• Kwaliteitsindicatoren voor de eerstelijnsverloskunde

      Kooistra M; Waelput AJM; Boer J de; Driel W van; Offerhaus P; Blaauw J; Ketel-Hamaker ND; Amelink-Verburg MP; Ouden AL den; Kolk M van der; et al. (IGZ, 2009-08-06)
      Om de kwaliteit van thuisbevallingen in Nederland in kaart te brengen en te verbeteren, is een set van 23 indicatoren gedefinieerd. Voorbeelden zijn het percentage bevallingen waarbij de verloskundige niet aanwezig is, het percentage doorverwijzingen naar een specialist en het percentage bevallingen waarbij de kraamhulp niet op tijd aanwezig is. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), die in overleg met de beroepsgroepen indicatoren zal overnemen om beter toezicht te kunnen houden. De indicatoren zijn bepaald door een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de beroepsgroepen, de IGZ en het RIVM. De Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) heeft enkele jaren geleden instrumenten ingevoerd (het kwaliteitsregister, het praktijkanalyse-instrument en praktijkcertificering) om de kwaliteit van de verloskundigepraktijk te verbeteren. Een volgende stap is de kwaliteit van de zorg zichtbaar maken aan de hand van indicatoren. Indicatoren kunnen een meer gedetailleerd inzicht geven in onderdelen van de zorg dan de bestaande kwaliteitstoets. Het zijn meetbare elementen van zorgverlening die een aanwijzing geven over de kwaliteit van die zorg. Om tot de indicatoren te komen, zijn eerst de risicogebieden binnen de eerstelijnsverloskunde bepaald. Vervolgens zijn op basis van literatuurgegevens en richtlijnen conceptindicatoren samengesteld. Daarna is de groslijst voorgelegd aan experts uit het veld. Zij beoordeelden de conceptindicatoren op kwaliteit en haalbaarheid in de dagelijkse praktijk.
    • Risks associated with the lay use of 'over-the-counter' medical devices. Study on infrared thermometers and wound care products

      Hollestelle ML; Hilbers ESM; van Drongelen AW; BMT (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMIGZ, 2007-10-30)
      Uit de beoordeling van dossiers van twee soorten 'over-the-counter' medische hulpmiddelen (infraroodthermometers en wondverzorgingsproducten) kwamen substantiele tekortkomingen naar voren in de risicoanalyses, de gebruikersinformatie en de post-market surveillance procedures. Deze drie onderdelen spelen een belangrijke rol in het waarborgen van het veilig gebruik van een product. Deze waarborging vindt plaats door risico's zoveel mogelijk te beperken in de ontwerpfase van het product, door het informeren van de gebruiker over resterende risico's en door post-market surveillance procedures te volgen. Met name voor 'over-the-counter' medische hulpmiddelen, een snel groeiend marktsegment, is informatie voor de (ongeoefende) gebruiker belangrijk. Aan toepassing door ongeoefende gebruikers en aan mogelijke gebruiksfouten werd vaak geen aandacht besteed in de risicoanalyses en onvoldoende in de gebruikersinformatie. Bovendien was de samenhang tussen de onderwerpen in de risicoanalyses en de gebruikersinformatie matig. In de gebruikersinformatie werden meer resterende risico's voor het gebruik van het product beschreven dan in de risicoanalyses. De begrijpelijkheid van de gebruikersinformatie werd vaak verminderd door slechte leesbaarheid en moeilijk taalgebruik. Goede gebruikersinformatie is heel belangrijk voor de veilige toepassing van medische hulpmiddelen voor zelfgebruik, vooral als de te gebruiken hulpmiddelen ingewikkeld en/of relatief nieuw voor de consumentenmarkt zijn. Van 16 producten 8 infrarood thermometers en 8 wondverzorgingsproducten- werd de documentatie opgevraagd. Deze documentatie omvatte de risicoanalyse, de gebruikersinformatie, de post-market surveillance procedure en, indien beschikbaar, de resultaten van studies uitgevoerd met leken. Voor alle producten werden dossiers ontvangen, maar deze documentatie was vaak incompleet, vooral van de thermometers. Het ontbreken van risicoanalyses en post-market surveillance procedures was opmerkelijk, aangezien de documenten belangrijke vereisten zijn in het Besluit medische hulpmiddelen.
    • Vaccinatietoestand Nederland per 1 januari 2004

      Abbink F; Oomen PJ; Zwakhals SLN; de Melker HE; Ambler-Huiskes A; CIE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMLandelijke Vereniging van EntadministratiesIGZ, 2005-06-07)
      In dit rapport treft u de cijfers aan van de vaccinatietoestand in Nederland per 1 januari 2004 voor zuigelingen, kleuters (4-jarigen) en schoolkinderen (9-jarigen) van de cohorten 2001, 1998 en 1993.De vaccinatiegraad in Nederland is al jaren zeer goed te noemen. Het afgelopen verslagjaar is de vaccinatiegraad voor alle vaccinaties - behalve voor DTP schoolkinderen - toegenomen. De lichte daling van de vaccinatiegraad bij zuigelingen sinds 1996 heeft zich hersteld. Met name de meest kwetsbare groep zuigelingen (< 6 maanden) is dit jaar nog beter beschermd met entpercentages voor D(K)TP en Hib >97%. De landelijke entpercentages zijn voor het eerst alle boven de 95% en voldoen hiermee ruim aan de WHO-normen. Ook op provinciaal en gemeentelijk niveau is het beeld over het algemeen gunstig. Alle provincies voldoen aan de norm van minimaal 90%, bovendien komen op gemeentelijk niveau vaccinatiepercentages <60% niet meer voor. De gebieden met onvoldoende vaccinatiepercentages concentreren zich weer voornamelijk in de 'Bible belt'.Toch blijft waakzaamheid geboden omdat inmiddels duidelijk is dat het met de vaccinatiegraad van de geboortecohorten vanaf eind 2003 minder goed gesteld is door de enorme media-aandacht die er geweest is met name rond het nieuw in te voeren acellulair kinkhoestvaccin. Continue aandacht en niet aflatende inzet van alle betrokkenen bij het RVP zullen nodig zijn om de jeugd ook in de toekomst afdoende te kunnen beschermen. Van zeer groot belang hierbij is het voorlichten van ouders en andere betrokkenen over nut en noodzaak van (een correcte uitvoering van) het RVP.