• HIV-infectie en riskant gedrag onder travestieten en transseksuelen in de Rotterdamse straatprostitutie

      Roosmalen MS van; Wiessing LG; Meer J van der; Koedijk P; Houweling H; CIE; Intraval; GGD (IntravalGGD Rotterdam en omstreken, 1996-08-31)
      Doel van de studie was het vaststellen van de HIV-prevalentie en de mate van spuitgerelateerd en seksueel risicogedrag, en het verkrijgen van inzicht in de bekendheid met en het gebruik van preventie-activiteiten. Dit onderzoek maakte deel uit van een onderzoek naar de HIV-prevalentie onder druggebruikers in Rotterdam (eind 1994). Daarin werden ook travestieten en transseksuelen in de straatprostitutie die hormonen of siliconen gebruikten opgenomen. Toen bleek dat dit om een behoorlijk grote groep ging is de vragenlijst met enkele voor deze groep specifieke vragen uitgebreid. Bij alle deelnemers zijn speekselmonsters afgenomen en getest op anti-HIV 1/2. Deelname aan het onderzoek was vrijwillig en anoniem. Alle deelnemers waren biologisch van het mannelijk geslacht. De HIV-prevalentie in deze groep bleek laag (8%) vergeleken met studies uit andere landen. Intraveneus druggebruik speelt geen rol in deze groep. Ook bij het spuiten van hormonen/siliconen lijkt riskant gedrag weinig voor te komen. Mogelijk loopt deze groep travestieten en transseksuelen risico door commerciele- en privecontacten met homo/biseksuele mannen. Onbeschermde seks vindt vooral plaats met de vaste partners. De bekendheid met en het gebruik van preventieve maatregelen tegen AIDS zijn hoog.
    • HIV-infectie en riskant gedrag onder travestieten en transseksuelen in de Rotterdamse straatprostitutie

      Roosmalen MS van; Wiessing LG; Meer J van der; Koedijk P; Houweling H; Intraval, GGD Rotterdam en omstreken; CIE; Intraval; GGD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1996-08-31)
      The Objective of the study was to determine the prevalence of HIV infection and the level of injecting and sexual risk behaviour, and to gain insight in the acquaintance with and the use of prevention activities. This study is part of a study on HIV prevalence and related risk behaviours among drug users in Rotterdam (end of 1994). Transvestites and transsexuals working in the street prostitution and reporting use of hormones or silicones were included in the original study. When this appeared to be a sizeable group, the questionnaire was extended with some specific questions. Saliva was collected from all participants and tested for antibodies to HIV-1/2. Participation was on voluntary basis and anonymous. All participants were biologically male. HIV prevalence among these participants showed to be low (8%). This finding contrasts with studies in other countries. In this study risk of HIV infection was not related to injecting drug use. Possibly, these transvestites and transsexuals are at risk for HIV infections through private or commercial sexual contacts with homo/bisexual men. Risk behaviour related to the use of needles for injecting hormones and/or silicones risk is low. Unprotected sexual intercourse with clients is rare, but occurs frequently with steady partners. Knowledge and use of AIDS prevention programmes are high.
    • Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een Onderzoek Op GGD'en (Regenboog-project); jaarverslag 2000

      Viet AL; Hof S van den; Elvers LH; Seidell JC; Otten F; Veldhuizen H van; CZE; CIE; LIS; CBS; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-07-19)
      Risk Factors and Health in the Netherlands, a survey on Municipal Health Services. The main aim of the project was to monitor risk factors or determinants of chronic and infectious disease in the general population. Also studied were the differences with respect to many background- and health- related variables between participants interviewed at home and those taking the physical examination. Random sampling by the CBS led to home interviews by trained interviewers of individuals from the age of 0 who were willing to cooperate in the survey. The interview consisted of items related to aspects of health status and use of medicines/medical devices. Questions on lifestyle factors (smoking, drinking and vaccination) were included. At the end of the interview, participants were asked for permission to be approached for an additional health examination. Participants older than 12 years were asked to visit the nearest community or municipal health service (GGD). Of the participant, 56.9% agreed to participate in the additional health examination. A short physical examination was performed at the health centre. Blood samples were taken and blood pressure measured, as well as height, weight, and waist and hip circumferences. In addition, the 'joint-function test' was performed and an additional questionnaire was distributed. Of the people interviewed, 28.0% had visited the community or municipal health centre. The participants undergoing the physical examination were representative of the Dutch population, in that there were no major differences with respect to most of the background- and health-related variables between participants interviewed at home and those taking the physical examination. men. The prevalence of overweight was higher for the women than for the men. The estimation of overweight was different for length and weight (reported was higher than measured), clearly seen especially among the women. On the basis of non-fasting glucose measurements, 3,8% of the group had a high glucose level.
    • Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een Onderzoek Op GGD'en (Regenboog-project); jaarverslag 2000

      Viet AL; van den Hof S; Elvers LH; Seidell JC; Otten F; van Veldhuizen H; CZE; CIE; LIS; CBS; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-07-19)
      Het Regenboog-project is een samenwerkingsverband tussen het RIVM, CBS en GGD Nederland en GGD'en. Het doel van het Regenboogproject is een beeld te krijgen van de gezondheidssituatie van de Nederlandse bevolking op het gebied van chronische en infectieziekten. Een aselecte steekproef wordt getrokken door het CBS. Bij deze personen wordt thuis de gezondheidsenquete afgenomen. Vervolgens wordt gevraagd om deel te nemen aan een aanvullend lichamelijk onderzoek op de GGD. Hierop reageert 56,9% positief. Het onderzoek op de GGD bestaat uit het invullen van een vragenlijst over infectieziekten, meting van bloeddruk, lengte, gewicht en middel-heupomtrek. Tot slot wordt er een gewrichtsfunctietest en 4 buisjes bloed afgenomen. Van de geinterviewde personen komt uiteindelijk 28,0 % op de GGD voor het lichamelijk onderzoek. De prevalentie van hypertensie is voor mannen 40% en vrouwen 32%. De prevalentie van overgewicht neemt toe met de leeftijd. De schatting van overgewicht blijkt sterk te verschillen tussen gerapporteerde en gemeten lengte en gewicht. Met name bij vrouwen is dit verschil duidelijk aanwezig. De onderzochte groep blijkt een bruikbare afspiegeling van de Nederlandse bevolking.<br>