• Evaluatie van de ebolapreparatie in Nederland (2014-2015)

      Swaan CM; Ory S; Jacobi AJ; Schol LGC; Timen A; P&B; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-11-15)
      Van 2014 tot 2016 was er een ebola-uitbraak in West-Afrika. Vanwege de kleine kans dat zich onder reizigers terugkerend uit West-Afrika besmettingsgevallen zouden voordoen, zijn in Nederland voorbereidingen getroffen. Het RIVM heeft voor medische professionals richtlijnen opgesteld hoe om te gaan met een patiënt met (verdenking van) ebola. Ook heeft het RIVM landelijke bijeenkomsten georganiseerd om de voorbereidingen onderling af te stemmen. Deze evaluatie gaat in op de manier waarop betrokkenen uit de curatieve zorg (ziekenhuizen, huisartsen en ambulances) en openbare gezondheidszorg (GGD'en en Centrum infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM) met elkaar hebben samengewerkt ten tijde van de eboladreiging. In het algemeen waren de betrokkenen tevreden over de onderlinge samenwerking. Wel bleek de aanpak in de verschillende regio's te verschillen. Zo verschilde per regio wie het initiatief nam voor de regionale afstemming: het UMC, de GGD of zij wachtten op landelijke instructies. Daarnaast was de regio-indeling niet altijd duidelijk omdat de regio-indeling voor verwijzingen van patiënten naar UMC's verschilt van de veiligheidsregio's waarbinnen voorbereiding op de opvang van eventuele ebolapatiënten (preparatie) plaatsvond. Ten slotte was er behoefte om de beschermende middelen en maatregelen, bedoeld om overdracht van het virus van de patiënt naar de zorgverlener te voorkomen, meer te standaardiseren. De betrokken partijen zouden hier graag meer landelijke sturing op zien, zodat er uniformiteit is in de voorbereiding en duidelijker is waar het initiatief moet liggen. De informatievoorziening door het CIb van het RIVM werd als adequaat beoordeeld. Men zou de landelijke bijeenkomsten graag willen uitbreiden om meer betrokkenen hieraan te kunnen laten deelnemen. Tot slot was er vanuit geïnterviewde medewerkers van de UMC's behoefte aan inzicht in de criteria op basis waarvan bestuurders van UMC's en het ministerie van VWS tot de keuze komen welke UMC's aangewezen worden voor langdurige behandeling van patiënten. Gewenste verbeterpunten zijn: een uniformere preparatie, de ontwikkeling van heldere criteria voor bestuurders van ziekenhuizen en zorgorganisaties voor centralisatie van opvang en behandeling van ebola patiënten, duidelijk ingedeelde regio's waarin ketenpartners samenwerken in de ebola preparatie, en een duidelijker rol voor het CIb bij de landelijke regie. Het CIb heeft inmiddels een Platform Preparatie Groep A-ziekten opgericht om deze verbeterpunten uit te werken met betrokkenen uit ziekenhuizen, ambulance, huisartsen, en GGD'en.
    • Infectieziektebestrijding en werknemersgezondheid : Jaarrapportage 2013

