• Jaarlijkse reunie loopt uit op een gastro-enteritis explosie

      Carsauw HHC; Bosman A; Reintjes R; de Wit MAS; Conyn-van Spaendonck MAE; CIE; GGD Rotterdam e.o. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1997-04-30)
      Een explosie van acute gastro-enteritis deed zich voor onder 200 deelnemers aan een reunie van oud-personeelsleden. De reunie vond plaats in een restaurant. Om de oorzaak van de explosie en de mogelijke rol van voedsel hierbij te achterhalen werd een retrospectieve cohort studie opgezet. Deelnemers en restaurant-personeel ontvingen een vragenlijst met betrekking tot acute gastro-intestinale klachten en genuttigde voedingswaren tijdens de reunie. De casus-definitie was gebaseerd op klinische symptomen, ontstaan binnen vier dagen na de reunie. Voor beide maaltijden en voor elk voedsel-item werden attack-rates bepaald. Voedselresten werden bij inspectie van het restaurant verzameld. Aan deelnemers en personeel met klachten werd gevraagd een fecesmonster in te leveren. Klinische en epidemiologische kenmerken van deze explosie wijzen op een virale gastro-enteritis, mogelijk een small round structured virus (SRSV)-infectie. Een duidelijk verband met het eten van specifieke voedingsmiddelen kon niet aangetoond worden. Waarschijnlijk waren verschillende voedingsmiddelen besmet. Transmissie van virus via de handen van de post-symptomatische chef-kok vormt een mogelijke verklaring voor de contaminatie van het voedsel. Aanbevolen werd om keukenpersoneel met gastro-enteritisverschijnselen tot 48 uur na de eerste normale ontlasting werkverbod of taakaanpassing te geven om het risico op transmissie van infectie tot een minimum te beperken. Het belang van een strikte naleving van de richtlijnen voor handenhygiene moet blijvend benadrukt worden.<br>
    • Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 1998 en 1999

      Breugel P van; Buijsman E; Diederen H; Hammingh P; Kamst A; Noordijk H; Rentink L; Swaan P; Velders G; Velze K van; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-04-27)
      This annual survey presents a view based on measurements and model calculations of air quality and the burden on soils and surface water, caused by atmospheric depostition, in the Netherlands in 1998 and 1999. The report consists of one special topic, 'Background to air-quality monitoring', and the folowing chapters on global, photochemical, acidifying, particulate and local air pollution. New standards issueing from the European directives are als introduced here.
    • Jaaroverzicht luchtkwaliteit 2000

      Breugel P van; Diederen H; Hammingh P; Jimmink B; Kamst A; Noordijk H; Swaan P; Velders G; Velze K van; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-04-04)
      This annual report comprises an overview of the air quality and the load placed on soils and surface water by atmospheric deposition in the Netherlands on the basis of measurements and model calculations. Special attention has been paid to the smog regulation of 2001, with chapters on global, photochemical, acidifying, particulate and local air pollution. New standards issuing from Dutch and European (EU) directives are also introduced here.
    • Jaaroverzicht luchtkwaliteit 2001

      Beck J; Breugel P van; Buijsman E; Diederen H; Noordijk H; Ruiter J de; Tromp J; Velders G; Velze K van; Hammingh P; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-12-20)
      The air quality for 2001 is found to strongly resemble that for 2000. The decreasing trend in concentrations seen in the nineties, is still valid on the whole. Concerning the meteorological influences, 2001 can be considered as a normal year. Widespread exceedances occurred for ozone and PM10, and in the deposition of potential acid and total nitrogen. In the urban environment, exceedances of the annual mean limit value for NO2 occurred along road length of about 2000 km. Calculations for benzene and benzo[a]pyrene showed that exceedances were incidental. This annual air quality survey provides an overview of the air quality and the load placed on soils and surface water by atmospheric deposition in the Netherlands, on the basis of measurements and model calculations. The report describes global, photochemical, acidifying, particulate and local air pollution. Special attention has been paid to the Dutch air quality in relation to the new European legislation on air quality.
    • Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2002

      Buijsman E; LED (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-06-14)
      This annual report comprises an overview of the air quality and the load placed on soils and surface water by atmospheric deposition in the Netherlands in 2002 on the basis of measurements and model calculations. The report presents information on global, photochemical, acidifying and eutrophying, particulate and local air pollution.
    • Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2003-2006

