• Amateurfotografie

      Brouwer JGH; Hulskotte JHJ; Booij H; CBS; RIZA; DGM; RIVM (Werkgroep Emissies Servicebedrijven en Produktgebruik WESP, 1994-01-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Emissies in Nederland - 1992 Bedrijfsgroepen, Regio's en individuele Stoffen. Ramingen 1993

      Berdowski JJM; Jonker WJ; Auweraert RJK van der; Most PFJ van der; Thomas R; Zonneveld EA; LAE; TNO; CBS (Ministerie van VolkshuisvestingRuimtelijke Ordening en Milieubeheer VROM/DGM/EICentraal Bureau voor de Statistiek CBSRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene RIVM, 1994-10-31)
      Dit rapport geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van de inventarisatie van de emissie naar lucht en water in Nederland voor het jaar 1992. Uit de vele geregistreerde stoffen en stofgroepen zijn er ongeveer 60 geselecteerd, waaronder de prioritaire stoffen. Het is een detaillering van het eerste gezamenlijke jaarrapport over de emissies in Nederland door de Emissieregistratie (ER), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat eveneens is uitgegeven in de Publikatiereeks Emissieregistratie (nr 20) ; RIVM Rapportnummer 772414001. Dit rapport bevat gedetailleerde informatie over die emissie. Er worden ca 30 bedrijfsgroepen van de industriele doelgroepen besproken. Ook worden schattingen gepresenteerd van de emissie naar lucht voor het jaar 1993. Voor elk van deze stoffen/stofgroepen is een beleid of beleidsdoelstelling geformuleerd.
    • Emissies in Nederland - 1992 Trends, Thema's en Doelgroepen. Ramingen 1993

      Berdowski JJM; van der Auweraert RJK; van der Most PFJ; Thomas R; Zonneveld EA; LAE; TNO; CBS (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMMinisterie van VolkshuisvestingRuimtelijke Ordening en Milieubeheer VROM/DGM/EICentraal Bureau voor de Statistiek CBSRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene RIVM, 1994-10-31)
      Dit rapport geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van de inventarisatie van de emissie naar lucht en water in Nederland voor het jaar 1992. Het is het eerste gezamenlijke jaarrapport over de emissies in Nederland door de Emissieregistratie (ER), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De resultaten worden besproken in relatie tot het milieubeleid van de rijksoverheid aan de hand van doelgroepen en thema's. Daarnaast worden de resultaten gepresenteerd in relatie tot hun geografische spreiding, met name de provinciale milieubelasting, en hun veranderingen ten opzichte van vroegere inventarisatiejaren. Ook worden schattingen gepresenteerd van de emissie naar lucht voor het jaar 1993. Uit de vele geregistreerde stoffen en stofgroepen zijn er ongeveer 60 geselecteerd, waaronder de prioritaire stoffen. Voor elk van deze stoffen/stofgroepen is een beleid of beleidsdoelstelling geformuleerd. Voorts wordt aandacht gegeven aan de analyse van de bijdrage van de verschillende doelgroepen aan de verontreiniging binnen elk van de milieuthema's. Daarbij zijn ook de voor de milieuthema's gebezigde milieu-indicatoren berekend in equivalent-eenheden.<br>
    • Emissies in Nederland - 1992 Trends, Thema's en Doelgroepen. Ramingen 1993

      Berdowski JJM; Auweraert RJK van der; Most PFJ van der; Thomas R; Zonneveld EA; Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer VROM/DGM/EI; Centraal Bureau voor de Statistiek CBS; Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene RIVM; LAE; TNO; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1994-10-31)
      In this report a survey is presented of the emission of approximately 60 compounds to the air and the surface-water in the Netherlands for the year 1992. For the year 1993 the emissions are estimated. For each compound specific information is given on the sources of emissions, on the relative contribution to the total emission in the Netherlands, and on the relation with the Dutch Environmental Policy Plans.
    • Indeling van diagnosen en verrichtingen en toepassing in nieuwe statistieken over ziekenhuisopnamen

