• Contra-expertise op bepalingen van radioactiviteit in afvalwater en ventilatielucht van de kernenergiecentrale Borssele. : Periode 2016

      Broek I van den; VLH; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-05-31)
      De kerncentrale Borssele (KCB) meet hoeveel radioactiviteit in afvalwater en ventilatielucht wordt geloosd. Het RIVM controleert deze metingen acht keer per jaar. Met deze 'contra-expertise' wordt gecontroleerd of de analyses die de kerncentrale zelf uitvoert, betrouwbaar zijn. De te analyseren monsters worden verspreid over het jaar door KCB genomen. Net als in voorgaande jaren komen de gamma-analyses van afvalwater uit de contra-expertise in 2016 op hoofdlijnen overeen met de resultaten van de kerncentrale. Enkele verschillen waren zichtbaar bij radionucliden die inhomogeen verdeeld waren in afvalwater. De overeenkomst in de 3H-data was iets minder vergeleken met de 3H-data in de voorgaande rapportage. Zowel de kerncentrale als het RIVM heeft geen strontium-isotopen en alfa-activiteit in het afvalwater aangetroffen. In ventilatielucht heeft zowel het RIVM als de kerncentrale eenmaal een zeer geringe gamma-activiteit van 131I aangetroffen. De resultaten van de bepaling van 3H en 14C in ventilatielucht, bemonsterd met een zeolietpatroon, in het eerste en derde kwartaal van 2016 kwamen redelijk overeen. Het RIVM heeft de contra-expertises uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS).
    • Contra-expertise op bepalingen van radioactiviteit in afvalwater en ventilatielucht van NRG. : Periode 2016

      Broek I van den; VLH; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-05-31)
      Het nucleair bedrijf NRG te Petten meet hoeveel radioactiviteit in afvalwater en ventilatielucht wordt geloosd. Het RIVM controleert deze metingen acht keer per jaar. Met deze 'contra-expertise' wordt gecontroleerd of de analyses die NRG zelf uitvoert, betrouwbaar zijn. De te analyseren monsters worden verspreid over het jaar door NRG genomen. Net als in voorgaande jaren komen de totaal-alfa resultaten en de gamma-analyses van afvalwater uit de contra-expertise in 2016 (zeer) goed overeen. De matige overeenstemming in de totaal-beta resultaten kan aanzienlijk verbeterd worden. Dit wordt deels verklaard doordat er veel kortlevende beta-stralers in het afvalwater aanwezig zijn, en deels door verschillen in de meetmethoden die NRG en het RIVM toepassen. De vergelijking in de 3H resultaten in afvalwater is goed. De ventilatieluchtresultaten geven geen reden voor discussie. In vijf monsters heeft RIVM een zeer lage activiteitsconcentratie aan 131I gevonden, in zes monsters 133Xe, in acht monsters 137Cs, in zeven monsters 191Os, en in een monster een zeer lage activiteitsconcentratie aan 203Hg. Al deze waarden vallen ruim onder de detectiegrens van NRG. De meetwaarden voor totaal-alfa en totaal-bèta in ventilatielucht liggen, op enkele uitzonderingen na, onder de detectiegrens. De activiteits-concentraties in enkele monsters liggen in de range van wat er in buitenlucht wordt aangetroffen en hebben waarschijnlijk een natuurlijke oorsprong. Het RIVM heeft de contra-expertises in 2016 uitgevoerd in opdracht van van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS).
    • Tritium besmetting in Petten en mogelijke risico's voor de omgeving

