• The 18th EURL-Salmonella workshop : 30 may 2013, St. Malo, France

      Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-03-27)
      In dit rapport zijn de verslagen gebundeld van de presentaties van de achttiende jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor de bacterie Salmonella (30 mei 2013). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) Salmonella, en de NRL's informatie met elkaar kunnen uitwisselen. Daarnaast worden de resultaten gepresenteerd van de ringonderzoeken van het EURL, waarmee de kwaliteit van de NRL-laboratoria wordt aangegeven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten worden per ringonderzoek in aparte RIVM-rapporten opgenomen. Campylobacter en Salmonella belangrijkste veroorzakers zoönosen Een terugkerend onderwerp is het jaarlijkse rapport van de European Food Safety Authority (EFSA) over zoönosen, oftewel ziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan. Het verslag daarover bevat een overzicht van de aantallen en types zoönotische micro-organismen die in 2011 gezondheidsproblemen veroorzaakten in Europa. Hieruit blijkt dat Salmonella al een aantal jaren minder gezondheidsproblemen veroorzaakt, maar nog steeds, ná de Campylobacter-bacterie, de belangrijkste veroorzaker is van zoönotische ziekten in Europa. Databanken voor opslag van moleculaire typeringsdata Andere verslagen geven informatie over databanken die momenteel worden gebouwd door de EFSA en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). De EFSA-databank gaat informatie bevatten over moleculaire typering van ziekmakende bacteriën (pathogenen) die worden gevonden in voedsel, diervoeder en dieren. Die van het ECDC zal deze informatie bevatten van pathogenen gevonden bij de mens. Iedere bacteriestam heeft een eigen unieke moleculaire typering. Door de informatie uit de twee databanken te koppelen, kunnen bacteriestammen in producten en mensen worden achterhaald. Die kennis kan eraan bijdragen de bron te vinden van een, nationale of Europese, voedsel-gerelateerde uitbraak. De organisatie van de workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • The 19th EURL-Salmonella workshop : 26 and 27 May 2014, Zaandam, the Netherlands

      Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-12-18)
      Het RIVM heeft de verslagen gebundeld van de presentaties van de negentiende jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor de bacterie Salmonella (26 en 27 mei 2014). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) Salmonella, en de NRL's informatie kunnen uitwisselen. Daarnaast worden de resultaten gepresenteerd van de ringonderzoeken van het EURL, waarmee de kwaliteit van de NRL-laboratoria wordt aangegeven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten wordt per ringonderzoek in aparte RIVM-rapporten opgenomen. Campylobacter en Salmonella blijven belangrijkste veroorzakers zoönosen Een terugkerend onderwerp is het jaarlijkse rapport van de European Food Safety Authority (EFSA) over zoönosen, oftewel ziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan. Het verslag daarover bevat een overzicht van de aantallen en types zoönotische micro-organismen die in 2012 gezondheidsproblemen veroorzaakten in Europa. Hieruit blijkt dat Salmonella al een aantal jaren minder gezondheidsproblemen veroorzaakt, maar nog steeds, ná de Campylobacter-bacterie, de belangrijkste veroorzaker is van zoönotische ziekten in Europa. Moleculaire typering steeds belangrijker Andere verslagen geven informatie over nieuwe technieken die aantonen welk type Salmonella zich in voedsel of dieren bevindt. Diverse laboratoria maken hiervoor gebruik van moleculaire technieken, die erop zijn gebaseerd het DNA van de ziekmakende bacterie aan te tonen. Iedere bacteriestam heeft namelijk een eigen unieke moleculaire typering. Die informatie kan belangrijk zijn om na te gaan of een type Salmonella dat bij de mens wordt gevonden dezelfde is als in voedsel of bij dieren. De organisatie van de workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • The 20th EURL-Salmonella workshop : 28 and 29 May 2015, Berlin, Germany

      Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-02-08)
      Het RIVM heeft de verslagen gebundeld van de presentaties van de twintigste jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor de bacterie Salmonella (28 en 29 mei 2015). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) Salmonella, en de NRL's informatie kunnen uitwisselen. Daarnaast worden de resultaten gepresenteerd van de ringonderzoeken van het EURL, waarmee de kwaliteit van de NRL-laboratoria wordt aangegeven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten wordt per ringonderzoek in aparte RIVMrapporten opgenomen. Nieuwe technieken steeds belangrijker Een aantal verslagen geeft informatie over het gebruik van nieuwe technieken om overeenkomsten tussen verschillende Salmonellastammen aan te tonen. Veelal zijn dit moleculaire technieken die het DNA van de bacterie aantonen. Deze technieken worden steeds vaker gebruikt bij het opsporen van de ziekmakende bacterie in voedsel, dieren en bij de mens. Iedere bacteriestam heeft namelijk een eigen unieke moleculaire typering. Een databank voor unieke moleculaire typering resultaten De European Food Safety Authority (EFSA) geeft verslag van een databank in oprichting. In deze databank kunnen alle Europese landen moleculaire typeringsresultaten van Salmonella opslaan. Zo is het mogelijk om na te gaan of een bepaalde ziekmakende bacteriestam in meerdere landen en producten voorkomt. NRL's presenteren hun activiteiten In vier verslagen wordt informatie gegeven over de activiteiten van de NRL's voor Salmonella uit Noord-Ierland, Portugal, Spanje en Slovakije. De organisatie van de workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL- Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • The 21st EURL-Salmonella workshop : 9 June 2016, Saint Malo, France

      Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-12-15)
      Dit rapport bevat een bundeling van verslagen van de presentaties van de 21e jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor Salmonella (9 juni 2016). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) voor Salmonella en de NRL's informatie uitwisselen. Jaarlijkse ringonderzoeken Een terugkerend onderwerp is de ringonderzoeken die het EURL jaarlijks organiseert en waarmee de kwaliteit van de NRL laboratoria wordt gecontroleerd. De NRL's hadden er in 2015 geen problemen mee om Salmonella in ei te vinden. In dit rapport staan de ringonderzoeken kort beschreven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten wordt per ringonderzoek gepubliceerd. Moleculaire technieken Een aantal verslagen geeft informatie over het gebruik van moleculaire technieken om Salmonella te typeren. Met deze technieken wordt het DNA van de bacterie aangetoond. Deze technieken worden steeds vaker gebruikt bij het opsporen van ziekmakende bacteriën in voedsel, dieren en bij de mens. Iedere bacteriestam heeft namelijk een eigen unieke moleculaire typering. Opslag moleculaire typering resultaten De European Food Safetey Authority (EFSA) geeft verslag van een databank die sinds begin 2016 beschikbaar is. In deze databank kunnen alle Europese landen moleculaire typering resultaten van Salmonella opslaan. Dit geeft informatie of een bepaalde ziekmakende bacteriestam in meerdere landen en producten voorkomt. De organisatie van de workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • The 22nd EURL-Salmonella workshop : 29 and 30 May 2017, Zaandam, the Netherlands

      Mooijman KA; VDL; Z&O (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-06-15)
      Het RIVM heeft de verslagen gebundeld van de presentaties van de 22e jaarlijkse workshop voor de Europese Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) voor Salmonella (29-30 mei 2017). Het doel van de workshop is dat het overkoepelende orgaan, het Europese Referentie Laboratorium (EURL) voor Salmonella, en de NRL's informatie uitwisselen. Een terugkerend onderwerp is de ringonderzoeken die het EURL jaarlijks organiseert om de kwaliteit van de NRL-laboratoria te controleren. De NRL's scoorden goed in de studies van 2016. In dit rapport staan de ringonderzoeken kort beschreven. Een uitgebreidere weergave van de resultaten wordt apart per ringonderzoek gepubliceerd. Een aantal verslagen geeft informatie over grote aantallen mensen die ziek zijn geworden door Salmonella, zogenoemde uitbraken. Het is vaak moeilijk om uit te vinden wat de bron is van een uitbraak. Bij een uitbraak met veel zieke mensen in verschillende Europese lidstaten is de bron wel gevonden, namelijk eieren uit Polen die besmet waren met Salmonella. Andere verslagen beschrijven de activiteiten om methoden te standaardiseren en te harmoniseren. Bijvoorbeeld over het testen van levensmiddelen op aanwezigheid van Salmonella. Op Europees niveau worden afspraken gemaakt over een methode, zodat de lidstaten een test op dezelfde wijze uitvoeren. Hierdoor kunnen resultaten tussen verschillende landen beter worden vergeleken. De organisatie van de jaarlijkse workshop is in handen van het EURL voor Salmonella, dat onderdeel is van het RIVM. De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa.
    • Eighteenth EURL-Salmonella interlaboratory comparison study (2013) on typing of Salmonella spp.

      Jacobs-Reitsma WF; Maas HME; de Pinna E; Mensink ME; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-11-21)
      De Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) van de 28 Europese lidstaten scoorden in 2013 goed bij de kwaliteitscontrole op Salmonella-typering. Twee laboratoria hadden hiervoor een herkansing nodig. Uit de analyse van alle NRL's als groep bleek dat de laboratoria aan 98 procent van de geteste stammen de juiste naam konden geven. Sinds 1992 zijn de NRL's van de Europese lidstaten verplicht om deel te nemen aan jaarlijkse kwaliteitstoetsen, die bestaan uit zogeheten ringonderzoeken voor Salmonella. Elke lidstaat wijst een laboratorium aan, het Nationale Referentie Laboratorium (NRL), dat namens dat land verantwoordelijk is voor het aantonen en typeren van Salmonella uit monsters van levensmiddelen of dieren. Om te controleren of de laboratoria hun werk goed uitvoeren moeten zij onder andere 20 Salmonella-stammen op juiste wijze identificeren. Soms doen ook landen van buiten de Europese Unie vrijwillig mee. In 2013 waren dat de kandidaatlidstaten Macedonië en Turkije, en de EFTA-landen IJsland, Noorwegen en Zwitserland, waarbij EFTA staat voor European Free Trade Association. Van de NRL's zijn er zeven laboratoria die, behalve de standaardtoets (serotypering) op Salmonella, preciezere typeringen uitvoeren, de zogeheten faagtypering. Voor deze kwaliteitstoets moeten zij 20 extra stammen met deze methode typeren. De laboratoria ontvingen hiervoor tien Salmonella Enteritidisstammen en tien Salmonella Typhimurium-stammen. Deze NRL's typeerden 83 procent van de S. Typhimurium-stammen en 93 procent van de S. Enteritidisstammen op de juiste wijze. De organisatie van het typeringsringonderzoek is in handen van het Europese Unie Referentie Laboratorium (EURL) voor Salmonella (EURL-Salmonella). Het EURL-Salmonella is ondergebracht bij het Nationaal Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven, Nederland. De organisatie van dit ringonderzoek is uitgevoerd in samenwerking met Public Health England in Londen, Engeland.
    • EU Interlaboratory comparison study animal feed II (2012) : Detection of Salmonella in chicken feed

      Kuijpers AFA; van de Kassteele J; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-11-01)
      In 2012 waren 30 van de 34 Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) in de Europese Unie in staat om hoge en lage concentraties van de Salmonellabacterie in kippenvoer aan te tonen. Van de vier die daar niet in slaagden heeft één NRL de toegestuurde monsters niet ingezet vanwege organisatorische problemen. Drie labs detecteerden onterecht dat er Salmonella in een blanco monster zat (vals positief). Een van deze drie behaalde een matig resultaat als gevolg van een foutieve verwerking van ruwe data. De twee overige laboratoria scoorden ook tijdens de herkansing een vals positief resultaat, mogelijk veroorzaakt door een kruisbesmetting tijdens het onderzoek. Vanwege herhaaldelijk slechte prestaties is een van deze NRL bezocht door het overkoepelend orgaan EURL-Salmonella en zijn enkele verbeterpunten aangereikt. In totaal hebben de laboratoria, afhankelijk van de gebruikte methoden, tussen de 94 en 97 procent van de besmette monsters Salmonella aangetoond. Ringonderzoek verplicht voor Europese lidstaten Dit blijkt uit het tweede dierenvoederringonderzoek dat het Referentie- Laboratorium van de Europese Unie (EURL) voor Salmonella heeft georganiseerd. Het onderzoek is in september 2012 gehouden, de herkansing was in januari 2013. Deelname aan het onderzoek is verplicht voor alle NRL's van de Europese lidstaten die ervoor verantwoordelijk zijn Salmonella op te sporen in diervoeders. Het EURL-Salmonella is gevestigd bij het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De laboratoria tonen de Salmonellabacterie aan met behulp van drie internationaal erkende analysemethodes (RVS, MKTTn en MSRV). Vervolgens moeten zij de studie volgens voorschrift uitvoeren. Elk laboratorium krijgt daarvoor een pakket toegestuurd met kippenvoer (vrij van Salmonella) en referentiematerialen, die geen of verschillende besmettingsniveaus van Salmonella Enteritidis bevatten. Het kippenvoer en het referentiemateriaal worden vervolgens samengevoegd en onderzocht. Zogeheten Lenticule discs zijn als referentiemateriaal gebruikt en gaven in voedsel en veterinaire studies goede resultaten. MKTTn significant betere analysemethode De resultaten van dit ringonderzoek onderschrijven het nut om met meerdere analysemethoden te werken. De MKTTn bleek namelijk significant betere resultaten te tonen ten opzichte van RVS en MSRV om Salmonella aan te tonen in het kippenvoer. Dit in tegenstelling tot eerdere ringonderzoeken waarbij andere 'producten' werden onderzocht, zoals gehakt of een andere soort kippenvoer.
    • EU Interlaboratory comparison study animal feed III (2014) : Detection of Salmonella in chicken feed

