Show simple item record

dc.contributor.authorMeinardi CR
dc.date.accessioned2007-03-09T17:13:39Z
dc.date.available2007-03-09T17:13:39Z
dc.date.issued1999-04-01en_US
dc.identifier714851004en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/10029/10353
dc.description.abstract"Sprengen" are water courses dug ages ago to discharge groundwater from the Veluwe hills, where natural vegetation has always prevailed. An investigation in 1996, comprising sampling of sprengen and groundwater in the surroundings, was aimed at studying the relationship between precipitation, groundwater and the water from the sprengen. The concentrations of the major components and of micro-components in the water were considered. Investigations carried out to study residence times of the water in the soil revealed the extent of the drainage basins and produced values for net precipitation. Discharge of the sprengen is relatively constant in time. Concentrations of the major components are related to the aerial deposition, taking into account travel times in the soil and condensation factors. Aerial deposition is the only source for the major components in the eastern sprengen. Nitrate concentrations in the sprengen result from the total deposition of nitrogen compounds, but 77% vanishes through denitrification in the soil. They have increased from 0.3 to roughly 5 and they will further increase to 10 mg.l-1 in the coming century, if the aerial deposition remains the same. Sulphate concentrations result from aerial deposition of sulphur. The groundwater acidity has decreased from pH=6.5 to now pH=5.5 and it will further decrease to pH=4.5 at an unchanged aerial deposition in the coming century. Increased concentrations in groundwater and/or the southern sprengen of B, Al, Mn, Fe, Co, Ni, Zn, As, Rb, Y, Cd, Cs and Ba probably result from an additional load at land surface. The lantanide concentrations increase roughly at low pH values by a factor of 10 (when compared to a former situation) by dissolution in soil. The same results were obtained with aluminium.
dc.description.abstractMonsters water uit sprengen en grondwater van de Veluwe zijn onderzocht op concentraties van hoofdcomponenten en van microcomponenten (bepalingen door NITG). Onderzoek is gedaan ter bepaling van verblijftijden in de bodem van grondwater en van het water in sprengen. De intrekgebieden van de sprengen en het neerslagoverschot zijn bepaald. Bij de onderzochte monsters van het grondwater en de sprengen bestaat een verband tussen concentraties van de hoofdcomponenten en varierende concentraties in de atmosferische depositie als rekening wordt gehouden met verblijftijden in de bodem en indampfactoren. Concentraties aan nitraat in grondwater en sprengen zijn een gevolg van de atmosferische depositie van stikstof, waarbij ca. 78% door denitrificatie in de bodem verdwijnt. De concentraties zijn toegenomen van 0.3 tot bijna 5 mg.l-1 en ze kunnen nog verder toenemen tot 10 mg.l-1 (als N). De zuurgraad is afgenomen van pH=6.5 tot pH=5.5 in 1996 en die kan nog verder dalen tot pH=4.5 in de komende eeuw. Verhoogde concentraties in het grondwater en de zuidelijke sprengen van Be, B, Al, Mn, Fe, Co, Ni, Zn, As, Rb, Y, Cd, Cs en Ba zijn vermoedelijk het gevolg van een extra belasting aan maaiveld. De concentraties in het water van de lantaniden (zeldzame aarden) zijn ongeveer een factor 10 hoger bij de huidige lage pH in vergelijking tot vroeger
dc.format.extent2574000 bytesen_US
dc.format.extent2573989 bytes
dc.format.mimetypeapplication/pdf
dc.language.isonlen_US
dc.publisherRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMen_US
dc.relation.ispartofseriesRIVM Rapport 714851004en_US
dc.relation.urlhttp://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/714851004.htmlen_US
dc.subject.othernature areasen
dc.subject.othergroundwateren
dc.subject.otherwater coursesen
dc.subject.otherbrooksen
dc.subject.otherflowen
dc.subject.othercompositionen
dc.subject.otherprecipitationen
dc.subject.othertrace elementsen
dc.subject.otherhydrologyen