      Beijk R; Mooibroek D; Hoogerbrugge R; LVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2007-11-06)
      In Nederland zijn tussen 2003 en 2006 Europese normen voor de luchtkwaliteit overschreden. Dit geldt in het bijzonder voor stikstofdioxide, fijn stof en ozon. Vooral in 2003 was het aantal overschrijdingen hoog, mede vanwege weersomstandigheden als langdurige droge periodes. Dit blijkt uit meetresultaten van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM. Vooral in de jaren 2003 en 2006 waren er enkele dagen met ernstige smog door ozon (concentraties boven de Europese alarmdrempel). Deze overschrijdingen traden vooral op tijdens hittegolven. Op ongeveer de helft van de meetlocaties in straten waar het verkeer in hoge mate bijdraagt aan de stikstofdioxideconcentratie, ligt de gemiddelde concentratie per jaar boven het gestelde maximum. De concentraties stikstofdioxide op plattelandslocaties zijn de afgelopen vier jaar relatief weinig veranderd en liggen onder de norm. De fijnstofconcentraties zijn de afgelopen drie jaar relatief constant geweest, na een piek in 2003. Voor fijn stof geldt een norm voor lang- en kortdurende blootstelling van de bevolking. Dit is een jaargemiddelde en een daggemiddelde dat slechts een aantal keer per jaar mag worden overschreden. In 2006 is op diverse locaties het maximum aantal dagen van de norm voor de kortdurende blootstelling overschreden. De jaargemiddelden van 2003 tot en met 2006 liggen onder de norm voor langdurende blootstelling. Gemeten over een langere termijn, vijftien en veertien jaar, vertonen zowel stikstofdioxide als fijn stof een duidelijke daling in de jaargemiddelde concentraties. Voor de afgelopen zeven jaar is niet te bepalen of deze trend nog steeds opgaat.
    • Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2007

      Beijk R; Mooibroek D; Hoogerbrugge R; LVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-03-03)
      In Nederland zijn in 2007 enkele overschrijdingen van de Europese normen voor de luchtkwaliteit gemeten. Mede door gunstigere weersomstandigheden waren de overschrijdingen in 2007 minder hoog en frequent dan in 2006. Tijdens de jaarwisseling van 2007/2008 was de concentratie fijn stof in een groot deel van Nederland zeer hoog door de combinatie van mist, weinig wind en vuurwerk. Dit blijkt uit meetresultaten van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM. Het jaaroverzicht geeft een overzicht van de gemeten en deels berekende luchtkwaliteit. In 2007 waren er geen dagen met ernstige smog door ozon (concentraties boven de Europese alarmdrempel). Op circa een kwart van de meetlocaties in straten, waar het verkeer in hoge mate bijdraagt, ligt de jaargemiddelde stikstofdioxideconcentratie boven het gestelde maximum. De concentraties stikstofdioxide op plattelandslocaties zijn het afgelopen jaar relatief weinig veranderd en liggen onder de norm. De fijnstofconcentraties hebben in 2007 op een beperkt aantal meetlocaties het maximum aantal dagen van de norm voor de kortdurende blootstelling overschreden. In 2007 liggen de gemeten jaargemiddelde concentraties fijn stof onder de norm voor langdurende blootstelling.
    • Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2008

      Beijk R; Mooibroek D; Hoogerbrugge R; LVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-08-20)
      In Nederland zijn in 2008 enkele overschrijdingen van de Europese normen voor de luchtkwaliteit gemeten. Net als in 2007 jaar waren mede door gunstigere weersomstandigheden de overschrijdingen in 2008 minder hoog en frequent dan in voorgaande jaren. Incidenteel deden zich wel hoge concentraties voor. Vooral tijdens de jaarwisseling van 2008/2009 was de concentratie fijn stof in een groot deel van Nederland (wederom) zeer hoog door de combinatie van mist, weinig wind en vuurwerk. Dit blijkt uit meetresultaten van het Landelijk Meentnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM. Het jaaroverzicht geeft een overzicht van de gemeten en deels berekende luchtkwaliteit. In 2008 waren er geen dagen met ernstige smog door ozon (concentraties boven de Europese alarmdrempel). De jaargemiddelde concentraties van stikstofdioxide (NO2) zijn in 2008 iets hoger dan in 2007 en vergelijkbaar met 2006. Op het merendeel van de meetlocaties in straten, waar het verkeer in hoge mate bijdraagt aan de stikstofdioxideconcentratie, ligt de jaargemiddelde concentratie boven de EU-norm. De fijnstofconcentraties (PM10) zijn daarentegen ten opzichte van 2007 met gemiddeld 2 microgram per kubieke meter afgenomen. Op de LML-meetlocaties zijn de EU-normen voor fijnstofconcentraties niet overschreden.
    • Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2009

