• Vitamine D inname van zuigelingen op basis van huidige voedselverrijking en suppletie-advies : Scenario-analyses

      Verkaik-Kloosterman J; Beukers MH; Jansen-van der Vliet M; Dekkers ALM; P&V ; RIO; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-04-04)
      Dit rapport bevat een gewijzigd rapport in het kort en abstract. In dit rapport worden scenario-analyses gepresenteerd van de vitamine D inname van zuigelingen. In het 'rapport in het kort' is helaas onvoldoende duidelijk dat het om scenarioberekeningen op basis van voedselconsumptiegegevens gaat, waarmee de vitamine D inname geschat wordt. De werkelijke inname van vitamine D door zuigelingen is niet gemeten. In 2012 heeft de European Food Safety Authority (EFSA) de aanvaardbare bovengrens van inname voor vitamine D herzien. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gevraagd uit te zoeken wat deze herziening van de aanvaardbare bovengrens van inname betekent voor de Nederlandse bevolking. In dit briefrapport staat het eerste deel van het onderzoek beschreven ten aanzien van vitamine D inname door zuigelingen. Uit de scenarioberekeningen blijkt dat het overgrote deel van de zuigelingen (0-19 maanden) een vitamine D inname had die onder de bovengrens ligt die door de EFSA is vastgesteld (25 µg/dag). Naar schatting had 4-11% van de zuigelingen van 7-11 maanden een inname boven deze bovengrens. Overschrijding van de bovengrens hoeft niet direct te leiden tot nadelige gezondheidseffecten. De berekende vitamine D inname ligt maximaal 5 µg boven de bovengrens. Bovendien geldt deze overschrijding hooguit voor een beperkt aantal maanden, aangezien de vitamine D inname daalt met de leeftijd en de bovengrens hoger is voor kinderen vanaf 1 jaar (50 µg/dag). Bij de scenarioberekeningen in dit rapport is de aanname gemaakt dat alle kinderen dagelijks 10 microgram extra vitamine D krijgen, conform het huidige suppletieadvies. Daarnaast is de inname van vitamine D via de voeding mee genomen. Het gaat hierbij om zowel zuigelingenvoeding als andere voedingsmiddelen, inclusief producten die momenteel verrijkt zijn met vitamine D. Voor de vaststelling van het vitamine D-gehalte van verrijkte voedingsmiddelen en supplementen is uitgegaan van het gehalte zoals vermeld op de verpakking. Aanvullend onderzoek is nodig om beter inzicht te krijgen in de werkelijke hoeveelheid vitamine D die zuigelingen binnenkrijgen. Daarnaast is het ook van belang om te onderzoeken in hoeverre deze berekende mate en duur van overschrijding van de aanvaardbare bovengrens zal leiden tot nadelige gezondheidseffecten.