dc.subject.otherhydrochemistryen
dc.subject.othernatuurgebiedenennl
dc.subject.othergrondwaternl
dc.subject.otherwaterlopennl
dc.subject.otherbekennl
dc.subject.othersamenstellingnl
dc.subject.otherneerslagnl
dc.subject.othersporenelementennl
dc.subject.otherhydrologienl
dc.subject.otherveluwenl
dc.subject.othersprengennl
dc.subject.otherhydrochemienl
dc.subject.othermicrocomponentennl
dc.titleStroming en samenstelling van de sprengen en het grondwater van de Veluwe in 1996; een vergelijking met de toestand van 1986en_US
dc.title.alternativeFlow and composition of groundwater and sprengen of the Veluween_US
dc.contributor.departmentLBGen_US
refterms.dateFOA2018-12-18T09:02:38Z
html.description.abstract"Sprengen" are water courses dug ages ago to discharge groundwater from the Veluwe hills, where natural vegetation has always prevailed. An investigation in 1996, comprising sampling of sprengen and groundwater in the surroundings, was aimed at studying the relationship between precipitation, groundwater and the water from the sprengen. The concentrations of the major components and of micro-components in the water were considered. Investigations carried out to study residence times of the water in the soil revealed the extent of the drainage basins and produced values for net precipitation. Discharge of the sprengen is relatively constant in time. Concentrations of the major components are related to the aerial deposition, taking into account travel times in the soil and condensation factors. Aerial deposition is the only source for the major components in the eastern sprengen. Nitrate concentrations in the sprengen result from the total deposition of nitrogen compounds, but 77% vanishes through denitrification in the soil. They have increased from 0.3 to roughly 5 and they will further increase to 10 mg.l-1 in the coming century, if the aerial deposition remains the same. Sulphate concentrations result from aerial deposition of sulphur. The groundwater acidity has decreased from pH=6.5 to now pH=5.5 and it will further decrease to pH=4.5 at an unchanged aerial deposition in the coming century. Increased concentrations in groundwater and/or the southern sprengen of B, Al, Mn, Fe, Co, Ni, Zn, As, Rb, Y, Cd, Cs and Ba probably result from an additional load at land surface. The lantanide concentrations increase roughly at low pH values by a factor of 10 (when compared to a former situation) by dissolution in soil. The same results were obtained with aluminium.
html.description.abstractMonsters water uit sprengen en grondwater van de Veluwe zijn onderzocht op concentraties van hoofdcomponenten en van microcomponenten (bepalingen door NITG). Onderzoek is gedaan ter bepaling van verblijftijden in de bodem van grondwater en van het water in sprengen. De intrekgebieden van de sprengen en het neerslagoverschot zijn bepaald. Bij de onderzochte monsters van het grondwater en de sprengen bestaat een verband tussen concentraties van de hoofdcomponenten en varierende concentraties in de atmosferische depositie als rekening wordt gehouden met verblijftijden in de bodem en indampfactoren. Concentraties aan nitraat in grondwater en sprengen zijn een gevolg van de atmosferische depositie van stikstof, waarbij ca. 78% door denitrificatie in de bodem verdwijnt. De concentraties zijn toegenomen van 0.3 tot bijna 5 mg.l-1 en ze kunnen nog verder toenemen tot 10 mg.l-1 (als N). De zuurgraad is afgenomen van pH=6.5 tot pH=5.5 in 1996 en die kan nog verder dalen tot pH=4.5 in de komende eeuw. Verhoogde concentraties in het grondwater en de zuidelijke sprengen van Be, B, Al, Mn, Fe, Co, Ni, Zn, As, Rb, Y, Cd, Cs en Ba zijn vermoedelijk het gevolg van een extra belasting aan maaiveld. De concentraties in het water van de lantaniden (zeldzame aarden) zijn ongeveer een factor 10 hoger bij de huidige lage pH in vergelijking tot vroeger


Files in this item

Thumbnail
Name:
714851004.pdf
Size:
2.454Mb
Format:
PDF

This item appears in the following Collection(s)

Show simple item record