt op dat vooral mensen met een lager inkomen, een migratieach-tergrond of praktische opleiding na een intake niet starten of eerder stoppen. Het RIVM heeft voor dit onderzoek gesproken met leefstijlcoaches, huis-artsen en deelnemers. De coaches en huisartsen horen verschillende re-denen waarom mensen na een intakegesprek niet starten. Mensen den-ken bijvoorbeeld dat meedoen moeilijk in te passen is in hun dagelijks leven. Ook zijn mentale of fysieke problemen een reden om niet aan de GLI te beginnen. De geïnterviewden vinden het belangrijk om bij de in-take beter uit te leggen wat de GLI inhoudt. Verder is het belangrijk dat huisartsen kijken of mensen eerst andere hulp nodig hebben voordat ze met de GLI beginnen. Voor deelnemers is een programma dat niet goed aansluit bij hun be-hoeften een belangrijke reden om eerder te stoppen. Ze krijgen dan te weinig nieuwe kennis of praktische handvatten aangeboden. Een andere reden om te stoppen is dat ze geen goede klik met de coach of de groep hebben. Ook stoppen deelnemers eerder vanwege mentale en fysieke problemen. De geïnterviewden vinden het belangrijk om tijdens de GLI meer maat-werk te geven, zoals mentale hulp en praktische adviezen die afgestemd zijn op de persoonlijke situatie. Verder willen de leefstijlcoaches beter worden getraind, zowel om groepen te begeleiden als om individuele ge-sprekken te voeren. Het RIVM adviseert om verder te onderzoeken of maatwerk haalbaar is. Ook kan het helpen als leefstijlcoaches succesvolle ervaringen en werk-wijzen meer met elkaar delen.
  • PublicationMetadata only
    Representativeness in Physical Activity Surveillance: Who Wants to Wear an Accelerometer and Who Owns a Personal Activity Tracker?
    (2025-01-01) de Wolf, Inge; Toepoel, Vera; Kompier, Maaike E.; Mulder, Joris; Nassau, Femke van; Schouten, Barry; Snoeker, Barbara; Wendel-Vos, G. C.Wanda; van der Ploeg, Hidde P.
  • PublicationMetadata only
    Breast cancer screening in the Caribbean: a comparative study across six Caribbean Islands with a transatlantic perspective.
    (2025-12-30) Steegmans, K E C; Verstraeten, Soraya; Hugtenburg, Jacqueline G; Lethongsavarn, Vincent; Ponson, Nanine; Nuesch, Diantha; van Tol, Eva; Libier, Shahaira; Ljumanovic, Redina; George, Sophia; Glaser, Linda; van Kampen, Sanne; Gumbs, Cheyenne; Alphonso, Shelly; Stürup-Toft, Sunita; Browne, Joyce L; Schielen, Peter C J I
    INTRODUCTION: Breast cancer (BC) is the primary cause of cancer-related mortality among women globally, including within the Caribbean Region. This burden of disease underscores the critical need for effective breast cancer screening (BCS) programs yet implementation of BCS varies greatly among Caribbean countries. This study presents a comparative analysis of the similarities, differences, and opportunities of BCS programmes and their implementation on six Caribbean islands to subsequently use the so-called AAAQ-model to evaluate aspects of the programmes more in-depth. METHODS: This mixed-methods study combined quantitative and qualitative data from Aruba, Bonaire, Curaçao, Guadeloupe, Jamaica and Sint Maarten – Caribbean islands with different languages (Dutch, Papiamentu, French and English), colonial histories, and governing structures (independent states, affiliated territories or special municipalities of continental European countries). Data was gathered from published and grey literature, input from stakeholders and two discussion sessions. RESULTS: Five of six islands have implemented BCS programs, with clinical breast examinations or mammography. Participation in BCS is free of charge. Start of the programs and age-ranges varied. The target population is reached by invitations by mail and social media. Three islands conduct extensive BCS promoting communication campaigns annually in October. Cultural contextual factors influencing screening uptake and implementation included a limited health-seeking culture, and high turnover of BCS health providers. Lower inclusion of women with limited health literacy, lower education levels, lower socioeconomic status, fear for mammography discomfort or cancer and geographical hurdles were recognized as possibly contributing to lower participation in BCS. CONCLUSION: Similarities and differences between the BCS programs in the six Caribbean islands were identified, suggesting that exchange of good practices in the Caribbean could play an important role in improving BCS programs. A role of history and (post-)colonial transatlantic relations in shaping contemporary health systems was recognized. Multilateral communication and knowledge transfer between the islands and continental European countries can resolve these differences and stimulate best screening practice. SUPPLEMENTARY INFORMATION: The online version contains supplementary material available at 10.1186/s12889-025-25456-4.

Communities in RIVM Publications Repository

Select a community to browse its collections.

Now showing 1 - 2 of 2