• Nitrogen pollution on the local and regional scale: the present state of knowledge and research needs

      Erisman JW; Bobbink R; Eerden LJ van der (eds.); LLO; AB-DLO; KUN; SC-DLO; IKC; IMAG-DLO (1996-01-31)
      Uit onderzoek van de afgelopen tien jaar is gebleken dat stikstof- en zuurdepositie de stressgevoeligheid en biodiversiteit van bossen en natuurlijke vegetaties sterk negatief kunnen beinvloeden. De eutrofierende werking van stikstof-depositie speelt daarbij een hoofdrol. De kennis over de ruimtelijke verdeling en kwantiteit van de depositie zijn zodanig verbeterd dat op regionale en nationale schaal redelijk betrouwbare schattingen gemaakt kunnen worden. Ook over de grondwaterverontreiniging kunnen op deze schaal kwantitatieve conclusies getrokken worden. Over de aard en grootte van ecologische effecten is behoorlijk inzicht verkregen, het onderzoek is echter tot nu toe gericht geweest is op een beter begrip van werkingsmechanismen van stikstof. Andere stressfaktoren zoals droogte, vorst, ziekten en plagen zijn in mindere mate in het onderzoek betrokken. Op dit moment is voldoende kennis beschikbaar over stikstof-depositie en -effecten voor onderbouwing van het landelijke (generieke) en regionale beleid. Voor meer specifieke emissie beperkende maatregelen op lokale schaal is het inzicht in de processen en effecten op deze schaal echter beperkt. Dit laat zich vertalen in behoefte aan informatie over temporele en ruimtelijke variatie in emissie, depositie, en gevoeligheid van ecosystemen op lokale schaal. Ook is het van belang betere mogelijkheden te hebben dan nu het geval is om beleidsmaatregelen tegen elkaar af te wegen, zoals bijvoorbeeld bepaling van de noodzaak tot het nemen van lokale maatregelen (wegnemen van piekbelastingen) ten opzichte van regionale of landelijke maatregelen (wegnemen van de achtergrondbelasting) ; of bepaling van maatregelen ten aanzien van verkeer of industrie (NOx) ten opzichte van de landbouw (NH3). Daarvoor is het nodig te beschikken over blootstelling/respons relaties voor de invloed van stikstof-deposities op verschillende natuur-doeltypen, informatie over de mate en snelheid waarmee ecosystemen herstellen bij vermindering van N-depositie, kortom informatie waarmee de baten van emissie-redukties van gereduceerd en geoxideerd N met elkaar vergeleken kunnen worden. In dit rapport worden bovengenoemde vragen gerelateerd aan beschikbare informatie en aan de resultaten die van lopend onderzoek verwacht worden, en wordt beschreven welk onderzoek adequaat is om de kennishiaten op te vullen. Ook wordt een prioritering in het onderzoek aangegeven met als uitgangspunten dat er een directe relatie met de bovengenoemde beleidsvragen moet zijn, en dat er relevante resultaten geboekt moeten kunnen worden binnen een enkele jaren durend onderzoeksprogramma van een bescheiden omvang.