      Mooibroek D; Beijk R; Hoogerbrugge R; CMM; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2010-07-08)
      De concentraties van de stoffen die het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) in Nederland in de lucht meet zijn in 2009 weinig veranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt mede doordat de weersomstandigheden, die van invloed zijn op de luchtkwaliteit, niet substantieel afweken van eerdere jaren. Incidenteel deden zich wel hoge concentraties voor. Dit blijkt uit de meetresultaten over 2009 van het LML, dat het RIVM beheert. De afgelopen jaren is een fors deel van de het LML vernieuwd. Daarnaast is ook de samenwerking met andere meetinstanties geintensiveerd. De meetresultaten van het LML en andere meetinstanties staan weergegeven in het Jaaroverzicht Luchtkwaliteit, dat een overzicht geeft van de gemeten en deels berekende luchtkwaliteit. De stikstofdioxideconcentraties blijven de laatste jaren nagenoeg constant. Op het merendeel van de meetlocaties in straten waar het verkeer in hoge mate bijdraagt aan deze concentratie, ligt de jaargemiddelde concentratie boven de EU-norm. In voorgaande jaren was dat ook het geval. De EUnormen voor fijnstofconcentraties zijn op geen enkele LML-meetlokatie in 2009 overschreden. De fijnstofconcentraties (PM10) zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren maar vertonen over een langere periode een dalende tendens. In 2009 waren er geen dagen met ernstige smog door ozon, oftewel er waren geen concentraties boven de Europese alarmdrempel.
    • Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2010

      Mooibroek D; Berkhout JPJ; Hoogerbrugge R; CMM; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2011-10-10)
      Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2010. De concentraties van stoffen die door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) in Nederland gemeten worden zijn in 2010 weinig veranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt mede doordat de gemiddelde weersomstandigheden, die van invloed zijn op de luchtkwaliteit, niet substantieel afweken van voorgaande jaren. Incidenteel kwamen wel hoge concentraties voor, zoals verhoogde fijnstofconcentraties als gevolg van een stofwolk in Drenthe in mei 2010. De uitbarsting van de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull in 2010 heeft de uitstoot van sulfaat en fluoride in Nederlands slechts in beperkte mate verhoogd. Metingen 2010. De Europese normen voor fijnstofconcentraties zijn op geen enkele LMLmeetlokatie in 2010 overschreden. De Europese normen voor stikstofdioxideconcentraties worden volgens de metingen, net als voorgaande jaren, op het merendeel van de verkeersbelaste meetlocaties wel overschreden. Verkeer levert een belangrijke bijdrage aan de stikstofdioxideconcentratie. In 2010 zijn diverse ozonwaarschuwingen voor matige smog op basis van modelberekeningen uitgegeven. Hierdoor werden mensen voor wie die informatie relevant is (zoals sporters, ouderen en mensen met luchtwegenklachten) eerder gewaarschuwd. Er kwamen geen dagen met ernstige smog door ozon voor, wat betekent dat er geen concentraties boven de Europese alarmdrempel waren. Trendanalyses tot 2015. De samenwerking met GGD Amsterdam en DCMR Milieudienst Rijnmond is geïntensiveerd, om gegevens beter te kunnen vergelijken en tot gezamenlijk analyses te komen. Uit een gezamenlijke trendanalyse voor gemeten fijnstof- en stikstofdioxideconcentraties bleek dat de fijnstofconcentratie over een langere periode daalt. Ook voor stikstofdioxide is een gestage daling zichtbaar. Als de dalende trend met dezelfde snelheid aanhoudt, is het niet zeker dat in 2015 op alle meetlocaties aan de stikstofdioxide grenswaarde wordt voldaan. Daarvoor is een sterkere afname nodig.
    • Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2011

