• Het 131-I-gehalte van het rioolwater in Utrecht

      Mattern; F.C.M. (1984-03-26)
      N.a.v. een soortgelijk onderzoek in West-Berlijn [1] werden in de periode maart-september 1979 metingen uitgevoerd naar het 131-I-gehalte van het effluent van de rioolwaterzuiveringsinstallatie te Utrecht. De gemiddelde concentratie is gering en bedroeg ca. 1 pCi/l bij een gemiddelde afvoer van 2 mCi/maand. Het 131-I-gehalte is vrijwel uitsluitend een gevolg van medische toepassing in het Academisch Ziekenhuis (AZU). Het gebruik van 131-I per hoofd van de bevolking bedraagt in Utrecht 0,2 muCi/jaar voor diagnostiek en 2 muCi/jaar voor therapie. De gemiddelde lozingsbijdrage a.g.v. diagnostiek kan worden geschat op 25% van de aangeschafte hoeveelheid en bedraagt voor Utrecht ca. 0,06 mu Ci/jaar. De gemiddelde lozingsbijdrage als gevolg van therapie wordt geschat op ca. 2% van de aanschaf ofwel 0,04 muCi/jaar. Vergeleken met schattingen voor West-Berlijn steken de hier gevonden resultaten gunstig af, hetgeen toegeschreven kan worden aan een lager hoofdelijk 131-I-verbruik, alsmede de lage procentuele lozingsbijdrage.
    • The 18th EURL-Salmonella workshop : 30 may 2013, St. Malo, France

      Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-03-27)
      In dit rapport zijn de verslagen gebundeld van de presentaties van de achttiende jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor de bacterie Salmonella (30 mei 2013). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) Salmonella, en de NRL's informatie met elkaar kunnen uitwisselen. Daarnaast worden de resultaten gepresenteerd van de ringonderzoeken van het EURL, waarmee de kwaliteit van de NRL-laboratoria wordt aangegeven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten worden per ringonderzoek in aparte RIVM-rapporten opgenomen. Campylobacter en Salmonella belangrijkste veroorzakers zoönosen Een terugkerend onderwerp is het jaarlijkse rapport van de European Food Safety Authority (EFSA) over zoönosen, oftewel ziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan. Het verslag daarover bevat een overzicht van de aantallen en types zoönotische micro-organismen die in 2011 gezondheidsproblemen veroorzaakten in Europa. Hieruit blijkt dat Salmonella al een aantal jaren minder gezondheidsproblemen veroorzaakt, maar nog steeds, ná de Campylobacter-bacterie, de belangrijkste veroorzaker is van zoönotische ziekten in Europa. Databanken voor opslag van moleculaire typeringsdata Andere verslagen geven informatie over databanken die momenteel worden gebouwd door de EFSA en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). De EFSA-databank gaat informatie bevatten over moleculaire typering van ziekmakende bacteriën (pathogenen) die worden gevonden in voedsel, diervoeder en dieren. Die van het ECDC zal deze informatie bevatten van pathogenen gevonden bij de mens. Iedere bacteriestam heeft een eigen unieke moleculaire typering. Door de informatie uit de twee databanken te koppelen, kunnen bacteriestammen in producten en mensen worden achterhaald. Die kennis kan eraan bijdragen de bron te vinden van een, nationale of Europese, voedsel-gerelateerde uitbraak. De organisatie van de workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • 19-Nortestosterone in urine of slaughtered cattle illegally injected with anabolic preparations

      Jansen EHJM; van den Berg RH; Enkelaar-Willemsen C; van Blitterswijk H; Stekelenburg P; Both-Miedema R; Stephany RW (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1986-02-28)
      In deze studie is het urinaire 19-nortestosteron (NT) gehalte van met NT behandelde dieren vergeleken met de hoeveelheid resterend NT in de toedieningsplaats. Er zijn in totaal 136 dieren onderzocht, hoofdzakelijk kalveren, verdeeld over drie groepen. Geconcludeerd wordt dat er geen correlatie te vinden is tussen het urinaire NT-gehalte en de hoeveelheid NT restant in de toedieningsplaats. Tevens werd aangetoond dat indien de monsters urine van deze dieren in een keuringsprogramma onderzocht zouden zijn via een combinatie van hoge druk vloeistofchromatografie en radioimmunochemisch onderzoek (HPLC- RIA), er afhankelijk van de keuze van de beslissingsgrens voor voortgezet bevestigingsonderzoek een zeer groot aantal (70-90%) fout- negatieve resultaten zouden zijn verkregen.<br>
    • 1992 Quadrennial Ozone Symposium. Nieuwe inzichten in ozonvorming en ozonafbraak in de vrije atmosfeer