      Kuijpers AFA; van de Kassteele J; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-03-21)
      In 2014 waren 32 van de 34 Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) in de Europese Unie in staat om hoge en lage concentraties Salmonella in kippenvoer aan te tonen. Twee NRL's behaalden een matig resultaat als gevolg van een rapportagefout. Vanwege herhaaldelijk slechte prestaties is een van deze NRL tijdens een herkansing bezocht door het overkoepelende orgaan EURL-Salmonella Daarbij zijn enkele verbeterpunten aangereikt, waarna er een goed resultaat is bereikt. In totaal hebben de laboratoria in 97 tot 100 procent van de besmette monsters Salmonella aangetoond. Dit blijkt uit het derde diervoederringonderzoek dat is georganiseerd door het referentielaboratorium van de Europese Unie voor Salmonella (EURL-Salmonella). Ringonderzoek verplicht voor Europese lidstaten Het onderzoek is in september 2014 gehouden, de herkansing was in februari 2015. Alle NRL's van de Europese lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de opsporing van Salmonella in diervoeder, zijn verplicht om aan het onderzoek deel te nemen. Het EURL-Salmonella is gevestigd bij het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De laboratoria toonden de Salmonella-bacterie in kippenvoer aan met behulp van de drie internationaal erkende analysemethoden (RVS, MKTTn en MSRV). Elk laboratorium kreeg een pakket toegestuurd met kippenvoer dat ofwel besmet was met Salmonella Senftenberg in twee verschillende concentraties, of geen Salmonella bevatte. De laboratoria dienden volgens een protocol te onderzoeken of de monsters Salmonella bevatten. Uit de studie blijkt dat het gebruik van meerdere analysemethodes zijn nut heeft, aangezien het aantal monsters waarin Salmonella is aangetroffen per methode significant verschilt. Monsterbereiding In eerdere studies zijn voedsel (gehakt) en dierlijke mest op het laboratorium van het EURL-Salmonella kunstmatig besmet met een verdunde cultuur van Salmonella. In deze studie is voor het eerst kippenvoer kunstmatig besmet en is bewezen dat ook diervoeder geschikt is voor deze nieuwe werkwijze.
    • EU Interlaboratory comparison study food VI (2013) : Detection of Salmonella in minced chicken meat

      Kuijpers AFA; van de Kassteele J; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-01-19)
      In 2013 waren 32 van de 35 Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) in de Europese Unie in staat om hoge en lage concentraties Salmonella in kippengehakt aan te tonen. Twee NRL's behaalden een matig resultaat als gevolg van een foutieve verwerking van de ruwe data. Een laboratorium scoorde ook tijdens de herkansing onvoldoende. Ondanks grote verbeteringen had het nog steeds problemen met aantonen van Salmonella. In totaal hebben de laboratoria, afhankelijk van de gebruikte methoden, Salmonella aangetoond in 61 tot 78 procent van de besmette monsters. Het aantonen van de Salmonella werd in deze studie bemoeilijkt doordat er veel "storende" bacteriën in het kippengehakt zaten. Dit blijkt uit het zesde voedselringonderzoek dat werd georganiseerd door het referentielaboratorium van de Europese Unie voor Salmonella (EURL-Salmonella). Ringonderzoek verplicht voor Europese lidstaten Het onderzoek is in september 2013 gehouden, de herkansing was in januari 2014. Alle NRL's van de Europese lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de opsporing van Salmonella in voedsel, zijn verplicht om aan het onderzoek deel te nemen. Het EURL-Salmonella is gevestigd bij het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De laboratoria toonden de Salmonella-bacteria in kippengehakt aan met behulp van internationaal erkende analysemethoden (RVS, MKTTn en MSRV). Elk laboratorium kreeg een pakket tyoegestuurd met kippengehakt dat besmet was met Salmonella Infantis in twee verschillende concentraties, of zonder Salmonella. De laboratoria dienden de monsters volgens een protocol te onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella. De analysemethoden RVS en MSRV bleken in deze studie significant betere resultaten te geven dan MKTTn. Dit bewijst het nut om met meerdere analysemethoden te werken. Nieuwe werkwijzen Er zijn twee nieuwe werkwijzen ingevoerd die positief zijn ervaren. Dit keer is voor het eerst te onderzoeken voedselmateriaal (matrix) op het laboratorium van het EURL-Salmonella kunstmatig besmet met een verdunde cultuur van Salmonella. De NRL's hoeven hierdoor niet meer zelf de monsters met de Salmonella samen te voegen. Per studie wordt bekeken of deze werkwijze haalbaar is. Daarnaast konden de deelnemende laboratoria hun bevindingen via internet aanleveren. Deze werkwijze wordt geoptimaliseerd en voortgezet.
    • EU Interlaboratory comparison study primary production XVI (2013) : Detection of Salmonella in chicken faeces adhering to boot socks

