• Registratie voedselgerelateerde uitbraken : in Nederland, 2016

      Friesema IHM; Tijsma ASL; Slegers-Fitz-James IA; Franz E; GEZ; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-09-27)
      In 2016 zijn meer uitbraken van voedselinfecties en -vergiftigingen geregistreerd dan in 2015. Vermoedelijk komt dat doordat er daadwerkelijk meer voedselgerelateerde uitbraken in Nederland waren en/of meer uitbraken bij de NVWA gemeld zijn. In 2016 zijn in totaal 594 uitbraken gemeld met 2731 zieken, ten opzichte van 406 gemelde uitbraken met 1850 zieken in het jaar ervoor. Dit blijkt uit een analyse van de registratiecijfers in 2016 van voedselinfecties en -vergiftigingen. Net als in voorgaande jaren blijft norovirus de belangrijkste veroorzaker van voedselgerelateerde uitbraken, gevolgd door Salmonella en Campylobacter. De cijfers zijn afkomstig van de NVWA en de GGD'en. Zij registreren en onderzoeken voedselinfecties en -vergiftigingen om meer zieken en uitbraken te voorkomen. Daartoe proberen ze vanuit hun eigen werkveld inzicht te krijgen in de besmettingsbronnen en de aard van de ziekteverwekkers. De NVWA onderzoekt het voedsel en de plaats waar het wordt bereid. De GGD richt zich op de personen die hebben blootgestaan aan besmet voedsel en probeert via hen de mogelijke bronnen te herleiden. De meldingen van beide instanties worden samengevoegd en als één geheel geanalyseerd door het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. Deze geïntegreerde aanpak levert inzicht op in oorzaken van voedselgerelateerde uitbraken in Nederland, de mate waarin ze voorkomen en mogelijke veranderingen hierin door de jaren heen. De genoemde getallen zijn evenwel een onderschatting van het werkelijke aantal voedselgerelateerde uitbraken en het aantal zieken. Dit komt doordat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert.
    • Registratie voedselgerelateerde uitbraken : in Nederland, 2017

      Friesema IHM; Slegers-Fitz-James IA; Wit B; Franz E; GEZ; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-10-02)
      Mensen kunnen ziek worden van voedsel. Als twee of meer mensen tegelijk ziek worden na het eten van hetzelfde voedsel, wordt dat een uitbraak door een voedselgerelateerde infectie genoemd. In 2017 waren er, evenals in 2016, meer voedselgerelateerde uitbraken bekend dan in 2015. In 2017 zijn in totaal 666 uitbraken met 2995 zieken gemeld, ten opzichte van 594 uitbraken met 2731 zieken in 2016 en 406 uitbraken en 1850 zieken in 2015. Het is niet duidelijk of het aantal uitbraken daadwerkelijk toeneemt of dat er steeds meer uitbraken worden gemeld. Net als in voorgaande jaren blijft norovirus de belangrijkste veroorzaker van geregistreerde voedselgerelateerde uitbraken, gevolgd door de bacteriën Salmonella en Campylobacter. <br> <br>De cijfers zijn afkomstig van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de GGD'en. Zij registreren en onderzoeken voedselgerelateerde infecties en vergiftigingen om meer zieken en uitbraken te voorkomen. Daartoe proberen ze vanuit hun eigen werkveld te achterhalen wat de besmettingsbronnen waren en de aard van de ziekteverwekkers. De NVWA onderzoekt het voedsel op ziekteverwekkers en de herkomst en plaats waar het wordt bereid of is verkocht. De GGD richt zich op de personen die hebben blootgestaan aan besmet voedsel en probeert via hen de mogelijke bronnen te herleiden. <br> <br>De meldingen van beide instanties worden samengevoegd en als één geheel geanalyseerd door het RIVM. Deze geïntegreerde aanpak levert inzichten op in oorzaken van voedselgerelateerde uitbraken in Nederland, de mate waarin ze voorkomen en mogelijke veranderingen hierin door de jaren heen. De genoemde getallen zijn evenwel een onderschatting van het werkelijke aantal voedselgerelateerde uitbraken en het aantal zieken. Dit komt onder andere doordat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Ook is niet altijd duidelijk dat besmet voedsel de oorzaak van ziekte is. <br>
    • Registratie voedselgerelateerde uitbraken in Nederland, 2015

      Friesema IHM; Tijsma ASL; Wit B; van Pelt W; GEZ; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNVWA, 2016-09-26)
      In 2015 zijn meer uitbraken van voedselinfecties en vergiftigingen geregistreerd dan in voorgaande jaren. Dit komt grotendeels doordat dit jaar alle niet-anonieme meldingen bij de NVWA van uitbraken (van twee of meer zieken) zijn geregistreerd. In voorgaande jaren zijn alleen meldingen gerapporteerd als daarna bij de desbetreffende locaties onderzoek werd gedaan naar ziekteverwekkers. In 2015 zijn in totaal 406 uitbraken gemeld met 1850 zieken, ten opzichte van 207 gemelde uitbraken met 1655 zieken in het jaar ervoor. Dit blijkt uit een analyse van de registratiecijfers in 2015 van voedselinfecties en -vergiftigingen. Daaruit blijkt ook dat het norovirus de belangrijkste veroorzaker van voedselgerelateerde uitbraken blijft, gevolgd door Salmonella en Campylobacter. De cijfers zijn afkomstig van de NVWA en de GGD'en. De meldingen van beide instanties worden samengevoegd en als een geheel geanalyseerd door het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. Deze geïntegreerde aanpak geeft een duidelijker beeld van de mate waarin uitbraken van voedselinfecties en -vergiftigingen in Nederland voorkomen en de trend daarin door de jaren heen. De genoemde getallen zijn evenwel een onderschatting van het werkelijke aantal voedselgerelateerde uitbraken en het aantal zieken. Dit komt doordat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Naar schatting worden jaarlijks 680.000 mensen in Nederland ziek door het eten van besmet voedsel. De NVWA en GGD'en registreren en onderzoeken voedselinfecties en vergiftigingen om meer zieken en uitbraken te voorkomen. Daartoe proberen ze vanuit hun eigen werkveld inzicht te krijgen in de besmette bronnen en de aard van de ziekteverwekkers. De NVWA onderzoekt het voedsel en de plaats waar het wordt bereid. De GGD richt zich op de personen die hebben blootgestaan aan besmet voedsel en probeert via hen de mogelijke bronnen te herleiden.
    • Registratie voedselgerelateerde uitbraken in Nederland, 2017

      Friesema IHM; Broek I van den; Wit B; Franz E; GEZ; EPI (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-10-02)
      Mensen kunnen ziek worden van voedsel. Als twee of meer mensen tegelijk ziek worden na het eten van hetzelfde voedsel, wordt dat een uitbraak door een voedselgerelateerde infectie genoemd. In 2017 waren er, evenals in 2016, meer voedselgerelateerde uitbraken bekend dan in 2015. In 2017 zijn in totaal 666 uitbraken met 2995 zieken gemeld, ten opzichte van 594 uitbraken met 2731 zieken in 2016 en 406 uitbraken en 1850 zieken in 2015. Het is niet duidelijk of het aantal uitbraken daadwerkelijk toeneemt of dat er steeds meer uitbraken worden gemeld. Net als in voorgaande jaren blijft norovirus de belangrijkste veroorzaker van geregistreerde voedselgerelateerde uitbraken, gevolgd door de bacteriën Salmonella en Campylobacter. De cijfers zijn afkomstig van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de GGD'en. Zij registreren en onderzoeken voedselgerelateerde infecties en vergiftigingen om meer zieken en uitbraken te voorkomen. Daartoe proberen ze vanuit hun eigen werkveld te achterhalen wat de besmettingsbronnen waren en de aard van de ziekteverwekkers. De NVWA onderzoekt het voedsel op ziekteverwekkers en de herkomst en plaats waar het wordt bereid of is verkocht. De GGD richt zich op de personen die hebben blootgestaan aan besmet voedsel en probeert via hen de mogelijke bronnen te herleiden. De meldingen van beide instanties worden samengevoegd en als één geheel geanalyseerd door het RIVM. Deze geïntegreerde aanpak levert inzichten op in oorzaken van voedselgerelateerde uitbraken in Nederland, de mate waarin ze voorkomen en mogelijke veranderingen hierin door de jaren heen. De genoemde getallen zijn evenwel een onderschatting van het werkelijke aantal voedselgerelateerde uitbraken en het aantal zieken. Dit komt onder andere doordat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Ook is niet altijd duidelijk dat besmet voedsel de oorzaak van ziekte is.
    • Registratie voedselinfecties en -vergiftigingen bij de NVWA en het CIb, 2012

