• Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid : 2017-2022

      Broek I van den; Broek I van den; Deug F; Haastrecht P van; RGI; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-05-18)
      Het Nationale Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid presenteert voor de komende vijf jaar een integrale aanpak waarin een positieve benadering van seksualiteit centraal staat. Uitgangspunt van seksuele gezondheid is dat inwoners van Nederland goed geïnformeerd zijn om hierover verstandige keuzes te maken. Behalve goede preventieve maatregelen moeten zij bij problemen toegang hebben tot laagdrempelige en betaalbare zorg. Het actieplan bestaat uit zes pijlers. Twee daarvan zijn overkoepelende onderwerpen: seksuele vorming en surveillance & monitoring. Seksuele vorming is de basis voor een gezonde seksuele ontwikkeling en is belangrijk om soa, hiv, ongewenste zwangerschap en seksueel geweld te voorkomen. Surveillance betekent bijhouden bij hoeveel mensen er problemen optreden. Deze gegevens zijn nodig om effectieve maatregelen, behandeling en beleid, op te kunnen zetten. Vervolgens wordt het effect daarvan in kaart gebracht (monitoring). De andere vier pijlers benoemen specifieke doelen voor soa, hiv, ongewenste zwangerschap en seksueel geweld, vooral onder kwetsbare groepen. Een van de doelen is het verminderen van klachten door de geslachtsziekte chlamydia. Een andere ambitie: jaarlijks de helft minder mensen die syfilis, gonorroe en hiv oplopen. De volgende hiv-doelstellingen zijn in het actieplan opgenomen: 95 procent van de mensen met hiv in 2022 weet dat ze de ziekte heeft, 95 procent van hen is onder behandeling en bij 95 procent is het hiv-virus niet meer aantoonbaar. Een ander streven is dat in Nederland geen mensen meer overlijden aan aids. Om ongewenste zwangerschappen te voorkomen is het belangrijk dat alle mensen in Nederland laagdrempelige toegang hebben tot anticonceptiemiddelen en goede informatie. Belangrijk is het tegengaan van seksueel geweld en zorg voor de slachtoffers. Op scholen is daarom structurele aandacht nodig voor grensoverschrijdend gedrag. Hiervoor staat (bij)scholing van professionals in zorg en onderwijs centraal. Het Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid 2017-2022 is onder de regie van het RIVM tot stand gekomen in samenwerking met de voornaamste veldpartijen die werken op het gebied van seksuele gezondheid.
    • Nationaal Plan Tuberculosebestrijding 2016-2020 : Op weg naar eliminatie

      de Vries G; Riesmeijer R; RGI; I&V (Rijkinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMKNCV Tuberculosefonds, 2016-03-10)
      Het Nationaal plan tuberculosebestrijding 2016-2020 geeft aan welke maatregelen de komende vijf jaar nodig zijn om de tuberculosebestrijding in Nederland verder te verbeteren. Het doel is om de overdracht van tuberculose en het aantal patiënten de komende vijf jaar met 25 procent terug te dringen. De belangrijkste nieuwe interventie om dat te bereiken is dat immigranten en asielzoekers die Nederland binnenkomen gescreend zullen worden op een latente tuberculose-infectie, en indien geïnfecteerd zo mogelijk worden behandeld. Het plan is opgesteld door het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, in samenwerking met KNCV Tuberculosefonds en organisaties die betrokken zijn bij de tuberculosebestrijding. Het plan geeft invulling aan de doelstelling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om het aantal mensen met tuberculose in 2035 met 90 procent terug te brengen. Deze doelstelling is onderdeel van de Global End TB Strategy van de WHO, waarmee Nederland in 2014 heeft ingestemd. Tuberculose is een meldingsplichtige infectieziekte die door een bacterie wordt veroorzaakt. In Nederland wordt tuberculose jaarlijks bij circa 800 à 900 mensen gediagnosticeerd. Mensen kunnen de bacterie lang bij zich dragen zonder er ziek van te worden. Later kan de ziekte alsnog optreden; dit is de reden voor de invoering van de screening op een latente tuberculose-infectie. Tuberculose is over het algemeen goed te behandelen, maar patiënten moeten daarvoor minimaal zes maanden dagelijks medicijnen innemen.
    • National Action Plan on STIs, HIV and Sexual Health : 2017-2022

      David S; van Benthem B; Deug F; van Haastrecht P; RGI; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-07-20)
      Het Nationale Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid presenteert voor de komende vijf jaar een integrale aanpak waarin een positieve benadering van seksualiteit centraal staat. Uitgangspunt van seksuele gezondheid is dat inwoners van Nederland goed geïnformeerd zijn om hierover verstandige keuzes te maken. Behalve goede preventieve maatregelen moeten zij bij problemen toegang hebben tot laagdrempelige en betaalbare zorg.<br> <br>Het actieplan bestaat uit zes pijlers. Twee daarvan zijn overkoepelende onderwerpen: seksuele vorming en surveillance & monitoring. Seksuele vorming is de basis voor een gezonde seksuele ontwikkeling en is belangrijk om soa, hiv, ongewenste zwangerschap en seksueel geweld te voorkomen. Surveillance betekent bijhouden bij hoeveel mensen er problemen optreden. Deze gegevens zijn nodig om effectieve maatregelen, behandeling en beleid, op te kunnen zetten. Vervolgens wordt het effect daarvan in kaart gebracht (monitoring). <br> <br>De andere vier pijlers benoemen specifieke doelen voor soa, hiv, ongewenste zwangerschap en seksueel geweld, vooral onder kwetsbare groepen. Een van de doelen is het verminderen van klachten door de geslachtsziekte chlamydia. Een andere ambitie: jaarlijks de helft minder mensen die syfilis, gonorroe en hiv oplopen. De volgende hiv-doelstellingen zijn in het actieplan opgenomen: 95 procent van de mensen met hiv in 2022 weet dat ze de ziekte heeft, 95 procent van hen is onder behandeling en bij 95 procent is het hiv-virus niet meer aantoonbaar. <br> <br>Een ander streven is dat in Nederland geen mensen meer overlijden aan aids. Om ongewenste zwangerschappen te voorkomen is het belangrijk dat alle mensen in Nederland laagdrempelige toegang hebben tot anticonceptiemiddelen en goede informatie. Belangrijk is het tegengaan van seksueel geweld en zorg voor de slachtoffers. Op scholen is daarom structurele aandacht nodig voor grensoverschrijdend gedrag. Hiervoor staat (bij)scholing van professionals in zorg en onderwijs centraal.<br>Het Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid 2017-2022 is onder de regie van het RIVM tot stand gekomen in samenwerking met de voornaamste veldpartijen die werken op het gebied van seksuele gezondheid.<br>
    • National Tuberculosis Control Plan 2016-2020 : Towards elimination

