• Exposure and ecological effects of toxic mixtures at field-relevant concentrations. Model validation and integration of the SSEO programme

      Posthuma L; Vijver MG; LER; SEC (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMAlterraWageningenRadboud Universiteit NijmegenVrije UniversiteitAmsterdamWageningen University and Research Centre WURIMARES, 2007-12-14)
      Om de effecten te voorspellen van giftige stoffen die zich diffuus in het milieu verspreiden is het nodig om de lokale milieucondities in kaart te brengen. Dit blijkt uit een evaluatie van resultaten uit het Nederlandse Stimuleringsprogramma Systeemgericht Ecotoxicologisch Onderzoek (SSEO) die uitgevoerd is onder leiding van het RIVM.<br>De afgelopen zes jaar zijn op drie verontreinigde locaties in Nederland de effecten onderzocht van giftige stoffen op milieu, planten en dieren. De locaties betroffen de uitwaarden van een grote rivier (de Waal), een getijdegebied (de Biesbosch) en een veenweidegebied (nabij Vinkeveen). Op deze plekken hebben zich giftige stoffen verspreid over de omgeving. Van deze diffuse verontreinigingen werden de omvang en effecten gemeten en geanalyseerd.<br>Uit het onderzoek blijkt dat de effecten varieerden tussen niet-waarneembaar of zeer gering tot waarneembaar en groot. De grootte van de effecten hing af van de aanwezige stoffen en hun concentraties, de eigenschappen van bodem, water of sediment op de locatie, en de gevoeligheid van planten en dieren die werden blootgesteld aan de stoffen. Dit maakt duidelijk dat milieucondities voor een deel de effecten van de stoffenmengsels bepalen.<br>De meetmethoden en modelanalyses van het SSEO-programma blijken bruikbaar voor het beheersen van lokale risico's van verontreinigingen. Voor Nederland is het heel belangrijk om deze instrumenten op grotere schaal toe te passen gezien de vele diffuus verontreinigde locaties. Saneren is op die plekken geen oplossing. Om de risico's van deze verontreinigingen te beheren adviseert het RIVM een risicotoolbox te ontwikkelen. Toepassing daarvan is nodig voor een betere op ecologie gebaseerde effectbepaling. Dit kan uiteindelijk leiden tot een koppeling tussen stoffenbeleid en gebiedsbeheer.<br>
    • Follow-up study on the chemical status of Lake Goto, Bonaire : Measurements and risk assessment

      de Zwart D; de Groot A; Kotterman M; van der Aa M; Aalbers T; Slijkerman D; Bodar C; IMG; mev (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMIMARES, 2013-03-13)
      Op 8 en 9 september 2010 woedde een grote brand op het terrein van de olieraffinaderij BOPEC op Bonaire. Destijds bleek uit onderzoek van het RIVM dat normen voor perfluoroctaansulfonaat-verbindingen (PFOS) zijn overschreden in het Gotomeer en in Salina Tam, twee zoutmeren vlakbij BOPEC. Deze verbindingen maakten deel uit van het gebruikte blusschuim op het BOPEC-terrein. Het bleek niet mogelijk om aan te geven wat de ecologische effecten van deze normoverschrijding zouden kunnen zijn. Wel werd aangegeven dat de concentraties van deze stoffen in beide meren geleidelijk zouden kunnen gaan afnemen. Hoe snel dat zou gaan, was onbekend. Uit vervolgonderzoek in 2012 van het RIVM blijkt dat de milieukwaliteitsnormen nog steeds worden overschreden in het Gotomeer en Salina Tam. De concentraties PFOS in het water en sediment van deze meren vlakbij de brand zijn iets lager dan in 2010, maar nog duidelijk verhoogd. Risico's voor het ecosysteem van deze inmiddels twee jaar durende blootstelling zijn hierdoor niet uit te sluiten. Hierbij valt te denken aan directe effecten op waterorganismen zoals bijvoorbeeld sterfte, of indirecte effecten wanneer hogere organismen verdwijnen doordat er niet meer voldoende voedsel voor ze is. Het is echter niet aan te geven of, en zo ja, in welke mate de verhoogde concentraties ervoor verantwoordelijk zijn dat de flamingopopulatie is verdwenen. Hiervoor is nader onderzoek naar de ecologische dynamiek van dit ecosysteem nodig. Onderzoeksinstituut IMARES gaat dit binnenkort doen. Deze studie is uitgevoerd in opdracht van het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) en het bestuur van de 'bijzondere gemeente' Bonaire, het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB).