Show simple item record

dc.contributor.authorCassee FR
dc.contributor.authorDormans JAMA
dc.contributor.authorLoveren H van
dc.contributor.authorBree L van
dc.contributor.authorRombout PJA
dc.date.accessioned2007-03-09T16:54:56Z
dc.date.available2007-03-09T16:54:56Z
dc.date.issued1998-04-30en_US
dc.identifier650010013en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/10226
dc.description.abstractAmmonium nitrate is the most prominent component of secondary PM10 in the Netherlands. In our study, healthy and asthmatic mice were exposed to fine (CMD = 0.3 mum; 4 x 10 exp. 3 particles per cm3) and ultrafine (CMD = 0.03 mum; 2 x 10. exp. 5 particles per cm3) ammonium nitrate. The mean mass concentrations were 140 and 250 mug/m3, respectively. At exposure levels comparable to previous studies with ammonium bisulfate and ammonium ferrosulfate, pulmonary effects were observed in both healthy and asthmatic mice. The effects were mainly found after exposure to fine rather than to ultrafine nitrate. In view of the mass concentration of fine aerosols being even lower than that of the ultrafine aerosols, we conclude that not only are mass concentrations important for the development of adverse effects but also the specific size of the particles. Dosimetry models will be useful in confirming this conclusion. There were no signs of asthmatic mice being more sensitive to secondary aerosols than healthy mice
dc.description.abstractResultaten worden gepresenteerd van een studie met ammoniumnitraat in gezonde en astma dieren. Ammoniumnitraat is de belangrijkste component van het secundair gevormde fijnstof in Nederland. We hebben gezonde en astma muizen blootgesteld aan fijn (CMD = 0.3 mum; 4 x 10 exp. 3 deeltjes per cm3) en ultrafijn (CMD = 0.03 mum; 2 x 10 exp. 5 deeltjes per cm3) ammoniumnitraat. De gemiddelde massa concentratie bedroeg respectievelijk 140 en 250 mug/m3. De gegevens suggereren dat bij concentraties die vergelijkbaar zijn met eerdere studies met ammoniumbisulfaat en ammoniumferrosulfaat nu wel pulmonaire effecten in gezonde en astma muizen optreden. Hierbij blijkt dat deze effecten wel bij fijn en niet bij ultrafijn nitraat optreden. Uit het feit dat de massaconcentratie van fijn ammoniumnitraat lager was dan die van ultrafijn nitraat kan worden opgemaakt dat de invloed van de grootte van de deeltjes niet verwaarloosd mag worden. Depositiemodellering zal hier meer inzicht in geven. Er zijn geen indicaties voor een versterking van de allergische reactie.
dc.format.extent1269000 bytesen_US
dc.format.extent1298585 bytes
dc.format.mimetypeapplication/pdf
dc.language.isoenen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM rapport 650010013en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/650010013.htmlen_US
dc.subject.otherinhalation exposureen
dc.subject.otherair pollution, environmentalen
dc.subject.otherexperimental studiesen
dc.subject.othermiceen
dc.titleToxicity of Ambient Particulate Matter. III. Acute toxicity study in asthmatic mice following 3-day exposure to ultrafine and fine ammonium nitrate, a model compound for secondary aerosol fraction of PM10en_US
dc.title.alternativeToxiciteit van fijnstof in de buitenlucht (PM 10) III. Ultrafijn en fijn ammoniumnitraaten_US
dc.contributor.departmentLEOen_US
dc.contributor.departmentLPIen_US
refterms.dateFOA2018-12-18T08:44:03Z
html.description.abstractAmmonium nitrate is the most prominent component of secondary PM10 in the Netherlands. In our study, healthy and asthmatic mice were exposed to fine (CMD = 0.3 mum; 4 x 10 exp. 3 particles per cm3) and ultrafine (CMD = 0.03 mum; 2 x 10. exp. 5 particles per cm3) ammonium nitrate. The mean mass concentrations were 140 and 250 mug/m3, respectively. At exposure levels comparable to previous studies with ammonium bisulfate and ammonium ferrosulfate, pulmonary effects were observed in both healthy and asthmatic mice. The effects were mainly found after exposure to fine rather than to ultrafine nitrate. In view of the mass concentration of fine aerosols being even lower than that of the ultrafine aerosols, we conclude that not only are mass concentrations important for the development of adverse effects but also the specific size of the particles. Dosimetry models will be useful in confirming this conclusion. There were no signs of asthmatic mice being more sensitive to secondary aerosols than healthy mice
html.description.abstractResultaten worden gepresenteerd van een studie met ammoniumnitraat in gezonde en astma dieren. Ammoniumnitraat is de belangrijkste component van het secundair gevormde fijnstof in Nederland. We hebben gezonde en astma muizen blootgesteld aan fijn (CMD = 0.3 mum; 4 x 10 exp. 3 deeltjes per cm3) en ultrafijn (CMD = 0.03 mum; 2 x 10 exp. 5 deeltjes per cm3) ammoniumnitraat. De gemiddelde massa concentratie bedroeg respectievelijk 140 en 250 mug/m3. De gegevens suggereren dat bij concentraties die vergelijkbaar zijn met eerdere studies met ammoniumbisulfaat en ammoniumferrosulfaat nu wel pulmonaire effecten in gezonde en astma muizen optreden. Hierbij blijkt dat deze effecten wel bij fijn en niet bij ultrafijn nitraat optreden. Uit het feit dat de massaconcentratie van fijn ammoniumnitraat lager was dan die van ultrafijn nitraat kan worden opgemaakt dat de invloed van de grootte van de deeltjes niet verwaarloosd mag worden. Depositiemodellering zal hier meer inzicht in geven. Er zijn geen indicaties voor een versterking van de allergische reactie.


Files in this item

Thumbnail
Name:
650010013.pdf
Size:
1.238Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record