RIVM Publications Repository

On this website you will find articles and reports that are written by the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM).

We are constantly working to improve the Repository. Please contact our administrator if you have any further questions or remarks.

Select a community to browse its collections.

RIVM official reports
Articles and other publications by RIVM employees
Datafeed Community
  • Dissolved black carbon mediated photo-transformation of tetrachlorantraniliprole: Kinetics, pathways, and adverse effects of the photoproduct

    Li, Yaling; Luo, Tianlie; Yang, Minhui; Liu, Guo; Chen, Xian; Li, Yihua; Zhou, Chengzhi; Peijnenburg, Willie JGM Peijnenburg (2024-08-21)
  • IZA-deelmonitor. Naar meer hybride zorg: nulmeting

    Keij, B; Alblas, EE; Snijders, BEP; van Tuyl, LHD; Vugts, M (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-05-30)
    Eind 2022 hebben 14 partijen het Integraal Zorgakkoord (IZA) ondertekend om de zorg goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. De partijen hebben hierin onder andere afgesproken om waar dat kan meer digitale zorg en ondersteuning aan te bieden. Dit noemen we hybride zorg: zowel fysiek als digitaal. Voor het IZA houdt het RIVM tot 2027 bij of hybride zorg de werkdruk van zorgverleners verlicht en welk deel van het aanbod aan zorg en ondersteuning geschikt is voor hybride zorg. Ook kijkt het RIVM of hybride zorg gemakkelijk te gebruiken is en hoeveel van het geschikte aanbod al digitaal is. In deze nulmeting heeft het RIVM nu in kaart gebracht hoe hybride zorg er in aanloop naar 2024 voor stond in Nederland. 45 procent van de werknemers in de zorg vindt de werkdruk (veel) te hoog (CBS). Vooral verpleegkundigen denken dat digitale zorg en ondersteuning de werkdruk kan verminderen. Volgens huisartsen verhoogt digitale zorg de werkdruk juist, met uitzondering van telemonitoring. Daarmee kunnen ze op afstand de gezondheid van patiënten in de gaten houden. Artsen die in een ziekenhuis werken zijn verdeeld over digitale zorg: ongeveer de helft vindt dat het voor meer werkdruk zorgt, en de andere helft juist voor minder of is neutraal. Artsen vinden dat bijvoorbeeld een instructievideo voor patiënten, of hen voorafgaand aan een bezoek een digitale vragenlijst laten invullen, de werkdruk verlaagt. Falende techniek en (structurele) financiering vinden voor digitale zorg, verhogen de werkdruk. In het IZA is afgesproken dat ongeveer 70 procent van het zorgaanbod eind 2026 hybride is, en dat ongeveer 50 procent van de zorggebruikers dan hybride zorg krijgt. De meeste zorgverleners denken nu dat maximaal 50 procent van het zorgaanbod hybride kan worden gemaakt. Zowel zorgverleners als zorggebruikers vinden digitale zorg redelijk gemakkelijk te gebruiken. Wel zijn er grote verschillen te zien tussen de verschillende opleidings- en leeftijdsgroepen binnen zorggebruikers. Mensen met een praktische opleiding en ouderen maken nu minder gebruik van digitale zorg. Het is nu nog niet te bepalen welk deel van het zorg- en ondersteuningsaanbod al hybride is, omdat hier nog geen gegevens over verzameld zijn. Het RIVM gaat hier in 2024 gegevens over verzamelen en zal daarover in 2025 rapporteren.
  • Eindrapport Herkenbare en Aanspreekbare wijkverpleging. Ontwikkelingen en lessen 2021-2023

    Asmoredjo, J; de Bekker, A; Reckman, P; van der Heide, J (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-05-30)
    De wijkverpleging in Nederland is sterk versnipperd. Daardoor is niet altijd duidelijk welke organisaties in welke wijk werken, welke zorg ze leveren en of ze plek hebben voor een nieuwe patiënt. Hierdoor kost het huisartsen, ziekenhuizen, patiënten en naasten veel tijd om de juiste zorg te vinden. Om dit te verbeteren, zijn organisaties die wijkverpleging aanbieden de afgelopen jaren meer gaan samenwerken. Dat maakt het in een wijk duidelijker waar deze zorg te vinden is en welke zorg ze precies leveren (herkenbaarheid). Zij delen de verantwoordelijkheid om de juiste zorg te organiseren met de huisarts, het ziekenhuis en het sociaal domein bij gemeenten (aanspreekbaarheid). Het RIVM onderzocht hoe de herkenbaarheid en aanspreekbaarheid zich hebben ontwikkeld tussen 2021 en 2023. Deze eindevaluatie toont aan dat zorgvragen beter en sneller worden opgepakt als organisaties voor wijkverpleging meer samenwerken. Dat helpt onderling en in de samenwerking met de huisarts, ziekenhuizen en het sociaal domein. Ook kunnen wijkverpleegkundigen hierdoor efficiënter met andere zorgprofessionals samenwerken. Als wijkverpleegkundigen samen de aanvragen bespreken, kunnen ze beter bepalen wie welke zorg kan leveren. In sommige regio’s kunnen aanvragen voor wijkverpleging bij één centraal aanmeldpunt worden gedaan. Zorgaanvragers kunnen zo de zorg beter vinden. Ook is het duidelijker welke zorg zij kunnen verwachten als betrokken organisaties op dezelfde manier werken. De meeste wijkverpleegkundigen vinden deze samenwerking dan ook heel belangrijk. Niet alleen om efficiënter te kunnen werken, maar ook vanwege de stijgende vraag naar zorg en de personeelstekorten. Ook kunnen zorgprofessionals dan beter van elkaars kennis en ervaringen leren. De samenwerking wordt onder andere nog bemoeilijkt doordat gegevens van patiënten niet makkelijk uit te wisselen zijn. Dat komt doordat ICTsystemen van zorgorganisaties niet op elkaar aansluiten. In de zorgakkoorden die zijn opgesteld, is hiervoor aandacht.
  • IZA-deelmonitor. Naar meer regionale samenwerking Nulmeting

