• Kwaliteitscontrole parameters van de Nederlandse Down syndroom screening laboratoria, 2013

      Siljee J; Bom E; PNB; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-06-02)
      De zogeheten combinatietesten die de zeven Nederlandse screeningslaboratoria op downsyndroom uitvoeren, zijn in 2013 volgens de kwaliteitseisen uitgevoerd. De laboratoria voldeden in het algemeen aan de landelijke kwaliteitseisen en aan het internationale kwaliteitsprogramma UK-NEQAS. Dit blijkt uit een evaluatie van het RIVM. Hiermee wordt voldaan aan de opdracht van het ministerie van VWS om de kwaliteit van de combinatietest te bewaken. De screening op het syndroom van Down is sinds 1 januari 2007 voor iedereen beschikbaar in een landelijk screeningsprogramma. Later is daar de screening op de syndromen van Edwards en Patau aan toegevoegd. Voor de screening worden een hormoon en een eiwit gemeten en wordt een nekplooimeting uitgevoerd. In 2013 zijn in totaal 52263 screeningstests uitgevoerd. Dat jaar liet in Nederland 29,9 procent van de zwangeren een dergelijke test uitvoeren. Dat is iets meer dan in 2009-2012. De laboratoria voeren alle bloedanalyses uit. De kansberekening op basis van die bloedanalyse kan door het laboratorium maar ook door een deel van de echocentra in Nederland worden uitgevoerd. In 46 procent van de afgenomen combinatietesten heeft de berekening van de kans op syndroom van Down, Edwards en Patau bij de laboratoria plaatsgevonden. Voor deze evaluatie waren alleen de gegevens over de kansberekening van de laboratoria beschikbaar. De leeftijd waarop de test het vaakst wordt afgenomen varieert van 31,8 tot 33,5 jaar (mediane leeftijd). Het aantal zwangeren dat volgens de screeningtest een verhoogde kans heeft op een kind met het syndroom van Down verschilt iets per laboratorium (tussen de 5,1 en 6,8 procent). Deze verschillen ontstaan onder andere doordat de gemiddelde leeftijd van zwangeren die voor deze screeningtests kiezen per regio iets verschilt
    • Kwaliteitscontrole parameters van de Nederlandse Down syndroom screening laboratoria, 2014-2015

      Carbo E; Bom E; PNB; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-06-02)
      De zogeheten combinatietesten die zeven Nederlandse screeningslaboratoria op downsyndroom uitvoerden voldeden in 2014 en 2015 in het algemeen aan de kwaliteitseisen . Dit blijkt uit een evaluatie van het RIVM. Hiermee wordt voldaan aan de opdracht van het ministerie van VWS aan het RIVM om de kwaliteit van de combinatietest te laten bewaken. De screening op het syndroom van Down is sinds 1 januari 2007 voor iedereen beschikbaar in een landelijk screeningsprogramma. Later is hieraan de screening op de syndromen van Edwards en Patau aan toegevoegd. Voor de screening worden de concentraties van een hormoon en een eiwit gemeten via een bloedtest en wordt een nekplooimeting via een echo bij de foetus uitgevoerd. In 2014 zijn in totaal 58955 screeningstests uitgevoerd en in 2015 60422; daarmee liet 33,0 procent (2014) en 34,7 procent (2015) van de zwangeren een combinatie test uitvoeren. Dat is iets meer dan in 2009-2013. Het percentage binnen de verschillende leeftijdscategorieën laat door de jaren heen een verandering zien: vrouwen onder de 36 jaar lieten in 2015 relatief vaker een test uitvoeren dan voorheen, terwijl vrouwen van boven de 36 jaar dat in 2015 relatief minder vaak deden. Dit is mogelijk te verklaren doordat sinds 2015 de test voor vrouwen boven de 36 jaar niet meer in het basispakket van de zorgverzekering valt. De laboratoria voeren alle bloedanalyses uit. De kansberekening op basis van die bloedanalyse kan óf door het laboratorium óf door een deel van de echocentra in Nederland worden uitgevoerd. Bij de laboratoria heeft de kansberekening in 2015 voor 46 procent van de totaal afgenomen combinatietesten plaatsgevonden. Voor de evaluatie van de kwaliteitsindicatoren waren alleen de gegevens over de kansberekening van de laboratoria beschikbaar. De leeftijd waarop de test in 2015 het meest frequent wordt afgenomen varieert van 31,4 tot 32,9 jaar tussen de laboratoria. Het aantal zwangeren dat volgens de screeningtest een verhoogde kans heeft op een kind met het syndroom van Down ligt bij alle laboratoria tussen de 4,0 en 5,9 procent. Deze verschillen ontstaan onder andere doordat de gemiddelde leeftijd van zwangeren die voor deze screeningstests kiezen per regio iets verschilt.
    • Overzicht kwaliteitsindicatoren regionale laboratoria voor Down syndroom screening - 2015 RIVM

      Bom E; Rodenburg W; PNB; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-04-07)
      Het screeningslaboratorium van het RIVM is een van de zeven laboratoria in Nederland die de zogeheten combinatietest uitvoert voor zwangere vrouwen op de syndromen van Down, Edwards en Patau. Dit rapport beschrijft de kwaliteitsindicatoren van de analyses die het laboratorium uitvoert voor de combinatietest. In 2015 voldeden de analyses aan de gestelde kwaliteitseisen. Op basis van deze conclusie zijn er geen aanbevelingen voor verbeteringen nodig. De combinatietest bepaalt de kans op de syndromen door een hormoon en een eiwit te meten, in combinatie met een echoscopische nekplooimeting en de leeftijd van de moeder. In 2015 zijn 12.258 combinatietesten uitgevoerd bij het RIVM. Het percentage 'hoog risico'-uitslagen was iets lager dan in 2014. De percentages 'hoog risico' uitslagen voor het Edwards- en Patausyndroom zijn vrijwel gelijk gebleven aan het voorgaande jaar. Naast de jaarlijkse kwaliteitsindicatoren is dit keer de prestatie van de combinatietest beschreven op basis van RIVM-analyses voor de regio Utrecht en Leiden van 2013 tot en met 2015. Het screeningslaboratorium van het RIVM, voert de analyses uit voor de Stichting Prenatale Screening Regio Utrecht (SPSRU) en het Regionaal Centrum Prenatale Screening noordelijk Zuid Holland (RCNZH)