• Biologische parameters in de Reeuwijkse plassen Elfhoeven, Nieuwenbroek (1983-1992) en Klein Vogelenzang en Groot Vogelenzang (1988-1992)

      Frinking LJ; Vlugt JC van der; LWD; Hoogheemraadschap van Rijnland; Leiden (Hoogheemraadschap van RijnlandLeiden, 1997-10-31)
      Het betreft de parameters fytoplankton, zooplankton, waterplanten en in beperkte mate vis. Met verschillende methoden zijn de groeibeperkende nutrienten bepaald voor het fytoplankton. Voor de plassen Klein- en Groot Vogelenzang is de fosfaatnalevering vanuit de bodem bepaald. De biologische parameters worden ook in combinatie met chemische en fysische waterkwaliteitsparameters besproken in de RIVM rapporten, die de resultaten beschrijven van de studie naar de effecten van eutrofieringsbestrijding in Elfhoeven en Nieuwenbroek (703711002) en naar de effecten van biomanipulatie in Klein Vogelenzang en P-fixatie in Groot Vogelenzang (703711003) en in het eindrapport over deze studies (703711004).
    • Statistische analyse van enkele waterkwaliteitsparameters in de Reeuwijkse plassen Elfhoeven en Nieuwenbroek (1983-1992) en Klein Vogelenzang en Groot Vogelenzang (1988-1992)

      Frinking LJ; Marwijk AAM van; Vlugt JC van der; LWD; Hoogheemraadschap van Rijnland; Leiden (Hoogheemraadschap van RijnlandLeiden, 1997-10-31)
      De uitkomsten van deze statistische analyses zijn verwerkt in RIVM rapporten, die de resultaten beschrijven van de studie naar de effecten van eutrofieringsbestrijding in Elfhoeven en Nieuwenbroek (703711002) en naar de effecten van biomanipulatie in Klein Vogelenzang en P-fixatie in Groot Vogelenzang (703711003) en in het eindrapport over deze studies (703711004).
    • Waterkwaliteitsonderzoek Reeuwijkse plassen. Studie naar de effecten van biomanipulatie in Klein Vogelenzang en P-fixatie in Groot Vogelenzang 1988-1992

      Vlugt JC van der; Veer B van der; LWD; Hoogheemraadschap van Rijnland; Leiden (Hoogheemraadschap van RijnlandLeiden, 1997-10-31)
      Uit deze studie bleek dat biomanipulatie (ter verbetering van de visstand) niet tot het gewenste effect heeft geleid; door verlaging van de visstand nam het zooplankton wel toe, maar niet voldoende om de algengroei binnen de perken te houden. De fosfaatfixatie (ter vermindering van de fosfaatmobilisatie) gaf wel een afname van de fosfaatmobilisatie en de fosfaatconcentratie te zien, maar deze verlaging leidde niet tot minder algengroei. Aanbevolen wordt de mogelijkheid nader te onderzoeken de bezinking van zwevend stof te bevorderen door het graven van enige putten van 5-10 m in deze plassen, die gemiddeld 1.5 m diep zijn. Aanbevolen wordt de permanente aanwas van de visstand door de beroepsvisserij te laten reduceren. Nader onderzoek naar de effecten van een combinatie van biomanipulatie en fosfaatfixatie door coagulatie met ijzer is gewenst.
    • Waterkwaliteitsonderzoek Reeuwijkse plassen. Studie naar de effecten van eutrofieringsbestrijding in Elfhoeven en Nieuwenbroek 1983-1992

      Vlugt JC van der; Veer B van der; LWD; Hoogheemraadschap van Rijnland; Leiden (Hoogheemraadschap van RijnlandLeiden, 1997-10-31)
      Geconcludeerd wordt dat ondanks de sterk verlaagde fosfaatconcentratie in het aangevoerde water van de Rijn en de ter plaatse genomen maatregelen ter verlaging van de fosfaatconcentratie in de plassen, zoals defosfatering van het effluent van de nabijgelegen awzi en riolering van de bebouwing langs de plassen de overmatige algengroei in de plassen niet is afgenomen. De fosfaatconcentratie in de plassen is niet afgenomen en de hoeveelheid blauwwieren is, zowel relatief als absoluut, toegenomen. Aanbevolen wordt de mogelijkheid nader te onderzoeken de bezinking van zwevend stof te bevorderen door het graven van enige putten van 5-10 m in deze plassen, die gemiddeld 1.5 m diep zijn. Tevens wordt aanbevolen de permanente aanwas van de visstand door de beroepsvisserij te laten reduceren. Nader onderzoek naar de effecten van een combinatie van biomanipulatie en fosfaatfixatie door coagulatie met ijzer is gewenst.