      Slobbe LCJ; Bruin A de; Westert GP Kardaun JWPF; Verweij GCG; Kardaun JWPF; Verweij GCG; CBS; VTV; PZO; CBS (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-10-27)
      This report presents three lists of diagnoses and procedures which will be used by Statistics Netherlands in the production of new health statistics. The following lists were used: (1) Diagnosis and procedure lists developed in the 'Hospital Data Project'. Sixteen European countries were involved, with participation of the World Health Organisation. (2) The list of main causes of death used by Statistics Netherlands. (3) The list used by the Dutch National Public Health Compass developed by the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM).The lists will be used for producing statistics on a new dataset with Dutch health data ('GezondheidsStatistisch Bestand'), developed by Statistics Netherlands. Part of this set are hospital discharge data ('Landelijke Medische Registratie', Prismant) linked with data from the population register. The linkage enables analysis on the patient level, with the possibility of adding background characteristics of the patient to discharge data. This report presents trial computations on this linked dataset. For some diseases the computed incidence has been compared with data from independent sources. It was concluded that the linked dataset is well suited for the production of statistics on use of hospital care and for clinical epidemiological measures.
    • Indeling van diagnosen en verrichtingen en toepassing in nieuwe statistieken over ziekenhuisopnamen

      Slobbe LCJ; de Bruin A; Westert GP; Kardaun JWPF; Verweij GCG; Kardaun JWPF; Verweij GCG; VTV; PZO; CBS (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMCBS, 2004-10-27)
      Koppelen van opnamegegevens van ziekenhuizen aan de bevolkingsadministratie biedt nieuwe mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek naar de epidemiologie van ziektes. Uit een proefbestand berekende incidenties blijken goed overeen te komen met literatuurwaarden, voor een brede groep aandoeningen. De koppeling maakt het ook mogelijk om op termijn het gebruik van ziekenhuiszorg uit te splitsen naar maatschappelijke doelgroepen. Deze studie is uitgevoerd in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hoofddoel van de studie was de selectie van diagnoseindelingen, welke gebruikt zullen worden in nieuwe gezondheidsstatistieken. Tevens werd een methode ontwikkeld om gewenste uitkomstmaten voor ziekenhuiszorg te berekenen uit de beschikbare databestanden. Tenslotte zijn proefberekeningen uitgevoerd voor geselecteerde ziektes. De gebruikte data zijn afkomstig uit de 'Landelijke Medische Registratie'. Vrijwel alle Nederlandse ziekenhuizen leveren gegevens aan voor deze registratie. Drie diagnose-indelingen zijn geselecteerd voor rapportage, waarbij zowel op nationale als internationale bruikbaarheid is gelet. Het gaat om de volgende indelingen: (1) De diagnose- en verrichtingen indeling ontwikkeld in het Hospital Data Project. Deze is ontwikkeld door een brede projectgroep, met deelnemers uit 16 Europese landen, en met participatie van de Wereldgezondheidsorganisatie. (2) De lijst van belangrijke doodsoorzaken zoals gebruikt in de Nederlandse doodsoorzakenstatistiek. (3) De diagnose-indeling zoals gebruikt in het Nationaal Kompas Volksgezondheid van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
    • National Environmental Outlook 2, 1990-2010

