RIVM Publications Repository

On this website you will find articles and reports that are written by the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM).

We are constantly working to improve the Repository. Please contact our administrator if you have any further questions or remarks.

Select a community to browse its collections.

RIVM official reports
Articles and other publications by RIVM employees
Datafeed Community
  • De naleving van adviezen voor het gebruik van supplementen in Nederland. Fase 1: inventarisatie van kennis en advies voor vervolgstappen

    Verbakel, MV; Makaske, JE; Zantinge, EM; Koopman, N; Ter Borg, S; de Jong, MH; Verkaik-Kloosterman, J (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-03-01)
    Microvoedingsstoffen (vitaminen, mineralen en spoorelementen) zijn nodig om het lichaam te laten groeien, ontwikkelen en functioneren. Het lichaam kan bijna al deze voedingstoffen niet zelf aanmaken en moet ze daarom via voeding binnenkrijgen. Een aantal groepen mensen in Nederland krijgen waarschijnlijk, ondanks een gezond en gevarieerd voedingspatroon, te weinig van bepaalde voedingsstoffen binnen. De Gezondheidsraad adviseert daarom deze groepen een supplement te nemen. Zo is het advies voor vrouwen die zwanger willen worden om foliumzuur te slikken. Verschillende groepen mensen wordt geadviseerd vitamine D in te nemen, zoals voor kinderen van 0 tot en met 3 jaar, zwangeren en 70+’ers. Daarnaast is er een vitamine K-advies voor baby’s en voor veganisten om vitamine B12 te gebruiken. Er is weinig informatie of deze groepen de suppletie-adviezen goed opvolgen. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM. Bekend is dat een deel van de zwangeren foliumzuur slikt en dat sommige andere groepen vitamine D slikken. Het is alleen niet duidelijk in welke dosis ze dat doen, en hoe vaak en hoe lang. Over de andere vitaminen is geen informatie bekend. Ook is weinig bekend welke factoren stimuleren of juist belemmeren dat de groepen de suppletie-adviezen opvolgen. Deze informatie is essentieel om te weten of mensen de adviezen goed opvolgen. Dit onderzoek is gedaan in opdracht van het ministerie van VWS(Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Het is het eerste onderdeel van een groter onderzoek naar inzicht in hoeverre mensen in Nederland de adviezen opvolgen. In vervolgonderzoek gaat het RIVM verkennen hoe de benodigde informatie kan worden gekregen. Op basis daarvan kunnen oplossingen worden bedacht om groepen de adviezen beter te laten opvolgen. Of op een andere manier ervoor te zorgen dat ze meer van deze voedingsstoffen binnenkrijgen. Adviezen aan zwangeren voor calcium, jodium en visvetzuren zijn niet onderzocht, onder andere omdat ze pas kort geleden zijn ingevoerd.
  • Environmental risks of scrubber discharges in Dutch waters. A follow-up study

    M Faber (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-02-29)
    Scrubbers remove sulphur from ship exhaust gases and collect it in wastewater. This prevents more sulphur being emitted into the air than is permitted. Most ships use an open-loop system that discharges wastewater at sea or in a harbour. The disadvantage of this is that other pollutants from exhaust gases also end up in the water. RIVM has calculated whether the discharge of this wastewater is harmful to the environment of the Port of Amsterdam. For this study, it examined polycyclic aromatic hydrocarbons (PAH) and metals. The calculated concentrations remain well below environmental standards. These results are in line with research that RIVM previously carried out in three other areas. These were the port of Rotterdam, a heavily sailed area of the North Sea, and an area in the Caribbean with vulnerable nature, such as the Saba Bank. The contribution of the wastewater was then compared with the pollution already present in the water. PAH and metals also end up in the water from other sources, such as industry. The wastewater appears to contribute relatively little to the total level of pollution. However, these types of discharges are undesirable because poorly degradable substances end up in the environment. The effect of all pollutants combined may have environmental consequences. The study was commissioned by the Ministry of Infrastructure and Water Management (I&W). The reason for the study is the increased use of scrubbers on seagoing vessels. This results in more wastewater being discharged into the sea. Internationally, there has been much discussion about the use of scrubbers and the requirements they must meet.
  • Verkenning ervaringen met vermijdings- en reductieprogramma’s (VRP’s) voor de minimalisatie van Zeer Zorgwekkende Stoffen

