• Luchtwegaandoeningen bij kinderen in de omgeving van de luchthaven Schiphol

      Vliet PHN van; Aarts FJH; Janssen NAH; Brunekreef B; Fischer PH; Wiechen CMAG van; EOH Gezondheidsleer (Milieu, Arbeid & Gezondheid): Universiteit Wageningen; EOH gezondheidsleer; LBM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1999-10-06)
      The aim of this study is to assess: 1) the differences in lung function and in prevalences of respiratory symptoms between school children living in different towns in the Schiphol area; 2) the differences in air pollution levels caused by air and road traffic, as measured inside and outside primary schools (measurements outside were taken at school locations either close to Schiphol Airport or close to a busy roadway and compared to school locations at longer distances) and 3) the association between exposure to air pollution caused by air and road traffic and respiratory health. The study was performed among 2500 primary school children, aged 7-12, living in the Schiphol area. The health survey consisted of: a questionnaire on respiratory symptoms and allergy; a lung function test, blood test and a skin-prick test. Air pollution models were used to assess the exposure levels and air pollution measurements. The results show differences between towns where respiratory symptoms are prevalent, decreased lung function and the quantity of antibodies (IgE) in the blood. However, the prevalence was not related to the distance from Schiphol airport. The average prevalence in the Schiphol area was higher than in a 'control' population that was neither situated in the Schiphol area, nor close to a busy highway. In and near primary schools situated close to busy highways, higher concentrations of air pollution were found than in schools situated farther away from a roadway. Levels of NO2, 'soot' and benzene decreased with increasing distance to Schiphol Airport. No association was found between the different exposure measures and the prevalence of respiratory symptoms, a decreased lung function or an increased level of IgE in the blood. Air pollution around Schiphol was concluded not be associated with the health endpoints observed in the participating children.
    • Luchtwegaandoeningen bij kinderen in de omgeving van de luchthaven Schiphol

      van Vliet PHN; Aarts FJH; Janssen NAH; Brunekreef B; Fischer PH; van Wiechen CMAG; EOH gezondheidsleer; LBM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMEOH Gezondheidsleer (MilieuArbeid & Gezondheid): Universiteit Wageningen, 1999-10-06)
      Doel van deze studie is om vast te stellen: 1. In hoeverre er tussen woonkernen binnen de regio Schiphol onder schoolkinderen verschillen bestaan in longfunctie en verschillen in prevalenties van CARA (prevalentievraag)? 2. of mensen in woonkernen dichtbij Schiphol een hogere blootstelling aan binnen- en buitenluchtverontreiniging hebben ten gevolge van vlieg- resp. wegverkeer dan in verder afgelegen woonkernen ? 3. of er sprake is van effecten op de luchtwegen (longfunctie, luchtwegklachten) door blootstelling aan verhoogde (binnen)luchtverontreiniging door vlieg- resp. wegverkeer ? Het onderzoek is uitgevoerd bij ca. 2500 basisschool kinderen, woonachtig in de omgeving van Schiphol in de leeftijd van 7 t/m 12 jaar. Het volledige gezondheidsonderzoek hield in: een vragenlijst over luchtwegsymptomen en allergie; een longfunctietest, bloedtest en huidpriktest. Voor het meten of schatten van de blootstelling aan luchtverontreiniging is gebruik gemaakt van metingen, modellen en geografische informatie systemen. Uit het onderzoek blijkt dat er tussen de woonkernen verschillen bestaan in prevalentie van luchtwegsymptomen, verlaagde longfunctie en de hoeveelheid antilichamen (IgE) in het bloed. De prevalenties zijn echter niet groter in woonkernen die dicht bij Schiphol liggen, in vergelijking met woonkernen die verder weg liggen. De gemiddelde prevalentie van alle woonkernen samen is wel verhoogd voor de meeste luchtwegsymptomen wanneeer ze vergeleken wordt met een populatie die niet in de Schiphol regio woont, en niet langs een drukke snelweg. In en nabij scholen liggend dicht bij snelwegen werden hogere concentraties luchtverontreiniging aangetroffen dan in en nabij scholen op grotere afstand van snelwegen. De niveaus van de componenten NO2, roet en benzeen namen af met toenemende afstand tot de luchthaven; voor PM2.5 en hogere alkanen was dit niet het geval. Er was geen verband tussen de verschillende blootstellingsmaten (gemeten en gemodelleerde luchtverontreiniging in en nabij de scholen, het woonadres van het kind, of de afstand van de school of het woonadres tot Schiphol) en de prevalentie van luchtwegsymptomen, een verlaagde longfunctie of een verhoogde concentratie antilichamen tegen allergenen in het bloed. De conclusie is dat met dit onderzoek geen relatie aangetoond is tussen luchtverontreiniging nabij Schiphol en de onderzochte gezondheidsvariabelen bij de deelnemende kinderen.<br>