    Keij, B; Vugts, M; van Vooren, N; Scheefhals, Z; Reckman, P (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-05-30)
    Eind 2022 hebben 14 partijen het Integraal Zorgakkoord (IZA) ondertekend om de zorg goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. De partijen hebben daarin onder andere afgesproken om meer te gaan samenwerken in de regio. Dit geldt voor samenwerking tussen verschillende onderdelen van de zorg, zoals de huisarts, het ziekenhuis en de thuiszorg. Maar ook voor samenwerking tussen medische zorg en sociale ondersteuning, bijvoorbeeld vanuit gemeenten. Voor het IZA monitort het RIVM hoe dit onderwerp zich tot 2027 ontwikkelt. Deze nulmeting laat zien hoe de regionale samenwerking er in Nederland in aanloop naar 2024 voorstond. Er wordt gekeken of de juiste zorg op de juist plek wordt gegeven en of gemeenten goed met elkaar en andere organisaties samenwerken. Ook wordt in kaart gebracht of het medische en het sociale domein goed samenwerken en hoever de regio's zijn in de ontwikkeling van hun samenwerkingsverbanden. Op basis van deze nulmeting kan nog niet bepaald worden of de juiste zorg altijd op de juist plek wordt gegeven. Er zijn nu nog weinig gegevens over hoe vaak zorgverleners uit verschillende onderdelen van de zorg naar elkaar doorverwijzen. En hoe vaak dat tussen medische zorg en sociale ondersteuning gebeurt. Ook zijn er nog weinig gegevens over het aantal mensen dat gebruikmaakt van verschillende vormen van ondersteuning vanuit gemeenten, zoals maatschappelijk werk. Het RIVM verwacht in 2025 wel meer inzicht te kunnen geven in de samenwerking met en tussen gemeenten. Daarvoor komen gegevens beschikbaar uit ander onderzoek van het RIVM naar het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). De samenwerkingsverbanden vinden zelf dat zij hun doelen redelijk (score 3 uit 5) bereiken. Deze 5 doelen zijn: hogere kwaliteit van zorg en ondersteuning, betere gezondheid van inwoners, lagere (zorg)kosten, meer werkplezier voor zorgverleners, gelijkheid tussen inwoners in zorg en ondersteuning. De monitor gebruikt deze doelen als maat voor het succes van de samenwerking. Het is nu nog niet mogelijk om aan te geven hoever de IZA-regio's zijn in de ontwikkeling van hun samenwerking. Het RIVM verzamelt in 2024 gegevens hierover, en zal hierover in 2025 rapporteren.
  • Gendergelijkheidsplan (2024)

    van Rede, Y (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-05-29)
    https://www.rivm.nl/publicaties/gendergelijkheidsplan)Het RIVM doet mee aan het onderzoeks- en innovatieprogramma van de Europese Unie, Horizon Europe. Dit programma verplicht organisaties om vanaf 2022 een gendergelijkheidsplan te hebben om voor een subsidie in aanmerking te komen. Het RIVM heeft daarom zo’n plan opgesteld. Daarin laat het onder andere zien te streven naar een gelijke verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen dat er werkt. Ook steunt het RIVM het idee om gendergelijkheid een onderdeel te laten zijn van een bredere ambitie om de diversiteit en inclusie (D&I) te verbeteren. Deze ambitie is in 2022 concreter vertaald naar en onderdeel van, een strategisch meerjarenplan D&I voor 2022–2025. Het streven is een organisatie te zijn waar de werkvloer zoveel mogelijk lijkt op de samenleving. Bij alles wat we doen, intern en extern, hechten we belang aan kansengelijkheid en het voorkomen van (onbedoelde) discriminatie en uitsluiting. Een gendergelijkheidsplan heeft vier verplichte elementen. Als eerste moet het een openbaar document zijn, waaruit blijkt dat de organisatie zich inspant voor gendergelijkheid. Dit document is inmiddels zichtbaar op de RIVM-website: Gendergelijksplan (gepubliceerd december 2022). Als tweede moet blijken welke middelen worden ingezet om de doelen op te zetten, in te voeren en te monitoren. Hiervoor is in juni 2022 een projectplan opgesteld. Ons doel is het bewustzijn voor diversiteit en inclusie binnen het RIVM te vergroten en er meer op te sturen. Daarnaast worden onder leiding van de projectgroep organisatieprocessen aangepast. De projectgroep ondersteunt ook initiatieven zoals trainingen, lezingen en presentaties om omgangsvormen inclusiever te maken. Inmiddels zijn er ambassadeurs diversiteit en inclusie actief die zich inzetten om het onderwerp beter bespreekbaar en zichtbaarder te maken. Als derde moet de dataverzameling en monitoring zijn beschreven. Met die informatie wordt gendergelijkheid gemeten en zo nodig bijgestuurd. Ook is er in 2021 een nulmeting gedaan over inclusiviteit onder medewerkers. Hierbij zijn bijvoorbeeld het aantal mannen en vrouwen geteld in leidinggevende posities. Maar ook de aantallen medewerkers binnen een salarisschaal. De resultaten geven inzicht hoe we dit verder kunnen verbeteren. Ten slotte moet het RIVM laten zien hoe het investeert om gendergelijkheid te ontwikkelen en onder de aandacht te brengen. Het biedt hiervoor trainingen en opleidingen aan die te maken hebben met diversiteit en inclusie.

View more