      Slaper H; Twenhöfel C; van der Knaap Y; VLH; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-05-11)
      In 2012 is bij de Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten een lekkage ontdekt van de radioactieve stof tritium in de bodem. De beheerder, NRG, heeft inmiddels maatregelen genomen om de lekkage te stoppen. RIVM heeft onderzocht wat de gevolgen voor omwonenden kunnen zijn. Uit dit onderzoek komt dat ook bij zeer ongunstige scenario's de blootstelling voor omwonenden beperkt blijft tot een dosis die als onbeduidend wordt aangemerkt, namelijk minder dan 10 microsievert per jaar. Ter vergelijking: dat is minder dan 0,4 % van de hoeveelheid straling die Nederlanders gemiddeld in een jaar opdoen door bronnen die veelal van nature in de leefomgeving aanwezig zijn (www.rivm.nl/stralingsbelasting). Er zijn geen aanwijzingen dat de lekkage van tritium naar de bodem nog voortduurt, maar de concentraties aan de terreingrens kunnen door grondwaterstroming nog wel hoger worden dan eerder geschat. Voortzetting van een monitoringprogramma is daarom wenselijk. Het RIVM-onderzoek is gebaseerd op de door NRG uitgevoerde bodemanalyses en de modellering van de grondwaterstromen door het ingenieursbureau Sweco, en is uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming. RIVM bestudeerde een twintigtal aangeleverde rapportages (tot en met oktober 2016) en onderschrijft de conclusie dat de concentratie van tritium in het grondwater aan de terreingrens in of na 2018 mogelijk hoger kan worden dan de eerder gestelde grenswaarde van 100 Bq/L. Ook schat RIVM dat de totale nog resterende besmetting waarschijnlijk groter is dan door Sweco en NRG aangegeven. De maximale concentratie aan de terreingrens blijft naar verwachting onder een waarde van enkele duizenden Bq/L. Voor tritium hanteert de World Health Organization (WHO) een richtlijn voor drinkwaterbesmetting van 10.000 Bq/L, ruim hoger dan de nu voor het grondwater aan de terreingrens geschatte maximale waarden. Ook in het ongunstigste scenario blijft de blootstelling voor omwonenden beperkt tot maximaal 10 microsievert per jaar. Maatregelen NRG heeft als beheerder van de HFR maatregelen genomen om de lekkage te stoppen en de besmetting te beteugelen. Op basis van de beschikbare gegevens concludeert het RIVM dat er geen aanwijzingen zijn dat de lekkage nog voortduurt. Er zijn door NRG verschillende alternatieven beschouwd om de concentraties aan de terreingrens nog verder te beteugelen. Omdat de concentraties al laag zijn en er bij omwonenden geen effecten op de gezondheid verwacht worden, lijken deze maatregelen weinig extra effectief. Wel beveelt het RIVM aan dat NRG het monitoring programma op het terrein in stand houdt, omdat het moeilijk gebleken is om de waterstromen op het terrein goed te voorspellen. In aanvulling daarop beveelt het RIVM aan ook juist buiten de terreingrens de besmettingsniveaus te bewaken, bijvoorbeeld in de nabijgelegen sloot. Tritium Tritium is een radioactieve stof die ontstaat door kernreacties in een watergekoelde kernreactor. De stof komt ook in de natuur voor, door reacties van zonnedeeltjes met onze atmosfeer. Tritium wordt gebruikt in noodverlichting in vliegtuigen, en als lichtbron in militaire apparatuur. De straling van tritium is heel zwak en kan niet door de huid dringen. Alleen na opname in het lichaam (vooral door inslikken of inademen) kan het bijdragen aan de stralingsblootstelling van mensen. Tritium vervalt vrij langzaam: na 12 jaar is nog de helft van de originele hoeveelheid over.
    • UV-straling en gezondheid : Probleemveld en kennisbasis bij het RIVM

      Slaper H; van Dijk A; den Outer P; van Kranen H; Slobbe L; VLH; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2017-06-29)
      Jaarlijks krijgen meer dan 51.000 mensen in Nederland te horen dat ze huidkanker hebben en overlijden ruim 900 mensen aan de gevolgen ervan. Sinds 1990 is het aantal gevallen verviervoudigd. Deze stijging is veel sterker dan bij andere vormen van kanker, en een verdere stijging dreigt (met een factor 2 tot 5). De gevaarlijkste vorm van huidkanker komt in Nederland relatief vaak voor, en binnen Europa behoort Nederland tot de koplopers. Blootstelling van de huid aan UV-straling is de voornaamste oorzaak van het ontstaan van huidkanker, en dan vooral door onverstandig zongedrag. De vergrijzing en de aantasting van de ozonlaag blijken slechts een deel van de toename aan huidkanker te verklaren. Het blootstellingsgedrag lijkt de hoofdrol te spelen en daarbij zijn het dragen van minder bedekkende kleding, meer vrije tijd en langere (zon/strand) vakanties van belang, maar ook klimaatverandering en het gebruik van kunstmatige UV-bronnen voor bruining dragen mogelijk bij. De belangrijkste manier om huidkanker te voorkomen is dan ook ervoor te zorgen dat de huid niet verbrandt door de zon of zonnebank. Maar ook zonder te verbranden kan de huid beschadigd raken. Daarom is het verstandig om de huiddelen die veelvuldig worden blootgesteld extra te beschermen en om daarbij rekening te houden met de zonkracht en de duur van het verblijf in de zon. Bij een hoogstaande (zomer)zon tussen 11 en 16 uur is meer bescherming nodig dan 's morgens vroeg en in de namiddag. Behalve aan huidkanker draagt UV-straling bij aan de vorming van staar en veroorzaakt het huidveroudering en sneeuwblindheid. Het is niet wenselijk om de zonblootstelling volledig te vermijden, omdat UV-blootstelling van de huid ook de voornaamste bron is van vitamine D. Deze vitamine is essentieel voor gezonde botten en spieren. Bovendien zijn er aanwijzingen dat vitamine D de kans op darmkanker kan verkleinen. Momenteel is er een felle wetenschappelijke discussie gaande welke hoeveelheid vitamine D de meeste gezondheidswinst oplevert. De kosten van de medische behandeling van huidkanker bedragen naar schatting circa 325 (250-400) miljoen euro per jaar. De kosten voor de behandeling van door UV veroorzaakte staar, worden geschat op 75-150 miljoen euro per jaar. De kosten zijn grotendeels vermijdbaar door verstandiger (zon)gedrag. De actuele zonkrachtmetingen (www.rivm.nl/zonkracht) en betere kennis over (ontwikkelingen in) blootstellingsgedrag en gezondheidseffecten dragen bij aan een goede voorlichting en preventie. Er is alle reden de kennisopbouw met betrekking tot UV-stralingsbescherming te versterken.