Onderzoek naar in situ 1,4-dichloorbenzeengehalten in sediment en poriewater van het Ketelmeer
Aarnoutse PJ ; Jong APJM de ; Beurskens JEM
Aarnoutse PJ
Jong APJM de
Beurskens JEM
Citations
Altmetric:
Series / Report no.
Open Access
Type
Report
Language
nl
Date of publication
1996-04-30
Year of publication
Research Projects
Organizational Units
Journal Issue
Title
Onderzoek naar in situ 1,4-dichloorbenzeengehalten
in sediment en poriewater van het Ketelmeer
Translated Title
Analysis of dichloro benzene in porewater and
sediment from the lake 'Ketelmeer'
Published in
Abstract
Onderzoek is verricht naar dichloorbenzeen in sediment
en poriewater van een boorkern, gestoken in het Ketelmeer. Er is gebruik
gemaakt van gaschromatografie-hoge resolutie massaspectrometrie, waarbij ter
kwantificering de isotoopverdunningstechniek is gehanteerd ([2,3,5,6
exp.2H4]-1,4-dichloorbenzeen). Uit de water/sediment concentratieratio,
genormeerd naar het sediment organisch koolstofgehalte, zijn Koc-waarden
berekend. De gemiddelde concentraties van 1,4-dichloorbenzeen in poriewater
en sediment bedroegen respectievelijk 71+-17 ng/l en 1.10+-0.4 mg/kg droge
stof. Dit resulteert in een gemiddelde log Koc waarde van 5.3+-0.1. Deze
waarde komt overeen met het resultaat van een eerder, door het RIZA
uitgevoerd onderzoek aan vergelijkbaar materiaal, maar wijkt sterk af van de
waarde die in modelberekeningen is gehanteerd (log Koc = 2.7). Uitgaande
van een totaalconcentratie van DCB's van 800 mug/kg droge stof, resulteert
deze modelwaarde in een poriewaterconcentratie van 35 mug/l, wat een sterke
overschatting blijkt te zijn ten opzichte van de experimenteel bepaalde
poriewaterconcentratie. Modelberekeningen voorspellen aan de hand van deze
getallen een overschrijding van de grondwaternorm met een factor 3200,
terwijl de praktijkmetingen wijzen op een overschrijding met een factor 24.
Het verschil tussen de Koc waarde, zoals gehanteerd in modelberekeningen, en
de waarde die in dit onderzoek in situ is bepaald, wordt toegeschreven aan
de afname van de mobiliteit van contaminanten naarmate deze langer in
contact hebben gestaan met het sediment (ageing).
Analysis of dichlorobenzene in porewater and sediment in a core taken from the lake 'Ketelmeer' has been performed by means of gaschromatography-high resolution mass spectrometry using the stable isotope dilution technique. Results were expressed in the concentration-ratio in the aqueous and the solid matter, normalised to the sediment organic carbon content (Koc). Mean values in porewater and sediment were 71+-17 ng/l and 1.1+-0.4 mg/kg dry matter respectively, resulting in a mean log Koc value of 5.3+-0.1. This result was in accordance with that of a previous study (RIZA), but was significantly higher than the value used in modelcalculation (2.7). Based on the latter value, porewater levels of 32 mug/l were predicted, starting from a sediment concentration of 800 mug/kg dry matter. The predicted value exceeds the current quality objective for groundwater by a factor of 3200, whereas the experimentally assessed values exceeds the norm value 24 times. This discrepancy is ascribed to reduced mobility of the pollutant as a result of ageing.
Analysis of dichlorobenzene in porewater and sediment in a core taken from the lake 'Ketelmeer' has been performed by means of gaschromatography-high resolution mass spectrometry using the stable isotope dilution technique. Results were expressed in the concentration-ratio in the aqueous and the solid matter, normalised to the sediment organic carbon content (Koc). Mean values in porewater and sediment were 71+-17 ng/l and 1.1+-0.4 mg/kg dry matter respectively, resulting in a mean log Koc value of 5.3+-0.1. This result was in accordance with that of a previous study (RIZA), but was significantly higher than the value used in modelcalculation (2.7). Based on the latter value, porewater levels of 32 mug/l were predicted, starting from a sediment concentration of 800 mug/kg dry matter. The predicted value exceeds the current quality objective for groundwater by a factor of 3200, whereas the experimentally assessed values exceeds the norm value 24 times. This discrepancy is ascribed to reduced mobility of the pollutant as a result of ageing.
Description
Publisher
Sponsors
RWS
RIVM