      Kuijpers AFA; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-07-15)
      In 2013 waren alle 36 Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) in de Europese Unie in staat om hoge en lage concentraties Salmonella in een stal met leghennen (kippenmest) aan te tonen. Ze behaalden direct het gewenste niveau. In totaal hebben de laboratoria in 96 procent van de besmette monsters Salmonella opgespoord. Dit blijkt uit het zestiende ringonderzoek met materiaal van de dieren (zoals uitwerpselen) dat werd georganiseerd door het referentielaboratorium van de Europese Unie voor Salmonella (EURLSalmonella). Voor dit soort onderzoek zijn monsters van de uitwerpselen van kippen verzameld door met overschoenen door de stal te 'wandelen' (omgevingsmateriaal). Ringonderzoek verplicht voor Europese lidstaten Het onderzoek is in maart 2013 gehouden. Alle NRL's van de Europese lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de opsporing van Salmonella in dierlijke mest, zijn verplicht om aan het onderzoek deel te nemen. Het EURL-Salmonella is gevestigd bij het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De laboratoria toonden de Salmonella-bacterie in de overschoenen met kippenmest aan met behulp van de internationaal voorgeschreven analysemethode (MSRV). Elk laboratorium kreeg een pakket toegestuurd met overschoenen waaraan kippenmest zat met Salmonella in twee verschillende concentraties of zonder Salmonella. De laboratoria dienden de monsters volgens een protocol te onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella. Nieuwe werkwijzen Voor het eerst is het te onderzoeken materiaal (matrix) op het laboratorium van het EURL-Salmonella kunstmatig besmet met een verdunde cultuur van een Salmonella Typhimurium. Het laboratorium van het EURL-Salmonella heeft voor dit soort studies onderzocht hoe de monsters op deze wijze optimaal kunnen worden aangeleverd. De NRL's vinden deze werkwijze positief, omdat zijzelf niet meer de monsters met de Salmonella hoeven samen te voegen; dit was in eerdere studies wel het geval. Deze werkwijze wordt daarom voorgezet, al wordt per studie bekeken of het haalbaar is. Een andere vernieuwing is dat de deelnemende laboratoria hun bevindingen via internet konden aanleveren. De NRL's vonden ook dit een verbetering, en voor het analyserend EURL zijn de gegevens eenvoudiger te analyseren. Besloten is deze werkwijze te optimaliseren en voort te zetten.
    • EU Interlaboratory comparison study primary production XVII (2014) : Detection of Salmonella in chicken faeces

      Kuijpers AFA; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-09-15)
      In 2014 waren 34 van de 36 Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) in de Europese Unie in staat om zowel hoge als lage concentraties Salmonella in kippenmest aan te tonen. Twee NRL's behaalden een matig resultaat vanwege een technische rapportagefout. In totaal hebben de laboratoria in 99 procent van de besmette monsters Salmonella aangetoond, zo blijkt uit het zeventiende ringonderzoek met monsters van kippenmest. Dit ringonderzoek wordt jaarlijks georganiseerd door het referentielaboratorium van de Europese Unie voor Salmonella (EURL-Salmonella). Europese verplichting Het onderzoek is in maart 2014 gehouden. Alle NRL's van de Europese lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de opsporing van Salmonella in monsters van de primaire productie van dieren, zijn verplicht om aan het onderzoek deel te nemen. Het EURL-Salmonella is gevestigd bij het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De laboratoria toonden de Salmonella-bacterie in de kippenmest aan met behulp van de internationaal voorgeschreven analysemethode Modified Semi-solid Rappaport Vassiliadis (MSRV). Elk laboratorium kreeg een pakket toegestuurd met kippenmest dat ofwel besmet was met Salmonella in twee verschillende concentraties, of geen Salmonella bevatte. De laboratoria dienden de monsters volgens een protocol te onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella. Controlemonsters Bij een laboratoriumanalyse is het noodzakelijk dat de deelnemers via 'controlemonsters' aantonen dat zij hun analyses betrouwbaar hebben uitgevoerd. Deze controlemonsters gaven allemaal het gewenste resultaat. Enige optimalisatie van de controles is nog wenselijk.
    • EU interlaboratory comparison study primary production XVIII (2015) : Detection of Salmonella in pig faeces

