• Behoeftepeiling onder de doelgroep van themapagina's Gezond Werk : Loketgezondleven.nl en Nisb.nl

      Wesselman M; van Dijk SA; CGL; vz (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNederlands Instituut voor Sport en Bewegen, 2012-01-23)
      Er is onderzoek uitgevoerd naar de informatiebehoefte van de doelgroep van twee websites rond Gezond Werk: Loketgezondleven.nl/settings/werk en Nisb.nl/werk. Het RIVM Centrum Gezond Leven (CGL) en het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) voerden gezamenlijk dit onderzoek uit. Hiermee kunnen zij hun themapagina's over gezondheid op het werk beter afstemmen op de beoogde bezoekers. Loketgezondleven.nl werd als uitgangspunt voor dit onderzoek gebruikt. Methode: Op basis van de bestaande opbouw van Loketgezondleven.nl/settings/werk en eerder afgenomen kwalitatieve interviews is een online vragenlijst opgesteld. Deze is per mail verspreid via het netwerk van NISB en RIVM, alsmede via enkele social media. De vragenlijst is ingevuld door 55 HRM- professionals. Resultaten: Van de onderdelen die al opgenomen waren op de website werden 'beschrijving van de samenhang tussen werk en gezondheid', 'systematische werkwijzen', 'interventies' en 'instrumenten' bijna unaniem als (heel) belangrijk bestempeld. Mogelijke nieuwe onderwerpen die als (heel) belangrijk werden gezien, waren vooral 'best practices' en 'praktische tips'. Meest wenselijke praktische tips waren 'betrekken van werknemers´en het 'creëren van draagvlak bij de directie'. Ongeveer twee derde (64,3%) van de respondenten gaf aan het liefst korte samenvattingen op Loketgezondleven.nl te zien, met doorverwijzing naar andere websites voor de details. Enkele onderwerpen, zoals 'best practices' en 'praktische tips', wil men wel volledig weergegeven zien. Conclusie: Uit het onderzoek komt een aantal gewenste onderwerpen naar voren, zoals 'samenhang tussen werk en gezondheid', 'praktische tips', 'best practices', 'werkwijzen', 'instrumenten' en 'interventies'. Sommige daarvan waren al opgenomen op Loketgezondleven.nl. Met name tips en voorbeelden zullen moeten worden toegevoegd.
    • Bereik van doelgroepen : Onderzoek naar bereik van interventies in het ZonMw-programma PreventieKracht Thuiszorg

      van Donkersgoed H; Lanting L; Boerwinkel DJ; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMUniversiteit Utrecht, 2010-12-31)
    • Evaluatie handleidingen lokaal gezondheidsbeleid Centrum Gezond Leven : Bijlage bij het rapport 'Leefstijlinterventies in Nederland'

      van Dijk S; van Kesteren D; CGL; vz (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMSchuttelaar en Partners, 2009-12-31)
    • Evaluatie van het erkenningstraject voor interventies : Een gezamenlijk initiatief van het Nederlands Jeugdinstituut, het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid en het RIVM Centrum Gezond Leven

      Lanting LC; Zwikker MC; Kuiper JI; Adriaensens L; Kok MO; van Dale D; CGL; vz (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMConsument en Veiligheid, 2012-01-09)
      The Dutch Recognition System Interventions is well appreciated and has functioned as intended and planned: the system provides more insight into the quality of interventions and triggers quality improvement in the development of new interventions. The extent in which the recognition system contributes to improving professional practice remains less clear; its lack of connection with the practice of public health and youth (social) care was a concern that was raised often. Complex interventions do not fit easy in the system, the added value of a recognition is still insufficiently understood and professionals do not have the required time to submit their intervention. Suggestions for improvement include adjustment of the requirements for effectiveness and communication of the added value of a recognition for the owners. Additional research with respect to health promoting practice, showed that a more specific question needs to be answered: what works and under which circumstances or conditions? The various elements that make up an intervention have to be identified more explicitly, as should the necessary requirements for implementation at local level. In addition, a broader package of learning and improvement processes is needed to improve health promoting practice. This was all shown in the evaluation of the process and outcomes of the Recognition System Interventions, that was conducted in 2011.
    • Gebruikersonderzoek Loketgezondleven.nl : Onderzoek naar gebruik en gebruiksvriendelijkheid van Loketgezondleven.nl inclusief de Interventiedatabase

      Klein Wolt K; Driegen H; Janssens J; Sturkenboom M; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMStichting Consument en Veiligheid, 2009-12-31)
    • Gezond wonen en werken : Een oriëntatie op gezondheidsbevordering in de settings wijk en werk in Nederland