      Friesema IHM; de Jong AEI; Boxman ILA; van Pelt W; GEZ; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNVWA, 2013-10-30)
      In 2012 zijn meer mensen ziek geworden van een voedselinfectie of -vergiftiging dan in voorgaande jaren. In totaal zijn 276 uitbraken geregistreerd bij de NVWA en het RIVM, waardoor 2607 mensen ziek zijn geworden. Daarnaast zijn 273 individuele gevallen gemeld. De toename kwam vooral doordat er in 2012 meerdere grote uitbraken van voedselinfecties of -vergiftigingen waren. De grootste en meest opvallende uitbraak was de landelijke uitbraak van Salmonella Thompson (1149 gerapporteerde zieken), die was veroorzaakt door het eten van besmette gerookte zalm. Dit blijkt uit een analyse door het RIVM van de registratiecijfers van voedselinfecties en -vergiftigingen bij de NVWA en het Centrum Infectieziektenbestrijding (CIb) van het RIVM over 2012. Beide instanties registreren voedselinfecties en -vergiftigingen om inzicht te krijgen in de besmette bronnen en de aard van de ziekteverwekkers; de cijfers overlappen gedeeltelijk. De genoemde getallen zijn echter een onderschatting van het werkelijke aantal voedselinfecties en -vergiftigingen, omdat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Naar schatting zijn jaarlijks 680.000 mensen in Nederland ziek door het eten van besmet voedsel. Net als in voorgaande jaren zijn de bacteriën Campylobacter en Salmonella en het norovirus de belangrijkste verwekkers van uitbraken van voedselinfecties. De impact van Salmonella- en norovirus-uitbraken is groter dan die van Campylobacter, aangezien er meestal meer mensen ziek worden van één besmettingsbron met Salmonella of het norovirus. Daarnaast zijn de gevolgen van een Salmonella-besmetting vaak heviger: vrijwel alle gemelde ziekenhuisopnamen die verband hielden met een voedselinfectie waren het gevolg van een Salmonella-infectie (in 2012 79 van de 82), evenals de vier gemelde overledenen. Goede hygiëne en de juiste voorschriften volgen tijdens de productie en bereiding van voedsel zijn maatregelen die in hoge mate beschermen tegen voedselinfecties. Voorbeelden zijn risicovolle producten voldoende verhitten en kruisbesmetting voorkomen, zoals rauwe kip niet in aanraking laten komen met rauw te eten producten. Aandacht voor kennis over en uitvoering van dergelijk gedrag blijft belangrijk. Dit geldt zowel voor de overheid, voedselproducenten, voedselleveranciers, horeca als de consumenten. De NVWA kreeg in 2012 527 meldingen over voedselinfecties binnen, tegenover 363 meldingen in 2011. Nadat het aantal enkele jaren was afgenomen, steeg het hiermee tot het niveau van 2008-2009. Het aantal gerelateerde zieken dat bij de NVWA werd gemeld, was 2776 (in 2011 waren dat er 889). Het aantal meldingen van voedselinfecties bij de GGD, die aan het Centrum voor Infectieziektenbestrijding van het RIVM worden gerapporteerd, bleef gelijk: 43 meldingen, met 1652 zieken.
    • Registratie voedselinfecties en -vergiftigingen in Nederland, 2013

      Friesema IHM; de Jong AEI; Wit B; van Pelt W; GEZ; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-01-06)
      In 2013 zijn meer, maar kleinere uitbraken van voedselinfecties of -vergiftigingen geregistreerd dan in 2012. In totaal waren het er 290; 14 meer dan in het jaar ervoor. De uitbraken veroorzaakten minstens 1460 zieken, een aanzienlijk lager aantal dan in 2012 (2607). Dit komt doordat de uitbraken in 2013 minder omvangrijk waren dan in 2012. Bij de NVWA zijn in 2013 daarnaast nog 265 individuele gevallen van voedselinfectie of -vergiftiging geregistreerd. Dit blijkt uit een analyse van de registratiecijfers in 2013 van voedselinfecties en -vergiftigingen afkomstig van de NVWA en de GGD'en door het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM. De NVWA en GGD'en onderzoeken beide de oorzaken van voedselinfecties en -vergiftigingen (de besmettingsbron en de ziekteverwekker), elk vanuit het eigen werkveld. Aangezien deze gegevens elkaar aanvullen, zijn voor het eerst de meldingen van beide registraties samengevoegd en als één geheel besproken. Voorheen gebeurde dat apart. Net als in voorgaande jaren waren Campylobacter en het norovirus de meest frequente verwekkers van voedselgerelateerde uitbraken. Hoewel beide evenveel uitbraken veroorzaakten, leidden de uitbraken door het norovirus tot de meeste zieken. Salmonella veroorzaakte beduidend minder uitbraken dan in voorgaande jaren; hetzelfde geldt voor het aantal hierbij betrokken patiënten. Beide instanties registreren de gemelde uitbraken. De NVWA onderzoekt daarbij het voedsel en de plaats waar het wordt bereid. De GGD ondervraagt de personen die hebben blootgestaan aan besmet voedsel. De nieuwe, geïntegreerde aanpak geeft een duidelijker beeld van de mate waarin uitbraken van voedselinfecties en -vergiftigingen in Nederland voorkomen en de trend daarin door de jaren heen. De genoemde getallen zijn een onderschatting van het werkelijke aantal voedselinfecties en -vergiftigingen, omdat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Naar schatting zijn jaarlijks 680.000 mensen in Nederland ziek door het eten van besmet voedsel.
    • Registratie voedselinfecties en -vergiftigingen in Nederland, 2014