      Maas RJM; MNV; RIZA; DLO; CBS; RUL; RUG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMRWS/RIZADGWLEI-DLOSC-DLOIBN-DLOIB-DLORIVO-DLOCBSDHVOliemans Punter &amp; PartnersRULRUG, 1992-12-31)
      Deze rapportage analyseert in hoeverre de maatregelen uit het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) en NMP-Plus toereikend zijn om de doelstellingen van die plannen voor 2000 en 2010 daadwerkelijk te halen. Bij deze analyse is rekening gehouden met de meest recente (natuur-) wetenschappelijke inzichten en toekomstverwachtingen op het gebied van bevolkingsgroei, economie, energiegebruik, verkeer en landbouw. NMP en NMP-Plus beogen een trendbreuk in ons milieugedrag. Zo moeten de meeste verontreinigingen in 2010 met 80-90% zijn gereduceerd. De verspilling van natuurlijke hulpbronnen moet vergaand worden verminderd. Uit de National Milieuverkenning 2 blijkt dat de tot medio 1991 aangekondigde maatregelen toereikend zouden zijn voor een emissievermindering van 50-60%. De vastgestelde maatregelen zijn niet voldoende om het gebruik van energie en grondstoffen te laten dalen. Om de gestelde milieudoelen in 2010 te kunnen bereiken zijn dus extra inspanningen nodig. Bij voortgaande materiele groei van productie en consumptie zullen voortdurend aanvullende maatregelen nodig zijn om te blijven binnen de randvoorwaarden die het milieu stelt. Deze maatregelen zullen steeds kostbaarder worden en kunnen, als binnen de beperkte tijd de technologische aanpassingsmogelijkheden uitgeput raken, nopen tot een fundamentele herziening van onze verwachtingen over de aard en omvang van de 'economische' groei.<br>
    • Nationale Milieuverkenning 2, 1990-2010

      Maas RJM; MNV; RIZA; DLO; CBS; RUL; RUG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMRWS/RIZADGWLEI-DLOSC-DLOIBN-DLOIB-DLORIVO-DLOCBSDHVOliemans Punter &amp; PartnersRULRUG, 1991-12-31)
      Deze rapportage analyseert in hoeverre de maatregelen uit het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) en NMP-Plus toereikend zijn om de doelstellingen van die plannen voor 2000 en 2010 daadwerkelijk te halen. Bij deze analyse is rekening gehouden met de meest recente (natuur-) wetenschappelijke inzichten en toekomstverwachtingen op het gebied van bevolkingsgroei, economie, energiegebruik, verkeer en landbouw. NMP en NMP-Plus beogen een trendbreuk in ons milieugedrag. Zo moeten de meeste verontreinigingen in 2010 met 80-90% zijn gereduceerd. De verspilling van natuurlijke hulpbronnen moet vergaand worden verminderd. Uit de National Milieuverkenning 2 blijkt dat de tot medio 1991 aangekondigde maatregelen toereikend zouden zijn voor een emissievermindering van 50-60%. De vastgestelde maatregelen zijn niet voldoende om het gebruik van energie en grondstoffen te laten dalen. Om de gestelde milieudoelen in 2010 te kunnen bereiken zijn dus extra inspanningen nodig. Bij voortgaande materiele groei van productie en consumptie zullen voortdurend aanvullende maatregelen nodig zijn om te blijven binnen de randvoorwaarden die het milieu stelt. Deze maatregelen zullen steeds kostbaarder worden en kunnen, als binnen de beperkte tijd de technologische aanpassingsmogelijkheden uitgeput raken, nopen tot een fundamentele herziening van onze verwachtingen over de aard en omvang van de 'economische' groei.<br>
    • Procesbeschrijving en WESP

      Quarles van Ufford CHA; Verstappen GGC; Most PFJ van der; Guis B; Duvoort GL; Jeltes R; CBS; RIZA; DGM; RIVM (Werkgroep Emissies Servicebedrijven en Produktgebruik WESP, 1994-01-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een Onderzoek Op GGD'en (Regenboog-project); jaarverslag 2000