      Mooibroek D; Berkhout JPJ; Hoogerbrugge R; CMM; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2012-09-07)
      De concentraties van stoffen die door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) in Nederland gemeten worden, zijn in 2011 weinig veranderd ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt mede doordat de gemiddelde weersomstandigheden, die van invloed zijn op de luchtkwaliteit, niet substantieel afweken. Wel zijn in de eerste maanden op meer dagen dan in voorgaande jaren hoge concentraties fijn stof gemeten, vooral tijdens droge perioden in het voorjaar. Metingen 2011 Nederland had tot 11 juni 2011 uitstel gekregen om te voldoen aan de twee Europese fijnstofnormen: de jaargemiddelde concentratie (40 microgram per kubieke meter), en het maximum aantal dagen (35) waarop de fijnstofconcentratie hoger is dan 50 microgram per kubieke meter. Daardoor golden tot die datum tijdelijk verhoogde normen, waarna de definitieve normen weer van kracht werden. Met het oog op de doelstellingen voor de toekomst zijn de gemeten concentraties in dit jaaroverzicht zowel aan de tijdelijke als aan de definitieve normen getoetst. De jaargemiddelde concentratie fijn stof voldoet aan beide normen. Voor het maximaal toegestaan aantal dagen waarop de fijnstofconcentratie hoger is dan toegestaan, ligt dat anders. Deze norm is volgens de tijdelijk verhoogde norm niet overschreden. Als echter de definitieve Europese norm hiervoor het hele jaar zou hebben gegolden, was deze wel op een aantal LML-locaties overschreden. Dit is voor het laatste in 2007 voorgekomen. Ook voor stikstofdioxide geldt tot 1 januari 2015 tijdelijk een verhoogde norm. Deze norm is op LML-meetlocaties niet overschreden. De definitieve Europese norm voor jaargemiddelde stikstofdioxideconcentraties werd op een deel van de verkeersbelaste meetlocaties in 2011 wel overschreden. Verkeer levert een belangrijke bijdrage aan de stikstofdioxideconcentratie. Op regionale en stadsachtergrondstations zijn geen overschrijdingen van deze norm geconstateerd. Trendanalyses tot 2015 Ondanks de kleine verhoging van de jaargemiddelde fijnstofconcentraties ten opzichte van 2010 is de lange termijn trend nog steeds dalend. Voor stikstofdioxide waren de jaargemiddelde concentraties in 2011 iets lager dan in 2010, in lijn met de langjarige dalende trend. Als deze daling met dezelfde snelheid aanhoudt, is het niet zeker dat in 2015 op alle meetlocaties aan de stikstofdioxide grenswaarde wordt voldaan. Daarvoor is een sterkere afname nodig. Vernieuwing De concentratieniveaus van koolmonoxide en zwaveldioxide zijn in de afgelopen twintig jaar sterk gedaald. Hierdoor is de meetverplichting voor deze stoffen verminderd, en is de meetstrategie voor deze stoffen in de loop van 2011 in het LML aangepast. Daarnaast zijn in 2011 alle ozonmonitoren vervangen. De oude ozonmonitoren bleken de ozonconcentraties met circa 7 procent te laag te hebben gemeten; de historische ozonmeetreeks is daarom in 2011 gecorrigeerd.
    • Jaaroverzicht luchtkwaliteit 2012