      Woerd HJ van der; Beck JP; Krol MS (1992-10-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • The 1996 RIVM Catalogue of International Datasets

      Woerden JW van; Diederiks J; Klein Goldewijk K; CIM (1997-06-30)
      De toenemende activiteiten van RIVM op het gebied van integrale milieu-rapportages en verkenningen heeft de ontwikkeling van een gedegen informatie-infrastructuur tot gevolg gehad. Dit heeft geresulteerd in een verzameling informatie-systemen ten behoeve van de verwerving, verwerking, distributie en presentatie van milieu-gegevens. Deze systemen opereren voornamelijk binnen RIVM, alhoewel de steeds verdergaande samenwerking met externe instituten in binnen- en buitenland een bezinning over het informatie-beleid rechtvaardigt. Ten einde meer bekendheid te geven aan een breed publiek over kenmerken van basisbestanden die nodig zijn voor internationale, integrale milieustudies en -rapportages, wordt jaarlijks een catalogus uitgegeven. Dit rapport vormt de 1996 catalogus van internationale data sets die beschikbaar zijn binnen RIVM.
    • The 19th EURL-Salmonella workshop : 26 and 27 May 2014, Zaandam, the Netherlands

      Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-12-18)
      Het RIVM heeft de verslagen gebundeld van de presentaties van de negentiende jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor de bacterie Salmonella (26 en 27 mei 2014). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) Salmonella, en de NRL's informatie kunnen uitwisselen. Daarnaast worden de resultaten gepresenteerd van de ringonderzoeken van het EURL, waarmee de kwaliteit van de NRL-laboratoria wordt aangegeven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten wordt per ringonderzoek in aparte RIVM-rapporten opgenomen. Campylobacter en Salmonella blijven belangrijkste veroorzakers zoönosen Een terugkerend onderwerp is het jaarlijkse rapport van de European Food Safety Authority (EFSA) over zoönosen, oftewel ziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan. Het verslag daarover bevat een overzicht van de aantallen en types zoönotische micro-organismen die in 2012 gezondheidsproblemen veroorzaakten in Europa. Hieruit blijkt dat Salmonella al een aantal jaren minder gezondheidsproblemen veroorzaakt, maar nog steeds, ná de Campylobacter-bacterie, de belangrijkste veroorzaker is van zoönotische ziekten in Europa. Moleculaire typering steeds belangrijker Andere verslagen geven informatie over nieuwe technieken die aantonen welk type Salmonella zich in voedsel of dieren bevindt. Diverse laboratoria maken hiervoor gebruik van moleculaire technieken, die erop zijn gebaseerd het DNA van de ziekmakende bacterie aan te tonen. Iedere bacteriestam heeft namelijk een eigen unieke moleculaire typering. Die informatie kan belangrijk zijn om na te gaan of een type Salmonella dat bij de mens wordt gevonden dezelfde is als in voedsel of bij dieren. De organisatie van de workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • The 20th EU Interlaboratory comparison study in primary production (2017) : Detection of Salmonella in chicken faeces

      Dam-Deisz WDC; Broek I van den; Z&O; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-05-28)
      This report contains an erratum d.d. 17-7-2018 after page 34. In March 2017, the twentieth EURL-Salmonella interlaboratory comparison study on the detection of Salmonella in samples taken from the primary production stage was organised. Participation was obligatory for all EU Member State National Reference Laboratories (NRLs) responsible for the detection of Salmonella in these types of samples. Results. All laboratories were able to detect Salmonella in all the contaminated chicken faeces samples. Both the blank control sample and the positive control sample were analysed correctly by all laboratories. One laboratory made a labelling mistake and switched the process control for the positive control and therefore scored a 'moderate performance'. Blank samples containing chicken faeces not contaminated with Salmonella were correctly analysed as negative by almost all laboratories. One laboratory found Salmonella present in 3 of the 6 blank samples; this was indicated as a 'poor performance'. Participants. In total, 36 NRLs participated in this study: 29 NRLs from 28 EU Member States, 6 NRLs from other countries in Europe (EU candidate or potential EU candidate Member States and countries of the European Free Trade Association (EFTA)) and, on request of the European Commission, one NRL from a non-European country. EURL-Salmonella is situated at the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM). The main task of EURL-Salmonella is to monitor and improve the performance of the national reference laboratories in Europe. Design of study. Each laboratory received a package of chicken faeces samples. The samples were contaminated by the EURL-Salmonella at two different Salmonella concentrations: high and low. The package also included blank samples without Salmonella. The laboratories were asked to analyse the samples according to the internationally prescribed method for the detection of Salmonella.
    • 20th EURL-Salmonella interlaboratory comparison study (2015) on typing of Salmonella spp