      Meijer S; Sturkenboom M; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-12-31)
    • Gezondheidsbevordering en preventie in het onderwijs. Stand van zaken, effectiviteit en ervaringen van GGD'en en scholen

      Bos V; Jongh DM de; Paulussen TGWM; CGL; vz (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMTNO, 2010-04-15)
      Health promotion and preventive medicine in schools is worth the effort. There are health promotion programmes for schools that contribute to healthier behaviour in pupils, higher academic achievements and a reduction in school drop-out levels. Such measures are more effective when they are structurally implemented in schools and the set up is integral. Approximately 60 percent of the Municipal Health Services (GGD) support schools in their efforts to tackle health promotion and preventive measures in a systematic and integral fashion. This can be concluded from a report produced by the Research Institute, TNO Quality of Life, and the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) as commissioned by the Ministry of Health, Welfare and Sport (VWS). The report contains a number of recommendations regarding the strengthening of health promotion in the educational sector. The most important of these are: link up well with the specific questions that a school has, improve the skills of professionals involved in health promotion interventions, provide practical support to schools and professionals regarding the approach to and implementation of the measures, and increase the level of acceptance for the measures throughout the whole educational sector. The GGD authorities and schools are positive about the systematic approach because it helps health promotion to be included more easily in the policies and the daily activities of schools. However, professionals do need to have practical pointers on how to implement the measures step by step. TNO has studied the effects of health promotion in the educational sector regarding lifestyle, academic achievements and the drop-out figures in the international literature. The RIVM has studied the current situation regarding systematic health promotion in primary and secondary education in the Netherlands.
    • Gezondheidsbevordering op de werkplek : Ondersteuningsbehoefte van professionals werkzaam in de publieke setting

      Raaijmakers T; van Dijk S; CGL; vz (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-08-21)
      Professionals gezondheidsbevordering hebben behoefte aan specifieke ondersteuning bij het werken aan gezondheidsbevordering op de werkplek (GBW). Dat is de conclusie van deze verkenning. Het gaat dan niet zozeer om het vormgeven van leefstijlinterventies; over het algemeen vinden de professionals zichzelf daarvoor voldoende uitgerust. De specifieke GBW-behoefte betreft meer bedrijfsgerelateerde kennis en handreikingen voor het proces- en beleidsmatig begeleiden van bedrijven. Leefstijl maakt hierbij deel uit van een integraal gezondheidsbeleid dat ook raakt aan vitaliteit en duurzame inzetbaarheid van personeel. De vorm van de gewenste ondersteuning is divers en betreft zowel kennis en materialen als workshops, netwerkbijeenkomsten en advies op maat. Concrete vormen voor deze ondersteuning van professionals gezondheidsbevordering zijn instrumenten zoals een Handreiking Gezond Werk, GBW-business cases (wat levert gezondheidsbevordering een werkgever op?) en een overzicht van financieringsmogelijkheden. Ook het kunnen volgen van workshops gericht op het vergroten van competenties als advisering, commercieel denken, marketing en meer vraaggericht werken komt als behoefte van professionals naar voren. Tot slot is er behoefte om onderling meer kennis en ervaringen uit te kunnen wisselen. Dit rapport biedt RIVM Centrum Gezond Leven aangrijpingspunten om de ondersteuning aan professionals gezondheidsbevordering die zich (willen) richten op de setting werk, samen met partners verder vorm te geven. Praktijkvoorbeelden van GBW vanuit de publieke sector die in deze verkenning zijn gevonden, worden gedeeld ter inspiratie. Loketgezondleven.nl zal worden uitgebreid en bijeenkomsten worden georganiseerd.
    • Informatievoorziening over reprotoxische stoffen op de werkplek : Verkennend onderzoek naar informatievoorziening van zorgverleners over voor de voortplanting giftige stoffen

      Willeboordse F; Snijders B; Bonnema-Hiddema S; Smilde-van den Doel D; Sturkenboom M; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMPallas Health Research and Consultancy, 2010-12-31)
    • JGZ-richtlijn Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar : Eerste herziening

      Coenen-van Vroonhoven EJC; Lantau VK; van Eerdenburg-Keuning IA; van Velzen-Mol HWM; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2010-10-01)
      Op initiatief van TNO Kwaliteit van Leven en het Expertisecentrum Kind en Ontwikkeling is eind 2007 begonnen met de herziening van de standaard 'Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar', welke in 2002 werd uitgegeven. Dit initiatief werd ondersteund door de Richtlijnadviescommissie (RAC) van het RIVM/Centrum Jeugdgezondheid. De herziene richtlijn, die is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten en de deskundigheid van JGZ-professionals, is goedgekeurd door de RAC.
    • JGZ-richtlijn Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar : Eerste herziening - Samenvatting

