• Gezondheidseffecten van hoge en lage vitamine A-inname in Nederland : Welke kennis is beschikbaar en wat ontbreekt. Technische rapportage

      Vennemann FBC; van Oeffelen AAM; van de Kamp ME; Verkaik-Kloosterman J; V&G; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-07-02)
      In Nederland komt het voor dat mensen weinig vitamine A innemen. Sommigen krijgen er juist veel van binnen, vooral kinderen (bijvoorbeeld als zij veel smeerleverworst eten). Met de huidige stand van de wetenschap is nog niet duidelijk of dit schadelijk is voor de gezondheid. Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat er een samenhang is tussen een hoge inname van vitamine A (retinol), een lagere botdichtheid en een verhoogd risico op botbreuken. Sluitend bewijs daarvoor ontbreekt. Vitamine A kan worden gegeten in de vorm van retinol, dat veel in dierlijke producten zit, en als caroteen, dat vooral in plantaardige producten zit. Bij een hoge inname gaat het om een teveel aan retinol; bij een lage inname is de totale vitamine A-inname van belang. Dit blijkt uit literatuuronderzoek van het RIVM waarin de stand van zaken in de wetenschappelijke literatuur sinds 2008 in kaart is gebracht. Aanleiding is de aanbeveling van de Gezondheidsraad uit 2008 om te onderzoeken of een lage en hoge inname van vitamine A in Nederland daadwerkelijk een gezondheidsprobleem vormt. Een specifieke vraag betreft de relatie tussen hoge vitamine A-inname en botgezondheid. Sinds 2008 is er geen onderzoek gepubliceerd dat deze vragen beantwoordt. De resultaten van beschikbare onderzoeken naar de inname van vitamine A betreffen situaties die niet representatief zijn voor de situatie in Nederland. De bestudeerde innames liggen namelijk ver boven of ver onder de inname van vitamine A die in Nederland voorkomt. Verder zijn de resultaten van onderzoek naar de relatie tussen vitamine A-inname en botgezondheid niet eenduidig. Er zijn verschillende methoden om de vitamine A-status te meten en de botgezondheid te bepalen. Ook worden factoren die van invloed kunnen zijn op de vitamine A-status of botgezondheid, bijvoorbeeld overgewicht of vitamine D-inname, niet altijd meegenomen. Onderzoek naar de hoeveelheid vitamine A in het lichaam kan duidelijk maken of een lage of hoge inname daadwerkelijk problemen veroorzaakt. De hoeveelheid vitamine A is echter lastig te bepalen bij grote groepen, omdat dit niet eenvoudig in bijvoorbeeld een bloedmonster kan worden gemeten. Voor de meest geschikte methode is een stukje uit de lever (biopt) nodig. Onderzoek naar de mogelijke gezondheidseffecten van een lage of hoge vitamine A-inname in Nederland zou zich in eerste instantie kunnen richten op groepen waarvan, op basis van het voedingspatroon, een lage dan wel hoge vitamine A-inname verwacht wordt.
    • Voedselconsumptie in 2012-2014 vergeleken met de Richtlijnen goede voeding 2015

      van Rossum CTM; Buurma EJM; Vennemann FBC; Beukers MH; Drijvers JJMM; Ocke MC; V&G; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-06-30)
      Het RIVM heeft in kaart gebracht wat volwassenen in de periode 2012-2014 aten en dronken. Vervolgens is dat vergeleken met de richtlijnen voor gezonde voeding van de Gezondheidsraad uit 2015. Dit rapport beschrijft de situatie van de voedselconsumptie in Nederland voordat de richtlijnen van kracht werden. De consumptie van een aantal productgroepen zit in de buurt van de aanbevolen hoeveelheden in de richtlijnen. Een paar andere staan er verder van af. Meer dan de helft van de volwassenen eet de aanbevolen enkele porties zuivel per dag. Daarnaast is ongeveer twee derde van de geconsumeerde smeer- en bereidingsvetten smeerbaar of vloeibaar; de richtlijn beveelt aan vetten zo veel mogelijk in deze vorm te gebruiken. Ook eet bijna de helft van de volwassen Nederlanders conform de desbetreffende richtlijn minstens 90 gram bruin en volkoren graanproducten per dag. Minder goed gaat het bijvoorbeeld met de consumptie van groente: slechts 15 procent van de volwassenen eet de aanbevolen hoeveelheid van dagelijks 200 gram groente. Eenzelfde percentage haalt de richtlijn voor fruit (200 gram fruit). Verder eet circa een op de vijftien volwassenen de aanbevolen hoeveelheid noten van 15 gram of meer per dag. Peulvruchten staan eens in de drie weken op het menu, in plaats van wekelijks. Ook drinkt vrijwel iedereen suikerhoudende dranken (inclusief vruchtensappen): gemiddeld twee kleine glazen per dag terwijl de Gezondheidsraad aanbeveelt daar zo min mogelijk van te nemen. Dit onderzoek, uitgevoerd onder ruim duizend volwassenen, maakt deel uit van een breder onderzoek naar de voedselconsumptie in Nederland van 1 tot 79-jarigen in de periode 2012-2016. De eindresultaten over de volledige onderzoeksperiode, inclusief de inname van voedingsstoffen worden in 2018 verwacht.
    • Wat ligt er op ons bord? : Methodologisch achtergrondrapport bij 'Veilig, gezond en duurzaam eten in Nederland'