      Jacobs-Reitsma, WF; Maas, HME; Bouw, E; Mooijman, KA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2018-12-28)
      The National Reference Laboratories (NRLs) of all 28 European Union (EU) Member States performed well in the 2015 quality control test on Salmonella typing. One laboratory was found to require a follow-up study after the initial test. Overall, the EU-NRLs were able to assign the correct name to 97% of the strains tested. In addition to the standard method for typing Salmonella (serotyping), sixteen laboratories performed typing at DNA level, using Pulsed Field Gel Electrophoresis (PFGE). This more detailed typing method is sometimes needed to trace the source of a contamination. For quality control, the participants received another ten strains of Salmonella to be tested by this method. Fourteen of the sixteen participating laboratories were suitably equipped to use the PFGE method. Since 1992, the NRLs of the EU Member States are obliged to participate in annual quality control tests which consist of interlaboratory comparison studies on Salmonella. Each Member State designates a specific laboratory within their national boundaries to be responsible for the detection and identification of Salmonella strains in animals and/or food products. These laboratories are referred to as the National Reference Laboratories (NRLs). The performance of these NRLs in Salmonella typing is assessed annually by testing their ability to identify twenty Salmonella strains. NRLs from countries outside the European Union occasionally participate in these tests on a voluntary basis. The EU-candidate-countries Former Yugoslav Republic of Macedonia and Turkey, and EFTA countries Iceland, Norway and Switzerland took part in the 2015 assessment. The annual interlaboratory comparison study on Salmonella typing is organised by the European Union Reference Laboratory for Salmonella (EURL-Salmonella). The EURL-Salmonella is located at the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM), Bilthoven, the Netherlands.
    • The 20th EURL-Salmonella workshop : 28 and 29 May 2015, Berlin, Germany

      Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-02-08)
      Het RIVM heeft de verslagen gebundeld van de presentaties van de twintigste jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor de bacterie Salmonella (28 en 29 mei 2015). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) Salmonella, en de NRL's informatie kunnen uitwisselen. Daarnaast worden de resultaten gepresenteerd van de ringonderzoeken van het EURL, waarmee de kwaliteit van de NRL-laboratoria wordt aangegeven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten wordt per ringonderzoek in aparte RIVMrapporten opgenomen. Nieuwe technieken steeds belangrijker Een aantal verslagen geeft informatie over het gebruik van nieuwe technieken om overeenkomsten tussen verschillende Salmonellastammen aan te tonen. Veelal zijn dit moleculaire technieken die het DNA van de bacterie aantonen. Deze technieken worden steeds vaker gebruikt bij het opsporen van de ziekmakende bacterie in voedsel, dieren en bij de mens. Iedere bacteriestam heeft namelijk een eigen unieke moleculaire typering. Een databank voor unieke moleculaire typering resultaten De European Food Safety Authority (EFSA) geeft verslag van een databank in oprichting. In deze databank kunnen alle Europese landen moleculaire typeringsresultaten van Salmonella opslaan. Zo is het mogelijk om na te gaan of een bepaalde ziekmakende bacteriestam in meerdere landen en producten voorkomt. NRL's presenteren hun activiteiten In vier verslagen wordt informatie gegeven over de activiteiten van de NRL's voor Salmonella uit Noord-Ierland, Portugal, Spanje en Slovakije. De organisatie van de workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL- Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • 21st EURL-Salmonella interlaboratory comparison study (2016) on typing of Salmonella spp

