• Inventarisatie van de gegevens-, monitor- en modelbehoefte voor de EU-Nitraatrichtlijnrapportage 2008

      Fraters B; Doze J; Hotsma PH; Langenberg VT; van Leeuwen CT; Olsthoorn CSM; Willems WJ; Zwart MH; LVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMRijkswaterstaat RIZALNV Directie KennisRijkswaterstaat RIKZWUR Landbouw Economisch InstituutCentraal Bureau voor de StatistiekNatuur- en Milieuplanbureau, 2008-02-19)
      Het RIVM heeft een handleiding opgesteld voor de rapportage over de hoeveelheid nitraat in oppervlaktewater en de bovenste grondwaterlaag. Nederland moet daarover, net als alle andere EU-lidstaten, elke vier jaar verslag uitbrengen, conform de Europese Nitraatrichtlijn. De volgende rapportage vindt in 2008 plaats. In de handleiding staan de taken en acties beschreven die betrokken partijen moeten uitvoeren om de beschikbare informatie tijdig aan te leveren, af te stemmen en tot een geheel te smeden. Het doel is een snel en efficient rapportagetraject mogelijk te maken.
    • Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland. Achtergrondinformatie periode 1992-1997 voor de landenrapportage EU-Nitraatrichtlijn

      Fraters B; van Eerdt MM; de Hoop DW; Latour P; Olsthoorn CSM; Swertz OC; Verstraten F; Willens WJ; LBG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMCentraal Bureau voor de StatistiekRijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA)Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ)Expertisecentrum LNV, 2000-08-01)
      Het rapport geeft een overzicht van de landbouwpraktijk en de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit in Nederland in met name de periode 1992-1997. Het levert het basismateriaal voor het onderdeel 'resultaten controleprogramma's' in de rapportage die de Nederlandse overheid medio 2000 aan de Europese Commissie dient toe te sturen in het kader van de Nitraatrichtlijn. De resultaten van de controleprogramma's moeten een indruk geven van de effectiviteit van het Nederlandse actieprogramma ter uitvoering van de EU-nitraatrichtlijn. de invoering van de in de code voor Goede Landbouwpraktijk uit 1993 genoemde maatregelen. Deels betreft het hier een gefaseerde aanscherping van maatregelen die reeds in 1987 een aanvang hebben genomen. De stikstofaanvoer naar de bodem via meststoffen in de landbouw is in de verslagperiode licht afgenomen. Het stikstofoverschot van de Nederlandse landbouw is niet verminderd als gevolg van lagere gewasopbrengsten. De nitraatconcentratie in het grondwater onder landbouwgrond laat geen trendmatige verandering zijn in de verslagperiode als gecorrigeerd wordt voor weersinvloeden. Het effect van droge en natte jaren is met name in het bovenste grondwater groot. De gemeten nitraatconcentratie in het grondwater is m.n. afhankelijk van de hydrologische omstandigheden, het bodemtype en de diepte van bemonsteren. De jaargemiddelde nitraatconcentraties in de zoete oppervlaktewateren nemen in de verslagperiode af. De maximum nitraatconcentraties daarentegen vertonen geen duidelijke trend. De nitraatconcentraties in de zoute wateren blijven gelijk of dalen, dit geldt voor zowel de gemiddelde als de maximale waarden. De eutrofiering uitgedrukt als de concentratie aan chlorofyl-a vertoont in de periode 1992-1997 in de zoete oppervlaktewateren en in het kustwater geen duidelijke trend. Over een langere periode gezien (vanaf 1986), is in de rijkswateren en de regionale wateren wel sprake van een daling. Het is nog te vroeg om effecten van het Nederlandse actieprogramma, dat vanaf 1996 van start is gegaan, te kunnen vaststellen, met name als het gaat om de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit.<br>