      Meerstadt-Rombach FS; Heimeriks CT; Swaan CM; Sitters I; P&B; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-01-09)
      Sinds 2006 heeft het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM structureel aandacht voor de gezondheid van werknemers. Dit komt voort uit het project 'Infectieziektebestrijding en Werknemersgezondheid', dat het CIb in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) sindsdien uitvoert. Het doel van dit project is de gezondheid van werknemers, die als gevolg van hun werkzaamheden risico lopen te worden blootgesteld aan infectieziekten, te bewaken en te bevorderen. Werknemersgezondheid vast onderdeel binnen CIb De gezondheid van werknemers wordt bevorderd door bij uitbraken van infectieziekten expliciet rekening te houden met specifieke risico's voor werknemers. Zo vormt sinds 2011 een arboprofessional een vast onderdeel van de experts van het Outbreak Management Team (OMT), dat voor een dreigende epidemie wordt ingezet, en van het Deskundigenberaad, dat voor minder acute zaken samenkomt. Ook wordt bij de vier overlegstructuren die het CIb heeft voor zijn taak om infectieziekten te signaleren structureel naar werknemersgezondheid gekeken: het wekelijkse CIb-signaleringsoverleg, het wekelijkse LCI-casuïstiekoverleg, het maandelijkse Signaleringsoverleg zoönosen (SO-Z) en het landelijk Overleg Infectieziekten (LOI). Kennis verbreden en verspreiden Om het doel van het project te bereiken is het van belang de kennis over arbeidsgerelateerde infectieziekten bij arboprofessionals te vergroten. Kennis over infectieziekten in relatie tot de werkomstandigheden wordt op diverse manieren verspreid, bijvoorbeeld via de digitale berichtenservice voor arboprofessionals (Arbo-inf@ct), onderwijs (NSPOH), presentaties voor beroepsgroepen en artikelen in vaktijdschriften. Bovendien is er structureel aandacht voor werkgerelateerde aspecten in voorlichtingsmateriaal van het RIVM (toolkits) en in de LCI-richtlijnen. Andere maatregelen en producten uit 2013 Net als in voorgaande jaren is in 2013 een veelheid aan andere producten geleverd. Voorbeelden hiervan zijn: arboparagrafen in de LCI-richtlijnen en toolkits, signalen en risico-inschattingen richting SZW, beantwoording van vragen uit het veld en arborelevante input bij werkgroepen. Extra aandacht was er dit jaar voor verscheidene arbo-onderwerpen bij de mazelenuitbraak, zoals een bijdrage de aangepaste landelijke richtlijnen en informatie voor arboprofessionals en SZW.
    • PrEP-dossier : Pre-Expositie Profylaxe voor hiv-negatieven in Nederland

      Urbanus AT; Blom C; Zantkuijl P; David S; P&B; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-07-26)
      In October 2016, the Minister for Health, Welfare and Sport requested advice from the Health Council of the Netherlands on the use of medication to prevent HIV infection (pre-exposure prophylaxis, or PrEP) in people with an increased risk of HIV. The National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) compiled background information to support the Health Council of the Netherlands. Important points in this background information are: HIV continues to be a dangerous viral infection but can be regarded as a chronic disease, provided that it is discovered early on and properly treated. In these cases there is also a very small chance of the virus being transmitted to another individual. HIV transmission can be prevented by condom usage, regular HIV testing and prompt treatment of infection. PrEP is a new method of preventing HIV infection, which involves taking antiviral medication before sexual contact with a (possibly) HIV-positive individual. Healthcare providers determine who is eligible to use PrEP based on a professional guideline on the risk of HIV and sexual behaviour. PrEP is registered and available in the Netherlands, but the high costs of usage and associated healthcare are not covered by insurance. PrEP has been proven to be effective and safe when used properly. Compliance is essential, as is the associated healthcare: anyone using PrEP must be tested for HIV on a regular basis in order to promptly detect (resistant) HIV infections for which the medication is ineffective. Regular liver and kidney function tests are also required, and PrEP users should also undergo regular testing for other sexually transmitted diseases.
    • Terugblik RVP 2014