      Jacobs-Reitsma, WF; Verbruggen, A; Bouw, E; Mooijman, KA (r, 2018-12-18)
      The National Reference Laboratories (NRLs) of all 28 European Union (EU) Member States performed well in the 2016 quality control test on Salmonella typing. Overall, the EU-NRLs were able to assign the correct name to 99% of the strains tested. In addition to the standard method for typing Salmonella (serotyping), fifteen laboratories performed typing at DNA level using Pulsed Field Gel Electrophoresis (PFGE). This more detailed typing method is sometimes needed to trace the source of a contamination. For quality control, participants received another ten strains of Salmonella to be tested by this method. Thirteen of the fifteen participating laboratories were suitably equipped to use the PFGE method. Since 1992, the NRLs of the EU Member States are obliged to participate in annual quality control tests which consist of interlaboratory comparison studies on Salmonella. Each Member State designates a specific laboratory within their national boundaries to be responsible for the detection and identification of Salmonella strains in animals and/or food products. These laboratories are referred to as the National Reference Laboratories (NRLs). The performance of these NRLs in Salmonella typing is assessed annually by testing their ability to identify 20 Salmonella strains. NRLs from countries outside the European Union occasionally participate in these tests on a voluntary basis. The EU-candidate-countries Former Yugoslav Republic of Macedonia and Serbia, and EFTA countries Iceland, Norway and Switzerland took part in the 2016 assessment. The annual interlaboratory comparison study on Salmonella typing is organised by the European Union Reference Laboratory for Salmonella (EURL-Salmonella). The EURL-Salmonella is located at the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM), Bilthoven, the Netherlands.
    • The 21st EURL-Salmonella workshop : 9 June 2016, Saint Malo, France

      Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-12-15)
      Dit rapport bevat een bundeling van verslagen van de presentaties van de 21e jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor Salmonella (9 juni 2016). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) voor Salmonella en de NRL's informatie uitwisselen. Jaarlijkse ringonderzoeken Een terugkerend onderwerp is de ringonderzoeken die het EURL jaarlijks organiseert en waarmee de kwaliteit van de NRL laboratoria wordt gecontroleerd. De NRL's hadden er in 2015 geen problemen mee om Salmonella in ei te vinden. In dit rapport staan de ringonderzoeken kort beschreven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten wordt per ringonderzoek gepubliceerd. Moleculaire technieken Een aantal verslagen geeft informatie over het gebruik van moleculaire technieken om Salmonella te typeren. Met deze technieken wordt het DNA van de bacterie aangetoond. Deze technieken worden steeds vaker gebruikt bij het opsporen van ziekmakende bacteriën in voedsel, dieren en bij de mens. Iedere bacteriestam heeft namelijk een eigen unieke moleculaire typering. Opslag moleculaire typering resultaten De European Food Safetey Authority (EFSA) geeft verslag van een databank die sinds begin 2016 beschikbaar is. In deze databank kunnen alle Europese landen moleculaire typering resultaten van Salmonella opslaan. Dit geeft informatie of een bepaalde ziekmakende bacteriestam in meerdere landen en producten voorkomt. De organisatie van de workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • 22nd EURL-Salmonella interlaboratory comparison study (2017) on typing of Salmonella spp

      Jacobs-Reitsma, WF; Verbruggen, A; Bouw, E; Mooijman, KA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2018-12-18)
      The National Reference Laboratories (NRLs) of all 28 European Union (EU) Member States performed well in the 2017 quality control test on Salmonella typing. Overall, the EU-NRLs were able to assign the correct name to 98% of the strains tested. In addition to the standard method for typing Salmonella (serotyping), fifteen laboratories performed typing at DNA level using Pulsed Field Gel Electrophoresis (PFGE). This more detailed typing method is sometimes needed to trace the source of a contamination. For quality control, participants received another eleven strains of Salmonella to be tested by this method. Eleven of the fifteen participating laboratories were suitably equipped to use the PFGE method. Since 1992, the NRLs of the EU Member States are obliged to participate in annual quality control tests which consist of interlaboratory comparison studies on Salmonella. Each Member State designates a specific laboratory within their national boundaries to be responsible for the detection and identification of Salmonella strains in animals and/or food products. These laboratories are referred to as the National Reference Laboratories (NRLs). The performance of these NRLs in Salmonella typing is assessed annually by testing their ability to identify 20 Salmonella strains. NRLs from countries outside the European Union occasionally participate in these tests on a voluntary basis. The EU-candidate-countries Former Yugoslav Republic of Macedonia and Serbia, EFTA countries Iceland, Norway and Switzerland, and Israel took part in the 2017 assessment. The annual interlaboratory comparison study on Salmonella typing is organised by the European Union Reference Laboratory for Salmonella (EURL-Salmonella). The EURL-Salmonella is located at the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM), Bilthoven, the Netherlands.
    • The 22nd EURL-Salmonella workshop : 29 and 30 May 2017, Zaandam, the Netherlands