      Toxopeus IB; Hoeymans N; Geurts M; Mengelers MJB; Temme EHM; Ocke MC; V&G; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-09-04)
      In de studie 'Wat ligt er op ons bord? Veilig, gezond en duurzaam eten in Nederland' heeft het RIVM de maatschappelijke uitdagingen voor gezonde, veilige en duurzame voeding - nu en in de toekomst - in kaart gebracht. Daarnaast biedt de studie bouwstenen voor voedselbeleid in Nederland, waarbij naast een integrale benadering van deze vraagstukken ook rekening wordt gehouden met de uiteenlopende waarden van voedsel, zoals gemak, betaalbaarheid en dierenwelzijn. Dit rapport is de methodologische verantwoording hiervan en beschrijft de gebruikte methoden. Als eerste wordt besproken hoe met behulp van kwalitatieve analyses trendscenario's voor de veiligheid, gezondheid en duurzaamheid van het voedingspatroon zijn opgesteld. Vervolgens wordt beschreven hoe de effecten van drie toekomstscenario's zijn geschat. En hoe daaruit kansen en keuzen zijn gedestilleerd die zich voordoen bij integraal voedselbeleid. Tot slot wordt een casestudy besproken waarin met behulp van een zogeheten multicriteria-analyse de effecten van alternatieven voor dierlijke eiwitten zijn gewogen. De resultaten van de casestudy en hoe ze zijn gebruikt in 'Wat ligt er op ons bord?' zijn eveneens beschreven.
    • What is on our plate? : Safe, healthy and sustainable diets in the Netherlands

      Ocke MC; Toxopeus IB; Geurts M; Mengelers MJB; Temme EHM; Hoeymans N; V&G; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-09-04)
      Huge challenges and ambitions Most Dutch people are healthy and life expectancy is growing. Simultaneously, half of the Dutch population is overweight and this rate is even higher in lower socioeconomic groups. In addition, 9 out of 10 people eat too little fruit and vegetables, and nearly 30 percent of our food is of animal origin. The diet of an average Dutch person does not only lead to health losses, but also constitutes a major burden on the environment. It results in greenhouse gas emissions comparable to transport emissions. The annual food waste is 47 kilograms per person. Food in the Netherlands is mostly safe: approximately 1 in 24 people a year have a food infection, which usually is not serious. Most chemicals in food pose a negligible risk to public health. The Netherlands aims to take the lead in the international ambition for a healthy, sustainable and safe dietary pattern. To achieve this aim an integral policy is required, in which safety, health and sustainability are taken into account. Opportunities In this report, RIVM presents facts and figures about the safety, health and ecological sustainability of diets in the Netherlands and analyses the dilemmas and opportunities for an integrated food policy. Avoiding overconsumption, a diet with more plant-based and less animal-based products, and less sugar-containing and alcoholic drinks: these constitute three opportunities for a healthier and more sustainable dietary pattern. Taking advantage of these opportunities will lower the number of chronically ill, reduce health inequalities and contain the impact of food production on the environment. And, it tends to have a positive effect on the safety of our diet, as a lower meat consumption is associated with a lower rate of food infections. Dilemmas There are however dilemmas to be faced. Not all measures related to a healthy diet are sustainable and safe, and vice versa. For example, it is eco-friendly if every part of an animal is used for consumption. This also implies the consumption of processed meat, such as sausage, which in itself is less healthy. Moreover, there is a tension between abstract, long-term goals (healthier, more sustainable and safe) and concrete choices in everyday life. Many citizens and businesses consider health and sustainability to be important, but when shopping for food, consumers' choices are primarily determined by price and convenience. Companies, in turn, want to serve these consumers and make a profit. Making choices The tension between sustainable, healthy and safe diets on the one hand, and convenience, affordability and economy on the other, necessitates choices. To find a way out requires the government to take on an active role, and to cooperate with the agricultural sector, businesses, citizens and social organizations. Not only do consumers need to be well informed, but a healthier and more sustainable food supply is also needed. The same applies to an environment that promotes healthy and sustainable behaviour. Influential parties, such as purchasing organizations for supermarkets and retail, are potentially important partners. The fact that many citizens and businesses attach importance to sustainable, healthy and safe food legitimizes the government taking on this active role. Seizing opportunities There are opportunities for an integrated approach. Dutch society is characterized by entrepreneurship and innovation capacity. Presently, there are citizens' initiatives that focus on responsible diets. Companies welcome these initiatives and contribute through smart solutions that allow them to make a profit. If the government encourages and facilitates these developments, the social ambitions, entrepreneurial spirit and innovative capacity of all parties will be taken advantage of.