      Mooibroek D; Berkhout JPJ; Hoogerbrugge R; ILG; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-09-03)
      De gemeten jaargemiddelde concentraties voor de meeste luchtverontreinigende componenten zoals fijn stof en stikstofdioxide vertonen een langjarige gestage daling. Ten opzichte van deze daling waren de resultaten in 2012 nog lager doordat de weersomstandigheden gunstig waren voor de luchtkwaliteit. Als de langjarige daling in de stikstofdioxideconcentraties in hetzelfde tempo aanhoudt, is het echter niet zeker dat in 2015 op alle meetlocaties aan de grenswaarde voor stikstofdioxide wordt voldaan. Daarvoor is een sterkere afname nodig. Metingen 2012 Nederland heeft van de Europese Unie tot 1 januari 2015 uitstel gekregen om te voldoen aan de Europese stikstofdioxidenorm voor de jaargemiddelde concentratie (40 microgram per kubieke meter). Tot deze datum geldt tijdelijk een hogere norm. Deze tijdelijk verhoogde Europese norm werd op meetlocaties in Nederland niet overschreden. De definitieve Europese norm voor jaargemiddelde stikstofdioxideconcentraties werd op ongeveer de helft van de verkeersbelaste meetlocaties in 2012 wel overschreden, vooral in Amsterdam en Rotterdam. Verkeer levert een belangrijke bijdrage aan de stikstofdioxideconcentratie. Op regionale en stadsachtergrondstations zijn geen overschrijdingen van deze norm geconstateerd. Voor fijn stof zijn in Nederland in 2012 de Europese normen, op relevante locaties, niet overschreden. In 2012 waren er in Nederland geen dagen met ernstige smog door ozon (ozonconcentratie hoger dan 240 microgram per kubieke meter). Wel is op vijf dagen matige smog geconstateerd (ozonconcentratie hoger dan 180 microgram per kubieke meter). Vernieuwing De resultaten van partnermeetnetten zoals de GGD Amsterdam en de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn in dit jaaroverzicht verder geïntegreerd. Dit is onder andere te zien in de ontwikkelingsfiguren voor de componenten fijn stof en stikstofdioxide, waarin met terugwerkende kracht gebruik is gemaakt van meetgegevens van deze partnermeetnetten. Verder worden er in dit jaaroverzicht naast de reguliere luchtkwaliteitsmetingen ook resultaten weergegeven die zijn verkregen met andere meetmethoden. Een voorbeeld hiervan zijn de niveaus en trends van de concentratie ammoniak van het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN). De concentratieniveaus van benzeen zijn in de afgelopen jaren sterk gedaald. Hierdoor is de meetverplichting verminderd en is de meetstrategie voor benzeen in de loop van 2012 in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit aangepast. Incidenteel komen op locaties met veel industrie nog wel tijdelijk hogere benzeenconcentraties voor.
    • Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2013

      Mooibroek D; Berkhout JPJ; Hoogerbrugge R; ILG; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-12-19)
      In Nederland worden op ruim 70 locaties de concentraties van luchtvervuilende stoffen gemeten. Deze meetgegevens geven een gedetailleerd beeld van de luchtkwaliteit en de concentraties van de verschillende verontreinigende stoffen op specifiek deze meetpunten. Stikstofdioxide In 2013 is op alle meetlocaties voldaan aan de toen geldende, tijdelijke hogere norm voor stikstofdioxide. Vanaf 2015 gaat in Nederland de definitieve norm gelden. De concentraties stikstofdioxide dalen al jaren. Op bepaalde meetlocaties nabij drukke wegen, zoals in de regio's Amsterdam en Rotterdam, is de verwachte daling niet voldoende om in 2015 aan de norm te voldoen. Deze verwachting is gebaseerd op de lange termijn trend in de gemeten concentraties stikstofdioxide. Fijn stof In 2013 zijn de concentraties fijn stof verder gedaald op de meetlocaties en liggen onder de Europese norm. Ook voor 2015 blijven concentraties fijn stof op de meetlocaties naar verwachting onder deze norm. Ook deze verwachting is gebaseerd op de lange termijn trend in de gemeten concentraties fijn stof. De meetgegevens zijn opgenomen in het dossier Luchtkwaliteit op de website Compendium voor de Leefomgeving. Hierin is ook aandacht voor de gezondheidseffecten van stikstofdioxide en fijn stof. De ziektelast door luchtverontreiniging is significant, ook als de concentraties aan de normen voldoen. Daardoor kunnen lagere concentraties, ook onder de norm, een belangrijke verbetering van de volksgezondheid betekenen. De metingen worden uitgevoerd door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM en de regionale partnermeetnetten. Op locaties tussen de meetpunten wordt de luchtkwaliteit berekend. Dit is door het RIVM separaat gerapporteerd in de jaarrapportage van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.
    • Jaarrapportage 2008 : Luchtmeetnet IBP Hilversum

      Stefess GC; CMM; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-12-31)
    • Jaarrapportage 2009 : Luchtmeetnet IBP Hilversum

      Stefess GC; CMM; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2010-09-28)
    • Jaarrapportage 2010 : Luchtmeetnet IBP Hilversum