      Viet AL; Hof S van den; Elvers LH; Seidell JC; Otten F; Veldhuizen H van; CZE; CIE; LIS; CBS; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-07-19)
      Risk Factors and Health in the Netherlands, a survey on Municipal Health Services. The main aim of the project was to monitor risk factors or determinants of chronic and infectious disease in the general population. Also studied were the differences with respect to many background- and health- related variables between participants interviewed at home and those taking the physical examination. Random sampling by the CBS led to home interviews by trained interviewers of individuals from the age of 0 who were willing to cooperate in the survey. The interview consisted of items related to aspects of health status and use of medicines/medical devices. Questions on lifestyle factors (smoking, drinking and vaccination) were included. At the end of the interview, participants were asked for permission to be approached for an additional health examination. Participants older than 12 years were asked to visit the nearest community or municipal health service (GGD). Of the participant, 56.9% agreed to participate in the additional health examination. A short physical examination was performed at the health centre. Blood samples were taken and blood pressure measured, as well as height, weight, and waist and hip circumferences. In addition, the 'joint-function test' was performed and an additional questionnaire was distributed. Of the people interviewed, 28.0% had visited the community or municipal health centre. The participants undergoing the physical examination were representative of the Dutch population, in that there were no major differences with respect to most of the background- and health-related variables between participants interviewed at home and those taking the physical examination. men. The prevalence of overweight was higher for the women than for the men. The estimation of overweight was different for length and weight (reported was higher than measured), clearly seen especially among the women. On the basis of non-fasting glucose measurements, 3,8% of the group had a high glucose level.
    • Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een Onderzoek Op GGD'en; vier jaar Regenboogproject, resultaten op GGD niveau

      Viet AL; Kroesbergen HT; Verhoeff AP; Seidell JC; Otten F; Veldhuizen H van; Centraal Bureau voor de Statistiek CBS; GGD Nederland; CZE; CIE; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-05-04)
      Risk Factors and Health in the Netherlands, a survey on Municipal Health Services. The main aim of the project was to monitor risk factors or determinants of chronic and infectious disease in the general population. Also studied were the differences with respect to many background- and health- related variables between participants interviewed at home and those taking the physical examination. Random sampling by the CBS led to home interviews by trained interviewers of individuals from the age of 0 who were willing to cooperate in the survey. The interview consisted of items related to aspects of health status and use of medicines/medical devices. Questions on lifestyle factors (smoking, drinking and vaccination) were included. At the end of the interview, participants were asked for permission to be approached for an additional health examination. Participants older than 12 years were asked to visit the nearest community or municipal health service (GGD). The project started in 1998 and finished in December 2001. In 2001 38 of the 40 Municipal Health Centres participated in the study. In the periode 1998-2001 there were 19544 participants interviewed and 28% of this participants underwent an physical examination at the health centre. the interview and from the physical health examination. Aspects like medical consumption, endogenous factors, smoking, alcohol use, chronic diseases and physical limitations. The results are presented per Municipal Health Centre region. The prevalence of smoking and alcohol use was higher in men than women. Prevalence of obesity in men was the lowest in the Southern part of the Netherlands. High bloodpressure in women was high in the Northern en Eastern part of the Netherlands. Women are seeing a general practitioner and dentist more often then men.
    • Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een Onderzoek Op GGD'en; vier jaar Regenboogproject, resultaten op GGD niveau

      Viet AL; Kroesbergen HT; Verhoeff AP; Seidell JC; Otten F; Veldhuizen H van; CZE; CIE; LIS; CBS; et al. (Centraal Bureau voor de Statistiek CBSGGD Nederland, 2004-05-04)
      Het Regenboog-project was een samenwerkingsverband tussen het RIVM, CBS, GGD Nederland en alle GGD'en. Het doel van het Regenboogproject was een beeld te krijgen van de gezondheidssituatie van de Nederlandse bevolking op het gebied van chronische en infectieziekten. Een aselecte steekproef werd getrokken door het CBS van zowel mannen als vrouwen. Bij deze personen werd thuis de gezondheidsenquete afgenomen. Vervolgens werd gevraagd om deel te nemen aan een aanvullend lichamelijk onderzoek op de GGD. In de periode 1998-2001 zijn 19544 mensen geinterviewd en 5441 deelnemers (28%) op de GGD onderzocht. Het rapport presenteert de resultaten van een aantal gezondheidsaspecten afkomstig van het interview en het lichamelijk onderzoek per GGD regio. Het gaat om aspecten zoals ervaren gezondheid, medische consumptie, endogene factoren, roken, alcohol gebruik, chronische aandoeningen en lichamelijke beperkingen en klachten. Mannen ervaren hun gezondheid beter dan vrouwen. Het percentage mannen dat rookt en alcohol gebruikt is hoger dan bij vrouwen. Ernstig overgewicht (QI > 30 kg/m2) komt bij mannen in Brabant het minst voor. Hoge bloeddruk komt meer voor bij mannen in het Westen. Bij vrouwen komt een hoge bloeddruk vaker voor in de regio Noord en Oost. Tot slot gaan vrouwen vaker naar een huisarts of specialist dan mannen.
    • Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een Onderzoek Op GGD&apos;en (Regenboog-project); jaarverslag 2000