    Naus, MJM; Janssen, NMH (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-02-28)
    De Nederlandse overheid wil dat bedrijven zo min mogelijk Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS(Zeer Zorgwekkende Stoffen)) naar lucht en water uitstoten. Sinds 2016 moeten de desbetreffende bedrijven daarom elke vijf jaar bevoegde gezagen informeren welke maatregelen ze kunnen nemen om geen of minder ZZS uit te stoten. Dat heet een Vermijdings- en reductieprogramma (VRP). Onderdeel daarvan is een plan van aanpak met concrete maatregelen. Zowel bevoegde gezagen als bedrijven geven aan meer duidelijkheid te willen over hoe ze dit instrument moeten beoordelen of invullen. De wet geeft nu alleen een algemene omschrijving. Dat blijkt uit een verkenning van het RIVM. De kwaliteit van de VRP’s is heel wisselend. Bedrijven hebben behoefte aan criteria om een VRP te maken. Bevoegde gezagen willen duidelijker hebben hoe ze een VRP kunnen beoordelen en handhaven. Het RIVM adviseert een landelijke handreiking te maken zodat alle betrokken partijen op dezelfde manier te werk gaan. Hiervoor zijn criteria voor de gewenste inhoud nodig en afspraken over het proces. In de handreiking kan onder andere worden uitgewerkt hoe maatregelen tegen elkaar worden afgewogen om een zo goed mogelijk resultaat te bereiken. Bijvoorbeeld het effect van maatregelen op de uitstoot van CO2(carbon dioxide) en stikstof versus de kosten en het energieverbruik ervan. Een ander advies is te onderzoeken of het gebruik van de handreiking minder vrijblijvend kan worden gemaakt. Een belangrijk knelpunt voor bevoegde gezagen is dat ze te weinig technische kennis hebben om informatie in de VRP’s te beoordelen. Ze willen daar meer ondersteuning bij. Ook is niet duidelijk of ze kunnen handhaven of de maatregelen uit het VRP worden uitgevoerd. Voor bedrijven is een belangrijk knelpunt dat er geen duidelijke afspraken zijn hoe emissies worden bepaald. Ook willen bedrijven de noodzaak van maatregelen liever bepalen op basis van risico’s in plaats van de uitstoot altijd zo veel mogelijk tot nul te verlagen. De verkenning is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW(Infrastructuur en Waterstaat)) gedaan.
  • Cumulatie ZZS en vergunningverlening (vervolgonderzoek 2023)