      Pol-Hofstad IE; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-08-26)
      In maart 2015 vond het achttiende EURL-ringonderzoek naar detectie van Salmonella plaats. Deelname aan deze kwaliteitstoets is verplicht voor alle Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) van de Europese lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aantonen van Salmonella in dierlijke mest. Voor dit ringonderzoek is een ander type mest gebruikt, dat dit keer geen geschikt alternatief bleek. Daardoor waren de resultaten van de deelnemers niet onderling te vergelijken. In totaal hebben 36 NRL's deelgenomen aan dit ringonderzoek: 29 NRL's afkomstig van 28 lidstaten in de EU, 6 NRL's afkomstig uit kandidaatlanden voor het EU-lidmaatschap of lidstaten van de European Free Trade Association (EFTA) status en 1 niet-Europees NRL op verzoek van de Europese Unie. Werkwijze Er is varkensmest gebruikt omdat het vanwege de vogelgriep in de herfst van 2014 niet was toegestaan om kippenmest te transporteren. Varkensmest staat bekend als een geschikt alternatief. Wel moeten de monsters bij een lagere temperatuur (-20 °C in plaats van 5 of 10 °C) worden bewaard om te voorkomen dat er gisten en schimmels in gaan groeien. In de testfase bleek onder deze omstandigheden een gedeelte van de toegevoegde Salmonella dood te gaan. Door extra veel Salmonella toe te voegen, zouden er genoeg bacteriën in leven moeten blijven. Tijdens de analyses van de varkensmestmonsters door de laboratoria bleek echter dat Salmonella het invriezen niet goed had overleefd. De hoeveelheid Salmonella in de aangeleverde monsters verschilde daardoor per laboratorium, zodat de resultaten niet met elkaar konden worden vergeleken. De laboratoria hebben de monsters geanalyseerd met behulp van de internationaal voorgeschreven analysemethode (MSRV). Het overkoepelend referentielaboratorium van de Europese Unie voor Salmonella (EURL-Salmonella) is gevestigd bij het RIVM.
    • EU Interlaboratory comparison study veterinary XV (2012) : Detection of Salmonella in pig faeces

      Kuijpers AFA; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-04-09)
      In 2012 waren 31 van de 33 Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) in de Europese Unie in staat om hoge en lage concentraties Salmonella in varkensmest aan te tonen. Ze behaalden direct het gewenste niveau. Twee NRL's behaalden aanvankelijk onvoldoende resultaat, omdat ze problemen hadden om Salmonella in varkensmest aan te tonen. Beide laboratoria behaalden het gewenste resultaat tijdens de herkansing. In totaal hebben de laboratoria in 93 procent van de besmette monsters Salmonella opgespoord. Ringonderzoek verplicht voor Europese lidstaten Dit blijkt uit het vijftiende veterinair ringonderzoek dat het referentielaboratorium van de Europese Unie voor Salmonella (EURLSalmonella) heeft georganiseerd. Het onderzoek is in maart 2012 gehouden, de herkansing was in juni 2012. Alle NRL's van de Europese lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de opsporing van Salmonella in dierlijke mest, zijn verplicht om aan het onderzoek deel te nemen. Het EURL-Salmonella is gevestigd bij het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De laboratoria toonden de Salmonella-bacterie in dierlijke mest aan met behulp van de internationaal voorgeschreven analysemethode (MSRV). Elk laboratorium kreeg een pakket toegestuurd met varkensmest, dat vrij was van Salmonella, en het zogeheten referentiemateriaal (lenticule discs), dat geen of verschillende niveaus Salmonella bevatte. De laboratoria dienden de varkensmest en het referentiemateriaal zelf volgens een protocol samen te voegen en te onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella. Twee specifieke typen Salmonella aantonen in varkensmest Tijdens de studie zijn twee typen Salmonella (serovars) die regelmatig bij varkens worden aangetroffen, onderzocht. Het blijkt dat sommige laboratoria de lage concentratie Salmonella Typhimurium minder goed kunnen aantonen dan vergelijkbare concentratie van Salmonella Derby. S. Derby was nog niet eerder in een studie gebruikt. Het laboratorium van het EURL-Salmonella heeft daarom voorafgaand aan de studie enkele extra onderzoeken uitgevoerd. Onder andere is gekeken of de temperatuur van invloed is op de aanwezigheid van S. Derby in het referentiemateriaal in combinatie met het te testen materiaal (varkensmest).
    • EURL-Salmonella 8th interlaboratory comparison study Food 2016 : Detection of Salmonella in minced chicken meat

