• Vitamine D: maximale verrijkingsniveaus voor voedingsmiddelen en maximale dagdosering voor supplementen : Rekenkundige onderbouwing met behulp van scenario's

      Verkaik-Kloosterman J; Beukers MH; Dekkers A; P&V ; M&B ; SMG; V&Z ; BDV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-02-24)
      Dit rapport bevat een erratum d.d.1-11-2014, na pagina 110 Sinds 2004 is het in Nederland toegestaan om vitamine D toe te voegen aan een ruim assortiment voedingsmiddelen. Tot die tijd was het alleen bij een beperkt aantal voedingsmiddelen toegestaan, zoals margarine en zuigelingenvoeding. In 2007 heeft het ministerie van VWS een maximum bepaald voor de toevoeging van vitamine D aan voedingsmiddelen. Ook geldt er een maximum gehalte voor vitamine D in supplementen. Beide maxima zijn vastgesteld met behulp van de 'aanvaardbare bovengrens' voor vitamine D inname. In 2012 heeft de European Food Safety Authority (EFSA) die 'aanvaardbare bovengrens' voor vitamine D verhoogd. Door deze verhoging wil het ministerie van VWS de nu geldende maxima voor toevoeging van vitamine D aan voedingsmiddelen en aan supplementen heroverwegen. Als input voor de besluitvorming hierover heeft het RIVM verschillende scenario's doorgerekend. Voedingsmiddelen mogen op dit moment verrijkt worden met vitamine D tot een maximum van 4,5 microgram per 100 kilocalorieën van een voedingsmiddel. Voor supplementen geldt op dit moment een maximale dagdosering; dat is de hoeveelheid die mensen volgens de aanwijzingen op de verpakking van een product kunnen innemen. Voor kinderen tot en met 10 jaar is dat 15 microgram; voor personen vanaf 11 jaar is dat 25 microgram. Voor dit onderzoek is het rekenmodel dat het RIVM voor dit soort berekeningen gebruikt vernieuwd. Hiermee is bepaald hoeveel ruimte er is voor extra inname van vitamine D uit verrijkte voedingsmiddelen of uit supplementen, naast de hoeveelheid die mensen via gewone voeding binnenkrijgen, totdat de aanvaardbare bovengrens wordt bereikt. Om dit te bepalen zijn gegevens gebruikt van de Nederlandse voedselconsumptiepeiling (VCP), die het consumptiepatroon in kaart brengt. Bij de berekeningen is aangenomen dat het in principe voor iedereen veilig zou moeten zijn om naast vitamine D inname uit de gewone voeding ook een bepaalde hoeveelheid vitamine D uit verrijkte voedingsmiddelen en supplementen binnen te krijgen.