      de Vries G; Riesmeijer R; RGI; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-03-24)
      Het Nationaal plan tuberculosebestrijding 2016-2020 geeft aan welke maatregelen de komende vijf jaar nodig zijn om de tuberculosebestrijding in Nederland verder te verbeteren. Het doel is om de overdracht van tuberculose en het aantal patiënten de komende vijf jaar met 25 procent terug te dringen. De belangrijkste nieuwe interventie om dat te bereiken is dat immigranten en asielzoekers die Nederland binnenkomen gescreend zullen worden op een latente tuberculose-infectie, en indien geïnfecteerd zo mogelijk worden behandeld. Het plan is opgesteld door het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, in samenwerking met KNCV Tuberculosefonds en organisaties die betrokken zijn bij de tuberculosebestrijding. Het plan geeft invulling aan de doelstelling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om het aantal mensen met tuberculose in 2035 met 90 procent terug te brengen. Deze doelstelling is onderdeel van de Global End TB Strategy van de WHO, waarmee Nederland in 2014 heeft ingestemd. Tuberculose is een meldingsplichtige infectieziekte die door een bacterie wordt veroorzaakt. In Nederland wordt tuberculose jaarlijks bij circa 800 à 900 mensen gediagnosticeerd. Mensen kunnen de bacterie lang bij zich dragen zonder er ziek van te worden. Later kan de ziekte alsnog optreden; dit is de reden voor de invoering van de screening op een latente tuberculose-infectie. Tuberculose is over het algemeen goed te behandelen, maar patiënten moeten daarvoor minimaal zes maanden dagelijks medicijnen innemen.
    • Subsidiekader RIVM-CIb 2017

      Hogenbirk R; RGI; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-07-01)
      Het RIVM-CIb verstrekt in 2017 namens het ministerie van Volksgezond-heid, Welzijn en Sport subsidies op het gebied van infectieziekte-bestrijding en/of seksuele gezondheid. Bij dergelijke subsidieaanvragen moet worden voldaan aan de algemene, inhoudelijke en procedurele uitgangspunten en criteria, die in dit Subsidiekader RIVM-CIb 2017 zijn beschreven. Momenteel verstrekt het RIVM-CIb subsidie op het gebied van seksuele gezondheid aan Soa Aids Nederland, Rutgers, Hiv Vereniging Nederland en Stichting Hiv Monitoring. Op het gebied van antibioticaresistentie gebeurt dat aan Stichting Werkgroep Infectiepreventie en Stichting Werkgroep Antibioticabeleid en op het gebied van tuberculose aan KNCV Tuberculosefonds. Deze organisaties ontvangen deze subsidies al langere tijd. Een belangrijk aspect van deze subsidies is dat de desbetreffende kenniscentra hiermee mede in stand worden gehouden. Het subsidieprogramma van het RIVM-CIb is open van karakter. Dit betekent dat ook andere organisaties een aanvraag tot subsidieverlening kunnen indienen. Dit kan zowel een instellings- als een projectsubsidie zijn.
    • Subsidiekader RIVM-CIb 2018

      Hogenbirk R; RGI; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-06-30)
      Het RIVM-CIb verstrekt in 2018 namens het ministerie van Volksgezond-heid, Welzijn en Sport subsidies op het gebied van infectieziekte-bestrijding en/of seksuele gezondheid. Bij dergelijke subsidieaanvragen moet worden voldaan aan de algemene, inhoudelijke en procedurele uitgangspunten en criteria, die in dit Subsidiekader RIVM-CIb 2018 zijn beschreven. Momenteel verstrekt het RIVM-CIb subsidie op het gebied van seksuele gezondheid aan Soa Aids Nederland, Rutgers, Hiv Vereniging Nederland en Stichting Hiv Monitoring. Op het gebied van antibioticaresistentie gebeurt dat aan Stichting Werkgroep Antibioticabeleid en op het gebied van tuberculose aan KNCV Tuberculosefonds. Deze organisaties ontvangen deze subsidies al langere tijd. Een belangrijk aspect van deze subsidies is dat de desbetreffende kenniscentra hiermee mede in stand worden gehouden. Het subsidieprogramma van het RIVM-CIb is open van karakter. Dit betekent dat ook andere organisaties een aanvraag tot subsidieverlening kunnen indienen. Dit kan zowel een instellings- als een projectsubsidie zijn.