      Stefess GC; CMM; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2011-08-29)
      Het is zeer aannemelijk dat de concentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) in de omgeving van Hilversum in 2010 aan de normen voldoen. Dit blijkt uit de resultaten van luchtkwaliteitsmetingen van het RIVM in 2010 op drie permanente locaties in de gemeenten Hilversum, Bussum en Laren. Deze meetpunten zijn representatief voor de omgeving van Hilversum. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Hilversum om gegevens te leveren over de luchtkwaliteit in de periode waarin het Integraal BereikbaarheidsPlan (IBP) Hilversum wordt uitgevoerd. De meetresultaten van 2010 komen overeen met die van 2009. Het Luchtmeetnet IBP Hilversum is in 2008 gestart met metingen van fijnstof. Voor stikstofoxiden zijn metingen begonnen vanaf voorjaar/zomer 2009. Afgesproken is dat het meetnet in ieder geval gedurende 10 jaar in Hilversum gaat meten, en vooralsnog gedurende 5 jaar in Bussum en Laren. Door de concentraties op verkeersbelaste locaties in Hilversum en Bussum te vergelijken met die van een locatie in Laren met weinig verkeer, wordt een indruk verkregen van de bijdrage van verkeer aan luchtverontreiniging tijdens het IBP Hilversum. In 2010 verschilden de daggemiddelde fijnstofconcentraties op de drie stations onderling niet betekenisvol. De concentratieniveaus zijn vergelijkbaar met die van andere stedelijke meetstations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). De concentratie aan stikstofoxiden varieerde over de dag; de hoogste waarden werden tijdens de ochtendspits gemeten. De jaargemiddelde stikstof(di)oxidegehaltes op de stations van het IBP Meetnet zijn iets lager dan die van gelijksoortige type stations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit.
    • Jaarrapportage 2011 : Luchtmeetnet IBP Hilversum

      Stefess GC; MLG; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-05-27)
      De concentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) in de omgeving van Hilversum in 2011 voldoen op drie meetlocaties aan de normen. Dit blijkt uit de resultaten van luchtkwaliteitsmetingen van het RIVM in de gemeenten Hilversum, Bussum en Laren. De meetpunten zijn representatief voor de omgeving van Hilversum. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Hilversum om gegevens te leveren over de luchtkwaliteit voor het Integraal BereikbaarheidsPlan (IBP) Hilversum. De meetresultaten van 2011 komen overeen met die van de eerste jaren, 2009 en 2010. Het zogeheten Luchtmeetnet IBP Hilversum is in 2008 gestart met metingen van fijnstof. Voor stikstofoxiden zijn metingen begonnen vanaf voorjaar/zomer 2009. Afgesproken is dat het meetnet in ieder geval gedurende 10 jaar in Hilversum gaat meten, en vooralsnog 5 jaar in Bussum en Laren. De concentraties op drukke wegen in Hilversum en Bussum worden hierbij vergeleken met die van een locatie in Laren met weinig verkeer. Op deze manier wordt een indruk verkregen van de mate waarin verkeer bijdraagt aan luchtverontreiniging in de periode waarin maatregelen voor het IBP Hilversum worden uitgevoerd. Het IPB is ingesteld om de doorstroom van verkeer in en rond Hilversum te verbeteren. In 2011 verschilden de daggemiddelde fijnstofconcentraties op de drie stations onderling niet betekenisvol. De concentratieniveaus zijn vergelijkbaar met die van andere stedelijke meetstations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). De concentratie aan stikstofoxiden varieerde over de dag; de hoogste waarden werden tijdens de ochtendspits gemeten. De jaargemiddelde stikstof(di)oxidegehaltes op de stations van het IBP Meetnet zijn iets lager dan die van gelijksoortige type stations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit.
    • Jaarrapportage 2012 : Luchtmeetnet IBP Hilversum