      Kuijpers AFA; Mooijman KA; VDL; Z&O (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-02-13)
      In 2016, it was shown that all 34 National Reference Laboratories (NRLs), 30 of which are located in the European Union, were able to detect high and low levels of Salmonella in minced chicken meat. Three NRLs reported Salmonella in one 'blank' minced meat sample. This was probably caused by the fact that another type of Salmonella was already present in very low levels in the original meat. We present some conclusions from the 8th EU Interlaboratory Comparison Study of Food Samples, organised by the European Union Reference Laboratory for Salmonella (EURL-Salmonella). EURL-Salmonella is part of the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM). The study was conducted in September 2016. Participation was obligatory for all EU Member State NRLs responsible for the detection of Salmonella in food samples. The laboratories used internationally accepted methods to detect the presence of Salmonella in minced chicken meat samples and analysed the samples according to the same protocol. Each laboratory received a package with minced chicken meat samples contaminated with two different concentrations of Salmonella Stanley or containing no Salmonella at all. As in earlier studies, the meat samples were artificially contaminated with a diluted culture of Salmonella at the EURL-Salmonella laboratory.
    • Nineteenth EURL-Salmonella interlaboratory comparison study (2014) on typing of Salmonella spp.

      Jacobs-Reitsma WF; Maas HME; de Pinna E; Mensink ME; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-03-21)
      De Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) van de 28 Europese lidstaten scoorden in 2014 goed bij de kwaliteitscontrole op Salmonella-typering. Eén laboratorium had hiervoor een herkansing nodig. Uit de analyse van alle NRL's als groep bleek dat de laboratoria aan 96% van de geteste stammen de juiste naam konden geven. Sinds 1992 zijn de NRL's van de Europese lidstaten verplicht om deel te nemen aan jaarlijkse kwaliteitstoetsen, die bestaan uit zogeheten ringonderzoeken voor Salmonella. Elke lidstaat wijst een laboratorium aan, het Nationale Referentie Laboratorium (NRL), dat namens dat land verantwoordelijk is om Salmonella in monsters van levensmiddelen of dieren aan te tonen en te typeren. Om te controleren of de laboratoria hun werk goed uitvoeren moeten zij onder andere 20 Salmonella-stammen op juiste wijze identificeren. Soms doen ook landen van buiten de Europese Unie vrijwillig mee. In 2014 waren dat de kandidaat-lidstaten Macedonië, Servië en Turkije, en de EFTA-landen IJsland, Noorwegen en Zwitserland. EFTA staat voor European Free Trade Association. Van de NRL's zijn er zeven laboratoria die, behalve de standaardtoets (serotypering) op Salmonella, preciezere typeringen uitvoeren, de zogeheten faagtypering. Voor deze kwaliteitstoets moeten zij 20 extra stammen met deze methode typeren. De laboratoria ontvingen hiervoor tien Salmonella Enteritidis-stammen en tien Salmonella Typhimurium-stammen. Deze NRL's typeerden 83% van de S. Typhimurium-stammen en eveneens 83% van de S. Enteritidis-stammen op de juiste wijze. De organisatie van het ringonderzoek is in handen van het Europese Unie Referentie Laboratorium (EURL) voor Salmonella (EURL-Salmonella), dat is ondergebracht bij het RIVM in Nederland. De organisatie van het faagtyperingsringonderzoek is uitgevoerd in samenwerking met Public Health England in Londen.
    • Seventeenth EURL-Salmonella interlaboratory comparison study (2012) on typing of Salmonella spp.