      Mooijman KA; VDL; Z&O (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-06-15)
      Het RIVM heeft de verslagen gebundeld van de presentaties van de 22e jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor Salmonella (29-30 mei 2017). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) voor Salmonella, en de NRL's informatie uitwisselen. Een terugkerend onderwerp is de ringonderzoeken die het EURL jaarlijks organiseert om de kwaliteit van de NRL-laboratoria te controleren. De NRL's scoorden goed in de studies van 2016. In dit rapport staan de ringonderzoeken kort beschreven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten wordt apart per ringonderzoek gepubliceerd. Een aantal verslagen geeft informatie over grote aantallen mensen die ziek zijn geworden door Salmonella, zogenoemde uitbraken. Het is vaak moeilijk om uit te vinden wat de bron is van een uitbraak. Bij een uitbraak met veel zieke mensen in verschillende Europese lidstaten is de bron wel gevonden, namelijk eieren uit Polen die besmet waren met Salmonella. Andere verslagen beschrijven de activiteiten om methoden te standaardiseren en te harmoniseren. Bijvoorbeeld over het testen van levensmiddelen op aanwezigheid van Salmonella. Op Europees niveau worden afspraken gemaakt over een methode, zodat de lidstaten een test op dezelfde wijze uitvoeren. Hierdoor kunnen resultaten tussen verschillende landen beter worden vergeleken. De organisatie van de jaarlijkse workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • The 23rd EURL-Salmonella workshop : 29 and 30 May 2018, Uppsala, Sweden

      Mooijman, KA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2019-05-14)
      Het RIVM heeft de verslagen gebundeld van de presentaties van de 23e jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor Salmonella (29-30 mei 2018). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) voor Salmonella, en de NRL's informatie uitwisselen. Een terugkerend onderwerp zijn de ringonderzoeken die het EURL jaarlijks organiseert om de kwaliteit van de NRL-laboratoria te controleren. De NRL's scoorden goed in de studies van 2017. In dit rapport staan de ringonderzoeken kort beschreven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten wordt apart per ringonderzoek gepubliceerd. Salmonella mag niet in voedsel en dieren zitten. Toch kan Salmonella soms gevonden worden in verschillende producten. Voorbeelden werden gegeven van Salmonella die in pluimvee en runderen was aangetroffen. Andere informatie betrof de (ongewenste) aanwezigheid van Salmonella in babyvoeding en in vogels en katten. De organisatie van de jaarlijkse workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • 24-uurs urine-excretie van jodium. Voedingsstatusonderzoek bij volwassen Nederlanders

      Wilson-van den Hooven C; Fransen HJ; Ris-Stalpers C; Ocke M; CVG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMAMC, 2008-01-02)
      De mediane jodiumconcentratie in urine van volwassenen uit Doetinchem was 109 microgram per liter. Dit wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie geclassificeerd als een populatie met een adequate inneming. Deze bevinding maakt het aannemelijk dat de jodiuminneming voor de algemene Nederlandse bevolking ook adequaat is.
    • 24-uurs urine-excretie van natrium. Voedingsstatusonderzoek bij volwassen Nederlanders

      van den Hooven C; Fransen H; Jansen E; Ocke M; CVG; GBO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2007-07-09)
      De zoutinneming van volwassenen uit Doetinchem is gemiddeld bijna 9 gram per dag. Dit is 50% boven de aanbeveling van maximaal 6 gram per dag. Deze bevinding maakt het aannemelijk dat de zoutinneming voor de algemene Nederlandse bevolking ook ruim boven de aanbeveling ligt. Bij mannen en jongvolwassenen is de zoutconsumptie gemiddeld hoger dan bij vrouwen en personen van 50-70 jaar. Bij mannen is de zoutinneming gemiddeld 10,1 gram onder 19-49 jarigen en 9,7 gram onder 50-70 jarigen. Bij vrouwen is dit respectievelijk 8,6 en 7,5 gram. Bovengenoemde schattingen zijn gebaseerd op een onderzoek waarin 333 personen van 19-70 jaar in November 2006 24-uur hun urine verzamelden. Aan de hand van de natriumexcretie in de urines is de zoutinneming geschat. De deelnemers waren afkomstig uit Doetinchem of nabije omgeving. Door het reduceren van de huidige te hoge zoutinneming van de Nederlandse bevolking naar de aanbevolen hoeveelheid kan aanzienlijke gezondheidswinst behaald worden. Maatregelen worden dan ook geadviseerd.
    • 2nd EVALUATION of the course AQUATIC ECOTOXICOLOGY in INDIA

