RIVM Publications Repository

On this website you will find articles and reports that are written by the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM).

We are constantly working to improve the Repository. Please contact our administrator if you have any further questions or remarks.

Select a community to browse its collections.

RIVM official reports
Articles and other publications by RIVM employees
Datafeed Community
  • Dissolved black carbon mediated photo-transformation of tetrachlorantraniliprole: Kinetics, pathways, and adverse effects of the photoproduct

    Li, Yaling; Luo, Tianlie; Yang, Minhui; Liu, Guo; Chen, Xian; Li, Yihua; Zhou, Chengzhi; Peijnenburg, Willie JGM Peijnenburg (2024-08-21)
  • Environmental emission estimation of cooling water biocides. Update of the Emission Scenario Document for open recirculating cooling towers

    Bakker, J; van Vlaardingen, PLA; Smit, CE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-06-07)
    Certain types of industry and power plants use cooling water. The heated cooling water is cooled down in cooling towers and then reused. Organisms such as bacteria and algae may grow in the cooling tower and heat exchangers and hamper the functioning of the installations. To prevent this, the cooling water is treated with biocides. A biocidal product contains one or more active ingredients that are intended to destroy undesired organisms. Within the EU, biocidal products can be used or traded only if they have been evaluated with regard to their effects on and risks for humans, animals, and the environment. In the Netherlands, the Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides (Ctgb) evaluates biocidal products. As part of the evaluation, the Ctgb calculates the amount of active ingredient that ends up in the environment following a certain use. This is carried out by means of emission scenario documents. RIVM proposes some changes to the emission scenario for the use of biocides in cooling towers. The proposed changes facilitate a more precise calculation of the amount of biocide that will volatilise from the cooling tower to the atmosphere. The changes will improve the estimation of how much active ingredient ends up in the environment and whether this can be harmful. The active ingredient can end up in the environment via discharged cooling water, but it can also be emitted to air. Emission to air occurs via two routes: via droplets of cooling water that are dragged along by the air flow in the cooling tower, and via volatilisation from the cooling water into the air. Up to now, the volatilisation was calculated based on a single value. With the proposed changes, the volatilisation can be calculated for each substance separately. The degree of volatilisation depends on certain substance properties. The proposed changes were prompted by questions raised by the Ctgb and by biocides experts from EU Member States. The proposals have been presented to these experts. The European Chemicals Agency (ECHA) still needs to include them in the calculation method to make them available to all EU Member States.
  • SARS-CoV-2 Seroprevalence Trends in the Netherlands in the Variant of Concern Era: Input for Future Response

    Vos, Eric RA; van Hagen, Cheyenne CE; Wong, Denise; Smits, Gaby; Kuijer, Marjan; Wijmenga-Monsuur, Alienke J; Kaczorowska, Joanna; van Binnendijk, Robert S; van der Klis, Fiona RM; den Hartog, Gerco; et al. (2024-06-04)
  • Epidemiologische impact en effectiviteit van COVID-19 maatregelen