      Coenen-van Vroonhoven EJC; Lantau VK; van Eerdenburg-Keuning IA; van Velzen-Mol HWM; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2010-10-01)
      Op initiatief van TNO Kwaliteit van Leven en het Expertisecentrum Kind en Ontwikkeling is eind 2007 begonnen met de herziening van de standaard 'Opsporing visuele stoornissen 0-19 jaar', welke in 2002 werd uitgegeven. Dit initiatief werd ondersteund door de Richtlijnadviescommissie (RAC) van het RIVM/Centrum Jeugdgezondheid. De herziene richtlijn, die is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten en de deskundigheid van JGZ-professionals, is goedgekeurd door de RAC.
    • JGZ-richtlijn Secundaire preventie kindermishandeling

      Wagenaar-Fischer MM; Heerdink-Obenhuijsen N; Kamphuis M; de Wilde J; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2011-04-19)
    • Kosteneffectiviteit als vierde niveau van erkenning voor interventies : Een verkenning van de haalbaarheid en van alternatieven

      de Wit GA; Suijkerbuijk AWM; Engelfriet PE; Feenstra TL; CGL; vz (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2012-07-05)
      Since 2007, a recognition committee in the Netherlands judges interventions for health promotion, as well as interventions for youth health and wellbeing. Thus far, costs and cost-effectiveness hardly played a role in the approval procedure. Adding a formal fourth level of recognition at this point in time (2012) is deemed infeasible. However, several possibilities are described to improve the information about costs and cost-effectiveness of interventions for users of intervention databases. Recognition may take place at three levels. This report describes the advantages and disadvantages of adding a fourth level of approval, 'evidence of being costeffective', giving a formal place to cost-effectiveness in the approval system. To answer the question whether adding this fourth level is feasible, the international experience on approval or assessment of cost-effectiveness was confronted with current practice in the Netherlands. Furthermore, different ways to include information on costs and cost-effectiveness by databases with interventions or literature were compared. Finally, several different ways to improve the information about costs and cost-effectiveness of interventions for users of intervention databases were discussed.
    • Leefstijlbeïnvloeding in de eerste lijn : Verkenning naar de ervaringen van zorgverleners

      Hesselink A; Martens M; CGL; vz (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-01-11)
      Eerstelijnszorgverleners, inclusief huisartsen vinden leefstijlbeïnvloeding tot hun takenpakket behoren. Ze zien de eerste lijn als een goede vindplaats voor cliënten met een ongezonde leefstijl. Dit is één van de conclusies uit een verkenning naar ervaringen van zorgverleners bij het uitvoeren van leefstijlactiviteiten in de eerstelijn. De eerstelijnszorgverleners worden door de ROS ondersteund bij leefstijlbeïnvloeding; de mate waarin dit gebeurt verschilt per regio. Zorgverleners ervaren een aantal knelpunten bij het inzetten van leefstijlinterventies, zoals het grote onoverzichtelijke aanbod aan interventies, een slechte doorstroming naar het lokale reguliere sportaanbod en de zwakke motivatie van zowel zorgverleners als patiënten om aan leefstijl te werken. Andere genoemde belemmeringen zijn dat leefstijlbeïnvloeding in de eerste lijn 'van niemand' is en er nog te weinig vraaggericht wordt gewerkt. Een succesvolle integratie van leefstijlbeïnvloeding in de eerste lijn heeft alles te maken met goede multidisciplinaire samenwerking en een integrale aanpak van lokale gezondheidsproblemen. Zorgverleners hebben onder andere behoefte aan meer overzicht van en samenhang in het lokale leefstijl- en sportaanbod en aan ondersteuning bij het opzetten en vormgeven van multidisciplinaire samenwerking. Ook hebben ze behoefte aan één herkenbare coördinator voor leefstijlbeïnvloeding in de eerste lijn, een stevigere vorm van de poortwachtersrol van de huisarts bij leefstijlbeïnvloeding, een sterkere regierol van de gemeente en op landelijk niveau een stevige strategische en politieke lobby. De resultaten zijn gebaseerd op een globale literatuurverkenning en een serie focusgroepgesprekken met zorgverleners en regionale en landelijke eerstelijnspartijen. De aanbevelingen van het rapport gaan in op de genoemde knelpunten en ondersteuningsbehoeften. Een van de aanbevelingen is om goede voorbeelden te verzamelen en verspreiden, zoals van een succesvolle integrale gezondheidsaanpak, het gebruik van populatiegerichte informatie, manieren om cliënten te motiveren tot leefstijlverandering en het organiseren van multidisciplinaire financiering van leefstijlbeïnvloeding.
    • Leefstijlinterventies in GGD-regio's: inventarisatie via GGD'en : Bijlage bij het RIVM rapport 255001001 'Leefstijlinterventies in Nederland'

      de Hollander E; Bogers R; CGL; vz (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-12-31)
    • Leefstijlinterventies in Nederland. Een verkenning van ervaringen en wensen

