• Openbaarheid van milieu-informatie bij registratie van (dier) geneesmiddelen

      Montforts MHMM; Keessen A; SEC (Centrum voor Omgevingsrecht en -BeleidUniversiteit Utrecht, 2008-02-26)
      Informatie over de milieueigenschappen van (dier)geneesmiddelen die geleverd wordt voor de registratie ervan is niet volledig geheim. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen kan een samenvatting van milieustudies van (dier)geneesmiddelen openbaar maken. De Britse registratieautoriteit voor diergeneesmiddelen ondersteunt deze conclusie in een recent antwoord op een verzoek om milieu-informatie. Dit concluderen het RIVM en het Centrum voor Omgevingsrecht en beleid van de Universiteit Utrecht op basis van een analyse van de relevante wetgeving, waaronder het Verdrag van Aarhus, de Richtlijn 2003/4/EG, en de Wet openbaarheid van bestuur. De industrie heeft een commercieel belang om het volledige milieu-onderzoek geheim te houden. Anders kunnen concurrenten deze gegevens gebruiken om een geneesmiddel te registeren. Het commerciele belang bij geheimhouding van een samenvatting met de eindpunten (bijvoorbeeld de oplosbaarheid in water, de halfwaardetijd voor afbraak in bodem, of de No Observed Effect Concentration voor vissen) van dit onderzoek daarentegen is gering. Concurrenten kunnen de eindpunten immers niet gebruiken voor registratie van een middel, omdat deze zonder het onderliggende onderzoek niet voldoen aan de eisen die de regelgeving stelt aan het dossier. Het publieke belang bij openbaarheid van deze eindpunten is groot, in het bijzonder omdat waterbeheerders deze informatie kunnen gebruiken om maatregelen te treffen nadat een product op de markt is toegelaten; bijvoorbeeld door een norm voor de stof af te leiden.
    • Wonen en werken ruimtelijk verkend. Waar wonen en werken we in 2020 volgens een compacte inrichtingsvariant voor de Vijfde Nota Ruimelijke Ordening?

      Goetgeluk RW; Louter PJ; Borsboom-van Beurden JAM; Kuijpers-Linde MAJ; Waals JFM van der; Geurs KT; LBG (TNO Inro DelftCentrum voor Omgevingsrecht en -BeleidUniversiteit Utrecht, 2000-05-22)
      De primaire doel van het onderzoek is om de aanames die ten grondslag liggen aan het toekomstbeeld inzichtelijk te maken. Het toekomstbeeld is een scenariobeeld dat als een referentiepunt kan dienen. Op termijn zullen andere aannames kunnen worden bedacht, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de woningdichtheid. Door deze aannames te varieren wordt middels een gevoeligheidsanalyse inzicht in de orde van onzekerheden gegeven.De ruimtelijke spreiding van wonen, werken en de infrastructuur is op een dergelijk gedtailleerd ruimtelijk schaalniveau verkregen dat de indicatoren ten aanzien van de fysieke leefomgeving meer betekenis krijgen. Deze indicatoren tonen hoe de verwzhte effecten van alternatieve beleidsvarianten op natuur, ecologie, landschap en bereikbaarheid beoordeeld en gewaardeerd kunnen worden.