• Validation of toxicity data and risk limits for soils: final report

      Posthuma L; van Gestel CAM; Smit CE; Bakker DJ; Vonk JW; ECO; CSR; LBG; VU/Fac. Biologie; Amsterdam; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMVrije UniversiteitAmsterdamTNO/MEPDen Helder, 1998-06-30)
      In Nederland worden de risicogrenzen, de zogenaamde 'Hazardous Concentrations' (HC5 en HC50), afgeleid uit bestaande laboratorium-toxiciteitsgegevens via statistische extrapolatie. In een meerjarig onderzoek van RIVM, samen met VU en TNO zijn de volgende vragen kritisch getoetst: (1) wat is de veldrelevantie van laboratorium-toxiciteitsgegevens, en (2) wat is de ecologische betekenis van de via de bovenomschreven methodiek afgeleide risicogrenzen? Metalen dienden als modelstoffen. Het onderzoek toont aan, dat de veldrelevantie van laboratorium-toxiciteitsgegevens groter wordt als voor belangrijke stuurvariabelen zoals bodem-pH en veroudering gecorrigeerd wordt. Correctie van toxiciteitsgegevens wordt echter beperkt doordat bestaande literatuurgegevens onvoldoende informatie bevatten. Het onderzoek bevestigt dat de uitkomsten van de huidige extrapolatiemethoden plausibel zijn. Optredende, en in het onderzoek gemeten, toxische effecten op kenmerken van levensgemeenschappen, zoals soortendiversiteit, zijn bij de HC5-waarde niet of slechts in geringe mate zichtbaar, terwijl boven het niveau van de HC50-waarde de effecten wezenlijk zijn. Gezien deze resultaten, zijn er geen doorslaggevende redenen om de methode ter afleiding van generieke risicogrenzen aan te passen. Bij de beoordeling van specifieke gevallen van verontreiniging, waarbij overschrijding van generieke grenzen optreedt, wordt er van uitgegaan dat nader onderzoek plaats moet vinden naar de locatie-specifieke risico's.<br>