• Integrated Probabilistic Risk Assessment (IPRA) for carcinogens : A first exploration

      Slob W; Bokkers BGH; van der Heijden GWAM; van der Voet H; SIR; vgc (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMBiometrisWageningen University and Research Centre, 2011-10-10)
      Het RIVM en de Wageningen Universiteit hebben in 2007 de IPRA-methode (Integrated Probabilistic Risk Assessment) ontwikkeld om te kunnen inschatten welk deel van de bevolking effect ondervindt van niet-kankerverwekkende stoffen in voeding. Uit onderzoek van het RIVM, in opdracht van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) blijkt dat de IPRA-methode ook voor kankerverwekkende stoffen kan worden gebruikt. Met de IPRA-methode kan de mate van onzekerheid in de beschikbare gegevens vertaald worden in onzekerheidsmarges in de uitkomst. Hiermee wordt een realistischer beeld gegeven van het potentiële effect op de gezondheid. In het rapport staat beschreven hoe de gegevens waarmee de IPRA-methode rekent moeten worden geïnterpreteerd, evenals de daaruit afgeleide uitkomsten. Vanwege de ernstige aard van het effect 'kanker' is het wenselijk dat het additionele risico hierop als gevolg van de blootstelling aan een stof heel klein is, bijvoorbeeld 1 op de miljoen. Om zulke lage kankerincidenties te kunnen meten zouden zulke grootschalige dierproeven nodig zijn dat ze praktisch niet uitvoerbaar zijn. Omdat dergelijk lage risico's niet waarneembaar in dierstudies worden in de huidige praktijk de meetbare kankerincidenties lineair geëxtrapoleerd naar de wenselijke lage kankerincidenties. Een casestudie met het kankerverwekkende schimmelgif aflatoxine B1 illustreert dat de onzekerheden in de risicobeoordelingen van kankerverwekkende stoffen inderdaad erg groot zijn. De op dit moment veel toegepaste lineaire extrapolatiemethode resulteert in een enkel, verondersteld conservatief, risicogetal, zonder de daarbij horende onzekerheden te laten zien. De IPRAmethode levert daarentegen wel een indicatie van de onzekerheden in het geschatte risico. Daarom is de IPRA-methode een veelbelovend instrument voor risicomanagers om risico's op kanker te schatten. Het resultaat van de methode maakt duidelijk in hoeverre een uitspraak gedaan kan worden over het risico, gegeven de beschikbare gegevens. Dit stelt risicomanagers in staat om beter onderbouwde beslissingen te nemen.
    • Model-Then-Add : Usual intake modelling of multimodal intake distributions

      van der Voet H; Kruisselbrink J; Boer WJ; Boon PE; VVH; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMBiometrisDLOWageningen University and Research centre, 2014-03-20)
      Het RIVM heeft met de Wageningen Universiteit (WUR) software ontwikkeld waarmee kan worden berekend hoeveel chemische stoffen mensen binnenkrijgen via de voeding (Monte Carlo Risk Assessment; MCRA). Enkele voorbeelden van zulke stoffen zijn contaminanten (acrylamide, dioxine, lood) en micronutriënten. Om de inname op de lange termijn te kunnen berekenen, is een module aan deze software toegevoegd, Model-Then-Add. De lange termijn inname is relevant bij chemische stoffen die niet meteen maar pas na verloop van tijd een gunstig of schadelijk effect op de gezondheid kunnen veroorzaken. De Model-Then-Add-module kan worden gebruikt als de gemiddelde innameverdeling bij een groep mensen statistisch gezien geen 'normale' curve vertoont, bijvoorbeeld als de stof maar in een beperkt aantal producten voorkomt. De module kan in dergelijke gevallen een realistischere inschatting van de lange termijn inname geven. Voor dit onderzoek is een case-study uitgewerkt naar de lange termijn inname van rookaroma's, een potentieel schadelijke groep stoffen bij hogere innamen. De inname is berekend met de Model-Then-Add-module en de huidige methodiek, waarvan bekend is dat het de lange-termijn inname overschat. Hieruit blijkt dat de inname van rookaroma's volgens de Model-Then-Addmodule lager is. Door dergelijke nauwkeurigere, lagere innamen van schadelijke stoffen zijn mogelijk minder (kostbare) maatregelen nodig om gezondheidsrisico's te verlagen, zoals lagere normen voor concentraties in producten. Om de inname van chemische stoffen via de voeding met MCRA te berekenen, worden concentraties van stoffen in de voeding gekoppeld aan gegevens over wat mensen gedurende enkele dagen consumeren. In Nederland zijn dat de gegevens van de Voedselconsumptiepeiling (VCP), waarin informatie over de consumptie van voedingsmiddelen gedurende twee dagen wordt verzameld. Statistische modellen zijn nodig om op basis van deze gegevens in te schatten hoeveel van de chemische stoffen mensen op termijn via de voeding binnenkrijgen.
    • The practicability of the integrated probabilistic risk assessment (IPRA) approach for substances in food

      Bokkers BGH; Bakker MI; Boon PE; Bos P; Bosgra S; Heijden GWAM van der; Janer G; Slob W; van der Voet H; SIR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMRIKILTBiometris, 2009-09-04)
      Het RIVM heeft de IPRA-methode succesvol toegepast om de gezondheidsrisico's voor de mens van vijf stoffen in voeding te beschrijven. Deze methode is ontwikkeld om de risico's gedetailleerd te kunnen beschrijven als uit klassieke risicobeoordelingen blijkt dat er risico's zijn, of als risico's voor de gezondheid niet uitgesloten kunnen worden. Met de IPRA-methode is het mogelijk om aan te geven welk deel van de bevolking risico loopt nadat zij aan stoffen is blootgesteld en hoe ernstig de effecten op de gezondheid zijn. Op basis van deze informatie kan de overheid vervolgens doelgerichte acties ondernemen om de schadelijke gezondheidseffecten te voorkomen. Verwacht wordt dat de methode ook voor andere stoffen bruikbaar is. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM in samenwerking met Biometris en RIKILT, beide onderdeel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Voor het onderzoek zijn de risico's beschreven van twee schimmeltoxinen (DON en T-2/HT-2), een zwaar metaal (cadmium), een bestrijdingsmiddelengroep (OPs) en een stof die in verhitte zetmeelproducten voorkomt (acrylamide). Met behulp van de IPRA-methode wordt de hoeveelheid van een stof die een populatie via voedsel binnenkrijgt vergeleken met de maximale dosis die veilig wordt geacht. Verschillen tussen personen en onzekerheden in de berekeningen zijn hierin meegenomen. De blootstellingen van deze vijf stoffen blijven volgens de methode onder de gestelde grenzen, en dus zijn de gezondheidrisico's verwaarloosbaar. Verder kan met de methode inzichtelijk worden gemaakt welke aanvullende gegevens verzameld kunnen worden om de risicobeoordeling te verbeteren. Hierdoor is doelgericht vervolgonderzoek mogelijk.