      Rebers SM (1990-01-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • 39-week carcinogenicity study with cyclosporin A in XPA-/- mice, wild type mice and XPA-/-.P53+/- double transgenic mice. Part of the ILSI/HESI Program on Alternative Methods for Carcinogenicity Testing

      Beems RB; van Kreijl CF; van Steeg H; LPI; LEO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-05-16)
      Het doel van dit onderzoek was de evaluatie van de carcinogene potentie van cyclosporine A in XPA-/- muizen. XPA-/- muizen zijn deficient in DNA-repair, met name in nucleotide excision repair (NER), en hebben een grotere gevoeligheid voor genotoxische carcinogenen en ultraviolet licht dan wild-type muizen. Het onderzoek was een onderdeel van een wereldwijd evaluatie programma van alternatieve carcinogeniteitsstudies, waaronder studies met transgene muizen, gecoordineerd door het ILSI Health and Environmental Sciences Institute (USA). Cyclosporine A is een immunosuppressief geneesmiddel en een niet-genotoxisch humaan carcinogeen.Het gebruikte proefprotocol maakt tevens een reductie van het aantal proefdieren mogelijk, vergeleken met een conventionele carcinogeniteitsstudie. Groepen van 15 mannelijke en 15 vrouwelijke XPA-/- muizen en wild type muizen kregen een dieet met 0, 3, 10, 30 of 80 mg/kg lichaamsgewicht cyclosporine A voor een periode van 9 maanden. Groepen van 15 mannelijke en 15 vrouwelijke XPA-/- , P53+/- dubbeltransgene muizen kregen een dieet met 0, 30 of 80 mg/kg lichaamsgewicht cyclosporine A. Cyclosporine A induceerde lymfomen en lymfoide hyperplasie van milt en lymfeklieren. Conclusie is dat cyclosporine A negatief is voor carcinogeniteit in het kortdurende alternatieve carcinogeniteitsassay met mannelijke en vrouwelijke XPA-/- muizen en wild type muizen en in mannelijke dubbeltransgene muizen, bij doseringen tot de 'maximum tolerated dose' van 30 mg/kg lichaamsgewicht. Het is echter positief in vrouwelijke dubbeltransgene muizen. Bij een dosering van 80 mg/kg lichaamsgewicht, die duidelijk hoger is dan de 'maximum tolerated dose', is cyclosporine A overtuigend positief in XPA-/- muizen en in dubbeltransgene muizen van beide geslachten. De carcinogene respons is groter bij dubbeltransgene dan bij XPA-/- muizen. Bij deze dosering is cyclosporine A ook positief in wild type vrouwtjes, doch negatief in mannelijke wild type muizen.P
    • 3D-printing, een nieuwe dimensie voor de 3V&apos;s : Over 3D-printing, innovatie en alternatieven voor dierproeven

      van Zijverden M; van Kesteren PCE; Deleu S; NKA; V&amp;Z (Nationaal Kenniscentrum Alternatieven voor dierproeven (NKCA), 2014-03-28)
    • 4th EURL-Salmonella interlaboratory comparison study Animal Feed 2018 : Detection of Salmonella in chicken feed

      Kuijpers, AFA; Mooijman, KA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2019-02-06)
      In February 2018, the EURL-Salmonella organised the 4th interlaboratory comparison study on detection of Salmonella in animal feed samples. Due to problems with the chicken feed samples, it was not possible to evaluate the NRLs' performance in this study. Participation is obligatory for the National Reference Laboratories (NRLs) responsible for analysis of Salmonella in animal feed samples in the 28 EU Member States. In total, 35 NRLs participated in this study. The EURL-Salmonella is part of the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM). The laboratories used an internationally accepted method to detect the presence of Salmonella in chicken feed samples. Each laboratory received a package with chicken feed samples contaminated with two different concentrations of Salmonella Mbandaka or no Salmonella. As in earlier studies, the chicken feed samples were artificially contaminated with a diluted culture of Salmonella at the EURL-Salmonella laboratory. The number of positive samples found in this interlaboratory comparison study was unexpectedly low. The most probable cause was the presence of unknown inhibitory substances present in the batch of chicken feed affecting the growth of Salmonella.