    Bodar, CWM; ter Burg, W; Faber, M; van Herwijnen, R; Hof, M; van Leeuwen, L; Naus, M; Pronk, M (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-02-28)
    Bedrijven krijgen van de overheid een vergunning voor de hoeveelheid chemische stoffen, waaronder Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS(Zeer Zorgwekkende Stoffen)), die ze mogen uitstoten. De industrie stoot vaak mengsels van verschillende stoffen tegelijk uit naar water en lucht, maar de vergunningverlener beoordeelt meestal de risico’s per stof en niet van het hele mengsel. Mensen en het milieu kunnen aan zulke mengsels worden blootgesteld. De schadelijke effecten van een mengsel kunnen groter zijn dan de effecten van één stof (cumulatie). Hoe groot die kans is, hangt af van de samenstelling, de concentraties en de schadelijkheid van de stoffen. In een eerder onderzoek heeft het RIVM verkend welke mogelijkheden er zijn om bij de vergunningverlening meer rekening te houden met het effect van een mengsel. Die mogelijkheden zijn nu verder uitgewerkt. Het RIVM heeft onder andere methoden ontwikkeld om de effecten van stoffenmengsels voor mens en milieu te kunnen inschatten bij de vergunningverlening. Uitvoeringsinstanties, zoals omgevingsdiensten, kunnen deze methoden gebruiken. Het RIVM beveelt aan de voorstellen met uitvoeringsinstanties verder uit te werken, zodat ze in de praktijk goed zijn uit te voeren. Ook heeft het RIVM een methode ontwikkeld om in kaart te brengen waar in Nederland ZZS het meest voorkomen en/of effecten hebben op mens en milieu. Deze informatie kan bijvoorbeeld helpen bij het al dan niet toestaan van uitstoot in een gebied waar al veel schadelijke stoffen in het milieu zitten. Het RIVM benadrukt dat er nog onzekerheden zijn in deze methode en kaarten. Dat komt voor een groot deel door een gebrek aan gegevens over ZZS. Het RIVM werkt aan een database die meer gegevens over de uitstoot van ZZS door bedrijven op gaat leveren. Zo ontstaat naar verwachting een beter beeld van ZZS-mengsels in het milieu. In algemene zin benadrukt het RIVM om zo min mogelijk ZZS naar de leefomgeving uit te stoten. Dat verkleint de mogelijke cumulatieve effecten van ZZS voor mens en milieu.
  • Verkenning van gevaarlijke stoffen in de energietransitie

    Heens, F; de Boer, L (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-02-28)
    Nederland wil de klimaatverandering beperken door minder CO2(carbon dioxide) en andere broeikasgassen uit te stoten. Dit kan onder andere door ‘hernieuwbare energie’ op te wekken. Dit is energie uit wind, waterkracht, zon, bodem en buitenluchtwarmte. Maar in materialen en technologieën die hiervoor nodig zijn, kunnen chemische stoffen zitten die schadelijk zijn voor mens en milieu. Zo wordt lood gebruikt als soldeermateriaal in zonnepanelen en zware metalen in accu’s en batterijen. Of deze stoffen schadelijk zijn, hangt af van de eigenschappen die ze hebben en of deze vrijkomen in het milieu. Volgens het RIVM is meer kennis nodig over de mate waarin gevaarlijke stoffen, waaronder Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS(Zeer Zorgwekkende Stoffen)) worden gebruikt. Met die informatie kunnen mogelijke risico’s van deze stoffen beter worden ingeschat. Bestaande energietechnologieën, als zon- en windenergie, zullen namelijk de komende jaren op steeds grotere schaal worden ingezet. Daarnaast worden veel nieuwe materialen en technologieën ontwikkeld, zoals het gebruik van waterstof en batterijen om energie op te slaan. Het RIVM heeft een eerste inventarisatie gemaakt van energietechnologieën en materialen waar Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in kunnen zitten. Bij een deel van de materialen en technologieën blijkt dat inderdaad zo te zijn, bij andere is er geen informatie over beschikbaar. Het is dus mogelijk dat er nog meer ZZS worden gebruikt maar nu nog niet in beeld zijn. Veel materialen en technologieën worden nu buiten Nederland gemaakt. Het RIVM vindt het belangrijk dat mogelijke risico’s van nieuwe materialen vroeg in beeld komen en niet pas nadat ze in gebruik zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor waterstofdragers en geavanceerde materialen. Ook is het belangrijk om materialen die niet meer kunnen worden gebruikt, veilig te kunnen verwerken of recyclen. Hiervoor is informatie over de samenstelling van materialen nodig. Voor overheden die beslissen over vergunningen is het bijvoorbeeld belangrijk te weten of er gevaarlijke stoffen, waaronder ZZS, in zitten. Veel betrokken partijen hebben al initiatieven genomen om milieurisico’s beter in kaart te brengen, bijvoorbeeld voor windturbines en zonnepanelen. Dit biedt kansen om ook meer aandacht te besteden aan het gebruik van ZZS in de hele keten en daar waar mogelijk veiligere alternatieven te gaan gebruiken.

View more