• Perspectieven voor de oplossing van de ammoniakproblematiek in de Nederlandse natuur

      Erisman JW; Bleeker A; Bakema AH; Adrichem MJA van; Heuberger PSC; Klein MHJ; Beije HM; Latour J; Hoogervorst NJP; Egmond PM van; et al. (1997-08-31)
      Depositie van ammoniak is een van de grootste bedreigingen voor de vitaliteit van de Nederlandse natuurgebieden. De scenario's uit de 4e Milieuverkenning geven aan dat in 2010 de ammoniakemissie zal afnemen van 144 kton tot 102 kton (reductie tov 1995 van 30%) en in 2020 tot 92 kton (reductie tov 1995 van 40%). Voor 2020 is een scenario opgesteld waarbij is aangegeven wat maximaal haalbaar is door inzet van extra technische en volume maatregelen (2020). Bij een dergelijk maximaal scenario kan in 2020 de emissie tot maximaal 50 kton (65% t.o.v. 1995) gereduceerd worden. Als het natuurbeleid maatgevend is voor het ammoniakbeleid, is de benodigde emissiereductie minstens 70% t.o.v. 1980 (emissie 1980: 234 kton). Het spanningsveld tussen landbouw en natuur aangaande de ammoniakproblematiek is dus groot. Dit is mede het gevolg van de ligging van de intensieve landbouwgebieden op de arme zandgronden, waar ook juist de meest voor verzuring en vermesting gevoelige natuur zich bevindt. Bij het zoeken naar oplossingen is het daarom goed om enerzijds te kijken naar mogelijkheden om de emissies te verlagen en de effecten te verminderen en anderzijds de ruimtelijke samenhang tussen landbouw en natuur te ontkoppelen. Deze opties zijn hier als 2 afzonderlijk sporen bekeken: 1: spelen met doelen ; de ruimtelijke koppeling tussen landbouw en natuur blijft bestaan maar er wordt maximaal gebruik gemaakt van tal van beheersmaatregelen en aanvullend beleid om de ammoniak emissies en de effecten op de natuur te verminderen. 2: schuiven met functies ; de landbouw en natuur worden ruimtelijk gescheiden door in sommige regio's de emissie te verlagen zodat er in andere gebieden juist een verhoging van emissies kan plaatsvinden, terwijl de natuurdoelen daar nog volledig gerealiseerd kunnen worden. Conclusies van deze studie zijn: 1) Wanneer er wordt uitgegaan van de huidige ruimtelijke verdeling van emissiegebied (landbouwactiviteit) en natuur (EHS), zal het spanningsveld, ondanks forse emissiereducties, blijven bestaan ; 2) Effectgerichte maatregelen en het aanleggen van bufferzones dragen bij aan het verminderen van de spanning tussen ammoniakdeposities uit de landbouw en natuur maar kunnen dit niet geheel oplossen ; 3) Ruimtelijke scheiding van intensieve landbouw en kwetsbare natuur kan extra ruimte geven voor het oplossen van de spanning tussen landbouw en natuur.