• Surveillance van HIV-infectie onder intraveneuze druggebruikers in Nederland ; meting Utrecht 1996

      Wiessing LG; Scheepens JMFA; van Rozendaal CM; Diepersloot FB; Dorigo-Zetsma JW; Sprenger MJW; Houweling H; CIE; LIS; GG&GD-UTRECHT; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMGemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst Utrecht (GG&GD); Centrum Maliebaan Utrecht, 1996-11-30)
      In dit project wordt de prevalentie van HIV onder intraveneuze druggebruikers (IVD's) in Utrecht vastegesteld en wordt het risico ingeschat van verdere verspreiding onder IVD's, naar niet-IVD's en naar de algemene bevolking. Tussen 11 maart en 19 april 1996 is bij 196 IVD's in Utrecht een speekselmonster en een korte vragenlijst naar risicogedrag afgenomen. Deelnemers werden geworven via de methadonverstrekking (53%), een huiskamerproject (41%) en via straatwerving (5%). Van de 196 IVDs waren 10 seropositief (prevalentie 5%, 95%-betrouwbaarheidsinterval [BI] 2.4-9.4%). Het bereik van de spuitomruil was groot (84%). Onder IVDs die geen gebruik maken van de spuitomruil was de prevalentie hoger (3/19) dan onder hen die wel van de omruil gebruik maakten (3/99). 17% van de actueel spuitende IVDs rapporteerde in de laatste 6 maanden een spuit of naald van een ander te hebben gebruikt. 18% van de IVDs hebben een niet-druggebruiker als vaste seksuele partner. Bij seksueel contact tussen vaste partners werd weinig gebruik gemaakt van condooms.Concluderend is de prevalentie van HIV onder IVDs in Utrecht ongeveer 5%. Het bereik van de spuitomruil is hoog, maar een hoger bereik kan waarschijnlijk nog steeds infecties voorkomen. Spuitgerelateerd risicogedrag komt regelmatig voor. Verspreiding naar niet-IVDs of de algemene bevolking is in beperkte mate mogelijk.<br>