      Jacobs-Reitsma WF; Maas HME; de Pinna E; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-03-27)
      De 28 Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) van de 27 Europese lidstaten en de NRL's van Kroatië, Noorwegen en Zwitserland scoorden in 2012 goed bij de kwaliteitscontrole op Salmonella-typering. Twee laboratoria hadden hiervoor een herkansing nodig. Uit de analyse van alle NRL's als groep bleek dat de laboratoria aan 96 procent van de geteste stammen de juiste naam konden geven. Sinds 1992 zijn de NRL's van de Europese lidstaten verplicht om deel te nemen aan jaarlijkse kwaliteitstoetsen, die bestaan uit zogeheten ringonderzoeken voor Salmonella. Elke lidstaat wijst een laboratorium aan, het Nationale Referentie Laboratorium (NRL), dat binnen dat land verantwoordelijk is om Salmonella uit monsters van levensmiddelen of dieren aan te tonen en te typeren. Om te controleren of de laboratoria hun werk goed uitvoeren moeten zij onder andere 20 Salmonella-stammen op juiste wijze identificeren. Soms doen ook landen buiten de Europese Unie vrijwillig mee. In 2012 waren dat EU kandidaat-lidstaat Kroatië, en de EFTA landen (European Free Trade Association) Noorwegen en Zwitserland. Van de NRL's zijn er zes laboratoria die, behalve de standaardtoets (serotypering) op Salmonella, preciezere typeringen uitvoeren, de zogeheten faagtypering. Voor deze kwaliteitstoets moeten zij 20 extra stammen met deze methode typeren. De laboratoria ontvingen hiervoor tien Salmonella Enteritidisstammen en tien Salmonella Typhimurium-stammen. Deze NRL's typeerden 92 procent van de S. Typhimurium-stammen en 90 procent van de S. Enteritidis-stammen op de juiste wijze. De organisatie van het typeringsringonderzoek is in handen van het Europese Unie Referentie Laboratorium (EURL) voor Salmonella (EURL-Salmonella). Het EURL-Salmonella is ondergebracht bij het Nationaal Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven, Nederland. De organisatie van dit ringonderzoek is uitgevoerd in samenwerking met Public Health England (voorheen Health Protection Agency) in Londen, Engeland.
    • The 19th EU Interlaboratory comparison study in primary production (2016) : Detection of Salmonella in chicken faeces adhering to boot socks

      Pol-Hofstad IE; Mooijman KA; VDL; I&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-02-27)
      In februari 2016 vond het negentiende EURL Salmonella-ringonderzoek naar Salmonella plaats. Deze jaarlijkse kwaliteitstoets is verplicht voor alle Nationale Referentie Laboratoria (NRL's) van de Europese lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aantonen van Salmonella in dierlijke mest Resultaten Alle deelnemers waren in staat om Salmonella te detecteren in de besmette overschoentjes met kippenmest. Ook hebben de laboratoria de meegestuurde controlemonsters correct geanalyseerd. Eén laboratorium heeft een fout gemaakt toen het de ruwe resultaten overnam in het elektronische rapportageformulier. Hiervoor kreeg dit laboratorium een matige score. Bijna alle laboratoria konden de monsters waar geen Salmonella aan was toegevoegd (blanco) als zodanig opsporen. Eén laboratorium vond echter Salmonella in drie van de zes blanco monsters en scoorde daardoor een onvoldoende. Deelnemers In totaal hebben 36 NRL's deelgenomen: 29 NRL's van 28 lidstaten in de EU (Noord-Ierland heeft een eigen NRL), zes NRL's uit kandidaatlanden voor het EU-lidmaatschap of lidstaten van de European Free Trade Association (EFTA), en één niet-Europees NRL dat op verzoek van de Europese Commissie is toegevoegd (Israël). Het Europese Referentielaboratirum (EURL) Salmonella is gevestigd bij het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De hoofdtaak van het EURL-Salmonella is toezien op de kwaliteit van de nationale referentielaboratoria voor deze bacterie in Europa. Werkwijze Elk laboratorium kreeg een pakket toegestuurd met daarin de monsters van overschoentjes met kippenmest. De kippenmest is op het EURL- laboratorium besmet met de Salmonella-bacterie in twee concentraties (hoog en laag). Ook zijn er onbesmette blanco monsters meegestuurd. De laboratoria dienden de monsters te analyseren volgens Annex D uit de internationaal voorgeschreven ISO-methode 6579 (Anonymous, 2007) op de aanwezigheid van Salmonella.