• Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2009

      Vriend HJ; Koedijk FDH; van den Broek IVF; van Veen MG; Op de Coul ELM; van Sighem AI; Verheij RA; van der Sande MAB; EPI ; LIS; cib (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMsoa-centraSHMHiv-centraNederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg NIVEL, 2010-06-18)
      Chlamydia. Met bijna 10.000 nieuwe infecties in 2009 blijft chlamydia de meest gediagnosticeerde seksueel overdraagbare aandoening (soa) van alle bezoekers van de soa-centra. Het aantal infecties is toegenomen, maar het percentage mensen met chlamydia is stabiel gebleven. Elf procent van de heteroseksuele bezoekers van de soa-centra had een chlamydia-infectie, onder heteroseksuelen jonger dan 25 jaar was dit 14 procent. Gonorroe. Het aantal en percentage positieve gonorroe-infecties is opvallend gestegen ten opzichte van 2008. Dit heeft grotendeels te maken met een stijging van het aantal gonorroediagnoses bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) met 28 procent. Vooral het percentage positieve orale gonorroe testen bij MSM nam toe. Opvallend is dat steeds meer gonorroestammen minder gevoelig zijn voor antibiotica. Syfilis. In 2009 nam het aantal nieuwe syfilis-diagnoses af met 15 procent ten opzichte van 2008, het percentage positieve testen daalde ook. Deze daling is ook op de langere termijn zichtbaar. Syfilis werd vooral gediagnosticeerd bij MSM (89 procent van alle syfilis-diagnoses). Hiv. Zowel het aantal als het percentage positieve hiv-testen bij de soa-centra is in 2009 opnieuw licht gedaald. Sinds 1 januari 2010 wordt iedereen op hiv getest, tenzij mensen dat expliciet weigeren (opting-out testing). Overigens werd in 2009 al 92 procent van alle bezoekers die niet wisten of ze hiv hadden getest. In 2009 werd bij 34 procent van de bekend hiv-positieve MSM een of meerdere soa gevonden. Bezoekers soa-centra. In 2009 hebben in totaal 93.331 mensen zich bij een van de soa-centra in Nederland laten testen op soa. Dat is 6 procent meer dan in 2008. Er kwamen vooral meer MSM, een stijging van 19 procent ten opzichte van 2008. Bij 13 procent van de bezoekers werd een of meerdere soa gevonden (bij 20 procent van de MSM en 12 procent van de heteroseksuele bezoekers). Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.
    • Staat van Infectieziekten in Nederland 2011

      Bijkerk P; van der Plas SM; van Asten L; Fanoy EB; Kroneman A; Kretzschmar MEE; EPI ; LIS; cib (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2012-11-08)
      In 2011 en de eerste helft van 2012 waren de meest in het oog springende ontwikkelingen op het gebied van infectieziekten in Nederland de uitbraken van bof en kinkhoest. Dit blijkt uit de Staat van Infectieziekten in Nederland, 2011, die inzicht geeft in ontwikkelingen van infectieziekten bij de Nederlandse bevolking. Het rapport beschrijft ook de ontwikkelingen in het buitenland die voor Nederland relevant zijn. Met deze jaarlijkse uitgave informeert het RIVM beleidsmakers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Elk jaar komt een thema aan bod; dit keer is dat bioinformatica en de relevantie van deze wetenschap voor infectieziekteonderzoek en infectieziektebestrijding. In de bioinformatica komen biologie, wiskunde en computerwetenschappen samen met als doel de informatie in biologische moleculen te ontsleutelen. Door het gebruik van geavanceerde diagnostische technieken in het laboratorium en de beschikking over steeds krachtiger computers is de bioinformatica een zich sterk ontwikkelend wetenschapsveld. Gegevens over de structuur van DNA, RNA en eiwitten in ziekteverwekkers komen steeds vaker in grote hoeveelheden beschikbaar. Door software en analysemethoden te ontwikkelen maakt de bioinformatica het mogelijk om deze complexe gegevens te sorteren, inzichtelijk te maken en te duiden. Zo vergroten bioinformatische methoden ons inzicht in de (moleculaire) epidemiologie, in de mogelijkheden van ziekteverwekkers om te muteren, in hun interacties met gastheren en in hun evolutionaire strategieën. Deze kennis biedt de infectieziektebestrijding een nieuw perspectief. De bioinformatica is echter veelzijdig van karakter. Daarom is het van belang om keuzes te maken voor de bestrijding van infectieziekten bij de ontwikkeling van expertise, diagnostiek en onderzoek.