      Friesema IHM; Tijsma ASL; Wit B; van Pelt W; GEZ; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNVWA, 2015-11-05)
      In 2014 waren er minder uitbraken van voedselinfecties en -vergiftigingen dan in voorgaande jaren. Wel was het aantal zieken per gemelde uitbraak groter, waardoor het totaal aantal zieken hoger uitkwam dan in 2013 (een verschil van 13 procent). In 2014 zijn in totaal 207 uitbraken gemeld met 1655 zieken, ten opzichte van 290 gemelde uitbraken met 1460 zieken in het jaar ervoor. Daarnaast zijn in 2014 bij de NVWA nog 242 individuele gevallen van voedselinfectie of -vergiftiging gemeld. Dit blijkt uit een analyse van de registratiecijfers in 2014 van voedselinfecties en -vergiftigingen. Daaruit blijkt ook dat er relatief veel uitbraken door het norovirus waren en weinig Campylobacter-uitbraken ten opzichte van voorgaande jaren. Het aantal Salmonella-uitbraken was in 2014 hoger dan in 2013, maar lager dan de jaren ervoor. De cijfers zijn afkomstig van de NVWA en de GGD'en. Sinds vorig jaar worden de meldingen samengevoegd en als één geheel geanalyseerd door het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. Deze nieuwe, geïntegreerde aanpak geeft een duidelijker beeld van de mate waarin uitbraken van voedselinfecties en -vergiftigingen in Nederland voorkomen en de trend daarin door de jaren heen. De genoemde getallen zijn evenwel een onderschatting van het werkelijke aantal voedselinfecties en -vergiftigingen. Dit komt, doordat niet iedere zieke naar de huisarts gaat of de NVWA informeert. Naar schatting zijn jaarlijks 680.000 mensen in Nederland ziek door het eten van besmet voedsel. De NVWA en GGD'en registreren en onderzoeken voedselinfecties en -vergiftigingen om meer zieken en uitbraken te voorkomen. Daartoe proberen ze vanuit hun eigen werkveld inzicht te krijgen in de besmette bronnen en de aard van de ziekteverwekkers. De NVWA onderzoekt het voedsel en de plaats waar het wordt bereid. De GGD richt zich op de personen die hebben blootgestaan aan besmet voedsel en probeert via hen de mogelijke bronnen te herleiden.
    • Studie 'Seoulvirus in bruine ratten' : Seroprevalentie van hantavirus- en Leptospira-infecties bij muskus- en beverratbestrijders in Nederland en resultaten van gerelateerd onderzoek in bruine ratten

      Friesema IHM; Broek I van den; Maas M; van der Giessen JWB; Rockx B; GEZ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-03-03)
      In februari 2015 is in Nederland voor het eerst het Seoulvirus (SEOV) geconstateerd bij drie gevangen bruine ratten. Medewerkers van waterschappen kunnen bruine ratten tegenkomen als 'bijvangst' van de muskus- en beverratbestrijding. De kans dat zij met het SEOV worden besmet is echter klein, omdat heel weinig bruine ratten in Nederland het virus bij zich dragen. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM. Het SEOV is een zogeheten hantavirus. De meeste hantavirustypen komen vooral voor bij muizensoorten, maar daar komen de muskus- en beverratbestrijders minder vaak mee in contact. De kans dat de bestrijders aan andere hantavirussen worden blootgesteld is dan ook klein. De kans is groter dat muskus- en beverratbestrijders aan de Leptospirabacterie worden blootgesteld. Ongeveer de helft van de bruine ratten in Nederland draagt deze bacterie bij zich, waardoor ook het oppervlaktewater in de omgeving besmet raakt. Toch blijkt maar een klein aantal van de muskus- en beverratbestrijders besmet te zijn met leptospiren. Dit komt waarschijnlijk doordat zij tijdens werkzaamheden hun beschermende kleding dragen, zoals handschoenen, brillen en pakken met laarzen. Hantavirussen en leptospiren veroorzaken doorgaans milde griepklachten die moeilijk van elkaar te zijn onderscheiden. In een ernstigere vorm kunnen beide micro-organismen nierproblemen (ontstekingen, slechtere werking) veroorzaken. Dit komt zelden voor. Voor dit onderzoek hebben 260 muskus- en beverratbestrijders online een vragenlijst ingevuld (65 procent van de 402 aangeschreven personen). Daarnaast is van 246 personen (61 procent) een bloedmonster genomen dat is getest op antilichamen tegen zes hantavirussen. Eén bloedmonster bevatte een variant van het hantavirus (het Puumala-virus). Van 162 deelnemers was voldoende bloed beschikbaar om het ook op leptospiren te testen. Twee van hen waren besmet met deze bacterie. Of zij ook ziek zijn geworden van deze Leptospira-bacterie, kan niet met dit onderzoek worden aangetoond.