• Comparison of methods for enumeration of total coliforms and Escherichia coli in water samples in the Netherlands

      Schets FM; Nobel PJ; Strating S; Mooijman KA; Engels GB; Brouwer A; MGB (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMKiwaPWN, 2001-05-28)
      De nieuwe Europese Drinkwater Richtlijn (december 1998) definieert een referentiemethode voor de schatting van de concentratie bacterien van de coligroep en Escherichia coli in drinkwater. Laboratoria mogen andere methoden gebruiken, maar moeten aantonen dat de verkregen resultaten minstens zo betrouwbaar zijn als die verkregen met de referentiemethoden. Drie Nederlandse laboratoria hebben deelgenomen aan een Europees onderzoek waarin een protocol voor het vergelijken van methoden voor het bepalen van aantallen bacterien van de coligroep en Escherichia coli in monsters water werd getest. Naast de membraanfiltratie methode op Lactose TTC agar met Tergitol 7 (LTTC) beschreven in ISO 9308-1, en Colilert(R), gebruikten de Nederlandse laboratoria membraanfiltratie methoden op Laurylsulfaat Agar (LSA), Chromocult(R) Coliform Agar (CCA) en de E. coli Direct Plating methode. Op LTTC37 werden significant hogere aantallen bacterien van de coligroep gevonden dan op LSA37; LTTC was echter alleen geschikt voor het analyseren van zeer schone (drink)water monsters vanwege gebrek aan selectiviteit. De DP methode (of Rapid Test in ISO 9308-1) is de beste methode voor bepaling van E. coli. Met Colilert(R) werd 12,5 % vals negatieve resultaten voor E. coli gevonden.<br>
    • Evaluatie duurzame gewasbescherming 2006: milieu

      van der Linden AMA; van Beelen P; van den Berg GA; de Boer M; van der Gaag DJ; Groenwold JG; Huijsmans JFM; Kalf DF; de Kool SAM; Kruijne R; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMAlterraCBSCLMCMLKiwaPDPPOPRIRIZA, 2007-01-16)
      Het Nederlandse gewasbeschermingsbeleid heeft duurzame gewasbescherming tot doel. Om dit te bereiken zijn operationele doelen voor 2010 gesteld: 95% reductie in de milieubelasting van het oppervlaktewater en 95% vermindering van het aantal knelpunten in de drinkwatervoorziening, beide ten opzichte van 1998. Tussentijdse doelstellingen voor 2005 zijn respectievelijk 75% en 50%. De berekende vermindering van de milieubelasting van het oppervlaktewater als gevolg van drift is 86%. Verplichte driftreducerende maatregelen en, in mindere mate, het van de markt halen van een aantal stoffen leverden de belangrijkste bijdragen aan deze vermindering. Concentraties van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater lieten in het algemeen een dalende trend zien, maar nog steeds worden stoffen aangetroffen boven maximaal toelaatbare concentraties. Het aantal knelpunten in de drinkwatervoorziening daalde van 33 naar 27, waarmee de tussentijdse doelstelling niet werd gehaald. Hiervoor zijn gebruik buiten de landbouw en aanvoer vanuit het buitenland gedeeltelijk verantwoordelijk. Demonstratieprojecten geven aan dat een verdere vermindering van de milieubelasting mogelijk is. Daarvoor moeten gewasbeschermingsstrategieen en management op de bedrijven worden aangepast. Om dit te bereiken is een brede verspreiding van de opgedane kennis noodzakelijk.
    • Nutrienten in bodem en grondwater: Kwaliteitsdoelstellingen en kwaliteit 1984-2000

      Willems WJ; Fraters B; Meinardi CR; Reijnders HFR; van Beek CGEM; LBG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMKiwa, 2003-01-15)
      Dit rapport is een van de achtergrondrapporten van het MNP-RIVM rapport MINAS en Milieu, Balans en Verkenning en bevat een overzicht en analyse van monitoringgegevens over nutrienten in bodem en grondwater in de periode 1984-2000. Het accent ligt op de effecten van bemesting in de landbouw. Ook de huidige stand van zaken over normstelling wordt in dit achtergrondrapport beschreven. De fosfaatgehalten van de landbouwgronden in Nederland zijn landbouwkundig gezien in zeker 40% van het areaal onnodig hoog. Hier zou voor een reeks van jaren bemesting geheel achterwege kunnen blijven. De kwaliteit van het grondwater die op verschillende diepten wordt gemeten wordt besproken. Aan de nitraatconcentraties is de invloed van bemesting met name in de zandgebieden tot ca 10m diepte merkbaar. In het bovenste grondwater is de gemiddelde concentratie 125 mg/l (ruim 2 maal de norm). Nitraatconcentraties in de zandgebieden zijn sinds 1995 afgenomen als gevolg van dalende N-overschotten bij melkveehouderijbedrijven. Uit gegevens van o.a. (drink)waterbedrijven blijkt dat vanwege de lange verblijftijd van het grondwater de invloed van bemesting op grotere diepte nog maar ten dele aantoonbaar is. Het verloop van de nitraatconcentratie met de diepte wordt ook door nitraatafbraak (denitrificatie) bepaald. In bepaalde gebieden blijkt denitrificatie gepaard te gaan met stijging van sulfaat en metaalconcentraties (o.a. nikkel). Ook neemt de hardheid van het opgepompte water hier toe.<br>