      Kroeze W; Blokdijk L; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-04-23)
      In 2008, the Dutch Centre for Healthy Living consulted health professionals working at local level for information on their use, experience and wishes regarding health promotion interventions and methods. The professionals were from the Local Health Services (GGD), the Basic Home Care Services, the Mental Health Service (GGZ) and local authorities. The various health themes considered important by professionals working at the local level are not always targeted through the applied interventions or policy. The reason for this may be due to an inadequate national provision of services addressing problems associated with social-economic differences or vulnerable groups (lowly educated, the elderly, foreigners) or because legislatively, these areas are not seen as policy spearheads. Most interventions offered fall within the category of the national priorities and the theme of sexuality and relationships. Local organisations have indicated that they prefer to use existing interventions and their accompanying products. In reality, however, local organisations find it difficult to use these products in real situations. The reason for this is that the supply is not always suited to the specific local circumstances. There is a need to collect all the information concerning the available interventions (including certification) centrally. It is also desirable to have local health policy guidelines available in the same way. An effective and efficient approach to health promotion requires good mutual agreements between the various national and local parties. Good communication and planning on the part of the national Health Promotion Institutes are an important condition to promote efficiency in the development and provision of products such as interventions and guidelines. In addition, the fact that national Health Promotion Institutes directly approach local intermediaries such as schools and local authorities on the use of their products, has been experienced as a great stumbling block by Local Health Services. In the near future, the Centre for Healthy Living will involve local professionals more and more in identifying and defining health promotion issues in local communities. This will facilitate improving the link between supply and demand.
    • Ouderbetrokkenheid in leefstijlinterventies in het onderwijs : Inventarisatie van werkzame elementen van ouderbetrokkenheid en ouderbetrokkenheid in het Nederlandse interventie-aanbod

      van der Heide I; Chevalier J; Bos V; CGL; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-07-11)
      Parental involvement is considered an important element of school-based interventions concerning lifestyle change (e.g. physical activity and a healthy diet). This report is written for policy makers and intervention developers. The aim of the present report is in the first place to gain insight into the importance of parental involvement according to schools as well as according to literature that examined the effect of interventions including parental involvement. Secondly, the aim of this report is to provide insight into the effective elements of parental involvement. Therefore, we conducted a limited literature search in Scopus and a number of Dutch databases. Thirdly, this report lists Dutch interventions that include parental involvement based on the Interventiedatabase of Centrum Gezond Leven the Zoektool Gezonde school and the Erkenningsdocumenten. The results show that little is known on how schools perceive parental involvement, although we have indications that teachers feel that parents have a great responsibility when it comes to the lifestyle of their children. Furthermore, both reviews as well as original studies imply that school-based lifestyle interventions that include parental involvement are effective in improving lifestyle. Few studies examined whether interventions with parental involvement are more effective than identical interventions without parental involvement. As to effective elements of parental involvement, research indicates that addressing parents' knowledge, attitudes and raising skills (including communication and rule setting) are important content elements that influence children's behavior. How to bring these elements into practice is less clear. Implementation elements that could be derived from literature, include embedding interventions including parental involvement in existing school curriculum, the monitoring of barriers that occur before as well as during the implementation of an intervention and applying an interactive or personal way of informing parents. Regarding the inventory of existing interventions including parental involvement, we found that almost half of the school-based interventions concerning lifestyle included a parental component. In vocational education interventions mostly involved the support of parents, where in primary- and secondary education interventions mostly involved informing parents.
    • Resultaten verkenning ondersteuning professionals gezondheidsbevordering : Bijlage bij Plan van aanpak Professionals Gezond Versterkt 2010-2012

      Sturkenboom M; Kolner C; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMDSP-groep, 2010-12-31)
    • Samenwerking GGD'en en thema-instituten rond leefstijlinterventies: verkenning van GGD perspectief : Bijlage bij het RIVM Rapport 255001001 'Leefstijlinterventies in Nederland'

      van Tankeren N; Kok M; Blokdijk L; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMGGD Midden NederlandVrije Universiteit Amsterdam, 2009-12-31)
    • Suïcidepreventie : Aangrijpingspunten voor de publieke gezondheidszorg

      Bramer M; van 't Zelfde P; Sturkenboom M; CGL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMWagenaarHoes, 2012-01-13)