      Conyn-van Spaendonck MAE; P&B; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-04-23)
      Vaccinatiegraad RVP Het RIVM blikt jaarlijks terug op ontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), zowel inhoudelijk als organisatorisch. Net als in voorgaande jaren liggen in 2014 de landelijke gemiddelde vaccinatiepercentages voor alle vaccinaties voor zuigelingen, kleuters en schoolkinderen ruim boven de 90 procent; voor zuigelingen zelfs boven de 95 procent. Uitzondering hierop vormt de deelname aan de HPVvaccinatie, die overigens wel verder is gestegen tot 59 procent. Punt van aandacht blijft dat iets minder kinderen aan de vaccinaties deelnemen naarmate zij ouder worden. Opvallende gebeurtenissen Het HPV-vaccinatieschema is in 2014 teruggebracht van drie naar twee prikken. Uit onderzoek is gebleken dat twee prikken nagenoeg dezelfde bescherming bieden als drie prikken. De minister van VWS heeft het schema aangepast nadat de Europese Geneesmiddelautoriteit (EMA) hierover een besluit had genomen. In 2014 is de Wet langdurige zorg (Wlz) van kracht geworden en is de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vervallen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de RVP bij de gemeenten komen te liggen. De wetsartikelen over het RVP die in de AWBZ stonden, zijn opgenomen in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Alle partijen die bij de vaccinaties zijn betrokken, hebben intensief samengewerkt om de huidige, goed lopende praktijk wettelijk te verankeren. De Wpg zal naar verwachting in januari 2018 in werking treden. Naar aanleiding van een Europese richtlijn over het gebruik van veilige naaldsystemen gaat ook het RVP van deze systemen gebruikmaken. Besloten is dat instellingen die de vaccinaties toedienen zelf de veilige naalden gaan inkopen. Deze prijsverhoging is verwerkt in de vergoeding van VWS aan de uitvoerders van de 2,5 miljoen vaccinaties die jaarlijks binnen het RVP worden gegeven. Bonaire, Saba en St. Eustatius (Caribisch Nederland) zijn in 2010 bijzondere gemeenten van Nederland geworden. In overleg met de uitvoerende instanties van die eilanden wordt het RVP-schema aldaar gelijkgetrokken met dat van Nederland. Met oog daarop zijn in 2014 diverse aanpassingen gedaan: de meningokokken C-vaccinatie is ingevoerd, de gebruikte vaccins zijn geharmoniseerd, en de prikschema's zijn aangepast.
    • Terugblik RVP 2015

      Conyn-van Spaendonck MAE; P&B; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-04-21)
      In de Terugblik RVP 2015 beschrijft het RIVM de ontwikkelingen binnen het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), zowel inhoudelijk als organisatorisch in 2015. Vaccinatiegraad Net als in voorgaande jaren liggen in 2015 de landelijke gemiddelde vaccinatiepercentages voor alle vaccinaties voor zuigelingen, kleuters en schoolkinderen ruim boven de 90 procent Voor zuigelingen ligt het zelfs boven de 95 procent. Uitzondering hierop vormt de deelname aan de HPV-vaccinatie, die overigens wel is gestegen van 59 naar 61 procent. Ook de deelname onder zuigelingen in Caribisch Nederland aan de DKTP-, BMR- en pneumokokkenvaccinatie was hoog. De eilanden hebben sinds 2015 hetzelfde vaccinatieschema als Nederland. Lijmresten Een uitzending van Een Vandaag zorgde voor onrust over de mogelijke aanwezigheid van lijmresten in injectienaalden die ook werden gebruikt bij vaccinaties. Uit voorzorg zijn deze naalden enkele weken niet gebruikt, totdat zeker kon worden gesteld dat het gebruik ervan geen gezondheidsschade veroorzaakt. Maternale kinkhoestvaccinatie De Gezondheidsraad heeft in 2015 de minister van VWS geadviseerd om kinkhoestvaccinatie voor zwangere vrouwen in te voeren, zodat kwetsbare baby's beter worden beschermd tegen kinkhoest. Het RIVM/CIb startte eind 2015 een verkenning van mogelijke scenario's voor de uitvoering van deze kinkhoestvaccinatie. Informed consent en Praeventis Het RVP wordt per 1 januari 2018 verankerd in de gewijzigde Wet publieke gezondheid (Wpg). Om vaccinaties binnen deze wet te kunnen blijven registreren, is expliciet toestemming van de ouders nodig om de vaccinatiegegevens van hun kind te registeren in een landelijk register (informed consent). Deze toestemming kan worden gevraagd tijdens het consult met de ouders, waarin de uitvoerder de vrijwillige deelname aan het RVP en de registratie bespreekt. Het huidige registratiesysteem 'Praeventis' is verouderd. Afgelopen jaar is een analyse voor vernieuwing in gang gezet.