• Overzicht van onderzoek naar automatische meetmethoden voor het vaststellen van fijn stof

      Arkel FT van; Kummu PJ; Loon JPL van; Meulen A van der; Severijnen M; Visser JH; LVM (DCMR Milieudienst RijnmondGGD Amsterdam Medische MilieukundeLuchtonderzoekProvincie Noord-BrabantProvincie Limburg, 2007-08-16)
      Dit rapport beschrijft de 'stand der techniek' van meetmethoden voor het vaststellen van de concentratie zwevende deeltjes in de troposfeer, gericht op de fijne fractie, de zogenaamde PM2,5-fractie. De beschrijving van de prestaties van de meetmethoden volgens de huidige stand van de techniek is gebaseerd op een literatuurstudie en op eigen ervaringen van de deelnemende instituten. De studie richt zich op de vergelijkbaarheid van de automatische meetmethoden met de standaardmethode (referentie). Het is de wens van de betrokken meetinstanties om de ervaringen met PM2,5-meetmethoden te inventariseren en om onderling de meetstrategie af te stemmen. Een zorgvuldige selectie van een PM2,5-meetmethode is daarbij van belang. Doel van het rapport is de betrokken meetinstanties te ondersteunen met een overzicht van de prestaties van verschillende meetmethoden. Daarnaast draagt het rapport bij tot het proces van normaliseren en/of harmoniseren van meetmethoden.
    • Verbetermogelijkheden voor de inzet van verspreidingsmodellen bij chemische incidenten

      Hansler RJ; Diepeveen J; Engering T; Geertsema G; Kooi ES; van Leeuwen S; CRO ; MSO; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMKoninklijk Meteorologisch Instituut (KNMI)DCMR Milieudienst Rijnmond, 2014-04-10)
      Het RIVM heeft met het KNMI en de DCMR Milieudienst Rijnmond onderzocht welke mogelijkheden er zijn om de inzet van luchtverspreidingsmodellen bij chemische incidenten verder te verbeteren. De inzet blijkt op een aantal punten te kunnen worden verbeterd. Luchtverspreidingsmodellen leveren tijdens chemische incidenten informatie over bijvoorbeeld de afstand waarop slachtoffers te verwachten zijn, of welke locaties geschikt zijn om monsters te nemen. Daarmee dragen de modellen in belangrijke mate bij aan de informatievoorziening aan hulpverleners en het bevoegd gezag. Het onderzoek is in opdracht van de Inspectie Leefomgeving en Transport uitgevoerd, naar aanleiding van de brand bij een chemisch bedrijf in Moerdijk (2011). Verbeterpunten Onder andere is niet vastgelegd wat precies van modellen mag worden verwacht tijdens chemische incidenten, en wie ervoor verantwoordelijk is om de benodigde expertise op peil te brengen en te houden. Dat moet worden verduidelijkt. Verder is het voor de aanbieders van modelberekeningen niet altijd duidelijk aan welke informatie de hulpdiensten behoefte hebben. Omgekeerd zijn de (on)mogelijkheden van de modellen niet altijd bekend bij de afnemers. Daarom wordt aanbevolen de mogelijkheden en beperkingen van modellen in de regio te verduidelijken. Ook wordt aanbevolen nieuwe middelen te ontwikkelen waarmee gebruikers makkelijker toegang kunnen krijgen tot de modelinformatie.
    • Vergelijkend onderzoek buitenluchtmetingen tussen RIVM, GGD Amsterdam en DCMR : Resultaten voor het jaar 2009

      Hafkenscheid TL; Kummu P; Helmink H; CMM; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMDCMR Milieudienst RijnmondGGD Amsterdam, 2011-06-01)
      In het kader van de samenwerking tussen de luchtkwaliteits-meetnetten van het RIVM, de GGD Amsterdam en de DCMR Milieudienst Rijnmond vinden sinds enkele jaren tussen RIVM en de beide organisaties vergelijkende metingen plaats op meetlocaties in Amsterdam (RIVM-GGD) en Rotterdam (RIVM-DCMR): - Amsterdam: stikstofdioxide op locatie Overtoom - Rotterdam: stikstofdioxide en PM10 op locatie Bentinckplein/Statenweg. Deze hebben tot doel de vergelijkbaarheid van de resultaten van de verschillende meetinstanties vast te stellen; bij voldoende vergelijkbaarheid kunnen de instanties wederzijds gebruik maken van elkaars resultaten. Evaluatie van de resultaten van de vergelijkingen verricht in 2009 toont aan dat de resulterende meetonzekerheden in alle gevallen te voldoen aan de criteria gesteld in EU Richtlijn 2008/50/EC. Aangezien alle instanties een ISO 17025 accreditatie voeren voor de betreffende metingen mag ervan worden uitgegaan dat het kwaliteitsniveau en de vergelijkbaarheid zoals bepaald in deze vergelijkingen representatief zijn voor de andere meetlocaties van de netwerken. Dit impliceert dat de instanties in principe gebruik kunnen maken van elkaars meetgegevens voor de componenten waarvoor resultaten zijn vergeleken (DCMR en RIVM voor stikstofdioxide en PM10; GGD en RIVM voor stikstofdioxide).
    • Vergelijkend onderzoek buitenluchtmetingen tussen RIVM, GGD Amsterdam en DCMR : Resultaten voor het jaar 2010

      Hafkenscheid TL; Kummu P; Helmink H; CMM; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMDCMR Milieudienst RijnmondGGD Amsterdam, 2011-12-31)
      In het kader van de samenwerking tussen de luchtkwaliteits-meetnetten van het RIVM, de GGD Amsterdam en de DCMR Milieudienst Rijnmond vinden sinds enkele jaren tussen RIVM en de beide organisaties vergelijkende metingen plaats op meetlocaties in Amsterdam (RIVM-GGD) en Rotterdam (RIVM-DCMR): - Amsterdam: stikstofdioxide op locatie Overtoom - Rotterdam: stikstofdioxide en PM10 op locatie Bentinckplein/Statenweg. Deze hebben tot doel de vergelijkbaarheid van de resultaten van de verschillende meetinstanties vast te stellen; bij voldoende vergelijkbaarheid kunnen de instanties wederzijds gebruik maken van elkaars resultaten. Evaluatie van de resultaten van de vergelijkingen verricht in 2010 toont aan dat de resulterende meetonzekerheden in alle gevallen te voldoen aan de criteria gesteld in EU Richtlijn 2008/50/EC. Aangezien alle instanties een ISO 17025 accreditatie voeren voor de betreffende metingen mag ervan worden uitgegaan dat het kwaliteitsniveau en de vergelijkbaarheid zoals bepaald in deze vergelijkingen representatief zijn voor de andere meetlocaties van de netwerken. Dit impliceert dat de instanties in principe gebruik kunnen maken van elkaars meetgegevens voor de componenten waarvoor resultaten zijn vergeleken (DCMR en RIVM voor stikstofdioxide en PM10; GGD en RIVM voor stikstofdioxide).