    Wallinga, J; Backer, J; de Boer, P; Haverkate, M; van den Hof, S; Knol, M; Klinkenberg, D; Leung, KY; McDonald, S; Stokx, L (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-06-03)
    De Nederlandse maatregelen tijdens de coronacrisis werkten goed om het aantal besmettingen met het virus SARS-Cov-2 te verminderen. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM. Dit waren maatregelen die ervoor zorgden dat mensen het virus zo min mogelijk aan elkaar doorgaven. Bijvoorbeeld door anderhalve meter afstand van elkaar te houden en de sluiting van scholen. De resultaten van dit onderzoek helpen het RIVM om bij een volgende grote ziekte-uitbraak snel te adviseren over maatregelen en beleid.? Hoe goed de contactmaatregelen werkten, is niet per losse maatregel te onderzoeken. Dat komt omdat er vaak meerdere tegelijk golden. Wel kun je kijken naar de effecten van verschillende pakketten van maatregelen. Voor Nederland bleek: hoe zwaarder het pakket aan maatregelen als geheel, hoe effectiever. Ook is het moment waarop de maatregelen ingingen heel belangrijk. Hoe sneller ze na het begin van de eerste coronagolf werden ingevoerd, hoe meer sterfgevallen zijn voorkomen. ? Uit het onderzoek komen een aantal adviezen over maatregelpakketten. Een daarvan is om bepaalde gegevens van besmette personen te verzamelen. Zoals wie de meest waarschijnlijke besmetter is, wat het meest waarschijnlijke moment van de besmetting is en de eerste ziektedag. Met deze informatie kan worden bepaald hoeveel tijd er zit tussen besmet raken en ziek worden. En hoe lang het duurt voordat een besmet persoon iemand anders besmet. Een ander advies is om zo snel mogelijk goed inzicht te krijgen hoe vaak mensen contact hebben met anderen in een samenleving en hoe mensen zich verplaatsen. Dit is nodig om beter te kunnen bepalen welke maatregelen het beste de verspreiding van een virus kunnen tegengaan.?? Vanaf januari 2021 is in Nederland gestart met vaccinatie tegen COVID19. In binnen- en buitenland is onderzocht in hoeverre de vaccins mensen hebben beschermd tegen COVID-19, de ziekte die het virus veroorzaakt. Daaruit blijkt dat gevaccineerde mensen minder vaak besmet raken dan ongevaccineerde mensen. Daarnaast worden gevaccineerde mensen minder vaak ziek na een besmetting met het coronavirus dan ongevaccineerde mensen. Ze geven het virus ook minder vaak door. Verder hebben gevaccineerden een veel kleinere kans om door COVID-19 in het ziekenhuis terecht te komen of te overlijden.
  • Dissemination of extensively drug-resistant NDM-producing in Europe linked to patients transferred from Ukraine, March 2022 to March 2023

    Witteveen, Sandra; Hans, Jörg B; Izdebski, Radosław; Hasman, Henrik; Samuelsen, Ørjan; Dortet, Laurent; Pfeifer, Yvonne; Delappe, Niall; Oteo-Iglesias, Jesús; Żabicka, Dorota; et al. (2024-06-01)
    BackgroundThe war in Ukraine led to migration of Ukrainian people. Early 2022, several European national surveillance systems detected multidrug-resistant (MDR) bacteria related to Ukrainian patients.AimTo investigate the genomic epidemiology of New Delhi metallo-β-lactamase (NDM)-producing Providencia stuartii from Ukrainian patients among European countries.MethodsWhole-genome sequencing of 66 isolates sampled in 2022-2023 in 10 European countries enabled whole-genome multilocus sequence typing (wgMLST), identification of resistance genes, replicons, and plasmid reconstructions. Five bla NDM-1-carrying-P. stuartii isolates underwent antimicrobial susceptibility testing (AST). Transferability to Escherichia coli of a bla NDM-1-carrying plasmid from a patient strain was assessed. Epidemiological characteristics of patients with NDM-producing P. stuartii were gathered by questionnaire.ResultswgMLST of the 66 isolates revealed two genetic clusters unrelated to Ukraine and three linked to Ukrainian patients. Of these three, two comprised bla NDM-1-carrying-P. stuartii and the third bla NDM-5-carrying-P. stuartii. The bla NDM-1 clusters (PstCluster-001, n = 22 isolates; PstCluster-002, n = 8 isolates) comprised strains from seven and four countries, respectively. The bla NDM-5 cluster (PstCluster-003) included 13 isolates from six countries. PstCluster-001 and PstCluster-002 isolates carried an MDR plasmid harbouring bla NDM-1, bla OXA-10, bla CMY-16, rmtC and armA, which was transferrable in vitro and, for some Ukrainian patients, shared by other Enterobacterales. AST revealed PstCluster-001 isolates to be extensively drug-resistant (XDR), but susceptible to cefiderocol and aztreonam-avibactam. Patients with data on age (n = 41) were 19-74 years old; of 49 with information on sex, 38 were male.ConclusionXDR P. stuartii were introduced into European countries, requiring increased awareness and precautions when treating patients from conflict-affected areas.

View more