      Stefess GC; MLG; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-12-16)
      De concentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) op drie permanente meetlocaties in de omgeving van Hilversum voldoen in 2012 aan de normen; deze meetpunten liggen in Hilversum, Bussum en Laren en zijn representatief voor de omgeving van Hilversum. De resultaten van 2012 komen overeen met die van 2009 tot en met 2011. Dit blijkt uit de resultaten van luchtkwaliteitsmetingen van het RIVM. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Hilversum om gegevens te leveren over de luchtkwaliteit voor het Integraal BereikbaarheidsPlan (IBP) Hilversum. Het IBP is ingesteld om de doorstroom van verkeer in en rond Hilversum te verbeteren. In 2008 werd gestart met metingen van fijnstof. Vanaf voorjaar/zomer 2009 zijn daar metingen van stikstofoxiden aan toegevoegd. De concentraties op drukke wegen in Hilversum en Bussum worden vergeleken met die van een locatie in Laren met weinig verkeer. Op deze manier wordt een indruk verkregen van de mate waarin verkeer bijdraagt aan luchtverontreiniging in de periode waarin maatregelen voor het IBP Hilversum worden uitgevoerd. In 2012 verschilden de daggemiddelde fijnstofconcentraties op de drie stations onderling niet betekenisvol. De concentratieniveaus zijn vergelijkbaar met die van andere stedelijke meetstations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). De concentratie van stikstofoxiden varieerde over de dag; de hoogste waarden werden tijdens de ochtendspits gemeten, en dan vooral op stations met veel verkeer. De jaargemiddelde stikstof(di)oxidegehaltes op de stations van het IBP Meetnet zijn iets lager dan die van gelijksoortige type stations van het LML. Aangezien de resultaten sterk overeenkomen met voorgaande jaren wordt het meetnet vanaf 2013 beperkt tot twee meetlocaties, in Hilversum en Laren. Gedurende vijf jaar worden hier nog metingen verricht om ontwikkelingen in de luchtkwaliteit te kunnen volgen.
    • Jaarrapportage 2013 : Luchtmeetnet IBP Hilversum

      Stefess GC; MLG; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-10-10)
      De concentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) op de twee permanente meetlocaties in Hilversum en Laren voldoen in 2013 aan de normen, net als in eerdere jaren. Deze meetpunten zijn representatief voor respectievelijk een verkeersbelaste en een stedelijke achtergrondlocatie in de omgeving van Hilversum. In 2013 verschillen de daggemiddelde concentraties van fijnstof op de twee stations niet betekenisvol. De concentratieniveaus zijn bovendien vergelijkbaar met die op andere stedelijke meetstations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). De concentraties van stikstofoxiden variëren sterk over de dag. De hoogste waarden werden tijdens de ochtendspits gemeten op de locatie met veel verkeer. De jaargemiddelde stikstof(di)oxidegehaltes op de stations van het Hilversumse meetnet zijn iets lager dan die van gelijksoortige type stations van het LML. Over de jaren 2009-2013 wordt op de stations een licht dalende trend waargenomen in concentraties van PM10 en NO2. Deze trend volgt de landelijke trend in het LML, alleen zijn de jaargemiddelde concentraties in het Hilversumse meetnet lager dan het landelijk jaargemiddelde van de gelijksoortige type stations in het LML. Dit blijkt uit de resultaten van luchtkwaliteitsmetingen van het RIVM. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Hilversum om gegevens te leveren over de luchtkwaliteit voor het Integraal BereikbaarheidsPlan (IBP) Hilversum. Het IBP is ingesteld om de doorstroom van verkeer in en rond Hilversum te verbeteren.
    • Jaarrapportage 2014 : Luchtmeetnet IBP Hilversum

      Stefess GC; MLG; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-11-04)
      De concentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) op de twee permanente meetlocaties in Hilversum en Laren voldoen in 2014 aan de normen, net als in eerdere jaren. Deze meetpunten zijn representatief voor respectievelijk een locatie met veel verkeer en een zogeheten stedelijke achtergrondlocatie in de omgeving van Hilversum. Van 2009 tot en met 2014 wordt op de stations een licht dalende trend waargenomen in concentraties van fijnstof en stikstofdioxide. Deze trend volgt de landelijke trend in het Landelijke Meetnet Luchtkwaliteit (LML). In 2014 verschillen de daggemiddelde concentraties van fijnstof op de twee stations niet betekenisvol. De concentratieniveaus zijn bovendien vergelijkbaar met die op andere stedelijke meetstations van het LML. De concentraties van stikstofoxiden variëren sterk gedurende de dag. De hoogste waarden zijn tijdens de ochtendspits gemeten op de locatie met veel verkeer. De jaargemiddelde stikstof(di)oxidegehaltes op de stations van het Hilversumse meetnet zijn iets lager dan die van gelijksoortige type stations van het LML. Dit blijkt uit de resultaten van luchtkwaliteitsmetingen van het RIVM. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Hilversum om gegevens te leveren over de luchtkwaliteit voor het Integraal BereikbaarheidsPlan (IBP) Hilversum. Het IBP is ingesteld om de doorstroom van verkeer in en rond Hilversum te verbeteren.