      Viet AL; van den Hof S; Elvers LH; Seidell JC; Otten F; van Veldhuizen H; CZE; CIE; LIS; CBS; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-07-19)
      Het Regenboog-project is een samenwerkingsverband tussen het RIVM, CBS en GGD Nederland en GGD'en. Het doel van het Regenboogproject is een beeld te krijgen van de gezondheidssituatie van de Nederlandse bevolking op het gebied van chronische en infectieziekten. Een aselecte steekproef wordt getrokken door het CBS. Bij deze personen wordt thuis de gezondheidsenquete afgenomen. Vervolgens wordt gevraagd om deel te nemen aan een aanvullend lichamelijk onderzoek op de GGD. Hierop reageert 56,9% positief. Het onderzoek op de GGD bestaat uit het invullen van een vragenlijst over infectieziekten, meting van bloeddruk, lengte, gewicht en middel-heupomtrek. Tot slot wordt er een gewrichtsfunctietest en 4 buisjes bloed afgenomen. Van de geinterviewde personen komt uiteindelijk 28,0 % op de GGD voor het lichamelijk onderzoek. De prevalentie van hypertensie is voor mannen 40% en vrouwen 32%. De prevalentie van overgewicht neemt toe met de leeftijd. De schatting van overgewicht blijkt sterk te verschillen tussen gerapporteerde en gemeten lengte en gewicht. Met name bij vrouwen is dit verschil duidelijk aanwezig. De onderzochte groep blijkt een bruikbare afspiegeling van de Nederlandse bevolking.<br>
    • Uniformering berekening mest- en mineralencijfers: Standaardcijfers pluimvee, pelsdieren en konijnen, 1990 t/m 1992

      Eerdt MM van (eds); CBS; IKC-V; LAMI; LEI-DLO; LAE; SLM (Werkgroep uniformering berekening mest- en mineralencijfers, 1994-08-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Uniformering berekening mest- en mineralencijfers: Standaardcijfers rundvee, schapen en geiten, 1990 t/m 1992

      Eerdt MM van (ed); Crijns M; Hoek KW van der; Luesink HH; Peet GFV van der; Voet J; Uenk JH; Boheemen PJM van; CBS; IKC-V; et al. (Werkgroep uniformering berekening mest- en mineralencijfers, 1994-08-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Uniformering berekening mest- en mineralencijfers: Standaardcijfers varkens, 1990 t/m 1992

      Eerdt MM van (ed); Crijns M; Hoek KW van der; Luesink HH; Peet GFV van der; Voet J; Uenk JH; Boheemen PJM van; CBS; IKC-V; et al. (Werkgroep uniformering berekening mest- en mineralencijfers, 1994-08-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Vleesbereiding inclusief barbecuen

      Brouwer JGH; Hulskotte JHJ; Quarles van Ufford CHA; CBS; RIZA; DGM; RIVM (Werkgroep Emissies Servicebedrijven en Produktgebruik WESP, 1994-01-31)
      Abstract niet beschikbaar